De verworpenen van Lesbos

Griekenland | Dossier | La Repubblica  | 26 March 2020 - 13:0026 Mar - 13:00

In en rond kamp Moria, op het Griekse Lesbos, wonen zo’n twintigduizend asielzoekers onder erbarmelijke omstandigheden. Het leven is er voor veel mensen uitzichtloos. ‘We hebben het over kwetsbare personen die al getraumatiseerd zijn als ze hier aankomen.’

» Lees dit artikel in de Reader.

Op het zinkende eiland zijn het de kinderen die als eersten verdrinken. Er is niets voor ze, niet eens een bed, wc of lamp; er is alleen modder, kou, wachten en een vochtig, ongerijmd vagevuur waarin je langzaam gek wordt. En zo rest de kwetsbaarsten, naarmate Europa en zijn beloften dag na dag verder achter de horizon verdwijnen, niets anders dan te proberen zelfmoord te plegen.

Als ze een scheermesje of mes vinden, snijden ze hun polsen door, of ze springen van een verhoging, van een muurtje, uit een olijfboom. Tieners proberen zichzelf op te hangen, kleine kinderen proberen hun hoofd tegen de rotsen te slaan, maar omdat ze bang zijn, lukt het hun zelden hun poging door te zetten. Af en toe klopt er een volwassene aan bij de kliniek van Artsen zonder Grenzen, onderaan de heuvel, met in zijn armen een kind met veelzeggende sporen. Iedereen weet dan wat het zojuist heeft gedaan. En ook dat het over een paar maanden een nieuwe poging zal wagen.

MOGEN WE EVEN JE AANDACHT?
Dit artikel krijg je van 360 cadeau. We geloven dat internationale context leidt tot een beter begrip van de wereld om ons heen. Daarom zijn we blij als je dit artikel voor ons deelt. Nog blijer zijn we als je je bij ons aansluit: Probeer nu 5 nummers voor maar 15 euro. Duurt een paar minuten, stopt automatisch.
Bedankt

Het zinkende eiland is Lesbos en het vagevuur is vluchtelingenkamp Moria, dat Erdogan dreigt als een bom te laten ontploffen boven Europa, door het te laten volstromen met Syriërs die de bommen van Idlib ontvluchten. Sinds enkele maanden wordt deze plek ‘de jungle’ genoemd. En het doet er niet toe dat de vegetatie er allesbehalve tropisch is: er staan olijfbomen zover het oog reikt. De verwijzing betreft namelijk niet zozeer de vegetatie, als wel de wirwar aan elektriciteitskabels, prikkeldraad en tenten waaronder een oppervlak van een paar heuvels en een uitgeputte, apathische gemeenschap van twintigduizend zielen schuilgaan.

Overbezet
Aanvankelijk, in 2015, was Moria een vluchtelingenkamp zoals vele andere: het was gebouwd op een voormalige militaire basis, beschermd door prikkeldraad, passend uitgerust door de UNHCR en de Griekse regering, en bood plaats aan maximaal 2300 mensen. Maar door de voortdurende beperkende maatregelen en het gekmakende politieke spel van de driehoek Brussel-Athene-Ankara nam de toestroom van migranten buitensporig toe en stagneerde hun herverdeling over het continent.

» Abonneer u op onze nieuwsbrief en ontvang wekelijks onze selecie uit 943 kranten wereldwijd in uw inbox.

De bevolking van het kamp is dus als het ware geëxplodeerd en deels buiten de hekken, aan de andere kant van het prikkeldraad terechtgekomen. Vluchtelingen bezetten nu de hele heuvel, hectares en hectares, en onttrekken zich niet alleen aan het toezicht van de Griekse regering, die amper meer aanwezig lijkt te zijn, maar ook aan die van ngo’s, die juist zeer aanwezig zijn.

De eerste wet van deze jungle is dat het verboden is hem te betreden. Je moet een accreditatie hebben, maar die verstrekt de overheid al tijden niet meer. Al helemaal niet aan journalisten. Maar omdat er niemand controleert, wordt de toegang, net als al het andere, aan het toeval overgelaten. Het kamp is verdeeld in drie grote gebieden. In het omheinde gebied – een soort ‘eerste klas’ – staan de isothermische tenten van de UNHCR en zijn de levensomstandigheden al met al minder vernederend: er zijn kappers, stalletjes met fruit en geroosterde zonnebloempitten, er worden gesmokkelde sigaretten verkocht en je kunt er een waterpijp roken (in een door een Irakees gerund kraampje). Een soort triomf van het menselijk vermogen om vol te houden en te overleven: iemand heeft zelfs ovens gebouwd om brood te bakken.

