Klimaatgidsland

The New York Times / 360 Magazine  | 12 september 2017 - 15:1012 sep - 15:10

The New York Times in Rotterdam.

Het gebeurt zelden of nooit dat we 360 openen met een stuk over Nederland, maar dit artikel wilden we u niet onthouden. Een verslaggever van The New York Times maakte in Rotterdam een jubelende reportage over het Nederlandse klimaatbeleid. ‘Vanuit Nederlands perspectief is de klimaatverandering geen hypothese of een rem op de economie, maar een kans.’

De wind zorgt voor schuimkoppen op de rivier en laat de parasols op het terras klepperen. Roeiers roeien zwoegend naar de finish en toeschouwers staan langs het water. Henk Ovink, een tanige man met een kaal hoofd en scherpe gezichtstrekken, kijkt toe vanaf een VIP-steiger. Met één oog houdt hij de boten in de gaten en met het andere zoals gewoonlijk zijn telefoon.

Ovink is de eerste internationale gezant voor de vermarkting van de Nederlandse expertise op het gebied van het stijgende water en de klimaatsverandering. Net zoals met kaas in Frankrijk of auto’s in Duitsland valt 
in Nederland aan de klimaatverandering geld te verdienen. Maand in, maand uit komen delegaties uit Jakarta, Ho Chi Minhstad, New York en New Orleans een kijkje nemen in de haven van Rotterdam. Vaak huren ze daarna Nederlandse bedrijven in, die de top vormen van de wereldmarkt in geavanceerde techniek en watermanagement.

Sinds de eerste mensen die zich hier vestigden water begonnen weg te pompen om land voor hun boerderijen en huizen te creëren, is water in Nederland een realiteit geweest waar alles in het bestaan om draaide, een zaak van overleven en nationale identiteit. Geen plek heeft aan grotere gevaren blootgesteld gestaan dan dit waterland aan de rand van het vasteland van Europa. Het land ligt grotendeels onder de zeespiegel en zakt ook langzaam weg. En nu krijgt de aarde dankzij het broeikaseffect in de toekomst te maken met een hogere zeespiegel en heftigere stormen.

Vanuit Nederlands perspectief is de klimaatverandering geen hypothese of een rem op de economie, maar een kans. Terwijl de Amerikaanse regering onder Trump zich terugtrekt uit het akkoord van Parijs, banen de Nederlanders zich verwoed een weg naar voren.

Het komt erop neer dat ze het water willen toelaten, niet dat ze Moeder Natuur willen onderwerpen: dus om mét water te leven in plaats van het uit alle macht proberen te verslaan. De Nederlanders richten meren, garages, parken en pleinen niet alleen in voor de gemakken van het dagelijks leven, maar ook om als reusachtig reservoir te dienen als de zee en de rivieren overstromen. Je kunt natuurlijk net doen alsof de stijgende zeespiegel een grap is afkomstig van wetenschappers en de goedgelovige media. Of je kunt gigantische dijken gaan bouwen. Maar uiteindelijk bieden geen van beide voldoende bescherming, is de redenering van de Nederlanders.

En wat geldt voor het managen van de klimaatverandering geldt ook voor de sociale structuur. De veerkracht van het milieu en van een sociale gemeenschap zouden hand in hand moeten gaan, is de mening van de overheid hier: verbeter wijken, spreid het risico en bedwing het water tijdens een ramp. Aanpassen aan het klimaat, als het tenminste rechtstreeks en vakkundig wordt aangepakt, zou een sterker en rijker land opleveren.

Dat is de boodschap die de Nederlanders uitdragen. Nederlandse consultants die de overheid van Bangladesh hebben geadviseerd over noodopvang en evacuatieroutes, hebben ertoe bijgedragen dat tijdens recente overstromingen het aantal doden enkele honderden bedroeg waar het er voorheen duizenden waren, zo vertelt Ovink ons.

‘Dat is precies wat we proberen te doen,’ zegt hij. ‘Je kan zeggen dat we onze expertise vermarkten, maar per jaar komen er duizenden mensen om vanwege het stijgende water en de wereldgemeenschap faalt collectief bij de aanpak van de crisis, wat zowel geld als levens kost.’ Hij somt de laatste feiten op: 2016 was het warmste jaar dat ooit was gemeten, de gemiddelde zeespiegel steeg tot recordhoogte.

