Cultuur | Op naar een bos in de woestijn

Süddeutsche Zeitung / 360  | 22 januari 2019 - 09:3922 jan - 09:39

Hobbykunstenaar en selfmade visionair Wolfgang Plattner wil de woestijn weer laten bloeien en met behulp van planten het microklimaat beïnvloeden. Want tuinders moeten de wereld uiteindelijk gaan redden.

» Lees dit artikel in de Reader

God handelt in bloemen. Zijn zaak ligt, het zal niet verbazen, aan 
de Himmelschlüsselstraße, op 
nr. 60, in Feldmoching-Hasenbergl, een noordelijke en dus zeker geen mondaine buitenwijk van München. Dat je God ontmoet in het hemelse München, klinkt aannemelijk. Maar dat zijn bedrijf – dat met zijn doodgewone kassen aan een oude tuinderij doet denken, maar in werkelijkheid de plantengroothandel G.K.R. 
is – niet in een gewilde buurt staat maar vlak bij de Hasenbergl, dat is in elk opzicht sympathiek en symbolisch.
Overigens zou Wolfgang Plattner in alle bescheidenheid waarschijnlijk opmerken dat hij noch bloemenhandelaar noch 
God is. Toch kondigt de 59-jarige ondernemer, hobbykunstenaar en selfmade visionair die als schooljongen in Moosach een zakcentje bijverdiende met de verkoop van snijbloemen, aan dat hij het in de woestijn gaat laten regenen om er 
een groot bos van te maken.
In alle bescheidenheid, uiteraard. God houdt misschien wel van ironie. Plattner glimlacht fijntjes. En toch is het grotesk klinkende idee dat de woestijn op een dag weer kan worden wat ze tweeduizend jaar terug, onder heel andere klimatologische omstandigheden was – een vruchtbaar gebied waar bomen en planten groeien – meer dan een hersenspinsel.
Dertig kilometer ten westen van Cairo wil vastgoedontwikkelaar Palm Hills Development Badya City realiseren, een stad voor 150 duizend inwoners op een oppervlak van 1260 hectare, naar een ontwerp van het Frankfurter architecten- en stedenbouwkundig bureau Albert Speer und Partner (AS & P).

MOGEN WE EVEN JE AANDACHT?
Dit artikel krijg je van 360 cadeau. We geloven dat internationale context leidt tot een beter begrip van de wereld om ons heen. Het biedt nieuwe invalshoeken op een werkelijkheid die overal anders is. Bovendien maken we relevante, originele en mooie verhalen graag toegankelijk voor een groot publiek. Deel dit artikel als onze missie je aan het hart gaat. Of, nog beter, sluit je aan bij 360 met een (proef / cadeau) – abonnement. Doneren kan ook als je niet genoeg tijd vindt om te lezen, maar 360 wil steunen in haar voortbestaan.
Bedankt

Het project maakt deel uit van Zes Oktober Stad. Dat is een van de vele satellietsteden die gebouwd worden ter ontlasting van het door beton- en verkeersinfarcten geteisterde Cairo, dat binnenkort tien miljoen inwoners telt. Vrijwel elke Egyptische heerser droomt over het laten bloeien van de woestijn, rondom de hoofdstad, in de delta, aan de zuidkant van de oases. Want de onbalans tussen het kleine bewoonbare oppervlak van het land en zijn exploderende bevolking wordt steeds hachelijker.

