Actie Kidsweek: Tussen kunst en AI

360 / The Atlantic  | 14 October 2019 - 14:4914 Oct - 14:49

Een algoritme heeft zijn eerste solotentoonstelling in een kunstgalerie in het epicentrum van de New Yorkse kunstwereld. Zullen robots de kunstwereld transformeren of vernietigen?

» Dit artikel bieden we u als (ouder van een) Kidsweek-lezer gratis aan. Interessant? Als u de redactie mailt of dit formulier invult, activeert u vanzelf een maand gratis toegang tot 360 Magazine.

» Neem een kijkje in onze digitale tijdschriften

De beelden zijn groot en rechthoekig en schokkend: een vorm die doet denken aan een gezicht, verzwolgen door woeste rode en gele waterpartijen; een hoofd dat opduikt uit een cape die is bezet met glinsterende veren waar iets uitsteekt dat doet denken aan een hand; een hoop gouden en scharlakenrode spikkels die de indruk wekken van een stof, waaruit een gezicht opdoemt met hoekige, ernstige gelaatstrekken. Het zijn allemaal werken die onderdeel uitmaken van de tentoonstelling Faceless Portraits Transcending Time, die onlangs te zien was in HG Contemporary, een galerie in Chelsea, het huidige epicentrum van de New Yorkse kunstwereld. Alle werken zijn vervaardigd door een computer.

In de catalogus wordt de tentoonstelling omschreven als een ‘samenwerking tussen een kunstmatige intelligentie, AICAN genaamd, en haar schepper, dr. Ahmed Elgammal’. Deze samenwerking is bedoeld om het _machine learning_-algoritme, dat het leeuwendeel van het werk heeft verricht, in het zonnetje te zetten en te antropomorfiseren. Volgens HG Contemporary is dit de eerste solotentoonstelling die is gewijd aan een AI-kunstenaar.

Als ze elkaar niet al binnen de kunstscene van New York hadden leren kennen, dan hadden de hoofdrolspelers elkaar kunnen ontmoeten op de set van een Spike Jonze-film: een informaticus die een omzet haalt van vier nullen met de verkoop van software die geprinte beelden genereert; een voormalig financieel analist van een hotelketen die is uitgegroeid tot een technogaleriehouder in Chelsea en goede banden heeft met de beau monde van de kunstwereld; een durfkapitalist met twee universitaire graden biomedische informatica op zak; en een kunstconsulent die het allemaal voor elkaar heeft weten te boksen, op een manier die herinneringen oproept aan The A-Team. En dit alles na een toevallige ontmoeting op een blockchainconferentie. Samen hopen ze een nieuwe invulling te geven aan de beeldende kunst, of op zijn minst een graantje mee te pikken van de machine learning-hype.

De tentoonstelling in de galerie zou weleens een coming-outparty kunnen zijn voor Elgammals door durfkapitaal gefinancierde, econometrische start-up in de kunsten. De informaticus heeft enkele werken gemaakt die je echt raken. Maar zijn partners en hij willen AICAN ook verkopen als ‘oplossing’ voor kunst, als een manier om trends te voorspellen en misschien zelfs werken te vervaardigen in de betreffende stijl. Het idee is zo van deze tijd en zo extravagant dat het idee zelf misschien nog wel eerder het label ‘kunst’ verdient dan de merkwaardige portretten die in de galerie hangen.

Goudkoorts

De AI-goudkoorts barstte echt goed los in oktober vorig jaar, toen in het New Yorkse veilinghuis Christie’s Portrait of Edmond de Belamy, een door een algoritme gegenereerde prent in de stijl van de negentiende-eeuwse Europese portretschilderkunst, voor 432.500 dollar van de hand ging.

Zowel binnen als buiten de kunstwereld werd er geschokt gereageerd. De prent was niet tentoongesteld voorafgaand aan de veiling – iets wat tot dan toe was voorbehouden aan werken van naam. Het winnende bod werd anoniem gedaan, en telefonisch, wat ook de nodige wenkbrauwen deed fronsen: kunstveilingen kunnen prijsopdrijving in de hand werken. Het werk was gemaakt door een computerprogramma dat nieuwe beelden genereert, gebaseerd op patronen in een verzameling bestaand werk, waarvan de AI bepaalde aspecten ‘leert’. Sterker, de kunstenaars die het werk hadden begeleid en gegenereerd, het Franse collectief Obvious, had het algoritme of het trainingsprogramma niet eens zelf geschreven. Ze hadden het gewoon gedownload, nog wat getweakt en het resultaat de markt op gestuurd.

