Het debat als duel

360 / New Statesman  | 22 maart 2019 - 10:0022 mrt - 10:00

Dossier | Het publieke ‘debat’ is waardevol wanneer vrije meningsuiting betekent dat de een luistert naar wat de ander te zeggen heeft. Handig ook als feiten aan weerszijden worden erkend. Geïnspireerd door de mores van het internet worden de wetten van een open en beschaafde discussie vaak met voeten getreden.

» Lees dit artikel in de Reader

Onlangs stuitte ik bij de kassa van boekhandel Waterstones op een verrassend boek. Political Correctness Gone Mad? was verrassend omdat het niet echt een boek was, maar een transcriptie van het Munk Debate van vorig jaar mei, onder de titel ‘Wat jullie politieke correctheid noemen, noem ik vooruitgang’, waarin hoogleraar psychologie Jordan Peterson en acteur/schrijver Stephen Fry het opnamen tegen hoogleraar sociologie Michael Eric Dyson en The New York Times-columnist Michelle Goldberg.

Ik had het debat zelf al gezien. Sinds 
ik vorig jaar de zonde heb begaan een artikel over Peterson te schrijven, straft het algoritme van YouTube me door me elke dag zijn video’s aan te bevelen. Ik had gedacht dat deze de moeite van het bekijken waard zou zijn. Dat was niet zo. Twee pijnlijke uren lang slaagden de twee kampen er niet in het eens te worden over een zinvolle definitie van politieke correctheid. Zelfs Peterson en Fry praatten langs elkaar heen. En toch: daar lag het, vereeuwigd in een harde kaft alsof het ging om het Lincoln-Douglas-debat van onze tijd [het Lincoln-Douglas-debat was een beroemde serie debatten tussen Republikein Abraham Lincoln en Democraat Stephen Douglas, in hun strijd om het presidentschap in 1858, vert.].

MOGEN WE EVEN JE AANDACHT?
Dit artikel krijg je van 360 cadeau. We geloven dat internationale context leidt tot een beter begrip van de wereld om ons heen. Het biedt nieuwe invalshoeken op een werkelijkheid die overal anders is. Bovendien maken we relevante, originele en mooie verhalen graag toegankelijk voor een groot publiek. Deel dit artikel als onze missie je aan het hart gaat. Of, nog beter, sluit je aan bij 360 met een (proef / cadeau) – abonnement. Doneren kan ook als je niet genoeg tijd vindt om te lezen, maar 360 wil steunen in haar voortbestaan.
Bedankt

De prestigieuze Munk Debates, die twee keer per jaar worden gehouden in het Canadese Toronto, zijn ouderwetse, op Oxford-leest geschoeide debatten, met een stelling, twee elkaar bestrijdende duo’s en een publieksstemming. In wezen is het een wedstrijd met winnaars, verliezers en een aantal spelregels. ‘Iedereen begrijpt meteen dat het geen echte ruzie is,’ zegt de Ierse schrijfster Sally Rooney in haar essay over haar tijd als debating-kampioen. ‘Stel je voor dat het met elk conflict zo zou gaan: je hoeft niet opgewonden of boos te worden, iedereen luistert naar je, ook al willen ze dat niet, en aan het eind van de discussie vertelt een aardige man met een Brits accent je dat 
de wedstrijd nu voorbij is en dat je hebt gewonnen.’

In het Munk Debate brengt de aanwezigheid van Peterson de ruwe, tegendraadse energie van de onlinewereld met zich mee: zo wordt het debat een soort intellectueel kooigevecht waarin je, om bij het taalgebruik te blijven van de YouTube-video’s die de aardige man met het Britse accent hebben vervangen, je tegenstander moet VERSCHEUREN, VERWOESTEN en NEERMAAIEN. De populairste, door een fan gemaakte video met achter elkaar gezette hoogtepunten van het betreffende Munk Debate heet ‘Jordan Peterson: BEST COMEBACKS’. Bekijk je het complete debat, dan lijkt hij knorrig en defensief, maar deze montage schept de illusie dat hij voortdurend het gesprek domineert.

Gladiator met principes
Het grijnzende gezicht van deze 
debating school is Ben Shapiro, die in 
een profiel door The New York Times 
een ‘gladiator met principes’ werd genoemd en ‘de filosoof van de cool kids, die argumenten fileert met de vaardigheid van een advocaat en onder verwijzing naar Aristoteles’. Aristoteles, jawel. In een ander artikel schaarde dezelfde krant Shapiro bij mensen als Peterson, Sam Harris en Dave Rubin in het zogenaamde ‘intellectuele dark web’: een informele coalitie van ‘afvallige’ denkers die door de liberale elite in de ban zouden zijn gedaan als ketters die zich tegen de politieke correctheid keren, iets wat deze arme zielen alleen maar roem, rijkdom en eindeloze artikelen in de krant oplevert. Als ik opmerk dat dit bijna allemaal witte mannen zijn, maak ik me schuldig aan de gevreesde identiteitspolitiek, maar het is ook een feit, en, zoals Shapiro vaak zegt: ‘Feiten trekken zich niets aan van jouw gevoelens.’

