We leven in de tijd van het patserpaleis

360 Magazine/Süddeutsche Zeitung  | 15 mei 2017 - 16:0015 mei - 16:00

Vroeger speelden villa’s een belangrijke rol in de architectuurgeschiedenis. Maar hoe zit dat met de ‘paleisjes’ die superrijken tegenwoordig laten optrekken?

Voetballer Franck Ribéry, die soms in zijn eentje een oktoberfeest maakt van het middenveld van Bayern München, zocht een architect. Hij ging, jaren geleden alweer, een villa in Grünwald [een chique buurt in München] bezichtigen. Ribéry had haast. Zijn vrouw en kinderen zouden binnenkort komen. En zijn woning moest bij zijn stand als voetbalmiljonair passen.

De architect vertelt: ‘Ribéry was verrukt van de villa. Zijn ogen staalden. Als een kind.’ Hij was vooral weg van de slaapkamer. Midden in die kamer stond een cirkelrond bed, met rood satijn overtrokken. Van hieruit kon hij de verlichting inschakelen van een loods in de tuin. Daarin stonden Ferrari’s en Lamborghini’s.

De architect nam de Münchense godenzoon even apart, en ontraadde hem de aanschaf.

In die tijd had Ribéry een proces aan zijn broek. Hij zou in een Münchens hotel seks hebben gehad met een minderjarige prostituee. Later werd hij vrijgesproken. Maar zijn huwelijk bevond zich toch in een, laten we zeggen, kritische fase. Dus zei de architect: Non monsieur, geen bed met uitzicht op Ferrari’s. In plaats daarvan adviseerde hij Ribéry een huis dat beter was voor diens huwelijk. (…)


Plaats een reactie