Tuin van Eden
De videoboodschap van de Duitse investeerders heeft echter haast surrealistische trekjes. Vanuit een kunsthistorisch decor wordt een stad opgeroepen die er min of meer uitziet alsof schilder Henri Rousseau als chef tuinaanleg aan de slag is gegaan in het aan de rand van het melkwegstelsel gelegen moerassige Dagobah uit Star Wars. Voor en achter elk raam of iedere deur in deze toekomstige hoofdstad van duurzaamheid, Badya City (‘The Creative City’) ligt een tuin van Eden. Plus een splash pool à la David Hockney. Plus Eva, de vrouw in bloemengewaad, die zich midden in een jungleachtig landschap behaaglijk uitstrekt op een ligbank, ondertussen een tijger achter de oren kroelend. Waar investeerders al niet van dromen als ze in een stoffig landschap zonder schaduw een zonnesteek oplopen.
Nu duiken er wel vaker plannen op voor ecosteden, waarbij steevast de hoogste gelukzaligheid wordt voorgespiegeld. Maar bijzonder aan Badya City is 
dat de suggestieve renderings worden gedragen door een zeer gedegen architectenbureau. AS & P is niet alleen verantwoordelijk voor het stedelijk ontwerp, maar ook voor de bouw. En dus ook voor een realistisch groenvoorzieningsconcept. En hierbij zou de Himmelschlüsselstraße een rol kunnen spelen. Zou, zeggen ze bij G.K.R. bescheiden, want ze hebben deze opdracht voor vergroening van de woestijn nog niet op zak.
Er wordt nog nagedacht of, hoe en wanneer Wolfgang Plattners uitvinding toegepast kan worden in Egypte. Men wil over zijn schouder mee kunnen kijken hoe hij in de woestijn, met behulp van planten die het microklimaat beïnvloeden, een Rousseau-achtig Arcadië en zelfs een bos creëert. Voorop staat dat het project één of twee millennia de tijd krijgt. Maar dat bos en natuurmystiek nu al als exportproduct van Duitsland aan de man worden gebracht, 
is in het licht van de Romantiek goed navolgbaar.

Stelletje knutselaars
Ondertussen is Plattner geen koortsige fantast. Wel is hij knutselaar, sleutelaar, visionair en uitvinder tegelijk. Hij is het levende bewijs dat grote uitvindingen helemaal niet alleen in het nerdenrijk van Silicon Valley gedaan worden, door lieden die nog maar net droog achter de oren zijn. En ook niet alleen in voormalige garages. Soms juist ook in een voormalige tuinderij in München. De specialisten van AS & P waren er onlangs nog op bezoek.
Heel wat befaamde architecten en stedenbouwkundigen van over heel de wereld beginnen nu belangstelling te krijgen voor Himmelschlüsselstraße 60. Als dat zo doorgaat, kan Plattner op de parkeerplaats achter zijn tuinderij een bord plaatsen met de tekst ‘gereserveerd voor sterarchitecten’. Sinds hij en zijn team hun uitvinding op de architectuurbiënnale in Venetië presenteerden, belichaamt G.K.R. zo’n beetje de hoop van de groen-avantgardistische plantenarchitectuur. Niet als kunstvergroeners zoals de Franse botanicus Patrick Blanc, maar als een stelletje knutselaars. Typisch Duits misschien. Maar ook in die rol kun je uitgroeien tot een soort Buckminster Fuller van de botanica.
Plattners uitvinding zijn ‘zwevende planten’ (merknaam: Hydro Profi Line). Simpel gezegd gaat het bij deze beschermde technologie om een soort botanisch bedrog. Of overredingskunst, zo u wilt. De planten in speciale groenvoorzieningssystemen wordt namelijk de suggestie gedaan dat ze wat water en voedingsstoffen betreft al in ‘luilekkerland’ verkeren. Daarom doen ze, zegt Plattner, nou net niet wat planten anders altijd wel doen: hun wortelstelsel uitbreiden op zoek naar voedingsstoffen. Uiteindelijk leidt dit er volgens G.K.R. toe dat het waterverbruik 
in zulke groenvoorzieningen ‘bestendig wordt teruggebracht met wel 80 procent’.

