• The Economist
  • Magazine 195
  • Bankier, prinses, warlord: de vele levens van Asma al-Assad

Bankier, prinses, warlord: de vele levens van Asma al-Assad

© Getty
The Economist | Londen | Nicolas Pelham | 29 mei 2021

In interviews met westerse media stelde ze Bashar in de schaduw. Ze was zijn ambassadeur in landen waar hij niet graag werd gezien, wilde Damascus omvormen tot Europese metropool en ging uit winkelen terwijl de stad afbrandde. Wie is de vrouw die in het naoorlogse Syrië de touwtjes in handen heeft?

Afgelopen zomer circuleerde een foto van de First Lady van Syrië op social media. In het noordwesten van het land bombardeerden regeringstroepen op dat moment de overgebleven verzetshaarden. De foto toont Asma al-Assad, haar man Bashar al-Assad en hun drie kinderen op een winderige heuveltop, geflankeerd door soldaten in camouflagetenue. Met zijn windjack, sportschoenen en poloshirt vlot over zijn broek lijkt Bashar in alles op een huisvader die zijn kroost meeneemt op een zondagmiddagwandelingetje, en in niets op een man die dissidenten laat martelen. Asma oogt wat stijfjes, houdt haar armen langs haar lichaam. Witte spijkerbroek, sportschoenen en zo’n vliegeniersbril waar despoten in het Midden-Oosten om de een of andere reden dol op zijn. Ze staat midden op de foto; Bashar, president van Syrië, schurkt wat onhandig tegen haar aan.

Achter Asma is een bedrieglijk vredig landschap te zien. Tien jaar na de Arabische lente, waarin miljoenen mensen in het Midden-Oosten zich tegen repressieve regimes keerden, heeft de heersende familie van Syrië de macht behouden en daar een gruwelijke prijs voor geëist.

Het regime heeft honderdduizenden Syriërs vermoord en er ruim 14.000 doodgemarteld. De helft van de bevolking sloeg op de vlucht, waarmee de grootste vluchtelingencrisis sinds de Tweede Wereldoorlog een feit werd. Iran, Turkije, de Verenigde Staten en Rusland, stuk voor stuk streden ze direct of indirect om invloed op Syrische bodem. In de hele Arabische wereld is de hoop op een betere toekomst vermorzeld, maar nergens ging dat met zo veel bloedvergieten gepaard als in Syrië.

Marie Antoinette 

Asma’s ster is in die tijd echter tot ongekende hoogte gerezen. Haar pad naar de heerschappij over dit verwoeste land was bochtig en legde ze af in vele gedaanten: de financieel expert van J.P. Morgan die tot in de kleine uurtjes doorwerkte om lucratieve deals uit het vuur te slepen; de glamoureuze First Lady die in de overtuiging verkeerde dat sociale hervormingen en haute couture een pariastaat konden moderniseren; de Marie Antoinette van Damascus, die uit winkelen ging, ook al stond haar land in brand; de moeder van de natie, die tegen kanker streed terwijl de troepen van haar man opstandelingen verpletterde.

Waar eindigt de reis? De prominente plaats die ze in de hofhouding van de Assads wist te veroveren is niet langer alleen maar voer voor Syrische roddelcircuits. Vorig jaar bestempelde de Amerikaanse regering Asma tot een van de beruchtste oorlogsprofiteurs van Syrië. Er wordt nu zelfs gefluisterd dat ze haar man als president zou kunnen opvolgen. Asma al-Assad heeft de gestucte twee-onder-een-kapwoning in Londen waar ze is opgegroeid ver achter zich gelaten.

Voor een dictatorsvrouw is haar achtergrond ongewoon. Asma Akhras werd in 1975 geboren in Acton, een onopvallend deel van West-Londen dat grenst aan veel rijkere buurten. Zoals de meeste Syriërs zijn haar ouders soennitische moslims: die vormden de dominante groep in Syrië totdat in de jaren zestig een kleine, gemarginaliseerde sekte, de Alawieten, een staatsgreep pleegde. Bashars vader, Hafez al-Assad, zat in het complot en riep zichzelf in 1970 uit tot leider van het land.

Asma’s ouders kwamen in de jaren zeventig naar Londen, hopend op een beter bestaan. Het gezin bleef religieus: haar vader bezocht het vrijdaggebed in de moskee en haar moeder wierp haar hijab pas af nadat Asma was getrouwd. Vrienden omschrijven het gezin als cultureel conservatief, al was het wel de bedoeling dat de kinderen zouden assimileren. Op haar Anglicaanse basisschool stond Asma bekend als Emma. ‘Als je het niet wist, zou je niet denken dat ze Syrisch was,’ herinnert een buurman zich.

Haar bezoeken aan Damascus met haar ouders bracht zij grotendeels bij het zwembad van het Sheraton-hotel door

Asma leek bestemd voor een leven te midden van Londense welgestelden. Als tiener ging ze naar een van de oudste particuliere meisjesscholen van Groot-Brittannië, Queen’s College, niet ver van haar vaders particuliere medische praktijk in Harley Street. Ze studeerde computerwetenschappen aan King’s College in Londen. Vriend en vijand zeggen dat ze slim en ijverig was.

Niemand kan zich herinneren dat zij enige belangstelling voor het Midden-Oosten toonde. Haar bezoeken aan Damascus met haar ouders bracht zij grotendeels bij het zwembad van het Sheraton-hotel door. ‘Ze was erg Engels en leek niets met Syrië te maken te willen hebben,’ aldus een vriend van de familie.

Weinigen waren verrast toen ze een baan kreeg bij J.P. Morgan, een investeringsbank. Het personeel werd geacht soms 48 uur achter elkaar te werken en zelfs op kantoor te slapen. Sommige stagiairs waren vrijpostig en onverholen ambitieus, maar Paul Gibbs, Asma’s leidinggevende, herinnert zich haar als ‘bescheiden, beleefd en dienstbaar’. Ze droeg keurige zwarte pakjes. Ze specialiseerde zich in fusies en overnames (wat haar later in Syrië van pas kwam). Af en toe ging ze uit met een collega, ze kreeg zelfs huwelijksaanzoeken.

