Tussen droom en daad

Duitsland | Dossier Eten | Der Tagesspiegel  | 13 February 2020 - 09:0013 Feb - 09:00

We vinden dat ons eten gezond en fair trade moet zijn en dat er geen dier voor mag lijden. Maar wat gooien we nou echt in ons winkelwagentje? Een check van de vijf belangrijkste voedselmythes.

» Oorspronkelijke bron: Tagesspiegel | Berlijn

» Lees dit artikel in de Reader / Op Blendle

De mens is wat hij eet. De filosoof Ludwig Feuerbach wist dat in 1850 al. Tegenwoordig maken consumenten zichzelf maar al te graag wijs dat ze bij wat ze eten rekening houden met hun gezondheid, het milieu en het dierenwelzijn. Maar er gaapt een diepe kloof tussen wat ze denken en wat ze doen. Want ook al willen consumenten minder vlees eten, hun lievelingsgerechten zijn gebraden vlees, schnitzel en goulash. Ze willen voedsel dat gezond is, maar kopen kant-en-klaarmaaltijden. Er is bijna niets waarbij mensen zo veel tegen zichzelf jokken als bij voedsel.

MOGEN WE EVEN JE AANDACHT?
Dit artikel krijg je van 360 cadeau. We geloven dat internationale context leidt tot een beter begrip van de wereld om ons heen. Daarom zijn we blij als je dit artikel voor ons deelt. Nog blijer zijn we als je je bij ons aansluit: Probeer nu 5 nummers voor maar 15 euro. Duurt een paar minuten, stopt automatisch.
Bedankt

Mythe 1
We eten minder vlees

Vegaburgers, groenteschnitzels en worst op basis van erwten: nog nooit had de consument zo veel keuze uit alternatieven voor vlees als nu. En steeds meer Duitse burgers beweren dat ze minder vlees willen eten. Maar volgens cijfers van de Bundesanstalt für Landwirtschaft und Ernährung (BLE) laat de consumptie van vlees in werkelijkheid elk jaar een lichte toename zien: in 2018 consumeerden de Duitsers 60,1 kilo vlees per hoofd van de bevolking. Dat is 2,4 procent meer dan vijf jaar eerder. En het is veel meer dan de hoeveelheid die de Deutsche Gesellschaft für Ernährung (DGE) aanbeveelt: het advies is hoogstens 600 gram vlees per week. Per jaar dus maximaal 31 kilo per persoon, de helft van wat er wordt geconsumeerd. En al neemt het aanbod van vegetarische gerechten in supermarkten en restaurants toe: voor de meeste mensen is het alleen een extraatje. Afhankelijk van wie je het vraagt, schommelt het aantal vegetariërs in Duitsland nog steeds maar tussen de 6 en 10 procent.

Mythe 2
Dierenwelzijn scoort hoog

Als je de Duitsers vraagt welke wensen ze met betrekking tot de landbouw hebben, staat één ding boven aan de lijst: dierenwelzijn. 70 procent van de consumenten vindt dat belangrijk, zegt het Duitse ministerie van Landbouw. Maar dat is in tegenspraak met het koopgedrag.

Tegenwoordig geven supermarkten op voorverpakt vlees aan hoe diervriendelijk het is. Er zijn vier niveaus. Voor niveau 1 hoeft de boer zich alleen aan de wettelijke minimumeisen te houden. Voor een volwassen varken bijvoorbeeld is 0,75 vierkante meter dan voldoende, ongeveer het oppervlak van een mobiel toilet. Voor het hoogste niveau moet het varken twee keer zoveel ruimte hebben.

Maar deze aanduiding heeft nauwelijks consequenties: ‘We kunnen tot nu toe geen wezenlijke veranderingen in het koopgedrag van onze klanten vaststellen,’ zegt de woordvoerster van Rewe en Penny. ‘De prijsgevoeligheid is nog altijd hoog.’ Dat wordt bevestigd door een woordvoerster van Aldi. Hoewel uit onderzoek blijkt dat de consument zegt dat hij meer geld wil uitgeven voor diervriendelijk vlees, is het volgens haar zo dat ‘klanten in de regel vooral vlees van traditioneel gehouden dieren kiezen’. Daarom biedt deze supermarkt ook voornamelijk vlees van niveau 1 en 2 aan. ‘Omdat we ons aanbod steeds afstemmen op de wensen en de vraag van de klant, weerspiegelt het aandeel van de verschillende dierenwelzijnsniveaus de vraag.’

Consumentenbelangenorganisaties hebben als kritiek dat klanten op deze manier juist géén keus hebben. Afgelopen zomer bezochten vertegenwoordigers van verschillende consumentenorganisaties dertig filialen van grote supermarktketens, waar-onder Rewe, Aldi, Edeka, Lidl en Penny. Het resultaat: het grootste deel van het vleesaanbod, te weten 56 procent, had niveau 1.

Slechts 10 procent viel onder niveau 3 of 4, waarbij de dieren meer ruimte en deels vrije uitloop hebben. ‘Op het ogenblik hebben de niveaus 3 en 4 vooral een excuusfunctie, want het aanbod daarvan is verwaarloosbaar,’ schrijven de belangenorganisaties. ‘In veel winkels ontbreekt vlees met niveau 3 volledig.’ Edeka zegt het aanbod te willen vergroten: ‘Samen met de landbouworganisaties werken we er hard aan om het aanbod van de hogere niveaus verder uit te breiden.’

Maar voor de consumentenorganisaties gaat dat niet snel genoeg. Bij de huidige niveau-indeling speelt het bijvoorbeeld geen enkele rol als de dieren opvallend gedrag vertonen of als ze onder de parasieten zitten. Daarom dringen ze aan op een overheids-keurmerk. Dat komt er ook, maar voorlopig alleen op vrijwillige basis.