‘Wij zijn degenen die hebben besloten het te doen,’ zei Obvious-lid Pierre Fautrel in reactie op alle kritiek, ‘wij zijn degenen die hebben besloten het op doek te printen, het te signeren met een wiskundige formule, het mooi in te lijsten.’ Een eeuw nadat Marcel Duchamp een urinoir tot kunst bombardeerde door het in een museum te plaatsen, is er in feite weinig veranderd, met of zonder computers.

De beste manier om iets als kunst te presenteren is zorgen dat mensen het als nieuw en verrassend ervaren. Een computer gebruiken is tegenwoordig niet meer voldoende; de apparatuur van vandaag de dag biedt allerlei manieren om beelden te genereren die kunnen worden afgedrukt, ingelijst, tentoongesteld en verkocht – van digitale foto’s tot kunstmatige intelligentie. Momenteel is de trend een generative adversarial network, ook wel een GAN genoemd, de technologie die Portrait of Edmond de Belamy heeft gemaakt. Net als andere machine learning-methoden maken GAN’s gebruikt van samples  – in dit geval kunst, of in ieder geval beelden van kunst – om patronen te distilleren, en die kennis vervolgens te gebruiken om nieuwe werken te creëren. Een typisch renaissancistisch portret kan bijvoorbeeld worden gecomponeerd als een buste of als een aanblik schuin van voren. De computer heeft geen idee wat een buste is, maar als hij maar genoeg bustes ziet, kan hij het patroon aanleren en proberen dat te herhalen in een beeld.

GAN’s maken gebruik van twee neurale netwerken (een manier om informatie te verwerken die is gemodelleerd naar het menselijk brein) om beelden te produceren: een ‘generator’ en een ‘vergelijker’. De generator produceert nieuwe output – beelden, in het geval van beeldende kunst – en de vergelijker zet die output af tegen een trainingsset om te kijken of het overeenkomt met willekeurig welk patroon de computer uit alle data heeft gegenereerd. De kwaliteit of bruikbaarheid van de resultaten is goeddeels afhankelijk van de vraag of het je lukt het systeem goed te trainen, en dat is moeilijk.

Dat is precies de reden waarom mensen met verstand van zaken van slag waren door de veiling van Portrait of Edmond de Belamy. De afbeelding was gemaakt door een algoritme dat de kunstenaars niet zelf hadden geschreven, een algoritme dat was getraind met een reeks afbeeldingen van ‘oude meesters’ die de kunstenaars ook niet zelf hadden gemaakt. De kunstwereld kijkt er niet van op dat trends en spektakel de nodige aandacht genereren, maar de brave new world van machine learning lijkt ook weer een kwestie van readymades, het machine-learning-equivalent van het urinoir op een sokkel.

Ahmed Elgammal heeft het gevoel dat AI-kunst veel meer kan zijn dan dat alleen. Hij is als informaticus verbonden aan Rutgers University (New Jersey) en staat aan het hoofd van een laboratorium voor kunst en kunstmatige intelligentie. Samen met zijn collega’s ontwikkelt hij daar nieuwe technologieën die proberen nieuwe ‘kunst’ te doorgronden en te creëren (de aanhalingstekens zijn van Elgammal) met behulp van AI – wat iets anders is dan het maken van geloofwaardige kopieën van bestaand werk, wat GAN’s doen. ‘Dat is geen kunst, dat is gewoon naschilderen,’ zegt Elgammal over de werken die door GAN’s zijn vervaardigd. ‘Het is wat een slechte kunstenaar ook zou kunnen doen.’ Elgammal noemt zijn benadering een creative adversarial network, oftewel een CAN. In zijn netwerk wordt de vergelijker van de GAN – het deel dat voor gelijkvormigheid zorgt – vervangen door een onderdeel dat voor vernieuwing zorgt.

Het systeem behelst in feite een theorie van hoe kunst zich ontwikkelt: door middel van kleine aanpassingen aan een bekende stijl, die iets nieuws opleveren. Dat is een handige invalshoek als je bedenkt dat elke machine learning-techniek zich moet baseren op een specifieke trainingsset.