Haar moeder, Sahar, had grootse plannen voor Asma. Haar eigen oudoom had Hafez al-Assad geholpen bij diens machtsgreep. Sahar wilde deze connectie gebruiken om Asma te koppelen aan Bashar, de tweede zoon van Hafez. Ten minste, dat schrijft de Libanees-Amerikaanse journalist Sam Dagher, auteur van het boek Assad or We Burn the Country.

Slungelige student

Bashar en Asma ontmoetten elkaar in het Londen van de jaren negentig. Hij was toen nog een slungelige student medicijnen, die in de schaduw van zijn autoritaire vader was opgegroeid. Als enige van zes broers en zussen ging hij in het buitenland studeren. Zijn afkeer van bloed bracht hem ertoe zich te specialiseren in oogheelkunde, een medisch vakgebied met niet al te veel aanzien. Bashars oudere broer, Basil, diende in het Syrische leger, reed in snelle auto’s en zat achter de vrouwen aan. Bashar was juist ‘ijverig, punctueel, ging elke dag naar de universiteit en vermeed uitspattingen’, aldus Wafic Said, een rijke Syrische expat die de familie kent. Hij luisterde naar Phil Collins en Electric Light Orchestra, dronk groene thee en bewoog zich op de fiets door de stad. In tegenstelling tot zijn vader, die zijn boerse tongval nooit zou kwijtraken, eigende Bashar zich het verfijnde, zangerige accent van de Damasceense elite toe.

Hij was wel gevoelig voor vrouwelijk schoon en ging vaak uit met de gemanicuurde afdankertjes van zijn broer. De keuze van een vrouw mocht hij echter niet helemaal zelf bepalen. Toen Basil in 1994 omkwam bij een auto-ongeluk, rustte het lot van de Assad-dynastie plotseling op de schouders van Bashar. Die was nog ongetrouwd toen zijn vader in juni 2000 overleed. Twee maanden later bezorgden schijnverkiezingen hem het presidentschap.

Bij terugkeer vertelde ze haar werkgever dat een onstuimige Syriër haar had veroverd

Op dat moment werkte Asma al twee jaar bij J.P. Morgan. Maar ineens verdween ze en bleef drie weken lang weg, zonder kennisgeving. Bij terugkeer vertelde ze haar werkgever dat een onstuimige Syriër haar had veroverd. Hij had haar meegenomen naar Libië, waar hij hun verbintenis bezegelde in een tent in de Sahara. Asma koos voor de liefde en nam onmiddellijk ontslag.

Buiten het Sheraton is Syrië een ingewikkelde plek. De bergen en woestijnen herbergen een lappendeken aan etnische en religieuze groepen, waarvan de meeste elkaar wel eens hebben dwarsgezeten. De Fransen maakten het land buit op de Ottomanen, hun bestuur tussen de wereldoorlogen was kort en omstreden. De eerste jaren van Syriës onafhankelijkheid verliepen echter ook verre van rimpelloos. Er woedde er een continue onderlinge strijd, de staatsgrepen volgden elkaar in rap tempo op.

Aan deze woelingen kwam in 1970 een einde met de komst van Hafez al-Assad, een onbuigzame luchtmachtofficier van de regerende Baath-partij. Tijdens zijn schrikbewind onderhielden veiligheidsdiensten informantennetwerken, luisterden ze telefoons af en martelden ze mensen in het wilde weg. Toen soennitische islamistische dissidenten in 1982 in hun bolwerk Hama de Baath-heerschappij tartten, maakte Hafez een deel van de stad met de grond gelijk.

Bashar en Asma al-Assad te gast in Parijs bij de Quatorze Juillet-parade in 2008. – © Pool Benaninous / Getty Images

Hafez was al dood tegen de tijd dat Asma eind 2000 naar Damascus verhuisde, maar zijn nalatenschap was alomtegenwoordig: van architectuur in Sovjetstijl tot uithangborden met zijn beeltenis die zijn lof prezen. Zijn steun aan terroristische organisaties in de regio had Syrië van het Westen vervreemd. De opkomst van Bashar bood een kans de betrekkingen te herstellen.

In zijn inaugurele rede beloofde Bashar de corruptie te bestrijden en eerlijke meerpartijenverkiezingen toe te staan. Kort daarna sloot hij een van de grootste gevangenissen van het land. In de cafés van Damascus begon men voorzichtig over politiek te praten.

Asma leek in deze periode van dooi een zeer geschikte partner voor de nieuwe Syrische leider. Koningin Rania van Jordanië, Sheikha Moza van Qatar, zelfs prinses Diana in Groot-Brittannië hadden stuk voor stuk laten zien hoe een door glamour omgloorde first lady een drijvende kracht achter hervormingen kon zijn. Dankzij de dominante positie van de seculiere Baath-partij, waren openbare functies toegankelijker voor vrouwen dan in de meeste Arabische landen. ‘Ik verwachtte dat deze twee Syrië samen tot een hemel aarde zouden maken,’ zegt Wafic Said, de eerder vermelde Syrische expat.

Net als veel vrouwen die haar voorgingen, moest Asma wel rekening houden met haar schoonfamilie. Bashars moeder Anisa had gewild dat haar zoon binnen de clan was getrouwd teneinde een duurzame dynastie, zoals die van de Saoeds in Saoedi-Arabië, te creëren. Sommige familieleden vonden zelfs dat Bashar het presidentschap moest opgeven omdat hij met een soennitische was getrouwd.

