Mijn stad, een limbus van klanken en chaos

Neue Zürcher Zeitung / 360  |  4 februari 2019 - 09:22 4 feb - 09:22

De Egyptische schrijver Mansoura Ez-Eldin wist niet wat ze hoorde toen ze voor het eerst in Europa kwam: stilte. Geen wonder, als je de drukte van Caïro gewend bent. 
Voor de Neue Zürcher Zeitung schreef ze een poëtisch verslag over haar complexe verhouding met stadslawaai.

» Lees dit artikel in de Reader

De eerste keer dat ik mijn thuisland Egypte verliet, was toen ik in 2004 naar München ging. Door boeken, films en een heleboel 
buitenlandse vrienden was ik vertrouwd met de 
westerse cultuur. Dus eigenlijk had ik geen last van een cultuurschok. Op een uitzondering na: er was geen lawaai.

München leek doodstil. Natuurlijk, een doodstille stad bestaat niet, maar zo voelde ik het destijds. De stilte in München ervoer ik als een intense, dichte, diepe stilte. Ik kon haar bijna aanraken. De stilte 
had een kleur, een geur en een smaak. Ze was groen als smaragd, rook naar kaneel en had een zachtzuur aroma, als onrijpe perziken. Wat me irriteerde, was dat ik een hekel heb aan alles wat met kaneel te maken heeft, en dat groene perziken allerlei on-
plezierige herinneringen in me oproepen. Ik voelde me dan ook een beetje onbehaaglijk in München, terwijl ik het een prachtige grote stad vond.

MOGEN WE EVEN JE AANDACHT?
Dit artikel krijg je van 360 cadeau. We geloven dat internationale context leidt tot een beter begrip van de wereld om ons heen. Het biedt nieuwe invalshoeken op een werkelijkheid die overal anders is. Bovendien maken we relevante, originele en mooie verhalen graag toegankelijk voor een groot publiek. Deel dit artikel als onze missie je aan het hart gaat. Of, nog beter, sluit je aan bij 360 met een (proef / cadeau) – abonnement. Doneren kan ook als je niet genoeg tijd vindt om te lezen, maar 360 wil steunen in haar voortbestaan.
Bedankt

Als ik terugdenk aan mijn eerste ontmoeting met München, realiseer ik me dat het er helemaal niet stil is. Het is er absoluut ook lawaaierig en bedrijvig. Ik ben daarna nog twee keer in München geweest 
en heb me ondergedompeld in de geluiden, kleuren en geuren aldaar. Ik had mijn heel eigen beeld van 
de stad, en dat beeld hielp me de klank en de waan van Caïro, de stad waar ik woon, die subtiele lawaaimachine, beter te begrijpen.
Al sinds mijn vroegste jeugd worden de meeste van mijn angsten door geluiden veroorzaakt. Ieder geluid is voor mij een gecodeerde boodschap. Ieder geluid draagt mogelijkheden in zich: angstaanjagende mogelijkheden. Ik leef in de voortdurende verwachting dat er iets kan gebeuren. Ik ben er altijd op 
voorbereid dat een aardbeving mijn wereld verwoest, een aardbeving die chaos en lawaai met zich meebrengt, of misschien de stilte van de dood.

Ik heb een goed geheugen. Er zijn tijden in mijn leven geweest dat ik het liefst in mijn herinneringen woonde. Ik was me er volledig van bewust dat nostalgie het verleden vervalst, maar hield er toch van volledig in de wereld, de geuren en de smaken van mijn jeugd weg te zinken.

Dat is de manier waarop mijn geheugen functioneert: het voedt zich met een stroom van geurige, aromatische en visuele herinneringen. Om duistere redenen heeft het besloten geluiden en stemmen uit te schakelen, vooral waar het onbekende steden betreft. Ik heb 
de neiging het achtergrondgeluid van die steden totaal te vergeten en me alleen stille straten, pleinen, parken en markten te herinneren.

Maar Caïro kan niet geluidloos zijn. Iedere stad heeft haar eigen talent en mijn bitterzoete, oude stad heeft een grote aanleg om lawaai te bedenken.

Als ik in Caïro op straat loop, stel ik me de stad graag voor als een limbus van klanken en chaos, als een zwart gat dat elke stem, elk gefluister opzuigt om 
ze om te zetten in geschreeuw of gelach, in dubbelzinnige muziek of het kreunen van een doodsstrijd, afhankelijk van hoe de sfeer in de stad op dat moment is. Het idee dat ze op die manier uitdrukking geeft aan haar gevoelens, bevalt me zeer.

Inderdaad, ik vind het uitermate inspirerend aan Caïro te denken als een menselijk wezen dat welsprekend uitdrukking weet te geven aan zijn vreugde en zijn verdriet, in elk geval voor degenen die in staat zijn de code te ontcijferen. Ik heb altijd geloofd dat het mijn taak als schrijver is deze gevoelens te interpreteren, de bedoeling ervan te achterhalen en ze 
om te zetten in een begrijpelijke, logische taal. Ik 
heb de ambitie de geheime taal van mijn stad te beheersen, beter gezegd, ik heb de behoefte één met haar te worden.

Ik had ooit een droom waarin ik met Caïro versmolt. We vloeiden samen in een enkel, mythisch wezen, maar tegelijk was ik me zeer bewust van mijn 
individualiteit. De geluiden van mijn stad waren als een klanktapijt dat de achtergrond van die droom vormde. Ik verlangde ernaar dat mijn stem geheel zou opgaan in dat achtergrondgeluid dat altijd al mijn bewustzijn heeft doordrongen. Maar tevergeefs. Mijn eigen stem bleef op afstand, ver weg, onbereikbaar.

In die droom was mijn leven een eenzaam eiland, mijn herinnering een spookhuis, een donker, verlaten huis waar alleen nog maar geesten woonden 
en een oorverdovend lawaai heerste. En Caïro was een stenen woestenij zonder planten, vogels of menselijke wezens.
In mijn voorstelling was mijn prachtige stad met haar grootse geschiedenis en schitterende verleden opgelost in gekreun en geschreeuw vol doodsangst. Dat gekreun en geschreeuw waren geen uitwassen van mijn 
fantasie, ze waren werkelijker dan het leven zelf. Ze achtervolgden me, ze 
probeerden – wellicht – het leed van onzichtbare andere mensen in me op te roepen.

Er zijn dingen die geen enkel spoor in je geheugen achterlaten en andere 
die je blijven achtervolgen. Mijn droom achtervolgde me. Het voelde alsof die geluiden zich voor altijd in mijn ziel 
en in mijn hoofd hadden verankerd. Iedere keer als ik aan die droom terugdenk, herken ik de echte sound van Caïro, waarin gedreun en gezang, gekrijs en gelach door elkaar klinken. Het is waar, het lawaai van schoten en geweld is voorbij. In de realiteit is het er niet meer, maar in mijn onderbewustzijn leeft het voort en wil het niet verdwijnen.

Soms vraag ik me af: waarheen zijn de kreten van Caïro van de laatste jaren verdwenen? Hoe heeft mijn geheugen het voor elkaar gekregen ze kwijt te raken? Het waren geen hersenschimmen. Het kan niet zo zijn dat de lege ruimte ze heeft opgeslokt. Ergens moet er een limbus bestaan die niets doet dan 
geluiden absorberen en gevangenhouden, daar, op zijn koude, donkere grond.

En ik ben bang dat deze limbus mijn ziel is.

Auteur: Mansoura Ez-Eldin

Plaats een reactie