‘De doorsneebezoeker ziet het verschil niet met “gewone” kunst’

De resultaten zijn opmerkelijk en merkwaardig, al gaat het misschien wat ver om te spreken van een nieuwe kunstzinnige stijl. Het zijn eerder overtuigende benaderingen van visuele abstracties. De beelden in de tentoonstelling, die zijn vervaardigd op grond van trainingssets met renaissancistische portretten en schedels, zijn figuratiever, en behoorlijk verontrustend. Op de bordjes van de galerie worden ze hertogen, graven, koninginnen en zo meer genoemd, al zijn er geen echte mensen afgebeeld – het zijn gedaanten die aan mensen doen denken, hun gelaatstrekken zijn streperig en vertrokken, maar het beeld is nog wel herkenbaar als portret. Faceless Portrait of a Merchant toont bijvoorbeeld een torso dat ook zou kunnen doorgaan voor de voorpoten en flanken van een jachthond. Daarboven zien we een vlezige bol die een hoofd lijkt oor te stellen. Het hele tafereel is rimpelig, door het computeralgoritme, wat je wel vaker ziet bij computer-gegeneerde kunst.

Volgens Elgammal kan de doorsneebezoeker niet het verschil zien tussen een door AI gemaakt kunstwerk en een ‘gewoon’ kunstwerk, binnen de context van een museumzaal of een kunstbeurs. Dat is een knappe prestatie – de abstracte beelden die AICAN produceert, hebben visuele cohesie en aantrekkingskracht. Maar de twintigste-eeuwse kunst was gestoeld op de gedachte dat iets kunst werd zodra het in een museum of galerie werd gehangen, in plaats van andersom.

FILMPJE

Als ik Elgammal vraag welke renaissancistische kunstenaars hij heeft gekozen voor de trainingsset, en waarom, stuurt hij me een Dropbox-link naar drieduizend portretten van verschillende kunstenaars uit dik twee eeuwen – onder meer Titiaan, Gerard ter Borch en Giovanni Antonio Boltraffio. De onderwerpen variëren van onbekende mensen die een portret hebben laten schilderen voor in hun eigen huis, tot historische figuren zoals Erasmus. Het gaat hier meer om het aantal dan om specifieke onderwerpen, kunstenaars of stijlen. Dat zou weleens onvermijdelijk kunnen zijn bij AI-kunst: een veelvoud aan kunsthistorische contexten wordt geabstraheerd tot algemene, visuele patronen.

AICAN kan de algemene principes van de compositie aanleren, maar al doende kan het andere kenmerkende facetten van werk uit een bepaalde periode of een bepaald genre over het hoofd zien.

‘Er is geen vorm van schilderkunst denkbaar die zo is overladen met culturele connotaties als de portretschilderkunst,’ aldus John Sharp, een kunsthistoricus die is gespecialiseerd in vijftiende-eeuwse Italiaanse schilderijen en die aan het hoofd staat van de master Programmadesign en Technologie van de Parsons School of Design in New York. Portretkunst is meer dan een stijl, die biedt ook alle ruimte voor symboliek. ‘Zo kan een man bijvoorbeeld worden afgebeeld met een opengeslagen boek, om duidelijk te maken dat hij iets heeft met een bepaalde materie; of hij wordt afgebeeld met schrijfgerei, om gezag uit te stralen; of met een wapen, om macht uit te stralen.’ Kijk bijvoorbeeld eens naar Boltraffio’s portret van een jongeman die een pijl vasthoudt, dat is gebruikt om AICAN te trainen voor de tentoonstelling. Op het schilderij staat een jongeman afgebeeld, naar verluidt de dichter Girolamo Casio, uit Bologna, die een pijl tussen zijn vingers houdt, schuin voor zijn borst. De pijl is niet alleen een wapen, maar tevens een ganzenpen, een krachtig symbool voor zowel aristocratie als poëzie. Niet alleen de pijl, maar ook de krans in Casio’s haar is een embleem van Apollo, de god van zowel de poëzie als het boogschieten.

Een neuraal netwerk zou hieruit niets kunnen afleiden over specifieke symbolische attributen in de renaissance of de oudheid – tenzij het dat krijgt aangeleerd, maar je kunt het netwerk niet zoiets aanleren enkel door het een heleboel portretten te tonen. Voor Sharp en andere criticasters van computer-gegenereerde kunst getuigen de resultaten van een onaanvaardbare onwetendheid aangaande de vermeende invloeden van het bronmateriaal.

Maar in het kader van deze tentoonstelling is het teruggrijpen op de renaissance voornamelijk een manier om een hippe, nieuwe technologie te verbinden met traditionele schilderkunst, teneinde het resultaat een zeker historisch gewicht te verlenen: niet alleen een tentoonstelling in een galerie in Chelsea, maar ook een eerbetoon aan de schilderkunst die in het Metropolitan hangt. Om de link te versterken met de bakermat van de Europese kunst worden sommige afbeeldingen tentoongesteld in sierlijke lijsten, iets wat galeriehouder Philippe Hoerle-Guggenheim (ja, díé Guggenheim, al zegt hij dat hij ‘verre’ familie is) per se wilde, zo vertelt hij me.

