‘Wereechey chinuuho’

Los Angeles Times / 360  | 20 juni 2019 - 16:0020 jun - 16:00

Tongva, de eerste taal die door Native Americans werd gesproken voordat er vreemdelingen naar Los Angeles kwamen, krijgt opeens nieuw leven in geblazen en wordt zelfs onderwezen in San Pedro.

» Lees dit artikel in de Reader

Gezien vanaf de top van Signal Hill verdwijnt Los Angeles in de nevel. Wazig licht verdoezelt details, zodat alleen de bergen, de zee en het land daar tussenin overblijven. Geen snelwegen, geen huizen, wolkenkrabbers of palmen. Voor de kust ligt het brede silhouet van het eiland Catalina. In het westen rijst schiereiland Palos Verdes op, in het oosten de Saddleback en in het noorden een keten van toppen die van Malibu tot San Bernardino loopt.

_Tovaangar_.

Het woord is lastig uit te spreken. Letterlijk betekent het ‘de wereld’, deze heuvel en alles er omheen, zoals het werd gezien door de Tongva, de eerste bewoners van dit land. Het woord was van hen, voordat het iemand anders toebehoorde, voordat er vreemdelingen kwamen en het gebied naar hun wil begonnen te vormen en Tovaangar verdween. Nu kringelt er geen rook meer op van seinvuren, chewee’et chaavot. Het hoge gras, mamaahar, is verdwenen. Rivieren, papaaxayt, zijn van loop veranderd en de sterren, shushuu’ram, staan bleek en vervaagd aan de hemel.

De wereld, die ooit alleen door hun woorden werd beschreven, was onherkenbaar geworden en de Tongva-taal werd uiteindelijk niet meer gesproken. In stilte leefde hij voort in aantekeningen, boeken en papieren die musea hadden verzameld.

MOGEN WE EVEN JE AANDACHT?
Dit artikel krijg je van 360 cadeau. We geloven dat internationale context leidt tot een beter begrip van de wereld om ons heen. Daarom zijn we blij als je dit artikel voor ons deelt. Nog blijer zijn we als je je bij ons aansluit: Probeer nu 5 nummers voor maar 15 euro. Stopt automatisch.
Bedankt

Maar onlangs dook de taal op in een Facebookpagina met een Soundcloud-link en nu wordt hij onderwezen in een klaslokaal in San Pedro, waar cursisten hun best doen om hem zijn plaats in de wereld terug te geven. Hun pogingen zijn aarzelend, verlegen, en af en toe prachtig.

‘Wereechey chinuuho’ zingen volwassenen en kinderen in koor, ‘epeekmok she’iinga’. (Itsy bitsy spider climbed the tule stalk – het Amerikaans equivalent van ‘Hansje pansje kevertje, die klom eens op een heg’).

Zij komen elke maand bij elkaar om de uitspraak te oefenen, het gebruik van voorzetsels onder de knie te krijgen, liedjes te zingen en woordspelletjes te spelen onder leiding van Pam Munro, een linguïst van UCLA, die al vijftien jaar deze cursussen geeft.

Ze noemt haar werk ‘een poging tot herstel’ van een taal die niet langer wordt gebruikt in gesprekken. Ze weigert Tongva ‘uitgestorven’ te noemen; dat, zegt ze, is kwetsend om te zeggen over een cultuur die nog bestaat en een wereld die in de ogen van velen nooit is verdwenen. Als een detective die sporen volgt heeft Munro het werk van eerdere linguïsten en etnografen bestudeerd en zo het Tongva geleidelijk aan weer opgebouwd. Veel is voorgoed verdwenen, maar in dit klaslokaal roepen de klank van woorden en het zorgvuldig vormen van zinnen een andere plek op in een andere tijd. Een tijd waarin je vanuit Signal Hill uitkeek over prairies en riviermondingen, over rivieren die zich een weg baanden naar de zee en bergen die oprezen door de botsing van oude aardlagen.

Tovaangar.

Munro staat voor een schoolbord vol woorden, omcirkelde letters, pijlen. Haar cursisten komen soms helemaal uit de San Fernando Valley en Orange County. De oudste is 71 en de jongsten, tussen de 6 en de 11, zijn de kleinkinderen van twee vrouwen van Tongva-afkomst.

Munro (71), heeft bijna veertig jaar lang de oorspronkelijke talen van Zuid-Californië bestudeerd. Duidelijkheid en precisie zijn voor haar zo belangrijk dat ze tijdens de cursus wel eens streng overkomt, maar ze leidt elke les met positieve energie en werkt met haar cursisten alsof het Tongva gedeeld kan worden met vrienden en buren. Vandaag probeert ze het woord voor ‘leraar’ te vormen. Er zijn in het Tongva woorden en uitdrukkingen ­– dank je, deken, straffen, rusten, gelijkheid – die ofwel nooit zijn vastgelegd of nooit hebben bestaan. Ze moeten gemaakt worden, op basis van wat bekend is over de grammatica en het gebruik van het Tongva.

We hebben het werkwoord ‘weten’, zegt ze hardop denkend. ‘Hyoonax.’