Bashars moeder stond erop de titel ‘First Lady’ te behouden

Het lukte de moeder van Bashar niet het huwelijk af te wenden, dus besloot ze het te verdonkeremanen. Er kwamen geen nieuwsbulletins over de bruiloft. Officiële foto’s werden nooit vrijgegeven. Asma kreeg herhaaldelijk te horen dat het haar taak was om erfgenamen voort te brengen en uit het nieuws te blijven. Bashars moeder stond erop de titel ‘First Lady’ te behouden; staatsmedia noemden Asma akilatu alrais, de echtgenote van de president. Niemand die haar op straat herkende. Het huiselijk leven ging bepaald niet over rozen. ‘Ze haatten haar,’ aldus Ayman Abdel Nour, destijds adviseur van Bashar. Asma sprak nog geen vloeiend Arabisch. 

Tijdens etentjes maakte de familie er een punt van om in onverstaanbaar Alawitisch dialect te converseren. De rest van de heersende elite was ook niet toeschietelijk. Met name de voormalige bondgenoten van zijn vader dwarsboomden de hervormingen van Bashar. ‘Hafez al-Assad was een octopus die zijn tentakels aanstuurde,’ zegt een aan het regime gelieerde zakenman. 

Masker

Binnen enkele maanden werd duidelijk dat Bashars beloften van hervormingen weinig om het lijf hadden en vooral waren bedoeld om steun voor zijn opvolging te verwerven. ‘Bashar vertelde je precies wat je wilde horen en deed vervolgens helemaal niets,’ zegt Wafic Said. Al snel viel het masker. Academici belandden in de cel. De affiches van Bashar kregen nog grotere afmetingen dan die van zijn vader. Het recht op openbare vergaderingen werd dermate ingeperkt dat paren een overheidsvergunning nodig hadden om een bruiloft in een hotel te houden.

Herhaaldelijk werd de hoop op verandering in Syrië getorpedeerd. Na de aanslagen van 11 september 2001 gaf Bashar de Amerikanen de middelen om terreurverdachten te ondervragen. ‘Democratie verspreiden’ was destijds evenwel het credo van de regering-Bush, en Syrië kon wel eens het volgende doelwit van dit voornemen zijn. De ontwikkelingen in Irak brachten het Syrische regime ertoe het roer weer om te gooien. Bashar stuurde jihadisten van eigen bodem de grens over om de Iraakse opstand tegen de Amerikanen te steunen.

Terwijl hij zijn machtspositie versterkte, vervulde Asma plichtsgetrouw de rol van fokmerrie. Ze kreeg snel achter elkaar drie kinderen, van wie twee zonen. Nog steeds kleedde ze zich als een ingetogen bankemployé. De enige keren dat ze de krantenkoppen haalde, was tijdens buitenlandse reizen. En zelfs dan werd de woede van haar schoonfamilie gewekt.

Onmenselijkheid

De onmenselijkheid binnen de familie werd geëvenaard door wreedheid erbuiten. Op 14 februari 2005 kwam een van de meest prominente politici van Libanon, Rafik Hariri, om het leven door een aanslag met een autobom. Syrië hield zijn kleine, disfunctionele buurman al jaren onder de duim en velen gingen ervan uit dat Bashar de opdracht had gegeven. Onder druk van mogelijke internationale sancties en massale demonstraties in Libanon, haalde Bashar bakzeil. Na dertig jaar bezetting trok hij zijn troepen terug uit Libanon – tot woede van de Syrische hardliners. Meer dan ooit had Bashar bondgenoten nodig: zijn Britse vrouw zou westerse regeringen gunstig kunnen stemmen. Hij beloofde Asma dat hij haar schoonfamilie het zwijgen zou opleggen en stemde ermee in haar tot ‘First Lady’ te promoveren.

Twee maanden na de moord op Hariri stond zij aan de zijde van haar man bij de begrafenis van paus Johannes Paulus II. Weinigen wilden zijn hand schudden, maar Asma, discreet aantrekkelijk in haar zwartkanten sluier, viel wél in de smaak. Op foto’s is te zien hoe zij zich met wereldleiders onderhoudt. Dit was een beslissend moment voor het paar. Tot dan was Asma, de indringer, naar het tweede plan verbannen. Nu ging ze een centrale rol spelen in de internationale rehabilitatie van Bashar. ‘Ze was zijn ambassadeur in alle landen waar hij niet graag gezien werd,’ zegt Abdel Nour, de voormalige adviseur van Bashar.

In interviews met westerse media stelde ze Bashar in de schaduw. Zij zou het niet in haar hoofd halen joden ‘moordenaars van Christus’ te noemen, zoals hij had gedaan in een poging christenen aan zich te binden. Ook thuis retoucheerde Asma het imago van het stel. De Assads gingen voortaan prat op hun bescheidenheid. Ze meden het gigantische, met marmer beklede paleis dat de Saoedi’s voor de Assads hadden laten bouwen, en kozen voor een soberder onderkomen van drie verdiepingen. Asma haalde haar kinderen elke dag op van de plaatselijke Montessorischool. Toen Wafic Said bij hen thuis dineerde, was hij verbaasd over het gebrek aan pracht en praal. Het echtpaar diende het eten zelf op.

‘Ze wilde van Damascus een regionaal Dubai maken, een belastingparadijs’

Niettegenstaande deze soberheid gaf Asma met hulp van een nieuwe kapper haar uiterlijk en uitstraling een stevige oppepper. Haar naaldhakken en oorbellen kregen er een paar centimeter bij, haar nagels waren verzorgd en gelakt. Hoewel zij noch Bashar een trouwring droeg, sierden koninklijke agaten haar hals. Het grondpersoneel van Syrian Airlines in Londen herinnert zich de aanvoer van talloze kisten met kleding uit de beste Londense warenhuizen.

Syrische diplomaten noemden haar Imelda Marcos, naar de Filipijnse first lady met een schoenenverslaving. Het charmeoffensief wierp vruchten af. Slechts enkele maanden na de moord op Hariri opperde The New York Times dat het paar ‘de essentie van seculiere West-Arabische fusion’ belichaamde. ‘Ik was betoverd,’ zegt een Syrische diplomaat die nu in ballingschap is en destijds een Europese rondreis voor hen organiseerde. ‘Ze pakt je onmiddellijk in met haar lieftalligheid. En hij is anders dan andere dictators in het Midden-Oosten, ziet er modern en verfijnd uit. Dat maakt hem zo gevaarlijk.’

