Italiaanse zelfspot, een nationale sport

Le Monde/Presseurop  | 23 August 2012 - 07:2223 Aug - 07:22

Van de ‘commedia dell’arte’ tot de cartoonist Altan, de Italianen zijn meester in het maken van wrange grappen. In dit tweede deel in de serie over humor schrijft Le Monde dat er altijd is gelachen om de archetypen van de Italiaanse maatschappij en dat dat waarschijnlijk ook altijd zo zal blijven.

In het Italiaanse weekblad L’Espresso staat iedere week een cartoon van tekenaar Francesco Tullio Altan waarop dikke figuren met grote neuzen te zien zijn. Het Museum van Satire en Karikatuur in Forte dei Marmi (Toscane) heeft een tentoonstelling aan Altan gewijd (van 30 juni tot 7 oktober). Op een van de geëxposeerde tekeningen zitten twee mannen met een hemd aan. De eerste zegt: “Italianen zijn te individualistisch.” De tweede antwoordt: “Wat kan mij dat schelen, dat moeten ze zelf weten.” Hiermee heeft Altan twee kenmerken van de Italiaanse humor uitgebeeld: Italianen benoemen hun slechte eigenschappen én ze kunnen erom lachen.

De Italianen lachen om zichzelf: meedogenloos of ironisch, maar altijd met een zekere toegevendheid, en van het noorden tot het zuiden van het land. Ze vormen een onuitputtelijke bron voor zichzelf om onvervalst moppen te tappen. Hun vermeende of werkelijk bestaande ondeugden (verdeeldheid, ordeloosheid, geen gevoel voor het algemeen belang, gluiperigheid, enzovoort) geven aanleiding – als ze er niet onder gebukt gaan – om zichzelf ten tonele te voeren.

Het bij ons nagenoeg onbekende personage Ugo Fantozzi – in de film vertolkt door Paolo Villaggio – is een boekhouder die verstrikt raakt in tegenslagen. Hij vormt een perfect voorbeeld van dit ophemelen van slechte eigenschappen (luiheid, gewiekstheid, enzovoort). “Als je om Fantozzi lacht, dan lach je om jezelf”, aldus Giovannantonio Forabosco, directeur van het Onderzoekcentrum op het gebied van humor in Ravenna (Emilia-Romagna).

Eeuwig sarcasme

Behalve het land van de vele klokkentorens is Italië ook een land waar de noorderlingen graag de spot drijven met de zuiderlingen, en andersom. Van de film ‘Bienvenue chez les Ch’tis’ [Welkom bij de Ch’tis, Frans kassucces over een directeur van een postkantoor die vanuit de Provence wordt overgeplaatst naar Noord-Frankrijk, red.] zijn in Italië twee remakes gemaakt die allebei even succesvol waren: ‘Benvenuti al Sud’ en ‘Benvenuti al Nord’.

Maar dit op de kast jagen van bepaalde bevolkingsgroepen kan zich ook voordoen in gebieden die veel dichter bij elkaar liggen. Zo maken de inwoners van Bergamo graag de inwoners van Brescia (op veertig kilometer afstand) belachelijk. En in Florence drijven ze de spot met de inwoners van Sienna: twee Toscaanse steden die door eeuwen van strijd en geschiedenis tegenover elkaar zijn komen te staan.

Lees het volledige artikel uit Le Monde in een Nederlandse vertaling op de site van Presseurop.




Lees ook:
Deel 1: Duitse satire, een goed georganiseerde traditie (Le Monde/Presseurop)



(Cartoon van Francesco Tullio Altan)

Plaats een reactie