Eendragtspolder

Trots laat hij de nieuwe roeibaan net buiten Rotterdam zien, waar vorig jaar zomer de wereldkampioenschappen roeien werden gehouden. De baan maakt deel uit van een gebied dat de Eendragtspolder heet, een negen hectare grote lappendeken van herwonnen land en sloten – een uitstekend voorbeeld van een plek die zowel voor recreatieve doeleinden is aangelegd als, in geval van nood, voor retentiedoeleinden. Het is bijna het laagst gelegen punt in Nederland, zo’n zeven meter beneden de zeespiegel.
Met de fietspaden en alle gelegenheid voor watersport is de Eendragtspolder een populair toevluchtsoord geworden. Nu dient het ook als retentiebekken voor het stroomgebied van de Rotte als de naburige Rijn overstroomt, wat vanwege de klimaatverandering naar verwachting eens in de tien jaar zal gebeuren.

Het project is een van de vele uit ‘Ruimte voor de rivier’, een nationaal programma waar al jaren geleden aan is begonnen en dat de eeuwenoude strategie waarbij land werd gewonnen van rivieren en meren door dammen en dijken te bouwen overboord gooide.

Nederland ligt eigenlijk in de goot van 
Europa, laagland dat aan één kant aan de Noordzee grenst en waar grote rivieren als de Rijn en de Maas uit Duitsland en Frankrijk het land binnenstromen. De strategie van de Nederlanders is veranderd na de gedwongen evacuatie van honderdduizenden mensen tijdens de overstromingen in de jaren negentig van de vorige eeuw. Die overstromingen ‘hebben ons doen inzien dat we beter wat van de ruimte die we hadden gewonnen konden teruggeven 
aan de rivieren’, zoals Harold van Waveren, een belangrijke adviseur van de overheid, uitlegt.

Zwemmen met kleren aan

‘We kunnen niet maar gewoon steeds de dijken blijven verhogen, want dan wonen we uiteindelijk achter tien meter hoge muren,’ zegt hij. ‘We moeten de rivieren meer ruimte geven om te stromen. De verdediging tegen de klimaatverandering is zo sterk als de zwakste schakel in de keten, en in ons geval bestaat die keten niet alleen uit grote sluizen en dammen bij de zee, maar uit een totale filosofie van ruimtelijke ordening, crisismanagement, onderwijs, apps en openbare ruimtes.’

Van Waveren vertelt over een gps-gestuurde app waarop inwoners altijd precies kunnen zien hoe diep ze onder de zeespiegel zitten. Om vrij te kunnen zwemmen in een openbaar zwembad moeten Nederlandse kinderen eerst een diploma halen waarvoor ze met hun kleren en schoenen aan moeten kunnen zwemmen. ‘Dat behoort tot onze cultuur, net als fietsen,’ vertelt Rem Koolhaas, de Nederlandse architect.

In Nederland zorgen wetenschappelijke artikelen over de smeltende Noordpoolkap voor grote koppen in 
de krant. Lang voordat klimaatontkenners actie begonnen te voeren tegen de wetenschap in de VS, bereidden Nederlandse ingenieurs zich al voor op de apocalyptische eens-in-de-duizend-jaarstormen. ‘Voor ons staat klimaatverandering boven de politieke ideologie,’ vertelt Ahmed Aboutaleb, de burgemeester van Rotterdam. Op een ochtend heeft hij me meegenomen naar een nieuw oeverproject in een voormalig arme industriebuurt, om 
te laten zien hoe stadsvernieuwing aansluit bij strategieën om de effecten van klimaatverandering te verzachten.

‘Als er een schietpartij is geweest in een café, krijg ik talloze vragen,’ zegt Aboutaleb. ‘Maar als ik zeg dat iedereen een boot zou moeten hebben omdat we voorspellen dat er een enorme toename zal zijn in zware regenbuien, krijgt de politiek geen vragen. Rotterdam ligt in het kwetsbaarste deel van 
Nederland, zowel economisch als geografisch. Als het water komt, uit de rivier of uit zee, kunnen we misschien vijftien op de honderd mensen evacueren. Dus evacuatie is geen optie. We kunnen hoge gebouwen in vluchten. Een andere keuze hebben we niet. We moeten leren leven met water.’