Asma’s volgende project was Syrië zelf. Na decennia van centrale planning en importbeperkingen wilde ze een frisse wind door het land laten waaien. Ze begoochelde haar man met financieel jargon en drong er bij de banksector op aan zich open te stellen voor particuliere en buitenlandse bedrijven. ‘Ze wilde van Damascus een regionaal Dubai maken, een belastingparadijs,’ vertelt een Syrische econoom.

Economische hervormingen strookten echter niet met de belangen van een aantal machtige Syriërs. Om de zakelijke cultuur te veranderen, moest Asma het opnemen tegen Rami Makhlouf, neef van Bashar en lid van de aristocratische clan van diens moeder. Volgens sommige schattingen hadden de bedrijven van Makhlouf meer dan de helft van de Syrische economie in handen. Asma tartte zijn suprematie in 2007 door haar eigen holdingmaatschappij op te richten, maar slaagde er niet in genoeg Syrische zakelijke zwaargewichten aan haar kant te krijgen. Haar plannen voor de Syrische economie moesten in de ijskast.

Asma vond al snel een nieuwe manier om haar invloed uit te breiden. Al vroeg in haar huwelijk had ze zich met liefdadigheid beziggehouden. Nu probeerde ze haar projecten in één organisatie, de Syria Trust for Development, samen te brengen. Ze wilde van deze trust de voornaamste trait d’union van Syrië  met de rest van de wereld maken. Met dat doel ging ze koortsachtig werven onder Engelstalige Syriërs in het buitenland, voormalige functionarissen van de Verenigde Naties en strategen van het Amerikaanse managementadviesbureau Monitor Group. ‘De trust mocht met buitenlanders omgaan, terwijl andere organisaties daar geen toestemming voor hadden,’ zegt een diplomaat die in Damascus werkte.

Met zijn ruige landschap en archeologische rijkdommen behoorde Syrië een toeristische trekpleister te zijn, vond Asma. Ze wierf curatoren van het Louvre en het British Museum en liet die op het centrum van Damascus los. Een cementfabriek zou een galerie worden, naar het voorbeeld van het Londense Tate Modern. De oevers van een smoezelige rivier door de stad moesten in een cultureel park worden omgetoverd. Er zou een spoorlijn komen om Damascus te verbinden met de oude Assyrische steden in het onderontwikkelde noordoosten.

Prinsessengedrag

De meeste westerse diplomaten in Damascus steunden de trust van Asma van harte. Ze wist de Europese Unie, de VN, de Wereldbank en Qatar voor zich te winnen, en vergaarde miljoenen dollars voor de financiering van haar visie. Krantenartikelen bejubelden de ‘culturele renaissance’ van Damascus, zoals Asma die noemde. ‘Dit is hoe je extremisme bestrijdt: met kunst,’ zei Bashar.

Haar collega’s zagen ook een andere kant van haar. Op goede dagen was ze ‘enorm nieuwsgierig’ en ‘uitermate behulpzaam’, aldus een oud-medewerker. Maar een andere adviseur bewaart wat minder prettige herinneringen aan haar ‘prinsessengedrag’, haar geschreeuw, en hoe ze zich op anderen afreageerde. Hij nam na acht maanden ontslag: ‘Ze is een control freak, een eng mens.’

Asma werd geportretteerd als ‘een roos in de woestijn’, die vastbesloten was om van Syrië een ‘merk’ te maken

Maar ze was ook effectief. ‘Het was opvallend hoe vaak ze zei: Ik zou willen dat er dit of dat gebeurde, en het dan ook gebeurde,’ aldus iemand die zes jaar voor haar in Damascus werkte. Haar personeel hield zich aan het straffe schema waaraan ze bij J.P. Morgan gewend was geraakt: het kantoor ging om zes uur ’s ochtends open en het werk ging tot in de late uren door. Ambtenaren wisten dat ze Asma beter konden raadplegen dan de minister van Cultuur als het om belangrijke kwesties ging.

Asma huurde Britse en Amerikaanse pr-firma’s in om haar imago op te poetsen. Die vlogen parlementariërs van over de hele wereld in om haar goede werken te bewonderen. Allerlei beroemdheden kwamen naar Damascus, onder wie Angelina Jolie en Brad Pitt, Sting en Damon Albarn van Blur. De grootmoefti nodigde Syrische joden uit die decennia eerder voor vervolging waren gevlucht. Brown Lloyd James, een Amerikaans pr-bedrijf, regelde in maart 2011 een coverstory in Vogue, waarin Asma werd geportretteerd als ‘een roos in de woestijn’, die vastbesloten was om van Syrië een ‘merk’ te maken. 

Onbenullen

De trust had beperkte bevoegdheden. ‘Wat met de moskee, religie en politiek te maken had lieten we ongemoeid,’ zegt een medewerker. Dergelijke grenzen waren wel moeilijk te bewaken. Opvoeders reisden door Syrië met een grote opblaasbare iglo die bedoeld was als ‘vertelruimte’, gebouwd met de hulp van een voormalig directeur van het Science Museum in Londen. Het was de bedoeling dat alleen onomstreden kwesties aan de orde zouden komen, zoals het recht van een kind op schone lucht. Er werden echter ook misstanden van het regime aangekaart.

‘Een jongen zei dat hij een verhaal had over mensenrechten en vertelde hoe hij werd gearresteerd, uitgekleed en op een fles moest gaan zitten,’ aldus een organisator. De buitenlandse consultants van de trust woonden in een vergulde bubbel in Damascus: ze bestelden sushi via roomservice, streken hoge salarissen op, en kletsten ondertussen over vermogensopbouw. ‘Veel dorpen hadden geen goede riolering of elektriciteit en dan verscheen zij daar met haar adviseurs en vertelde ze over ondernemerschap, het maatschappelijk middenveld, duurzame ontwikkeling en kaas maken,’ zegt Samir Aita, een adviseur van het ministerie van Financiën. ‘Asma dacht dat de Syria Trust alles voor elkaar kon krijgen, maar het waren gewoon onbenullen die arme boeren in het Engels toespraken.’