De technische vervaardigingsmethode wordt in officieel klinkende bewoordingen vermeld op de informatiebordjes in de galerie: ‘Creative Adversarial Network print’. Maar beide vormen van inspiratie, zowel de machine learning als de renaissanceportretten, krijgen nauwelijks credits en al helemaal geen toelichting. Dat is bewust zo gedaan, zegt Hoerle-Guggenheim. Hij gokt erop dat alleen al het bestaan van een visueel pakkend AI-schilderij genoeg is om belangstelling te wekken – en kopers aan te trekken. Dat blijkt een goede gok.

Bedreiging

Sommige bezoekers zien de belofte die AI-kunst in zich draagt als een bedreiging. Op zijn werkkamer laat Hoerle-Guggenheim me een reactie zien op een Instagram-post, voorafgaand aan de tentoonstelling. Iemand beklaagt zich erover dat de galerie kunst tentoonstelt die is gemaakt door machines. ‘Een schande dat een kunstgalerie zoiets doet… in plaats van ruimte te bieden aan mensen die hun levendige kijk op onze wereld geven.’

Hoerle-Guggenheim is blij met de kritiek – daaruit blijkt vooral belangstelling voor de tentoonstelling. Elgammal neemt de kritiek serieus, maar hij denkt dat de ongerustheid misplaatst is. ‘Het gaat mij nu meer om de samenwerking,’ zegt hij, waarmee hij afstand neemt van zijn eerdere interesse in het genereren van beelden die menselijke kijkers als beeldende kunst zouden accepteren. Het idee van samenwerking zit ingebakken in het werk van AICAN, bij HG Contemporary en daarbuiten. Maar het is merkwaardig om AICAN te vermelden als medewerker – schilders zien pigment als een middel, niet als een partner. Zelfs de meest overtuigde makers van digitale kunst presenteren het digitale proces achter hun werken niet op die manier; en áls ze het al doen, dan is het pas na vele jaren, om niet te zeggen decennia, van gebruik en voortdurende verfijning.

Maar Elgammal vindt deze keuze zonder meer gerechtvaardigd omdat machine learning tot onverwachte resultaten leidt. ‘Een camera is een stuk gereedschap – een mechanisch apparaat – maar een camera is niet creatief,’ zegt hij. ‘Door het over gereedschap te hebben, doe je AICAN tekort. Het is voor het eerst in de geschiedenis dat een apparaat over een zekere mate van creativiteit beschikt, dat het je kan verrassen.’

Elgammals financiële belang in AICAN kan deels verklaren waarom hij zo hamert op die rol. De gespecialiseerde printtechniek of zelfs de processing code-omgeving zijn niet meer dan programma’s die Elgammal heeft ontworpen, maar AICAN is meer dan dat: het is ook een commerciële onderneming.

‘De beste manier om iets als kunst te presenteren is zorgen dat mensen het als nieuw en verrassend ervaren’

Elgammal heeft al een bedrijf in het leven geroepen, Artrendex, dat ‘AI-innovaties voor de kunstmarkt’ levert. Een daarvan stelt de authenticiteit vast van de herkomst van een werk; een andere draagt werken aan die een liefhebber of verzamelaar zouden kunnen bekoren op grond van de bestaande collectie; weer een andere is een systeem om afbeeldingen te rubriceren op grond van visuele kwaliteiten en niet alleen op grond van metadata. Die laatste is net aangekocht door de Barnes Foundation, om de website aan te sturen die mensen de gelegenheid biedt in de collectie te browsen.

Het bedrijf heeft meer ambities dan alleen aanbevelingen doen en mooie onlinecatalogi aanleggen. Elgammal zat onlangs in een panel over het gebruik van blockchain voor het managen van kunstverkopen en authenticaties, en daar trok hij de aandacht van Jessica Davidson, een kunstconsulente die kunstenaars en galeries adviseert bij het opbouwen van een collectie of het samenstellen van een tentoonstelling.

Davidson was op zoek naar businessdevelopmentpartners, en ze raakte geïntrigeerd door AICAN als een verhandelbaar product. ‘Wat mij interesseerde was hoe we het op een aansprekende manier kunnen inzetten,’ zegt ze.

