De andere kant van economische groei

360 / Amsterdam  | 21 September 2019 - 10:0021 Sep - 10:00

Sinologe Annelous Stiggelbout las de reportage van Du Qiang en lichtte op verzoek de Sanhe-goden van Du Qiang toe.

Lees hier de reportage ‘Gebroken met alles en iedereen’

Sinds de jaren tachtig is China de fabriek van de wereld geworden: van plastic prullaria tot smartphones, het wordt allemaal geproduceerd in grote fabriekssteden in het zuiden, zoals Dongguan en Shenzhen. Met de groei van de industrie is een grote stroom binnenlandse migranten op gang gekomen van jongeren die wegtrekken uit de dorpen, waar hun ouders vaak kleine boeren zijn met een mager inkomen, om hun geluk te beproeven in deze steden. Met hun ondernemingszin, ambitie en werklust zijn deze jonge arbeiders de motor van de enorme groei van de Chinese economie. Met hun trek naar de stad bouwen ze tegelijk aan een nieuw leven voor zichzelf, met nieuwe kansen.

Du Qiang laat de andere kant van de medaille zien: jongeren die naar de stad trekken en daar mislukken, waarna ze blijven hangen zonder enige ambitie om nog iets van hun leven te maken. Sanhe is een wijk in fabrieksstad Shenzhen, en de jonge mannen in dit verhaal – ironisch ‘Sanhe-goden’ genoemd – slijten hun dagen afwisselend in internetcafés en fabrieken: zodra ze een beetje geld hebben verdiend, laten ze zich apathisch wegzinken in het internet en zodra hun geld op is, keren ze terug naar de banenmarkt om met tijdelijk werk weer een beetje geld te verdienen.

Veel thema’s komen hier samen: het moeizame bestaan van de Chinese onderklasse; internetverslaving; de scheve geslachtsverhouding in China, waardoor deze mannen weinig kans hebben een partner te vinden. Wat verder opvalt is de verschrikkelijke eenzaamheid van de jonge mannen in deze reportage.

Deze met een True Story Award bekroonde reportage van Du Qiang bestaat uit twee delen. Het eerste deel is opgebouwd rond een vrouw die ‘grote zus Hong’ wordt genoemd. Du Qiang beschrijft haar als een haast goddelijke figuur, een soort Maria (of Guanyin [Chinese godin van troost en genade]), die een luisterend oor en een troostende schouder (en een warm gat) biedt aan de eenzame jongemannen van Sanhe. Haar eigen leven is zowel veelbewogen als moeilijk geweest, maar in dit verhaal is ze vooral een middel om iets te laten zien van het leven van die Sanhe goden.

De centrale persoon in het tweede deel, hier via het Engels vertaald, is Xiao Zeng, wiens meest in het oog springende kenmerk zijn diepe eenzaamheid is. Xiao Zeng is zo totaal alleen dat hij elk beetje wat hij heeft (een handige slaapplek, een paar yuan) onmiddellijk deelt met de eerste de beste persoon die hij ziet. Ook hij slijt zijn dagen beurtelings in internetcafés en met tijdelijk werk.

Du Qiang (Shaanxi, 1988) verbleef voor dit artikel meer dan veertig dagen tussen de Sanhe-goden in Shenzhen. Du (bij Chinese namen komt de achternaam vooraan) begon zijn carrière als politiek verslaggever, maar maakte na twee jaar de overstap naar achtergrondjournalistiek. Hij is vooral geïnteresseerd in mensen met ongewone verhalen, in randgevallen. Via kleine, nieuwswaardige gebeurtenissen werpt hij een licht op grotere sociale kwesties.

Auteur: Annelous Stiggelbout

Annelous Stiggelbout (1981) studeerde sinologie aan de Universiteit Leiden. Ze bracht zes jaar door in China en Taiwan, onder andere als vertaler bij een Engelstalige krant en als diplomaat voor de Nederlandse ambassade. Sinds 2013 richt ze zich geheel op de Chinese literatuur. Ze heeft werk vertaald van onder anderen Han Han en Xu Zechen.

Plaats een reactie