Binnen de trust zelf rees het vermoeden dat de organisatie slechts een voertuig was voor Asma’s zelfverheerlijking. Adviseurs moesten haar aanspreken met ‘excellentie’ en opstaan als ze een vertrek betrad. Onder hen die garen sponnen bij Asma’s opkomst was haar eigen vader, Fawaz Akhras. Kort nadat Asma met Bashar getrouwd was, richtte hij de British-Syrian Society op, een organisatie in Londen die politieke en financiële steun voor Syrië wierf. Hij coördineerde de activiteiten van de vereniging met de club van Asma en trok tal van rijke Syriërs aan. Akhras was openhartig over zijn nauwe banden met de macht: zijn favoriete aanhef van een toespraak was: ‘Als schoonvader van de president…’ 

‘Vergeleken met hem was de Syrische ambassadeur een loopjongen,’ zegt Yahya al-Aridi, die voor de Syrische regering de communicatie verzorgde in Londen. Asma’s rijzende ster kwam ook het internationale profiel van Syrië ten goede. Amerikaanse functionarissen bezochten Damascus weer, zeker na Obama’s presidentsverkiezing in 2008. Het gerucht deed de ronde dat er een uitnodiging voor Washington ophanden was. De Fransen waren haar nog gunstiger gezind. Paparazzi volgden de Assads op de voet toen ze Parijs bezochten. ‘Zij verspreidt licht in een land vol schaduwen,’ schreef Paris Match over Asma.

Op 10 december 2010 sprak ze de verzamelde Franse elite toe op de Internationale Diplomatieke Academie, een denktank in Parijs. Ze repte over de ‘verandering die gaande is in mijn land’. Een paar dagen later stak een Tunesische groenteverkoper zichzelf in brand en ontketende daarmee opstanden in Noord-Afrika en het Midden-Oosten die spoedig de Arabische Lente werden genoemd. *Snel zou blijken dat de Assads niet genoeg hadden aan soft power en naaldhakken om die lente te kunnen overleven.

De eerste twee maanden van 2011 heerste er opwinding in het Midden-Oosten. Na decennia van stagnatie en onderdrukking werd het overspoeld door demonstraties, van Tunesië tot Libië, Algerije tot Bahrein, Jordanië tot Jemen. Massaprotesten in Caïro brachten het bewind van Hosni Moebarak, dictator van Egypte gedurende bijna dertig jaar, ten val. Het tij van de revolutie leek niet te keren. Veel Syriërs lieten zich meeslepen door wat ze zagen, maar angst weerhield de meesten van hen de straat op te gaan. Toen, op een februariavond in het saaie plattelandsstadje Deraa ten zuiden van Damascus, spoot een groep schoolkinderen graffiti op een muur met de tekst: ‘Nu is het jouw beurt, dokter.’

Adviseurs moesten haar aanspreken met ‘excellentie’

De plaatselijke veiligheidschef was een neef van Bashar – een misdadiger, zelfs naar de maatstaven van de Syrische geheime diensten. Zijn mannen pakten de kinderen op en martelden ze. Grote groepen mensen verzamelden zich buiten de moskeeën van Deraa en eisten waardigheid en vrijheid. Troepen openden het vuur.

Aanvankelijk was het niet duidelijk – zelfs niet voor Asma, zo lijkt het – hoe Bashar zou reageren. Een generaal gaf hem de raad de plaatselijke veiligheidschef gevangen te zetten en excuses aan te bieden voor het bloedvergieten in Deraa. De grotere steden in Syrië waren nog steeds rustig, dus zouden publiek berouw en nieuwe hervormingsbeloften mogelijk volstaan om de situatie in de hand te houden.

In Washington hielp de ambassadeur van Syrië Bashar bij het opstellen van een toespraak waarin hij deze hervormingen aankondigde. Ook Asma leek een sussende boodschap aan het volk te verwachten. Toen de Arabische lente in een stroomversnelling kwam, zei ze dat het regime wist dat het moest veranderen. Volgens een voormalige medewerker probeerde ze met de oppositie te praten.

‘Toen ik met Bashar kennismaakte, sprak hij over hervormingen. Het was verschrikkelijk om te ontdekken dat het een schijnvertoning was’

Op 30 maart sprak Bashar het grotendeels ceremoniële parlement van Syrië toe. ‘Syrië moet een grote samenzwering het hoofd bieden,’ verklaarde hij tot veler verrassing. Hij bestempelde beelden van veiligheidstroepen die demonstranten neerschoten tot nep. Hij wees de oproepen tot hervorming af en zei dat ze een dekmantel vormden voor een niet nader gespecificeerd buitenlands complot.

‘Hier sprak het oude regime,’ zegt een van Asma’s bestuursleden, die Syrië direct na de toespraak verliet. ‘Er was geen enkel woord van verzoening, geen erkenning dat er veel dingen anders konden. Toen ik met Bashar kennismaakte, sprak hij over hervormingen. Het was verschrikkelijk om te ontdekken dat het een schijnvertoning was.’

Na de toespraak groeiden de demonstraties wekelijks in aantal en omvang. Zeker na het vrijdaggebed namen ze massale vormen aan. Zo begon een escalerende cyclus van begrafenissen, protesten en geweld. Binnen een maand stuurde het regime eerst boeventuig op de bevolking af, daarna kwamen de sluipschutters en ten slotte werd er zwaar geschut ingezet.