Aboutaleb is een in Marokko geboren 
moslim en een rijzende ster in de Nederlandse politiek, een man die godsdienstextremisten en reactionaire nationalisten gelijkelijk de mantel uitveegt. Hij bestuurt een traditioneel lastige arbeidersstad. Het huidige Rotterdam is absoluut geen paradijs.

Er is een grote kloof tussen arm en rijk en er is veel onenigheid over immigratie. Maar de afgelopen tijd is er wel een verbetering in gang gezet: de stad is groener en diverser geworden. Als ik hem vraag naar de gevaren van de klimaatverandering, heeft de burgemeester het over het creëren van een minder verdeelde, aantrekkelijkere, gezondere stad – beter in staat om de spanning aan te kunnen die de 
klimaatverandering voor de maatschappij met zich mee zal brengen.

‘Een kwestie van logisch nadenken,’ zegt Aboutaleb. De Eendragtspolder is volgens hem een voorbeeld waar de investeringen van Rotterdam worden terugbetaald met groene ruimtes en 
een roeibaan, die nog wat extra gewicht in de schaal legt bij de kandidaatstelling van Nederland als organiserend land van de Olympische Spelen in 2028.

Bedrijvig en nuchter

Zwaar getroffen door de Duitse bombardementen in de Tweede Wereldoorlog is Rotterdam niet zo pittoresk en toeristisch als Amsterdam, maar bedrijvig en nuchter, een verrassend stijlvol succes onder Europa’s culturele centra, met een erfgoed aan hypermoderne architectuur die jonge ontwerpers en ondernemers aantrekt. Door de Rotterdamse vrijheidstraditie werd het een magneet voor mensen van buitenaf en kon het herstellen van de moeilijke jaren tijdens de jaren zeventig, tachtig en negentig, toen 
de misdaad er hoogtij vierde, de stad vervuilde en de rijken wegvluchten.

In de afgelopen tijd heeft de stad die eraan gewend is om opnieuw te beginnen een nieuwe start gemaakt als stad van ondernemingszin en inventiviteit op het gebied van het milieu. De stad heeft als eerste parkeergarages gebouwd die noodreservoirs kunnen worden, waardoor de riolen alles toch nog kunnen verwerken als de stormen 
die één keer in de vijf of tien jaar worden verwacht zich gaan voordoen. Ook heeft Rotterdam pleinen met fonteinen aangelegd, parken en basketbalveldjes in achterstandswijken die kunnen dienen als retentiemeertjes. In de havens en op stukken oever waar voorheen industrie gevestigd was komen nu nieuwe ondernemingen, scholen, woningen en parken.

Die plekken worden bij de standaardrondleiding van buitenlandse delegaties allemaal aangedaan: stedelijke proof-of-conceptinterventies, of beter gezegd totaaloplossingen, waarmee klimaatbedreigingen worden aangepakt op een manier die in toenemende mate de economie en de maatschappelijke behoeften dient.

‘Een op innovaties gerichte stad, een zogenaamde smart city, moet een holistische visie hebben die verder reikt dan dijken en sluizen,’ stelt Arnoud Molenaar, de klimaatbaas van de stad. ‘De uitdaging bij het aanpassen aan het klimaat is om daar veiligheid, riolering, woningen, wegen, rampen en hulpdiensten bij te betrekken. Je kunt niet zonder de aandacht van het publiek. Ook heb je een veilig internet nodig, want dat is de volgende uitdaging bij klimaatveiligheid. De systemen die zeesluizen, bruggen en riolen bedienen moeten niet kwetsbaar zijn. En je hebt goed beleid nodig, in het grote en in het kleine.’

‘Het begint met kleine dingen, zoals mensen zover proberen te krijgen dat ze de tegels uit hun tuin weghalen waardoor de grond regenwater kan opnemen,’ zegt Molenaar. ‘Het eindigt bij de reusachtige stormvloedkering bij de Noordzee.’

Maeslantkering

Dat is dan de Maeslantkering, gebouwd aan de zeemonding, ongeveer een half uur rijden van het centrum van Rotterdam – de eerste verdedigingslinie. De buizenconstructie van de kering heeft de vorm van twee omgevallen Eiffeltorens.