Ze schrijft op het bord: ‘pavaaynax’ (‘water geven aan’) en ‘ashuuynak’ (‘baden’).

Ze omcirkelt de _yn_.

_“De langste bekende zin in het Tongva, cryptisch als een haiku:
‘Wat is een dood lichaam?
Een man?
Een vrouw?
Een vrouw.’”_

‘“Yn,”’ zegt ze, ‘is causatief. Als we een woord maakten voor “doen weten” zouden we er een “yn” in moeten zetten.’ De klas doet wat ze voorstelt en vormt het woord hyonaayn’ar voor leraar.

Munro is opgegroeid in het noorden van de staat New York en verhuisde op haar zestiende naar Riverside. Haar ouders waren allebei bibliothecaris op de universiteit. Als eerstejaars op Stanford had ze al een graad in geschiedenis en was ze, zoals ze zelf zegt, een taaljunkie, met een grote kennis van Frans, Italiaans, Duits en Russisch.

‘Linguïstiek is voor haar een hele reeks puzzels. Dat is iets anders dan een taal leren,’ zegt haar man Allen Munro, met wie ze al vijftig jaar getrouwd is en die ook een van de deelnemers aan de cursus is. ‘Ze is altijd bezig uit te vinden wat er er binnen die talen gebeurt.’

Aan de universiteit van San Diego schreef ze haar dissertatie over het Mojave, de taal van de mensen aan de Colorado River. In die tijd, de jaren zeventig van de vorige eeuw, kende het onderzoek naar de oorspronkelijke talen van Californië een opleving en Munro ging onder leiding van haar mentor, linguïst Margaret Langdon, met mensen werken die deze talen vanaf hun geboorte spraken, om de basisprincipes ervan te onderzoeken en vast te leggen.

Kick

Hetzelfde gebeurde uiteindelijk met de stammen in heel Californië, en een van de meest cultureel diverse gebieden ter wereld ging ten onder in een mix van Spaans, Mexicaans en Amerikaans. Van de rond de negentig talen die hier ooit bloeiden, worden er nu nog tussen de tien en de dertig gesproken. Een verpletterend verlies voor de oorspronkelijke Californiërs.

‘Taal definieert je,’ heeft linguïst David Bellos ooit gezegd. ‘Taal vertelt je toehoorders wie je bent.’ Wat meer dan 150 jaar geleden heeft plaatsgevonden was niets minder dan een etnische zuivering, en in die leegte stapte John Peabody Harrington, die in de eerste helft van de vorige eeuw aantekeningen begon te verzamelen over de inheemse talen in Californië. Hij zag het als zijn plicht, volgens Munro, om alle talen in de wereld te boekstaven. ‘We hebben geboft dat hij in Californië is begonnen.’

Register

Harrington en natuuronderzoeker/etnoloog C.Hart Merriam werkten onafhankelijk van elkaar met de weinig Tongva-sprekers die er nog waren, en bouwden zo een geschreven register van de taal op. Merriam overleed in 1942 en Harrington, die tot 1961 heeft geleefd, was al aan het eind van de jaren dertig opgehouden met Tongva-sprekers te werken. Hun nalatenschap staat in scherp contrast met de misdaden van eerdere generaties. Maar hun werk was niet af. Er zijn geen geluidsopnamen van gesproken Tongva, er bestaan alleen een paar krasserige wascylinders van Tongva-liederen, een vertaling van het ‘Onze Vader’ en een verhaal van elf woorden, de langste bekende zin in het Tongva, cryptisch als een haiku:
‘Wat is een dood lichaam?

Een man?
Een vrouw?
Een vrouw.’

Met deze stukjes taal ging Munro aan het werk. In de verzameling willekeurige Tongva-zinnen die Harrington had aangelegd, zocht ze naar patronen in het gebruik van werkwoorden en zelfstandig naamwoorden. Ze analyseerde hoe de grammatica werkte en kon zo haar eigen zinnen maken.

De structuur was eenvoudig, zoals ‘De man is hier.’
Wat ontbrak waren bijzinnen, zoals ‘De man die ik zag, is hier’.
‘Daar hebben we geen aanwijzingen voor,’ zegt ze.

“‘Paaxarengar cheyuu,’ zegt iemand. ‘De zonnebloemvogel’”

In 2004 nam Munro de resultaten van haar onderzoek mee om een workshop te geven op een conferentie van Berkely University. De conferentie heette ‘Breath of Life’ en de deelnemers waren linguïsten en oorspronkelijke Californiërs wier talen niet meer worden gesproken. Tijdens gesprekken met deze deelnemers besefte Munro hoe slecht voorbereid ze eigenlijk was. De mensen die ze hier ontmoette wilden bidden in het Tongva.

Munro moest anders gaan denken. Linguïsten, zegt ze, willen het hebben over voorzetsels en hoe je zinnen bouwt. Zij zijn vanuit hun vak meer geïnteresseerd in taal als puzzel dan in taal als middel om je uit te drukken. Dus bleef ze die avond lang op om een woordenboek te maken dat de conferentiedeelnemers konden gebruiken. Ze zag ook een kans. Tongva hoefde geen museumstuk te blijven.