Davidson is ook degene die de _Faceless Portraits Transcending Time_-tentoonstelling heeft verkocht aan Hoerle-Guggenheim, die al langer op zoek was naar een AI-georiënteerde kunstenaar voor zijn galerie. ‘Het was belangrijk om de legitimiteit te waarborgen van wat we proberen te doen,’ vertelt Davidson me, ‘en het was belangrijk om een heel traditionele solotentoonstelling in Chelsea samen te stellen en te openen.’

FILMPJE

De tentoonstelling is meer dan een stunt. Om te beginnen zijn de prints te koop, voor prijzen die variëren van 6000 tot 18.000 dollar. Voor de Chelsea-scene is dat zeer betaalbaar. Maar daarnaast is de tentoonstelling ook een strategische zet om de basis te leggen voor een bredere ambitie: het gebruik van AI om de visuele esthetiek van de toekomst te doorgronden en misschien zelfs te definiëren. ‘We hebben de machine gevoed met beelden van kunst, gerubriceerd naar stijl – renaissance, barok, realisme, impressionisme enzovoort – en de machine heeft de chronologie uitgevogeld,’ zegt Elgammal. Het is een opmerkelijke prestatie die de overtuiging zou kunnen ondergraven dat artistieke prestaties afhankelijk zijn van de menselijke rede. Elgammal speculeert dat AICAN en vergelijkbare technologieën toekomstige kunsttrends kunnen voorspellen, gebaseerd op technieken en stijlen die momenteel in zwang zijn. Dat maakt Artrendex, en AICAN, hoe dan ook tot een potentieel waardevol _business intelligence_-platform.

Davidson legt uit dat het systeem al is gebruikt om honderdduizenden Instagram-posts te analyseren. Die informatie wordt vervolgens gebruikt om te bekijken welke werken op trendy festivals als Art Basel vermoedelijk de toon zullen zetten. ‘In een kunstmarkt waar meer dan 64 miljard dollar omgaat,’ zo staat te lezen op de website van Artrendex, ‘en waar het grootste deel van die markt bestaat uit kunst die wordt gekocht als investering, ontstaat de vraag naar data-analyseprogramma’s die de potentiële waarde van kunst kunnen vaststellen.’ Afgelopen jaar heeft Khosla Ventures 2,4 miljoen dollar in het bedrijf gestoken voor de ontwikkeling en verkoop van marketingtools op het gebied van kunsteconometrie.’

Door AICAN’s commerciële potentieel verandert de tool van een eigenzinnige AI-partner in een mogelijk waardevolle general purpose-technologie. En daarom wil Elgammal voorlopig zelf in de hand houden wie toegang heeft tot AICAN. Elgammal houdt vast aan het standpunt dat AICAN een medewerker is, maar voorlopig is hij zelf nog altijd degene die beslist wie er al dan niet mag meewerken. ‘We zetten nu een artist in residence-programma op om intern met AICAN samen te werken, voordat we het beschikbaar maken voor anderen,’ zegt hij.

‘Goedgekeurde’ medewerkers zijn onder meer Devin Gharakhanian en Tim Bengel, van wie het werk dat ze met AICAN hebben gemaakt vorig jaar is tentoongesteld op Scope Miami Beach.

Davidsons verwachtingen voor AICAN zijn zelfs nog ambitieuzer, en ook commerciëler van aard. Ze ziet ‘een netwerk van pijplijnen’ voor zich naar corporate collecties – zoals de collecties van hotelketens of bedrijfsgebouwen, die kunst nodig hebben om in openbare ruimtes te hangen. Met genoeg data over de gebruikersvoorkeuren wat betreft beelden, kunnen AICAN en zijn neefjes en nichtjes in theorie de hipste look voor het volgende seizoen bepalen, en Artrendex kan betaalbare edities maken en vervaardigen voor hotelkamers of lobby’s van bedrijven. Misschien dat het bedrijf zelfs abonnementen kan verkopen om die werken te verversen.

Business Intelligence

Dat is slechts een van de mogelijke scenario’s voor de toekomst, en het is nog niet eens zeker dat Artrendex dat scenario zal nastreven. Alex Morgan, een hoge medewerker van Khosla, die medeverantwoordelijk is geweest voor het inschakelen van Elgammal en zijn bedrijf, vertelt me dat de opbrengst van de investering onbekend is, ‘maar wel hoog’. Hij hoopt dat het bedrijf ‘het maakproces en de waardering van kunst op een ingrijpende manier zal democratiseren’.

