Dossier Götterdämmerung | Soft power kan niet zonder harde militaire macht

Foreign Policy / 360  | 25 October 2019 - 17:2725 Oct - 17:27

Tot voor kort leken de Verenigde Staten, het Westen en hun wereldrijk van soft power hét rolmodel voor welk nieuw bestel dan ook. Maar het liep net even anders. We zijn terug bij keiharde machtspolitiek.

» Klik hier om een maand gratis digitaal toegang te krijgen tot 360 Magazine, of mail de redactie. Stopt automatisch op 28 november.

» Dit artikel krijgt u als lid of vriend van Nexus cadeau. De auteur, durfkapitalist Eric Xun Li, is een van de sprekers op de Nexus Conferentie van 10 november.

BIJNA DERTIG JAAR GELEDEN introduceerde Joseph Nye, de Amerikaanse politicoloog die later deel zou uitmaken van de regering-Clinton, op de pagina’s van Foreign Policy een nieuwe term: ‘soft power’. Het werd een razend populair begrip, dat zijn stempel zou drukken op de wereld van na de Koude Oorlog. Nye redeneerde dat Amerika misschien een zwakkere mogendheid leek dan vlak na de Tweede Wereldoorlog, maar nog steeds een unieke mate van invloed op de wereld kon uitoefenen. De VS had niet alleen militaire middelen maar kon ook, gebruikmaken van zijn ‘soft power’, waarbij geen dwang kwam kijken.

Harde macht

De harde macht was makkelijk te meten: gewoon een kwestie van raketten, tanks en troepen tellen. Maar waaruit bestond die soft power van Amerika dan? Nye onderscheidde drie categorieën: cultureel, ideologisch en institutioneel. Op al die vlakken wilde de hele wereld volgens hem op de Verenigde Staten lijken. En dat kon de VS benutten om de wereld mede vorm te geven. ‘Een staat die zijn macht legitiem weet te maken in de ogen van anderen, stuit op minder weerstand bij de verwezenlijking van zijn wensen.’ Want ‘als de cultuur en ideologie van een land aantrekkelijk zijn,’ betoogde hij, ‘zullen anderen sneller bereid zijn dat land te volgen.’ Amerika’s soft power berustte volgens Nye op de aantrekkingskracht van de liberale democratie, de vrije markt en fundamentele mensenrechten. Met andere woorden: het liberalisme.

In de kwart eeuw nadat Nye zijn idee over soft power lanceerde, ontwikkelde de wereld zich grofweg inderdaad volgens de door hem geschetste lijnen. Nadat de Verenigde Staten de Koude Oorlog hadden gewonnen, oefende het Amerikaanse liberalisme een ongekende aantrekkingskracht uit op de hele wereld. Het ging zelfs zover dat de politicoloog Francis Fukuyama over ‘het einde van de geschiedenis’ sprak: de gedachte dat het Westen het politieke eindpunt had bereikt waar de rest van de wereld nu ook op afstevende.

Van de jaren tachtig tot het tweede decennium van deze eeuw is het aantal liberale democratieën gestegen van zo’n honderd tot bijna honderdvijftig. Het aantal vrijemarkteconomieën is volgens de ranglijst van The Wall Street Journal en de Heritage Foundation gegroeid van een dikke veertig tot bijna honderd. Nooit eerder in de geschiedenis van de mensheid hebben zo veel landen hun oude politieke en economische stelsel voor een nieuw bestel verruild. Nye noemt dat misschien soft power. Ik noem het de grote bekering.

Op het gebied van internationale betrekkingen heeft Amerika, precies zoals Nye bepleitte, het voortouw genomen bij de oprichting en uitbouw van internationale instellingen die deze nieuwe wereldorde ondersteunen, zoals de Wereldhandelsorganisatie, de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds. Het is ook nieuwe allianties aangegaan om vroegere rivalen hierin mee te krijgen.

De ‘derde golf’

Dezelfde ontwikkeling zag je in Europa, waar de EU een soortgelijke rol speelde. Een generatie lang zag de wereld vol verbazing toe hoe tientallen landen vrijwillig grote delen van hun soevereiniteit inleverden om zich te onderwerpen aan gezamenlijke regels gebaseerd op dezelfde liberale waarden. De Europese gedachte viel volledig samen met de door Nye geformuleerde ideeën: alle lidstaten en aspirant-lidstaten wilden hetzelfde als de West-Europese kernstaten. Op een gegeven moment leek het zelfs alsof iederéén wilde wat West-Europa wilde: zelfs Turkije, een groot islamitisch land met een heel andere cultuur en andere waarden, en Oekraïne, dat met zijn poging tot toetreding een oorlog met Rusland riskeerde.

