De laatste Venetiaan van Piazza San Marco

La Repubblica / 360  |  2 juli 2019 - 10:00 2 jul - 10:00

In het door toerisme bedolven Venetië is er één Venetiaan die nog aan het populaire San Marcoplein woont. Pas tegen middernacht ademt de stad weer de sfeer van zijn kindertijd.

» Lees dit artikel in de Reader

‘Ik was tien toen ik er kwam wonen. In 1972 was dat. Ik kan me niet herinneren dat ik het erg opwindend vond. Natuurlijk, het was spannend dat we gingen verhuizen. Maar het feit dat we aan het San Marcoplein gingen wonen, nee, ik was te jong om daar iets speciaals bij te voelen. Nu kan ik zeggen dat ik op een plek woon waar ik zelf ook telkens weer van onder de indruk ben.’

Antonio Zago is de laatste Venetiaan die aan het San Marcoplein woont. Buren heeft hij niet. ‘Maar destijds woonde er ook al niemand meer.’ Naast zijn woning strekken zich de Procuratie Vecchie uit, een enorme leegstaande vleugel aan het plein, eigendom van verzekeringsmaatschappij Assicurazioni Generali, die vorig jaar een belangrijk restauratieplan lanceerde, getekend door David Chipperfield. Aan de andere kant van Zago’s woning staat de beroemde Torre dell’Orologio: ‘Vanuit mijn slaapkamer hoor ik de klok ’s nachts telkens de uren slaan.’

Het vijftiende-eeuwse uurwerk, dat halverwege de achttiende eeuw is aangepast door Bartolomeo Ferracina, geeft nauwkeurig de tijd aan in het hart van de stad. Twee bronzen beelden, ‘de Moren’, slaan elk met een hamer op de klok. Op het middaguur en om middernacht geeft de tandwieltrein de meridiaan aan, 132 slagen met twee andere hamers. ‘Ha, ja, ik word elke nacht in slaap gewiegd door de Moren,’ zegt Zago met een glimlach.

MOGEN WE EVEN JE AANDACHT?
Dit artikel krijg je van 360 cadeau. We geloven dat internationale context leidt tot een beter begrip van de wereld om ons heen. Daarom zijn we blij als je dit artikel voor ons deelt. Nog blijer zijn we als je je bij ons aansluit: Probeer nu 5 nummers voor maar 15 euro. Stopt automatisch.
Bedankt

Maar wie is Antonio Zago eigenlijk?

‘Ik kom uit een familie die al generaties lang in Venetië woont.’ Terwijl hij ons rondleidt in de grote loodsen waar zijn bedrijf interieurs voor luxejachten produceert en samenvoegt, zegt Antonio: ‘Een groot deel van mijn tijd breng ik hier door. Ik ga ’s ochtends vroeg de deur uit en kom ’s avonds laat thuis, anders zou ik mijn voordeur aan het San Marcoplein ook maar nauwelijks open kunnen doen. Als ik rust wil hebben, trek ik me terug in een ander huis in Treviso, waar mijn vrouw en ik dol op zijn.’

Iedereen die het San Marcoplein is overgestoken, van de Napoleontische vleugel naar de basiliek bedekt met goud en mozaïeken, zal beslist hebben gedacht: zou daar echt iemand wonen? Hoe zou het zijn om daar te wonen?

“Deze sublieme salon van de wereld is tegelijkertijd de hel die je moet mijden als de pest”

Antonio en zijn vrouw Silvia weten hoe dat is. Gereserveerd schermen ze hun woning af tegen indiscrete blikken: ‘Dit is mijn holletje,’ zegt Antonio. ‘Als ik moet denken, wil bijtanken, me wil terugtrekken, ja, dan vind ik hier de rust.’ Dat is alleen mogelijk na het wegebben van de mensenmassa die daar beneden rondslentert, zich verdringt, gillend en lachend over elkaar heen buitelt of stoïcijns uren in de rij wacht om de basiliek in te kunnen.

Dat is de menigte die elke dag in groepen voorbijgolft, terwijl de (al dan niet officiële) gidsen met de microfoon voor de mond en de paraplu hoog in de lucht gestoken hen overspoelen met woorden, data, anekdotes. En intussen staan de orkestjes bij Caffè Florian en Caffè Lavena uitentreuren hun symfonieën en marsen te spelen.