‘Veel mensen hebben het idee dat ze zich nauwer met hun voorouders verbonden zullen voelen als ze in de taal van die voorouders kunnen bidden of denken,’ zegt Munro. Tegenwoordig is het mogelijk om mensen zulke gebeden aan te bieden.

Virginia Carmelo was een van Munro’s eerste leerlingen en weet nog goed hoe verrast ze was toen ze over het bestaan van de Tongva-taal hoorde. Zij is deels Tongva en Lumeyaay, is opgegroeid in Orange County en herinnert zich niet dat er in haar familie ooit Tongva werd gesproken.
Na die eerste workshop vroegen Carmelo en een andere deelnemer of Munro door wilde gaan met haar lessen. Sindsdien komen ze eens per maand bij elkaar in San Pedro en hun kring heeft zich langzaam uitgebreid. Carmelo is nu 69, maar ze komt nog steeds naar de cursus, en brengt dan haar vier kleinkinderen mee. ‘Elk aspect van onze tribale cultuur dat we te pakken kunnen krijgen, zal versterken wie wij zijn als volk,’ zegt ze.

Tina Calderon, die zegt dat ze van afkomst Gabrieliño-Tongva en Chumash is, volgt de cursus sinds 2017. Zij komt altijd met haar kleinzoon. Tongva, zegt ze, is meer dan een brug naar haar voorouders; het is een brug tussen twee culturen, waardoor zij zowel in Los Angeles kan wonen als in Tovaangar, en haar afkomst niet hoeft te verbergen.

‘Mijn opa noemde zich Mexicaan,’ vertelt ze. ‘Dat was voor hem de enige manier om werk te krijgen.’

Cursist Brent Scarcliff heeft door het Tongva meer begrip voor Zuid-Californië gekregen. Na de les rijdt hij naar huis in Redondo Beach, en neemt dan de lange weg rond Palos Verdes. Uitkijkend over het Catalina Channel is hij gaan begrijpen waarom de Tongva het idee hadden dat het paradijs vlak achter die glinstering van licht en mist lag. ‘Tongva heeft me geholpen te weten hoe Californië honderden jaren geleden was,’ zegt hij, ‘maar ook om met een meer mystiek gevoel van verbondenheid naar Californië te kijken. Het is niet alleen maar een plek waar ik toevallig ben, maar een plek vol kracht en betekenis.’

Op een frisse zondagmorgen komen de cursisten bijeen op de parkeerplaats van het Santiago Park Nature Reserve in Santa Ana. De zon schijnt op een weg die Memory Lane heet en de snelweg vlakbij laat zijn gestage geruis horen. Ze zijn hierheen gekomen om op zoek te gaan naar een andere tijd en plaats. Ze hopen dat hun woorden de juiste betovering zullen oproepen.

‘Dit is een goede plek om een relatie met de natuur te onderhouden, zeker met de taal die hier ooit is gesproken,’ zegt natuuronderzoeker Joel Robinson, hun gids voor vandaag.

Geheel in het zwart gekleed, met een ketting waaraan een abaloneschelp hangt, deelt Munro een lijstje uit met de namen van inheemse planten en dieren, in het Engels en het Tongva. Onder hun breedgerande hoeden volgen de deelnemers een smal pad op hun linguïstische speurtocht.
Naavot,’ zegt gids Robinson. ‘Naavot xaa maneema. Dit is een stekelige cactus.’

Iedereen zegt het woord en de zin na.
Paa’or,’ zegt hij, terwijl hij in een blad knijpt zodat de zachte geur van agave over het pad zweeft. Weer klinkt het woord in de groep.
Sheveer’, en hij wijst naar de esdoorn.
Munro corrigeert zijn uitspraak.

Woorden vliegen nu tussen de cursisten heen en weer.
Er kom een hond naar hen toe: ‘woshii’.
De gouden flits van een distelvink in de struiken.
Paaxarengar cheyuu,’ zegt iemand. ‘De zonnebloemvogel.’
Nog iemand wijst naar een hagedis.
Chiruuko,’ zeggen ze.

De cursisten blijven even staan onder een eik – wiit.
Sommigen klimmen er een eindje in en ze poseren voor een groepsfoto.

Joe Calderon, de man van Tina, haalt een maraca tevoorschijn en begint daarmee te rammelen en tegelijk te zingen. Hij tikt erbij met zijn voet en zwaait licht heen en weer, terwijl hij telkens opnieuw de tekst herhaalt.

Taamet pakook.’
De zon komt op.
Huunar Kii.’
De beer komt.
Tegen twee uur in de middag is het klasje terug op de parkeerplaats.
Aweeshkore xaa,’ zegt iemand, en ze knikken.

We zijn blij.

Auteur: Thomas Curwen

Los Angeles Times
VS | dagblad | oplage 657.000

Tongva, de eerste taal die door Native Americans werd gesproken  voordat er vreemdelingen naar Los Angeles kwamen, krijgt opeens nieuw leven in geblazen en wordt zelfs onderwezen in San Pedro.

Plaats een reactie