In de twintig jaar dat de kering bestaat, is de Maeslantkering nog niet nodig geweest om een overstroming te voorkomen, maar de sluis wordt natuurlijk wel regelmatig getest. 
Picknickers zitten op de kant toe te kijken. De proefsluitingen zijn een beetje de Nederlandse variant van Macy’s Thanksgiving Day Parade.

Op een dag ben ik er met Van Waveren heen gereden om het zelf te zien. Het is niet ongebruikelijk om hier naar het spektakel van de hoog boven je uit torende zeeschepen te gaan kijken. Dit is een land waar de snelwegen vaak beneden de zeespiegel liggen.

De Maeslantkering is het gevolg van een lange historie van rampen. In 1916 overspoelde de Noordzee de Nederlandse kust, wat de aanzet gaf tot de aanleg van extra bescherming, maar die bleek onvoldoende om het water tegen te houden in 1953, toen ’s nachts een zuidwesterstorm meer dan 1800 mensen het leven kostte. De Nederlanders noemen het nog steeds de Watersnoodramp. Ze verdubbelden de nationale inspanningen en begonnen aan de Deltawerken waarbij twee grote waterwegen werden afgesloten en de Maeslantkering werd gebouwd – een reusachtige zeesluis, die klaar was in 1997, houdt de grote waterweg open die toegang verleent tot de hele haven van Rotterdam.

De bescherming van de haven is prioriteit nummer een. Eens was het de 
drukste haven van de wereld, nu is Rotterdam de belangrijkste haven van Europa, waar ieder jaar tienduizenden schepen van overal ter wereld aankomen om staal te leveren voor Duitsland, petrochemicaliën voor Zuid-Amerika en veel meer voor overal ter wereld. De haven is volgens de havenautoriteiten nog steeds de kernindustrie in deze stad met meer dan 600.000 inwoners, goed voor 90.000 banen, en nog eens werk voor 90.000 mensen wier werk eveneens afhankelijk is van de haven. De haven ondersteunt vijf olieraffinaderijen, die behoren tot bedrijven zoals Shell en Koch Industries en ook een grote kolencentrale. De haven zou goed zijn voor zeventien procent van Nederlands CO2-voetafdruk. In de zelfpromotie als milieustad schuilt een paradox – en voor sceptici de ultieme hypocrisie – namelijk dat het hart van de Rotterdamse economie nog steeds wordt gevormd door de fossiele brandstofindustrie.

Hoe de haven uiteindelijk moet overstappen naar een groenere economie, zo geven de autoriteiten toe, is de grootste uitdaging die hun te wachten staat, samen met de klimaatverandering. Ze beschrijven plannen voor immense windmolenparken in de Noordzee en methodes om de warmte op te vangen in fabrieken die draaien op fossiele brandstoffen en daarmee de kassen te verwarmen die weer tuinbouwproducten voor het land opleveren. Nederland exporteert 100 miljard dollar aan tuinbouwproducten, alleen de VS exporteert meer.

De werking van de Maeslantkering e.a.:

Maar goed, de veiligheid van het transport van al die grondstoffen, maar ook de verantwoordelijkheid voor de droge voeten van de mensen in de stad zijn nu en ook in de toekomst afhankelijk van de Maeslantkering.

Het idee erachter, dat tientallen jaren geleden voor het eerst ter tafel kwam, was uniek – een immense zeesluis met twee armen die aan beide kanten van de waterweg rusten, iedere arm zo lang als de Eiffeltoren maar twee keer zo zwaar. Het is een verbluffend staaltje ingenieurswerk. Wim Quist, de architect, ontwierp een constructie van een onvergetelijke schoonheid, een van de minder bekende wonderen van het moderne Europa.

Van Waveren legt uit hoe de waterkering werkt. Als de sluis wordt gesloten drijven de armen de waterweg op en sluiten ze in elkaar; de buizen vullen zich met water, zinken op een betonnen bedding en vormen zo een ondoordringbare stalen muur tegen de Noordzee. Dat proces duurt tweeëneenhalf uur. De druk vanuit de zee wordt dan van de muur overgedragen op de grootste balscharnieren ter wereld, elk verankerd in een oever van de rivier.