De invloed van Syrische generaals, hoofden van inlichtingendiensten en van de Baath-partij was de afgelopen tien jaar afgenomen. Dit was hun moment van vergelding. Anisa, de moeder van Bashar, drong ook aan op een ferme reactie. Wat zou je vader hebben gedaan, schamperde ze tegen Bashar. De opstand tegen diens bewind in 1982 had hij op uiterst brute wijze de kop ingedrukt. Een voormalige Franse ambassadeur in Damascus zegt dat Bashar rond deze tijd op de volgende uitspraak werd betrapt: ‘Mijn vader had gelijk. Duizenden doden in Hama hebben ons drie decennia stabiliteit opgeleverd.’

Ziektekiemen

Terwijl Syrië in chaos verviel, stortten Asma’s luchtkastelen in. Een gala ter gelegenheid van de herlancering van het nationaal museum werd afgelast. Haar culturele vernieuwingsprojecten kwamen niet van de grond. Na zeven jaar planning bleef het Museum of Discovery, naar het voorbeeld van het Science Museum in Londen, een betonnen omhulsel. De financiering droogde op en adviseurs verlieten het land. Ze verwijderden de Syria Trust uit hun bestanden. De meest prominente westerse bezoekers waren paria’s als Nick Griffin, toenmalig hoofd van de extreemrechtse British National Party. Wafic Said zegt dat hij Bashar destijds op het hart drukte een gematigde koers te volgen. ‘Ze houden van jou en je vrouw, je bent geen Moebarak,’ hield hij hem voor. ‘Mis deze kans niet om de grootste leider in de Arabische wereld te worden. Geef ze gewoon wat rechten, een beetje waardigheid en je zult voor de rest van je leven worden bemind.’ Maar Bashars koers lag vast. In een tweede toespraak, in juni, vergeleek hij demonstranten met ‘ziektekiemen’. Syrië stond aan de vooravond van een duister hoofdstuk in zijn geschiedenis.

In februari 2012, een jaar nadat de Arabische Lente was uitgebroken, richtte de Vierde Pantserdivisie van Syrië onder bevel van Maher, de jongere broer van Bashar, haar artillerie op Homs, in het westen van Syrië. Asma’s ouders waren opgegroeid in de stad; nu waren de protesten daar tot een gewapende opstand uitgegroeid. Soldaten liepen over naar de rebellen. In het hele land waren al zo’n zevenduizend burgers omgekomen.

Sinds het begin van de protesten was Asma nauwelijks in het openbaar verschenen, wat aanleiding gaf tot geruchten. Was ze een gevangene van de omstandigheden of steunde ze de acties van haar man? Misschien was ze wel naar het buitenland gevlucht. Mensen die in de begindagen van de crisis vertrouwelijk met haar spraken, zeggen dat ze strikt vasthield aan de officiële lijn: de opstand was een buitenlandse samenzwering. 

In theorie had Asma naar Londen kunnen gaan. Er werd haar een veilige doortocht aangeboden. De Britse regering verklaarde herhaaldelijk dat ze haar als Brits staatsburger de toegang tot het land niet kon ontzeggen. Maar ook in Londen was de sfeer weinig uitnodigend. Demonstranten smeerden rode verf op de deur van haar ouderlijk huis in Acton. Queen’s College schrapte haar naam van de lijst eervolle alumni.

Om sancties te vermijden liet ze haar kapper inkopen doen

Er werd gefluisterd dat Asma de wijk had genomen. Een toenmalige functionaris van de Syrische ambassade in Londen herinnert zich dat veiligheidsfunctionarissen zich voorbereidden om eind 2011 een VIP te ontvangen. Anderen zeggen dat ze op weg naar de luchthaven van Damascus werd tegengehouden door handlangers van het regime. Maandenlang gaf Asma geen interviews. Vroegere vrienden vonden dat ze er in januari 2012, tijdens een zeldzaam openbaar bezoek aan een pro-regeringsbijeenkomst, uitgemergeld uitzag. Op zeker moment verhuisden zij en haar kinderen naar het zomerpaleis van de familie aan de kust, ver van beschietingen en traangas.

Nu ze het zonder openbare functie moest stellen, concentreerde Asma zich op een opknapbeurt van haar huis. In het eerste jaar van de opstand plaatste ze een advertentie voor een tuinman en gaf ze 250.000 Britse ponden uit aan meubels. Om sancties te omzeilen stuurde ze haar kapper naar Dubai om boodschappen te doen en gebruikte ze een schuilnaam voor haar bestellingen bij Harrods. Een contact van de Assad-familie in Londen handelde haar verzoeken voor kroonluchters af. Asma’s koopwoede kwam aan het licht aan de hand van duizenden e-mails van Assads intimi, die in 2012 door activisten van de Syrische oppositie naar The Guardian werden gelekt. Ook WikiLeaks deed een duit in het zakje. De berichten wekken de indruk dat Asma in dubio verkeerde.

In december 2011 had ze een e-mail-uitwisseling met de dochter van de toenmalige emir van Qatar, die een vriendin van haar was totdat de Qatari’s zich achter de Syrische rebellen schaarden. De prinses hield Asma voor dat het ‘niet te laat was om zich te bezinnen en die staat van ontkenning af te schudden’. Asma’s antwoord was opvallend dubbelzinnig: ‘Het leven is niet eerlijk, meisje – maar uiteindelijk is er een realiteit waar we geen van allen omheen kunnen.’ Ze leek te suggereren dat er krachten waren die haar dwongen te blijven.

De e-mails boden ook een inkijkje in het huwelijk van de Assads. Velen menen dat de verbintenis vooral gericht was op veiligstelling van de belangen beider families. Bashar stond bekend als schuinsmarcheerder. Dat bleek ook uit eveneens gelekte aanhankelijke mails van jonge vrouwelijke assistenten. Toch toonden Bashar en Asma genegenheid voor elkaar. Op 28 december 2011, toen tanks de geboorteplaats van haar familie – Homs – beschoten, schreef Asma haar echtgenoot: ‘Als we samen sterk zijn, komen we dit ook samen te boven … ik hou van je.’ Het is onduidelijk of wat ze ‘te boven moesten komen’, betrekking had op Syrië of op hun huwelijk.

