Een doodgewone dag in Amerika

360 Magazine  | 17 mei 2017 - 07:0017 mei - 07:00

De Britse journalist Gary Younge schreef een boek over een willekeurige dag in 2013, waarop in de VS tien kinderen werden doodgeschoten. Younge reisde naar hun woonplaats en reconstrueerde hun levens. Dit is het verhaal van Pedro Cortez (18) uit San Jose, Californië.

Het Capitol Park in East San Jose ligt aan de voet van de bergketen Diablo Range, en is ingebed in kinderfantasieën. Het is een uitgestrekte lap groen met een speeltuin, omheinde basketbalvelden en voetbalvelden, picknicktafels, barbecues, een baseballveld en een school. Het ligt ingesloten tussen Bambi Lane, Van Winkle Lane, Peter Pan Avenue en Galahad Avenue. Vanaf hier kun je ofwel vertrekken over het Lower Silver Creekpad – een wandeling van tien kilometer die je, als het pad eenmaal klaar is, van Lake Cunningham Park naar het Coyote Creekpad brengt – ofwel het gebied verlaten via de Cinderella Lane. De tuinen van de bescheiden bungalows die rond het park staan in dit overwegend door latino’s bewoonde gebied zijn weelderig begroeid met onder andere palmbomen, en hier en daar zie je een fontein. Het was veruit de schilderachtigste plek waar die dag een kind werd doodgeschoten en eromheen stonden de duurste panden (als je hier een huis verkocht kon je met de opbrengst zeven huizen kopen in de buurt waar Stanley Taylor werd doodgeschoten). Met achttien graden bij een licht windje, was het ook de warmste plek.

Eind achttiende eeuw was San Jose van de Spanjaarden, die er de eerste woonstad van maakten in hun kolonie Nueva California. In 1821 kwam de stad in handen van de Mexicanen en in 1850 van de Amerikanen. Vandaag wordt deze stek opgeëist door de Norteños, een uitgelezen verzameling bendes die in de verte zijn verbonden met de Nuestra Familia, een bende die opereert vanuit de Chicanogevangenis. ‘Norteños’ betekent noorderlingen, om precies te zijn Noord-Californiërs. Ze dragen rode kleren, hebben vaak tatoeages met vier stippen op hun handen of in een ooghoek, en kunnen te koop lopen met het nummer 14 – N is de veertiende letter van het alfabet. Deze bendes zijn meer veramerikaniseerd dan andere latinobendes; enkele leden spreken misschien niet eens Spaans. Ze maken ook aanspraak op de beeldcultuur van en het heimwee naar de arbeidersbeweging voor latino’s in het algemeen, en naar vakbondsleider César Chévez in het bijzonder, die in contact kwam met vele Norteños toen hij gevangenzat wegens zijn werk voor zijn bond.

Hun voornaamste concurrerende bende, de Sureños [Zuiderlingen], is groter maar minder goed georganiseerd; hun basis ligt in Zuid-Californië; ze dragen blauw en hun tatoeages zijn getooid met drie puntjes. De wijd en zijd erkende grens tussen Noord en Zuid ligt 240 kilometer ten zuiden van San Jose in Bakersfield. ‘Dit gebied heeft inderdaad een duidelijke kleur’, vertelde Arturo Dado tegen de San Jose Mercury News een paar dagen nadat hij zijn kleinzoon had verloren. ‘Het heeft duidelijk de kleur rood.’ (…)


Plaats een reactie

(€ Blendle) 360 Magazine