Computers, die een gesloten elektronisch systeem gebruiken om cyberaanvallen te voorkomen, monitoren ieder uur het zeeniveau en kunnen de sluisdeuren automatisch sluiten – of openen. Dat laatste is ook heel belangrijk: dertig pompen in de sluis zijn verbonden met een van de elektriciteitsnetten van het land. Ze pompen water uit de buizen als de Maeslantkering geopend moet worden.

Als het elektriciteitsnet uitvalt, is er een reservenet en uiteindelijk is er ook nog een generator, want nog gevaarlijker dan een sluis die niet dichtgaat is een sluis die niet meer opengaat. In dat geval kan het water uit de Rijn en de Maas niet meer de zee in stromen en zou Rotterdam nog sneller onder water staan dan bij een stormvloed vanuit zee. Ontsnappen kan dan niet meer, zoals burgemeester Aboutaleb opmerkte.
‘In het uiterste geval moeten we de sluis opblazen,’ zegt Ovink half schertsend. De Maeslantkering is duidelijk gebouwd met een rampenfilmscenario voor ogen: overal zijn driedubbele beveiligingen ingebouwd en de kering is berekend op de extreemste klimaatveranderingsmodellen, met zeespiegels die stijgen boven de huidige voorspellingen.

Desalniettemin hebben de Rotterdamse havenautoriteiten plannen klaarliggen om de sluis nog een halve meter hoger te maken.

Dakpark

Achter de Maeslantkering liggen in de stad talloze versterkingen, groot en klein, weggewerkt in straten en pleinen. Op een zonnige middag heb ik in het Dakpark afgesproken met Wynand Dassen, manager van het Rotterdamse resilience-team, en Paul van Roosmalen, die toezicht houdt op de ontwikkelingen op daken in de stad. Het Dakpark is een dijk in een arme, voornamelijk door immigranten bewoonde wijk die grenst aan de industriële oever. Vroeger was het een spoorwegemplacement, een akelige verlaten plek vlak naast een wijk vol sociale woningbouw. Daar lag de rosse buurt, berucht vanwege de drugsdealers en misdaden.

De dijk doet meer dan alleen het water tegenhouden. Er is ook een winkelcentrum, waar de buurt behoefte aan had, en een park op het dak. De winkels kijken uit op het water en dragen financieel bij aan het onderhoud van het park. Het park glooit van het dak naar de straten en de huizen, zodat er een grashelling ontstaat die park en buurt verbindt.

Bij mooi weer liggen mensen te zonnebaden op het gras en zijn ze aan het frisbeeën. Het park is een kilometer lang. En schitterend. Het succes – niet alleen als kering maar ook als een toevoeging voor het bedrijfsleven en de buurt – heeft de gemeente overgehaald om buurtbewoners te raadplegen en geld opzij te zetten voor door de buurt geïnitieerde projecten. ‘We hebben ons tot doel gesteld om meer mensen te betrekken bij allerlei stedelijke problematiek,’ vertel Dassen. ‘En water zal onvermijdelijk integraal deel gaan uitmaken van dat proces. Wij zijn ervan overtuigd dat je de slimste oplossing krijgt als de buurten erbij betrokken worden en helpen de verbinding te maken tussen water en de ontwikkeling van de buurt.’

Daar is Van Roosmalen het mee eens. ‘Dat is een voorbeeld van wat je kan doen als je het controleren van een stormvloed verbindt met het sociaal welzijn en met het aanbrengen van verbeteringen in de buurt,’ zegt hij. ‘Dat bedoelen we hier in Rotterdam met “resilience planning”.’

In een buurt vlakbij, waar drugsverslaafden wonen die helemaal uit Frankrijk hierheen trokken om goedkoop heroïne te kunnen kopen, raak ik in gesprek met Marleen ten Vergert, een alleenstaande moeder met een dochtertje die moet leven van een bescheiden ambtenarensalaris. Vrouwen met hoofddoekjes sjouwen met boodschappen, oude mannen zitten op parkbankjes en kinderen zijn aan het skateboarden op brokkelige betonnen paden, langs oude huizenblokken. Een huizenblok omringt een waterplein dat is aangelegd om overtollig water op te vangen. Jonge gezinnen werden met spotprijsjes gelokt om leegstaande huizen eromheen te kopen. Veel gezinnen kwamen en gingen weer. Het waterpark had veel te verduren van vandalisme. Maar langzaam, heel langzaam, werd het plein toch door 
de buurt in de armen gesloten.