Wat de groep onderscheidt is hun passie voor het debat. Shapiro geniet ervan om tegenstanders figuurlijk gesproken met de duelleerhandschoen in het gezicht te slaan – alleen een 
lafaard zou weigeren. Vorig jaar zomer bood hij de rijzende ster bij de Amerikaanse Democraten, Alexandria 
Ocasio-Cortez een donatie van 10.000 dollar voor haar verkiezingskas als ze met hem in debat wilde gaan. Ze hapte niet: ‘Net zomin als ik hoef te reageren op een fluitende bouwvakker, hoef ik 
in te gaan op ongevraagde verzoeken van mannen met kwade bedoelingen.’ Shapiro was diep gegriefd. ‘Discussie en debat zijn geen “kwade bedoelingen”,’ protesteerde de schrijver van How to Debate Leftists and Destroy Them.

Deze dunne handleiding verraadt hoe het spel werkt. De spelregels van het intellectuele dark web klinken heel nobel: ga om met mensen buiten je eigen bubbel, eerbiedig de vrijheid van meningsuiting, richt je op feiten, niet op emoties. Prima. Maar Shapiro’s derde regel vertelt een ander verhaal: ‘Het doel van het debat moet niet zijn om de linkse tegenstander voor je te winnen, of hem te overtuigen of vrienden met hem of haar te worden… Het doel moet zijn om dit linkse type te vernietigen, op een zo publiekelijk mogelijke manier.’ Tijdens een toespraak op Berkeley in 2017 nodigde Shapiro zijn fans uit om ‘[m]ensen te leren kennen. Achter hun meningen te komen. Te discussiëren, te debatteren. Daar gaat het om in Amerika.’ Ondertussen noemde hij de demonstranten buiten ‘communistische stukken vuil’. Die mensen moet je niet leren kennen. Shapiro’s spelregels worden gevolgd door alt-rightleden van het tweede echelon zoals Count Dankula en Paul Joseph Watson en, nog lager op de ladder, door Twitter-vechtersbazen die tussen hun beledigingen door ‘Ad hominem!’ en ‘Bewijzen?’ roepen.

Goocheltruc
De hardliners van online-rechts zouden het lastig hebben tegen een Sally Rooney, omdat hun manier van debatteren in wezen een goocheltruc is, erop gericht om tegenstanders te bedelven onder een eindeloze stroom statistieken, generalisaties, onderbrekingen, kromme redeneringen, kolderieke vergelijkingen en videowaardige beledigingen. Deze retorische agressie gaat hand in hand met 
een pseudowetenschappelijk geloof in 
de kracht van bewijsmateriaal om een argument te ontkrachten, alsof, zeg, identiteitspolitiek simpelweg een logisch bedrog is dat ‘ontmaskerd’ kan worden door de juiste statistiek of het goede stukje evolutionaire biologie.

De vaste repliek van zowel Shapiro als Peterson is: ‘Daar is geen bewijs voor.’ Kom je niet meteen met harde cijfers, dan word je een YouTube-doelwit, NEERGEMAAID door het kille staal van hun logica. In werkelijkheid gaat het hun 
niet om het harde werk van serieus engagement, maar om het uiten van minachting voor de irrationele, emotionele dwaallichten van links. Het is theater, het is het bouwen van een merk, het is een businessmodel, maar het is geen debat.

Debat is alleen waardevol wanneer de vrije meningsuiting betekent dat je luistert naar wat anderen zeggen, wanneer feiten eerbiedigen betekent dat je ook die feiten erkent die niet in je straatje passen en wanneer beide kanten elkaar vertrouwen. Wat betreft tijdverspillers als Shapiro, had Ocasio-Cortez gelijk. Ik verwijs u naar het commentaar van de computer in de jarentachtigfilm WarGames met betrekking tot het voeren van een kernoorlog: ‘Een vreemd spel. Je kunt alleen winnen door niet te spelen.’

Auteur: Dorian Lynskey

_Dorian Lynskey is journalist, presentator van de podcast Remainiacs en schrijver van 33 Revolutions Per Minute: A History of Protest Songs. _

Plaats een reactie