Verwaarloosd groen
Op de lange duur is er voor de planten bovendien genoeg plek. Door de quasi-natuurlijk ingeperkte groei van het wortelstelsel blijft ook de architectuur als verticale drager (muur) of horizontale constructie (dak) vrij van de noodzaak om zich op enigerlei wijze dynamisch in de plantengroei te voegen. De combinatie van een weldoordachte statische constructie en een al even weloverwogen ontworpen dynamisch plantendek zorgt ervoor dat de groenvoorziening 
op het bouwwerk echt ‘onderhoudsarm’ is. Maar belangrijker nog zijn de vele effecten die dat heeft. Want niet alleen fleuren planten de leef- of werkomgeving op, ze zorgen door verdamping ook voor verkoeling, matigen de extremen in temperatuur, geven schaduw, dragen bij aan een schonere lucht en binden het stof. Zelfs de dierenwereld kan er baat 
bij hebben. En dan weten ze ook nog het lawaai met zo’n tien decibel te reduceren. In dat opzicht is Flora niet alleen de godin van de bloemen, maar ook de superheldin van de hedendaagse stedenbouwers.
Allesbepalend is of Plattners overredingskunst ook in de praktijk standhoudt en op de lange termijn effectief is. Want veel nieuwe verticale bossen – tekenend is bijvoorbeeld het Bosco Verticale, de twee met een heleboel bomen aangeklede woontorens van Stefano Boeri in Milaan – krijgen binnen de kortste keren te maken met verwaarloosd groen. Of met astronomische onderhoudskosten. In de woorden van Ingenhoven Architects: ‘Wanneer je echt groene architectuur wilt, kom je er niet met wat bloemen op het balkon.’ Muren en daken zijn niet zo gemakkelijk in natuurreservaten te veranderen als ze in glimmende brochures graag doen geloven. Het inmiddels over de hele wereld actieve, door Christoph Ingenhoven geleide bureau uit Düsseldorf is overigens een van 
de pioniers van de groene stad en een ademende, vitale architectentaal. In Singapore werd het enkele maanden geleden geopende gebouwencomplex Marina One onderscheiden met een MIPIM-award (Best Innovative Green Building). En in Düsseldorf zelf wordt momenteel gewerkt aan Kö-Bogen II. Binnen twee jaar moet tussen Hofgarten, Dreischeibenhaus en Schauspielhaus een uitbundig groen bouwwerk ontstaan: een constructie die op een 
reusachtige driedimensionale heg lijkt. Zo wordt 
een zaken- en kantoorpand niet alleen deel van de stad maar zelf park en landschap.
Het verlangen naar een groenere stad – zoals dat beschreven wordt in Jonas Reifs boek CityTrop of naar voren komt in Garden City Mega City, een uitgave van architectencollectief WOHA – is oud. Misschien begint het al bij de hangende tuinen van koningin Semiramis in Babylon – ook al kon het bestaan hiervan nooit worden bewezen. Veel later, op de eerste wereldtentoonstelling van 1867 in Parijs, kwam de Berlijner Carl Rabitz met het idee om platte daken te laten begroeien. Maar pas sinds de oliecrisis bestaat er een merkbaar toenemende belangstelling voor verzoening tussen ruimte voor de stad en die voor de natuur, en groeit het verlangen naar een succesvolle combinatie van groen en grijs. Lang bespot als ‘architectenpeterselie’, als vijgenblad zogezegd, wordt groen een heuse partner in de bouwkunst.
Dat leidt zelfs tot regelrechte herwaardering van de stad, want historisch gezien stonden stad en land, dus steen en natuur meestal lijnrecht tegenover elkaar. In het tijdperk van een pandemisch geworden verstedelijking, waar beton wereldwijd dreigt op te raken en het voor zijn vervaardiging benodigde zand als eindige hulpbron geldt, is een nieuwe toepassing van de stad als natuurruimte van de toekomst, die tegelijkertijd de uiteindelijk civiele habitat voor de mens zou worden, een ongetwijfeld inspirerende utopie. Ten slotte wordt de wereld wellicht gered door tuinders.

Auteur: Gerhard Matzig

Süddeutsche Zeitung
Duitsland | dagblad | oplage 445.000
Opgericht in 1945. De intellectuele, liberale krant van links Duitsland. Samen met de FAZ een van de belangrijkste dagbladen van het land. De SZ staat bekend om de drie-eenheid: tolerantie, onafhankelijkheid en waakzaamheid.

Plaats een reactie