Spoken uit een oorlogsverleden

The New Republic / 360  | 22 January 2020 - 10:0022 Jan - 10:00

Afghanistan-veteraan Bryan Box kon niet meer wennen aan het hectische leven en vond zijn redding als boswachter. Maar ook in het Wisconsinse woud laten zijn overleden vrienden hem niet met rust.

Elke ochtend begin ik mijn dienst door mijn boswachtersuitrusting aan te trekken. Het is minder zwaar dan mijn plunje in Afghanistan, met verf en al weegt het misschien een kleine twintig kilo. In plaats van het feloranje vest dat mijn collega’s dragen, trek ik nog altijd mijn oude legervest aan, dat ik destijds over mijn uniform droeg. In het munitievakje zit nu de Relascope die ik gebruik om boomhoogtes te meten, en in de zogeheten dump pouch zit mijn clipboard met datakaartjes, en ook kan ik er de wilde paddenstoelen en uien in kwijt die ik onderweg verzamel. Dan nog de verfspuit en de container met een kleine twintig liter verf op mijn rug gespen en ik kan op pad.

Soms moet ik denken aan het bloed op mijn vest. Je ziet het niet meer; al mijn spullen zitten tegenwoordig onder de boommarkeringsverf. We gebruiken verf op waterbasis om dennen te markeren, en olieverf voor hardhout. Op de schors van hardhoutbomen blijft de verf op waterbasis nog een paar jaar zichtbaar. Tijdens een vuurgevecht kwam er bloed van mijn beste vriend op mij. Zijn vingertop was geraakt door iets onbenulligs, maar omdat het tijdens een vuurgevecht was gebeurd, zou het leger zijn familie op de hoogte stellen, die natuurlijk zou flippen, al ging het om nog zoiets eigenaardigs. De verffabrikant gebruikt citrusolie, dus aan het einde van de dag ruikt mijn baard als een sinaasappel, door de verfnevel. We hebben onze onderofficieren niet verteld dat mijn vriend gewond was geraakt. Hij is inmiddels vijf jaar dood. Hij heeft zich door het hoofd geschoten.

» Lees verder in de Reader op Blendle

» Abonneer u op onze nieuwsbrief: wekelijks berichten uit de buitenlandse pers in uw inbox.

Plaats een reactie

© Casey Horner / Unsplash