Tot voor kort leek dit dus echt de eeuw te worden van de Verenigde Staten, het Westen en hun wereldrijk van soft power. Maar het liep toch net even anders.

Er zijn verschillende dingen misgegaan. Ten eerste was het product vaak slecht toegesneden op de klant. Van de nieuwe democratieën van de ‘derde golf’ die in de jaren zeventig en tachtig ontstonden tot de Oost-Europese staten die zich na afloop van de Koude Oorlog verdrongen om toe te treden tot de NAVO en de EU en de landen die de Arabische lente hebben overleefd: de liberale democratie heeft het er vaak moeilijk. En in veel gevallen pakte die democratie bovendien rampzalig uit voor de lokale bevolking.

Eén mogelijke verklaring daarvoor is dat de neoliberale economische revolutie, een niet weg te denken onderdeel van het tijdperk van soft power, de betreffende staten niet versterkte maar verzwakte. De vrije markt is nooit een verbindende kracht geweest: het idee van de vrije markt als universeel mechanisme dat groei, goed bestuur en maatschappelijk welzijn bevordert was van meet af aan een waanbeeld. De Duitse socioloog Wolfgang Streeck ging daar op een conferentie in Taiwan deze zomer dieper op in. Globalisering door middel van soft power, waarschuwde hij, ‘gaat zo snel dat nationale samenlevingen en internationale organisaties de tijd niet krijgen om effectieve instanties voor economisch en politiek bestuur op te tuigen’. In plaats daarvan krijg je ‘een toenemende schuldenlast, groeiende ongelijkheid en onstabiele groei’, resulterend in ‘een algemene crisis van politiek-economische bestuurbaarheid’. En juist in de landen van de soft power zelf leidde die crisis tot interne revoltes. Pogingen om ‘de touwtjes weer in handen te krijgen’ noemt Streeck dat. Denk aan de opkomst van Donald Trump in Amerika, Viktor Orbán in Hongarije en de Vijfsterrenbeweging en de Lega Nord in Italië.

Die tegenbeweging heeft inmiddels al tot antiliberale regeringen geleid in Oostenrijk, Tsjechië, Hongarije, Italië, Polen en de Verenigde Staten – en dan heb ik het alleen nog maar over de ontwikkelde landen. Het softpowerliberalisme is zo krachteloos gebleken dat het zelfs moeite heeft om aan de macht te blijven in de landen waar het de beste overlevingskansen had.

Expansiepolitiek

Ten tweede kregen de Verenigde Staten, en daarmee Europa, zo veel vertrouwen in de kracht van hun soft power dat ze doorschoten in hun pogingen de rest van de wereld tot hun waarden te bekeren. De indammingspolitiek van de Koude Oorlog werd dus verruild voor een politiek van uitbreiding. En die gedachte werd tot in het extreme doorgetrokken toen president George W. Bush zei dat de VS ‘een moreel land’ is en ‘de morele waarheid in elke cultuur altijd en overal hetzelfde is’.

» Klik hier om een maand gratis digitaal toegang te krijgen tot 360 Magazine, of mail de redactie. Stopt automatisch op 28 november.

Het vertrouwen in de kracht en legitimiteit van de ‘zachte macht’ was zo groot dat er in naam daarvan heel veel harde macht werd ingezet. Met de Irakoorlog als het belangrijkste voorbeeld, en de interventie van Amerikaanse en Europese troepen in Libië als het meest recente. In beide gevallen ondervinden de VS en Europa er uiteindelijk alleen maar schade van.

Ten derde wekte die hoogmoed de illusie dat soft power op zichzelf genoeg kan zijn. Maar soft power kan altijd alleen een verlengstuk zijn van harde militaire macht. Stel dat de VS een zwak en straatarm land was geworden, zoals veel van de nieuwbakken democratieën in de wereld nu zijn, en daarbij zijn liberale waarden en instellingen had behouden. Dan zouden andere landen toch niet meer zo graag op de VS willen lijken. De gedachte dat soft power op zichzelf tot verandering kan leiden, lag mogelijk ten grondslag aan de misvatting dat Irak vanzelf wel een liberale democratie zou worden als Saddam Hoessein eenmaal ten val was gebracht.

Voor het Europese project geldt misschien nog sterker dat het op een misvatting over de werking van soft power berust. Europa heeft decennialang van Amerika’s zachte machtsspel kunnen meeprofiteren: de veiligheid gegarandeerd door de VS en de economische welvaart gebaseerd op de door de VS aangevoerde economische wereldorde. Nu Amerika op beide fronten steeds vaker niet thuis geeft en zich meer op harde macht richt, komt Europa in de problemen.