‘Nu werkt het grotendeels wel,’ vertelt Vergert. ‘De mensen willen het waterplein, dus ze zorgen er beter voor. Vlakbij is een kas die wordt beheerd door de Turkse gemeenschap. De waarde van de huizen in deze buurt is gestegen.’

Een paar straten verderop is in een verbouwd industrieel gebouw aan de Maasoever een nieuw bedrijfje varende drones op zonne-energie aan het ontwikkelen die plastic afval uit de zee moeten gaan verzamelen, en in het centrum van de stad hebben een pakhuis met een Brooklynachtige mix aan ambachtelijke eetkraampjes, een circusschool en een flipperkastmuseum een voormalige vervallen pier nieuw leven ingeblazen. Waar het oude hotel New York, een honderd jaar oud statig herkenningspunt, vroeger het hoogste gebouw aan de Maasoever was, zijn nu wolkenkrabbers omhoog geschoten. Hier is een compleet nieuw zakendistrict gebouwd, met een fotomuseum tegenover de meest kenmerkende kantoortoren van de stad, De Rotterdam, van Remco Koolhaas, en de op een harp lijkende Erasmusbrug van Ben van Berkel.

Rotterdam probeert duidelijk zichzelf te profileren als voorbeeld van inventief urbanisme. Een Rotterdamse zakenman, Peter van Wingerden, heeft een toekomstbeeld van drijvende zuivelboerderijen langs de Maasoever. 
Een op de drie vrachtwagens die de stad in komen, vervoert etenswaar. Drijvende boerderijen zouden het vrachtverkeer en de CO2-uitstoot verminderen door de stad van eigen melk te voorzien. Met subsidie van de stad bouwt hij een prototype van 2,2 miljoen dollar voor veertig koeien, die een half miljoen liter melk per jaar produceren. ‘De rivier is niet langer alleen voor de industrie,’ zegt hij. ‘We moeten nieuwe gebruiksmogelijkheden zoeken, die ons beveiligen tegen de klimaatverandering, en de stad helpen groeien en bloeien.’

In de genen

Dat is de mantra van de stad. Als ik Van Wingerden vraag of het niet een beetje eng is om in een stad te wonen die grotendeels onder de zeespiegel ligt, zegt hij: ‘Het lijkt ons minder gevaarlijk dan om op de San Andreasbreuk te wonen. Als er een overstroming dreigt, worden we tenminste gewaarschuwd voordat onze voeten nat worden.’

Hij vertelt dat de Nederlanders echt niet begrijpen dat er in New York na de orkaan Sandy zo weinig actie wordt ondernomen om de inwoners te beschermen tegen de volgende ramp. Nederlanders vinden dat plekken waar de meeste mensen wonen en waar 
economisch het meest te verliezen valt, de beste bescherming moeten hebben.
Het idee dat een mondiaal economisch centrum zoals Lower Manhattan, dat tijdens de orkaan Sandy overstroomd werd wat de gemeenschap miljarden dollars heeft gekost, toch zo weinig bescherming heeft, vinden klimaatdeskundigen hier verbijsterend.

Arnoud Molenaar, de klimaatbaas van Rotterdam, vat de Nederlandse visie samen: ‘We hebben het aanpassen aan de klimaatverandering hoog op de publieke agenda kunnen zetten terwijl we al jaren geen ramp hebben gehad, omdat we de voordelen hebben kunnen aantonen van het verbeteren van de openbare ruimte – de toegevoegde economische waarde van het investeren in resilience.’

‘Het zit in onze genen,’ zegt hij. ‘Watermanagers waren de eerste bestuurders van het land. De stad zo inrichten dat we het water kunnen verwerken was onze eerste taak om hier te kunnen overleven, en dat bepaalt ook wie we zijn. Het is een proces, een beweging. Het is niet zomaar een stelletje dammen en dijken, het is een manier van leven.’

Auteur: Michael Kimmelman
Vertaler: Paul Bruijn

Beeld: Ontspannen aan het water bij de Wilhelminapier en de Erasmusbrug. – © Rotterdam Partners


Plaats een reactie