Ondertussen zal geautomatiseerde, commerciële kitsch voor boven de kingsize bedden in suites van het Hyatt misschien niet lang meer op zich laten wachten nu de Chelsea-scene de technologie heeft omarmd als een creatieve, machine learning-partner.

De kunstmarkt is precies wat het woord zegt: een markt. Sommige van de meest vooraanstaande namen binnen de hedendaagse kunstwereld, van Damien Hirst tot Banksy, houden zich net zozeer of misschien zelfs meer – bezig met de handel in kunst als met het vervaardigen van afbeeldingen en objecten, en met esthetiek. Vandaag de dag ontkomt geen enkele kunstenaar daaraan, zegt Elgammal.

‘Is hij een kunstenaar?’ vroeg Hoerle-Guggenheim zich af over de informaticus. ‘Nu hij zich in deze context heeft begeven, kan het niet anders.’ Maar is dat voldoende? Sharp is van oordeel dat Faceless Portraits Transcending Time meer wegheeft van een demo dan van een weloverwogen oeuvre.

Gewoon de zoveelste stijl

Hoe er ook tegen Banksy of Hirst wordt aangekeken, Elgammals grootste kunststuk zou weleens Artrendex zelf kunnen zijn, in plaats van de portretten die de start-up heeft voortgebracht.

Het worstcasescenario is dat machines de gehele kunstpraktijk zullen overnemen. AICAN zou kunnen uitgroeien tot een gesloten systeem waarin een kunstmatige intelligentie de informatieruimte afspeurt, op zoek naar invloeden, en op grond daarvan een nieuwe iteratie van kunst ontwikkelt en vervolgens analyseert hoe dat werk door het publiek wordt ontvangen, en steeds opnieuw, ad infinitum. Wanneer ik Davidson met deze mogelijkheid confronteer, moet ze erkennen dat ze niet bij dit scenario heeft stilgestaan, maar ze zegt erbij dat het risico haar niet al te groot lijkt. ‘Ik denk dat deze ontwikkeling belangrijk is en bij deze tijd past,’ zegt Davidson over AICAN. ‘Maar het is bepaald niet gezegd dat het die kant op zal gaan.’

Daar kan ze gelijk in hebben. Ondanks Morgans ambities ontkomt zelfs een machine die esthetische stijlen vervaardigt en beoordeelt, er niet aan zelf uit te groeien tot een stijl. Voorlopig is de AI-look interessant en vernieuwend, maar het zal altijd een esthetiek zijn die is verbonden aan een bepaalde periode. Momenteel ziet het er nog allemaal even mooi en spannend uit, maar binnenkort zullen we ook hierop uitgekeken raken. AICAN zal de kunst redden noch de das omdoen. Het is gewoon een zoveelste stijl, door trends en toevalligheden verbonden met een bepaalde periode die ook weer voorbij zal gaan, zoals elke periode.

Bij de 20ste-eeuwse avant-garde kon van alles en nog wat kunst worden, een idee dat in de 21ste eeuw breder postvatte binnen de populaire cultuur. Tegenwoordig kan iedereen zichzelf uitroepen tot kunstenaar en zichzelf een zeker bestaansrecht verlenen op bijvoorbeeld YouTube of Instagram of DeviantART. Vandaag de dag wordt de culturele productie aangedreven door dit soort start-ups. Maar toch, van alle kunstvormen is de schone kunst misschien wel het beste bestand tegen technologische verstoring – beide floreren bij vernieuwing, zelfs al is die nauwelijks bij te houden.

Het valt nog te bezien welke partij uiteindelijk de toon zal zetten, en welke zal volgen. Elgammal is uiteindelijk misschien niet meer dan een serieuze informaticus die per ongeluk kunstenaar en ondernemer is geworden en in de wereld van de uitgekookte kunsthandelaren terecht is gekomen. Of hij is een sluwe agent die misbruik maakt van een serieuze galeriehouder in zijn commerciële streven de kunstmarkt in handen te krijgen. De toekomst van de kunst zou weleens bepaald kunnen worden door de vraag welk verhaal het hoogste bod binnensleept.

Auteur: Ian Bogost

The Atlantic
Verenigde Staten | maandblad | oplage 462.000

Voorheen The Atlantic Monthly. Halverwege de negentiende eeuw opgericht door schrijvers Harriet Beecher Stowe en Ralph Waldo Emerson. Naast journalistiek ook ruimte voor poëzie en beeld.

» Activeer hier uw maand gratis digitaal toegang tot 360 Magazine.

Plaats een reactie