Mythe 3
Wij koken zelf

De meerderheid van de Duitsers kookt graag: 74 procent zegt dat ze er plezier in hebben. Desondanks lukt het maar weinig mensen doordeweeks een verse maaltijd op tafel te zetten. De boeren en de handel hebben al lang gereageerd. Start-ups bieden bijvoorbeeld al een hele tijd maaltijdboxen aan, waarin hun abonnees recepten en ingrediënten aan huis bezorgd krijgen. Tegelijk stijgt het aandeel van voedingsmiddelen die al op een of andere manier zijn verwerkt: volgens het Bundeszentrum für Ernährung (BZfE) gaat het inmiddels om 80 tot 90 procent van de in Duitsland geconsumeerde levensmiddelen. Daar hoort de diepvriespizza ook bij, net als vlees dat al in stukjes is gesneden en schoongemaakt fruit.

‘De markt voor kant-en-klaarproducten is groter dan ooit,’ staat in een onderzoek van de Bundesvereinigung der Deutschen Ernährungsindustrie (BVE). Waar bij de ontwikkeling van het afgewerkte product een langere houdbaarheid vooropstond, gaat het nu om tijdbesparing. De doordeweekse kok is op zijn retour. Het aantal mensen dat regelmatig kookt, voor zichzelf of voor het gezin, is volgens de BVE tussen 2013 en 2019 alleen al met 6 procent teruggelopen. Het aandeel snackers en weekendkoks neemt toe. En ook degenen die zichzelf als superkok beschouwen…

Mythe 4
We eten producten uit de regio

Waar hun voedsel vandaan komt, is voor consumenten bijna net zo belangrijk als wat erin zit, zeggen ze in een enquête van het Duitse ministerie van Landbouw en Voedsel. Supermarktketens zien dat ook en geven hun producten steeds vaker aanduidingen als ‘streekproduct’ en dergelijke. Maar hoe regionaal die artikelen echt zijn, verschilt van geval tot geval en is voor de klant niet eenduidig. ‘Er is geen wettelijke regeling die bepaalt waar producten vandaan moeten komen om als regionaal bestempeld te mogen worden,’ zegt Sabine Holzapfel van de Verbraucherzentrale Baden-Württemberg (consumentenbescherming en -advisering).

Een wettelijk voorgeschreven maximumafstand voor regionale producten lijkt haar ook niet zinvol: ‘Onder “regionaal” verstaat iedereen iets anders,’ zegt ze. Ze wil in plaats daarvan dat het verplicht wordt aan te geven waar de grondstoffen vandaan komen en waar een product verwerkt wordt. Want de aanduiding ‘regionaal’ brengt consumenten te makkelijk op een dwaalspoor. Zo kwam chocolade op de schappen met ‘eten uit de streek’ terecht, terwijl de chocola daar alleen was verwerkt en de belangrijkste grondstof, cacao, natuurlijk uit het buitenland kwam.

Er is enige vooruitgang geboekt door het Regionalfenster: een blauw-wit etiketje waarmee de producenten van 4600 levensmiddelen, snijbloemen en sierplanten aangeven waar deze vandaan komen. Maar om te beginnen is dit certificaat vrijwillig. En bovendien kan de regio wel heel groot uitvallen: die kan bijvoorbeeld een aantal deelstaten omvatten of heel Noord-Duitsland. Zelfs bij eieren, waar de consument aan de code die erop is afgedrukt, kan zien waar ze vandaan komen, worden consumenten soms op een dwaalspoor gebracht. Als er op de verpakking een Duits adres staat, betekent dat alleen dat de inhoud in Duitsland is verpakt. De eieren zelf kunnen uit Nederland komen. Wie zeker wil weten met eieren uit de regio van doen te hebben, moet daarom kijken naar de code op het ei. Het komt bijvoorbeeld alleen echt uit Brandenburg of Berlijn als het nummer begint met DE11 of DE12.

Mythe 5
We letten erop dat we fair trade kopen

91 procent van de Duisters zegt dat ze eerlijke handel tussen rijke landen en ontwikkelingslanden belangrijk vinden, zo blijkt uit een enquête van het Duitse milieuagentschap. Desondanks vormen fairtradeproducten, van bananen tot koffie en cacao, nog altijd een niche. Hun aandeel neemt weliswaar van jaar tot jaar toe, in 2018 met 15 procent tot een omzet van 1,7 miljard euro. Maar tegelijkertijd is dat niet veel, als je bedenkt dat het maar een fractie is van wat Duitsers per jaar aan levensmiddelen besteden: 123 miljard euro. Ter relativering: alleen producten uit ontwikkelingslanden krijgen het fairtradekeurmerk; melk en vlees bijvoorbeeld komen vooral uit Duitsland en krijgen dat keurmerk dus nooit.

Maar Duitsers besteden slechts 19 euro per jaar aan eerlijk verhandelde bananen, koffie, cacao, snijbloemen en textiel. En niet levensmiddelen vormen het grootste deel van de producten met het fairtradekeurmerk, maar rozen.

Auteur: Carla Neuhaus

Der Tagesspiegel
Duitsland | dagblad | oplage 103.800

Opgericht in 1945 in Berlijn, waar zich nog altijd het merendeel van de lezers bevindt. Degelijke kwaliteitskrant, in 2005 onderscheiden voor zijn restyling.

» Abonneer u op onze nieuwsbrief: wekelijks berichten uit de buitenlandse pers in uw inbox.

Plaats een reactie