Een paar dagen later, toen ze haar batta (‘eend’ in het Arabisch, en haar koosnaam voor haar man) mailde, reageerde hij met een hartje. In februari 2012 leek Bashar zich op verdekte wijze te verontschuldigen voor zijn gescharrel door haar een country-and-western liedje te sturen met de tekst: ‘I’ve made a mess of me / The person that I’ve been lately / Ain’t who I wanna be.’ Niet veel later gaf Asma haar eerste officiële verklaring af sinds het begin van de opstand: ‘De president is de president van heel Syrië, niet de leider van een Syrische factie, en de First Lady steunt hem in deze rol.’

Als men dissidenten mag geloven maakte Asma’s verzoening met haar echtgenoot deel uit van haar pogingen terug te keren in het openbare leven. Voortaan zou ze een volwaardige partner van het staatshoofd zijn. In de zomer van 2012 vluchtte de zus van Bashar, Bushra, naar Dubai nadat haar man was omgekomen bij een bomaanslag. De rebellen eisten de verantwoordelijkheid op, maar ze leken helemaal niet in staat tot een dergelijke actie. Bushra en haar echtgenoot behoorden tot de grootste vertolkers van anti-Asma-sentiment in intieme kring. Velen gingen ervan uit dat de moord een inside job was.

Zenuwgas

Het jaar daarop verbeterden de vooruitzichten van Bashar. Hij bracht de opmars van de rebellen tot staan en joeg ze uit hun bolwerk in Homs. Antiregeringstroepen controleerden nog steeds enkele buitenwijken van Damascus en bestookten het stadscentrum met granaten, maar waren niet in staat de Assads omver te werpen.

Naarmate de oorlog voortduurde, werd Bashar meedogenlozer. Een westerse diplomaat herinnert zich de langzame escalatie van geweld – het gebruik van artillerie tegen burgers, de luchtaanvallen en tenslotte vaatbommen. ‘Ze deden iets één keer, en dan was er verontwaardiging, maar niet zo veel dat er internationale interventie dreigde,’ zei de diplomaat. ‘Dus breidden ze het uit, en werd dat het nieuwe normaal.’

De internationale veroordeling van de misdaden van Bashar zwol aan, maar de langzame wurging van Syrië in plaats van een grootscheeps offensief zorgde ervoor dat er geen interventie kwam. Op 21 augustus 2013 verschenen er nieuwe beelden van mensen in de door rebellen bezette buitenwijken van Damascus met schuimende bellen bij hun neus en mond en schokkende ledematen. Honderden stierven aan vergiftiging door sarin, een zenuwgas, zo bleek uit een VN-onderzoek. Het was de ergste aanval met chemische wapens sinds de gifgasaanval van Saddam Hoessein in 1988 op het Koerdische stadje Halabja, die aan zo’n vijfduizend mensen het leven kostte. De volgende dag, terwijl de wereld nog bezig was de beelden te verwerken, werd op Facebook een uitgebreide fotoreportage gepubliceerd van officiële activiteiten van de First Lady. Op een foto was zij te zien met haar man, zetelend in een zee van bloemen op een balkon. Het onderschrift luidde: ‘Liefde is een land dat wordt geleid door een leeuw die korte metten maak met samenzweringen, en een First Lady die haar vaderland is toegewijd.’ 

Nieuwe Asma

De vernietiging van Syrië in de daaropvolgende jaren valt moeilijk te becijferen. In 2014 benutte de soennitische terreurbeweging Islamitische Staat de chaos om een zogenaamd kalifaat in Syrië en Irak te stichten. Die vormde een ernstige bedreiging voor de troepen van Bashar, maar verzwakte ook de steun voor zijn oppositie en legitimeerde Iraanse en Russische steun. Hoewel Bashar Aleppo als laatste van de grote steden in 2016 heroverde, bleef hij met bommen gooien: bijna de helft van de Syrische steden kwam in puin te liggen. De VN stopten in 2016 met het tellen van doden: dat waren er al bijna een half miljoen. Ruim 10 miljoen Syriërs werden vluchteling. 

De nieuwe realiteit van Syrië vereiste een nieuwe Asma. De hakjes, de manicures, de powerjackets en de sieraden verdwenen. Ervoor in de plaats kwamen platte schoenen, T-shirts en broeken, die haar dunne armen en breekbare gestalte aan het licht brachten. 

Bashar al-Assad en zijn vrouw Asma op bezoek bij soldaten ergens in Syrië in 2020. Op de achterste rij hun kinderen. – © ANP / Abacapress

In 2018 werd er bij Asma borstkanker vastgesteld. De ziekte weerhield haar er niet van om zorgvuldig toe te zien op haar publieke imago en ervoor te zorgen dat iedereen wist dat ze in Syrië was gebleven voor haar behandeling. Van haar strijd brachten de presidentiële sociale mediakanalen en staatsmedia gedetailleerd verslag uit. Ze werd zelfs gefilmd terwijl ze de operatiekamer in werd gereden. Toen haar haar uitviel werd ze gefotografeerd met chique hoofddoeken die zowel van kwetsbaarheid als kracht getuigden, een onweerstaanbare metafoor voor de strijd van haar man tegen de opstand. ‘Gefeliciteerd met uw overwinning op kanker,’ stak een tv-interviewer van wal. ‘Dank u,’ antwoordde Asma. ‘Ik hoop dat we binnenkort ook de overwinning van Syrië kunnen vieren.’ Nog voor haar volledige herstel toonden regeringsgezinde media hoe Asma deelde in het verdriet van Syrië. 

Vergezeld van cameraploegen klopte ze op deuren in verarmde bergdorpen, omhelsde de verraste moeders van martelaren en stopte hen wat toe. Ze werkte zo hard aan haar Arabisch dat zelfs Syriërs geen Engels accent meer ontwaarden. Westerse media stond ze niet meer te woord, ze accepteerde alleen nog verzoeken van Russische en lokale zenders. 