Want deze sublieme salon van de wereld is tegelijkertijd de hel die je moet mijden als de pest, in de woorden van de Venetianen, die in de loop der eeuwen twee pestuitbraken hebben gehad en deze toestroom zo’n beetje als de derde beschouwen. ‘Het is triest wat er in feite met de hele stad gebeurd is,’ zegt Antonio hoofdschuddend. ‘Maar de grootste vijanden van Venetië zijn de Venetianen zelf. Ze hebben hun huizen omgeturnd tot B&B’s en hebben het merendeel van de winkels verkocht. Kijk maar eens hoe de markt van Rialto eraan toe is. En ze zijn nog kortzichtig geweest ook; ze hebben helemaal niet gedacht aan het effect dat zo’n toevloed van bezoekers kan hebben op het karakter van deze stad.’

Maar ook al is de stad inmiddels bijna het hele jaar door in de greep van die ondraaglijke kermis, je moet volhouden en wachten tot het kouder wordt. ‘Het magische seizoen is van november tot januari. Dat is de periode dat ik hier het liefst ben. De rest van het jaar is het niet zo heel prettig, kunnen we wel zeggen… ’s Zomers moet je wachten tot de nacht valt: dan pas ademt de stad weer de sfeer van mijn kindertijd.’

Maar dat appartement daarboven beschermt degenen die er wonen. Het isoleert ze, als schipbreukelingen van de geschiedenis, maar dan wel in het kolkende hart. ‘Mijn ouders hebben het aangepast, ze hebben er een heel rustgevend huis gemaakt. Het bijzondere is dat mijn vader Carlo het in 1970 kocht van een Milanese heer. En die heer had het gekocht voor zijn minnares. Kun je nagaan. Het was een fantastische alkoof waar maar één iemand woonde.’

Maar dit is in een stad waar alles wat los en vast zit is opgekocht door miljonairs en magnaten; heeft de familie Zano dan nooit een bod op hun woning gehad?

‘Eerlijk gezegd niet, nee,’ bezweert Antonio, bijna verrast door de vraag. Dan barst hij in lachen uit: ‘Ze zullen wel zijn teruggeschrokken voor die kakofonie van orkestjes, kerkklokken en geschreeuw.’ Dan wordt hij weer serieus: ‘Ik geef toe dat ik ook weleens heb overwogen om het op te geven, om ergens anders te gaan wonen. Je krijgt haast het gevoel dat alles samenspant om jou te verjagen.

Maar dat duurt nooit lang. Als ik door het raam kijk en de basiliek zie, denk ik: nee, dit is allemaal te mooi om hier weg te gaan.’ 

Wandelen naar Venetië

Hoever wil men in Venetië nog gaan met het massatoerisme?

Het weekblad L’Espresso werpt die vraag op en geeft ook het antwoord in een satirisch stukje waarin wordt vooruitgelopen op toekomstige ontsporingen. ‘Weer laait de discussie op nu een chartervlucht met Russische toeristen rechtstreeks op het San Marcoplein is geland. Het toestel raakte de tafeltjes op een van de terrassen. Gevolg: een tiental cocktails en drie kopjes cappuccino naar de haaien. Veertienduizend euro schade.’

Het artikel werd ingegeven door het incident met een passagiersschip dat in aanvaring kwam met een andere toeristenschuit, afgemeerd in hartje stad. Het blad doet ook een oplossing aan de hand om dit soort incidenten in de toekomst te voorkomen. ‘Een cruiseschip dat zo lang is dat men kan instappen in Kroatië en dan via het gangboord naar Venetië kan wandelen.’

Maar eigenlijk kan men geen grappen van deze aard maken in een stad ‘waar 98 procent van de bevolking lid is van de bond van winkeliers en hotelhouders, en de resterende 2 procent gondelier is of bij een gondelreparatiebedrijf werkt’.

Auteur: Fabio Bozzato

Il Venerdì di Repubblica
Italië | republicca.it/venerdi

Deze bijlage wordt op vrijdag bij La Repubblica gepubliceerd met reportages en columns van gerenommeerde schrijvers uit de doordeweekse krant.

Plaats een reactie