New York voordat het New York was

The New York Times / 360  | 14 juli 2019 - 10:0014 jul - 10:00

Russell Shorto zocht naar de nalatenschap van de Nederlanders die in de zeventiende eeuw de kolonie Nieuw-Nederland stichtten, met als hoofdstad Nieuw-Amsterdam op het eiland Manhattan. Hij vond overal Nederlandse tintjes, vooral in de Hudsonvallei.

Sommige mensen reizen met een bepaald doel: om het verleden in het heden te vinden. Dat lukt je natuurlijk nooit, omdat het heden zo sterk aanwezig is. Maar in een onvoorspelbare wereld waarin alles snel gaat, kan gerichtheid op de geschiedenis je wortels geven en een perspectief bieden. Dat was mijn bedoeling toen ik onlangs op reis ging om naar de oorsprong van New York te zoeken.

Aan het begin van de zeventiende eeuw stichtten de Nederlanders een kolonie genaamd Nieuw-Nederland, met als hoofdstad Nieuw-Amsterdam op het eiland Manhattan. Dit was de basis van waaruit ze aanspraak maakten op de Nieuwe Wereld, en van waaruit ze strijd leverden tegen hun aartsvijand Engeland, die koloniën had in New England en Virginia. De Engelsen beslisten de machtsstrijd in hun voordeel met de overname van Nieuw-Amsterdam in 1664, dat herdoopt werd tot New York.

Nieuw-Nederland mag dan geschiedenis zijn, zijn nalatenschap verschuilt zich in het volle zicht. Je kunt haar vinden in oude huizen en schuren, in straatpatronen en in wijknamen in New York, van Harlem tot Rotterdam, van Breuckelen (nu Brooklyn) tot Rensselaer. En in de Amerikaanse cultuur in bredere zin: cookies zijn Nederlands, net als coleslaw. Deze kleinschalige nalatenschappen verhullen grotere erfenissen. De Nederlanders van de zeventiende eeuw waren pioniers op het gebied van vrijhandel en religieuze tolerantie, belangrijke ingrediënten voor de ontwikkeling van wat komen zou: New York zelf.

» Lees verder in de Reader / op Blendle

Plaats een reactie