Het inkomen van haar liefdadigheidsinstelling, de Syria Trust, droogde op nadat de EU in 2012 sancties had opgelegd. Nu stroomde er internationale humanitaire hulp binnen om Syriërs te ondersteunen die door de oorlog alles kwijt waren geraakt. Veel van dat geld kwam al snel bij Asma terecht. Voor VN-agentschappen die hulp wilden bieden aan door het regime gecontroleerde gebieden, was de trust een onschatbare gesprekspartner: het Engelssprekende personeel was vertrouwd met internationale regel-geving. Asma kon deuren en checkpoints openen. In 2017 werd er meer VN-geld via de trust gesluisd dan via veruit de meeste andere Syrische organisaties. Zelfs VN-veteranen waren geschokt door de mate waarin hun organisatie zich inliet met Syrische overheidsinstanties. 

Van 2016 tot en met 2019 ontving de Syria Trust elk jaar steeds méér geld van VN-agentschappen (de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR alleen al schonk 6,5 miljoen dollar in de eerste vijf maanden van 2018). De trust telde tegen 2020 bijna vijftienhonderd medewerkers, een vertienvoudiging in tien jaar tijd, en vijfduizend vrijwilligers. Als hoofd van de Syria Trust verwierf Asma meer dan alleen rijkdom. Ze schiep een uitgebreid patronagenetwerk, waartoe ook Syrische krijgsheren behoorden. Naar verluidt betuigden mensen hun dankbaarheid voor haar bescherming en welwillendheid door geldkoffers af te leveren bij organisaties waarmee ze banden had. Asma profiteerde ook nog op directere wijze van de oorlogseconomie. Een bedrijf waaraan ze gelieerd was sleepte een overheidscontract voor het beheer van smartcardbetalingen binnen. Ze lanceerde ook een distributiebedrijf van mobiele telefoons, Emmatel geheten (als kind werd ze Emma genoemd). Het kwam op naam te staan van Khodr Ali Taher, ‘Asma’s façade voor alles’, volgens een zakenman. 

Syriatel

Asma is volgens een Europese Assad-lobbyist Bashars ‘belangrijkste economische adviseur’ geworden. In 2019 zetten de Russen hem onder druk om leningen terug te betalen, en verscherpte Amerika de sancties. De Syrische regering had dringend geld nodig en de Assads zochten een doelwit. In de loop van tientallen jaren had Rami Makhlouf, de neef van Bashar, zijn connecties met de heersende familie gebruikt om een zakelijk imperium op te bouwen, met importmonopolies en smokkelroutes. Een van zijn troeven was Syriatel, de belangrijkste gsm-aanbieder. Op papier was Makhlouf een succesvol zakenman, in de praktijk trad hij op als overheidspotentaat. Beweerd werd dat hij met één telefoontje een minister kon ontslaan.

Sinds Anisa – Bashars moeder – dood was, had Makhlouf zijn beschermer verloren. De Syria Trust nam de liefdadigheidsinstelling over die hij had gebruikt om gunsten te winnen in gebieden waar veel Alawieten wonen. De regering stelde Syriatel onder curatele. De bankrekeningen van Makhlouf werden bevroren en relaties van Asma werden aangesteld in de raden van bestuur van zijn ondernemingen. De fusies en overnames van Asma gaan in hoog tempo door. Het op een na grootste gsm-bedrijf van Syrië is ook onder curatele gesteld; vorige maand werden Asma’s trawanten in het bestuur benoemd. Emmatel heeft nu vestigingen in het hele land, zelfs in gebieden die haar man niet controleert. 

Vlak na de gifgasaanval zitten ze samen in een bloemenzee op een balkon

Hoe het ook zij: Asma kan niet meer worden verweten dat ze niet begrijpt hoe Syrië werkt. In het naoorlogse Syrië heeft Asma de touwtjes in handen*. In Homs zijn portretten van haar te zien die hele woonblokken beslaan. Ministers hebben ervoor gekozen haar beeltenis naast die van Bashar in hun kantoren te tonen. Zo ver had nog geen enkele Syrische First Lady het geschopt. Nu Makhlouf op een zijspoor is gezet en de zus en moeder van Bashar er niet meer zijn, heeft Asma nog maar weinig rivalen van enige statuur in intieme kring. Veel van haar naaste adviseurs vervullen topfuncties in het kantoor van de president.

Zowel in Damascus als in buitenlandse hoofdsteden speculeren Syriërs er openlijk over of ze het hoogste ambt nastreeft. Als de positie van Bashar onhoudbaar wordt, zou een presidentschap van Asma dan een zoethoudertje kunnen zijn voor de soennitische meerderheid? ‘Bashar en Asma denken er allebei over na,’ zegt een voormalige Syrische diplomaat. ‘Ze zou dolgraag president willen worden en beiden beschouwen het als een revolutionaire oplossing om het regime te redden.’

Ooit zou Groot-Brittannië Asma’s ambities wellicht hebben gesteund, en haar dankbaar hebben toegevoegd aan de reeks leiders uit het Midden-Oosten met Britse banden. Hoewel de Britse regering de Assads luidkeels heeft aangeklaagd, is het staatsburgerschap van Asma nooit ingetrokken – in tegenstelling tot dat van Shamima Begum, die in 2015 als tiener vanuit Oost-Londen naar Syrië reisde om zich bij Islamitische Staat aan te sluiten. Alawitische hardliners zien waarschijnlijk niets in Asma’s presidentschap. Ze is sterker, maar ook kwetsbaarder dan ooit. Alleen al praten over presidentiële ambities kan gevaarlijk voor haar zijn. De jacht op de hoogste prijs zou het meisje uit West-Londen wel eens de kop kunnen kosten. ‘Ik maak me zorgen om haar,’ zegt vriend van de familie Wafic Said. Maar Asma weet al heel lang dat er geen weg terug meer is. 

Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.