Sociale media

Het vierde probleem is dat soft power eigenlijk heel kwetsbaar is en zich gemakkelijk tegen je kan keren. Gestimuleerd door het verbindend vermogen van internet en de sociale media leek soft power lange tijd een niet te stuiten motor van verandering. Het was de kracht achter de verschillende kleurenrevoluties waardoor regimes ten val kwamen en staten uiteenvielen. Het Westen keek juichend toe hoe Facebook en Google het vuur van de revolutie aanwakkerden op het Tahrirplein in Caïro en het Maidan in Kiev. Maar het was minder blij toen Rusland dezelfde middelen gebruikte om de politiek in het Westen te beïnvloeden.

Toen het Westen nog vertrouwen had in zijn soft power, koesterde het de overtuiging dat een samenleving niet open genoeg kan zijn. Maar inmiddels klinkt in de media en onder wetgevers regelmatig de wens om bepaalde delen van het internet te censureren.
Internetgiganten staan onder grote politieke en maatschappelijke druk om zelf de inhoud van hun sites te censureren. Veel bedrijven, waaronder Facebook, YouTube en Apple, doen dat al. En zo is een van de grondslagen van de liberale soft power, de vrijheid van meningsuiting, uit de gratie geraakt.

Nu is het weer hard power wat de klok slaat. De VS spant wat dat betreft de kroon: met ‘fire and fury’ dreigen tegen Noord-Korea, handelsoorlogen beginnen tegen jan en alleman, de Wereldhandelsorganisatie uithollen en buitenlandse bedrijven op basis van binnenlandse wetgeving bestraffen als ze handel drijven met andere landen. Er komt geen eind aan de lijst. En Europa verstart als een konijn in de koplampen. Waar de een – zoals Merkel – oproept om vooral niet toe te geven aan Trump, zoekt de ander – zoals Macron – vooral naar mogelijkheden om de vrede te bewaren.

Rusland

Dan heb je natuurlijk ook Rusland. Door een uitgekiende inzet van zijn beperkte maar toch nog aanzienlijke harde macht heeft dat land met de annexatie van de Krim de grootste met militaire middelen afgedwongen uitbreiding van zijn grondgebied gerealiseerd sinds de Tweede Wereldoorlog. Daarnaast heeft Rusland met zijn militaire ingrepen de loop van de Syrische burgeroorlog in zijn voordeel beslecht. En dan heb je nog de kleinere landen die hun harde macht uitbuiten. Noord-Korea voorop: de door de westerse wereld lange tijd verguisde leider Kim Jong-un kon deze zomer als gelijke bij Trump aanschuiven. Dat had hij waarschijnlijk nooit voor elkaar gekregen als hij geen kernwapens had gebouwd. Tot nu toe betaalt zijn harde macht zich dubbel en dwars uit.

Het lijdt kortom geen twijfel dat het tijdperk van de zachte macht heeft plaatsgemaakt voor een tijdperk van harde macht. En dat is riskant. Harde machtspolitiek heeft eeuwenlang onmetelijk veel leed veroorzaakt. In de twintigste eeuw alleen al heeft ze geleid tot twee wereldoorlogen en een lange Koude Oorlog waaraan de mensheid ten onder had kunnen gaan.

China is in het tijdperk van soft power het enige grote land geweest dat tegen de stroom in roeide. Het veroverde zich een plaats in de naoorlogse wereldorde door diepe en brede culturele en economische banden aan te gaan met praktisch alle landen ter wereld. Inmiddels is het de grootste handelsnatie ooit. Maar het heeft altijd consequent geweigerd een afnemer van de westerse soft power te worden. Het smeedde zijn eigen hoogst complexe overgang van een geleide economie naar een markteconomie, maar hield de markt daarbij te allen tijde ondergeschikt aan de staat. Het verwierp de westerse definities van democratie, vrijheid en mensenrechten en behield en versterkte zijn eenpartijstelsel. China weigerde kortom te willen wat het Westen wilde – op cultureel, ideologisch en staatsrechtelijk vlak.

‘Armoedepiramide’

Het gevolg? Anders dan de meeste landen die ten prooi vielen aan de grote bekering tot de liberale democratie, boekte China successen van een omvang en in een tempo die hun weerga in de geschiedenis niet kennen. Van een achtergebleven agrarisch land is het veranderd in de grootste industriële economie ter wereld, gemeten naar koopkrachtpariteit. Daarmee heeft het 700 miljoen mensen uit de armoede gehaald. Graham Allison van Harvard University omschrijft dit wonder als de ‘armoedepiramide’. Veertig jaar geleden leefden negen van de tien Chinezen onder het bestaansminimum zoals gedefinieerd door de Wereldbank. Die piramide is op zijn kop gezet: nu zit nog maar 10 procent van de Chinezen onder die grens. Als dit niet was gebeurd, was de wereldwijde armoede de afgelopen decennia waarschijnlijk niet afgenomen maar toegenomen. En die prestatie zou het ijkpunt voor een nieuw soort soft power kunnen zijn.

Bijna twintig jaar geleden bedacht de Chinese topstrateeg Zheng Bijian de term ‘vreedzame opkomst’ als omschrijving voor de ambities van zijn land. Dat idee van vreedzame opkomst stuitte in de loop der jaren op veel wantrouwen. Critici wijzen bijvoorbeeld op de spanningen in de Zuid-Chinese Zee en noemen die een teken dat China helemaal geen vreedzame bedoelingen heeft. Ook Allison waarschuwt dat Amerika en China, alle goede bedoelingen ten spijt, altijd nog in de zogenaamde ‘val van Thucydides’ kunnen trappen en zo toch in een oorlog verzeild kunnen raken. In zijn boek Destined for War beschrijft hij zestien historische gevallen van opkomende mogendheden die de macht van een dominante mogendheid bedreigden, wat in verreweg de meeste gevallen uitliep op bloedvergieten.

Maar als je even wat meer afstand neemt, zie je duidelijk dat de vreedzame opkomst van China zich allang heeft voltrokken. Dat is een onmiskenbaar feit als je kijkt naar de gigantische omvang van zijn economie, zijn handelsvolume en, ja, zijn groeiende militaire macht. Als je China’s opkomst vergelijkt met de historische opkomst van andere grote mogendheden – de opkomst van het Atheense, het Romeinse en het Britse Rijk, van Amerika als moderne wereldmacht en van het moderne Duitsland, Frankrijk en Japan, die in alle gevallen gepaard ging met enorm veel geweld – is China tot nu toe veel harder gegroeid. En toch is die groei vreedzaam verlopen. Geen invallen in andere landen, geen kolonisatie, geen oorlog. Misschien heeft Allison gelijk dat de psychologische valkuil van Thucydides nog steeds levensgroot is. Maar in wezen zijn we al voorbij het punt waarop zo’n conflict nog verantwoord kan worden overwogen.

Nieuwe Zijderoute

Dat is misschien ook de reden waarom China zijn aandacht steeds meer van hard power naar soft power verlegt, juist nu de rest van de wereld de andere kant op lijkt te gaan. Zo pleit President Xi Jinping voor een ‘gemeenschap met een gezamenlijke lotsbestemming’, waarin landen hun onderlinge banden aanhalen zonder van hun eigen ontwikkeling af te wijken. In het beleid vertaalt zich dit vooral in de Nieuwe Zijderoute, waarmee China zijn enorme middelen inzet voor de ontwikkeling van infrastructuur in andere landen, teneinde daar een economische groei te stimuleren die China zelf uiteindelijk ten goede komt. Het is een nieuwe vorm van soft power: ‘Je hoeft niet op ons te willen lijken, je hoeft niet te willen wat wij willen; je kunt aan deze nieuwe vorm van globalisering deelnemen met behoud van je eigen cultuur, ideologie en staatsbestel.’ Dat is in veel opzichten tegengesteld aan de opvatting van Nye, met alle valkuilen die daarmee gepaard gaan: hoogmoed, de illusie van universele aantrekkelijkheid en tegenreacties in binnen- en buitenland.

Direct na de Koude Oorlog werd soft power door het Westen automatisch gelijkgesteld aan liberalisme, maar die koppeling was nergens voor nodig. Deze eeuw zou weleens in het teken kunnen staan van soft power die is losgekoppeld van ideologie. Niemand koestert nog de illusie, zeker niet in Beijing, dat soft power enig effect kan sorteren zonder de ruggensteun van harde militaire macht. Maar China laat in zijn toepassing ervan meer ruimte voor verschillen van opvatting. Door andere landen niet naar zijn evenbeeld te willen kneden kan China’s nieuwe vorm van soft power de weg banen naar een eenentwintigste eeuw met meer vrede. De wereld zou dat moeten omarmen. 

Auteur: Eric Xun Li
Vertaler: Frank Lekens

Eric Xun Li is een venture capitalist die pleit voor een Chinees model van modernisering.

» Wilt u meer van het dossier lezen? Klik hier om een maand gratis digitaal toegang te krijgen tot 360 Magazine, of mail de redactie. Stopt automatisch op 28 november.

Plaats een reactie