Dan is er het gebied net buiten de hekken, beheerd door vrijwilligers van organisaties als Movement on the Ground en Refugee 4 Refugees, waar ze sinds een paar maanden wc’s hebben neergezet (een per ongeveer honderd mensen) en zelfs een generator hebben geïnstalleerd ter vervanging van de de ‘spaghetti’, de illegale en gevaarlijke loshangende kabels waarmee elektriciteit wordt geleverd aan de duizenden mensen die er wonen. Hier zijn de levensomstandigheden slechter dan in het omheinde kamp.

Maar ze zijn er nog altijd veel beter dan in de échte jungle, waar het aan alles ontbreekt en waar de meesten van de twintigduizend verdoemden van Lesbos wonen, onder wie ongeveer zevenduizend kinderen.

Hele dag in de rij
Conflicten zijn in dit deel van de jungle onvermijdelijk. Net als verkrachtingen, berovingen en vechtpartijen. ‘Sinds begin januari zijn er al vier steekpartijen geweest,’ zegt Astrid Castelein, hoofd van de UNHCR op Lesbos. Ze worden getriggerd door een gebrek aan middelen. Voor voedsel moet je eerst het hele kamp door en dan in de rij staan bij de food line, die zo eindeloos lang is dat de kampbewoners er in feite de hele dag aan kwijt zijn.

In hun onderkomens, veelal goedkope tentjes die niet waterdicht zijn en daarom worden afgedekt met plastic zeilen die geen lucht doorlaten, is geen verwarming. En ook is er helemaal geen water, net zomin als toiletten. De echte aanjagers van het geweld zijn de drukte, de promiscuïteit, de verscheidenheid aan etnische groepen en culturen, en de wanhoop van het eindeloze wachten. Woedeaanvallen zijn aan de orde van de dag. Voor de kinderen geldt een soort avondklok. Ouders laten ze in het donker niet buiten de tent, zelfs niet om naar de wc te gaan.

Overdag is de situatie niet heel anders. De kleinste kinderen kunnen sowieso niet veel kanten op. Sommigen gaan naar de officiële school in het omheinde, door prikkeldraad omgeven kamp, anderen nemen deel aan de lessen in de provisorische bouwseltjes die, naar het uitkomt, worden beheerd door de verschillende gemeenschappen (allereerst de Afghaanse, als tweede de Syrische, als derde de Congolese). Maar de meesten doen niets. En het is dat niets dat die kinderen psychisch sloopt, al hun tijd opslokt, hen verandert in kleine schimmen met een lege blik.

‘We hebben het over kwetsbare personen,’ zegt Marco Sandrone van Artsen zonder Grenzen, ‘die al getraumatiseerd zijn als ze hier aankomen, door de oorlog waarvoor ze zijn gevlucht en de reis waarop ze vaak allerlei vormen van geweld hebben ondergaan. Na een paar maanden in het kamp te hebben gewacht op de uitkomst van een bureaucratische procedure die ze niet kunnen begrijpen, omdat ook hun ouders die niet begrijpen, vallen ze ten prooi aan chronische en diepe depressies die hen tot zelfverwonding drijven.’

In dit vagevuur verdrinken niet alleen de kinderen, maar ook hun families, die verslagen zijn door het besef van wat er gaande is en het daaruit voortvloeiende, onverbiddelijke gevoel van mislukking.

Een klein stukje jungle op een paar meter van het hek maakt een iets nettere indruk dan de rest. Een groepje Afghanen heeft zijn tenten opgezet rondom een soort grindperk. In het midden, in een olievat, brandt iets dat een nogal dreigende zwarte rook veroorzaakt. Van de wind af spelen een paar kinderen met knikkers. Ze gaan zo in hun spel op dat ze de vieze rook niet ruiken. Een gesluierde vrouw kijkt naar ze: ‘Ik weet niet eens meer hoelang we al in dit kamp zijn. En ik weet niet eens meer waar we op wachten,’ zegt ze. ‘Wat ik weet, is dat de tijd verstrijkt; zij worden groter en ik kan me niet eens meer een voorstelling maken van de toekomst.’

Auteur: Marco Mensurati

La Repubblica
Italië | dagblad | oplage 252.000

Sinds 1976 de krant voor de intellectuele en zakelijke elite van Italië, staat politiek dicht bij de Democratische Partij (PD). Qua oplage de concurrent van de Corriere della Sera.

» Abonneer u op onze nieuwsbrief en ontvang wekelijks onze selecie uit 943 kranten wereldwijd in uw inbox.

Plaats een reactie

Een vrouw staat voor haar geïmproviseerde tent net buiten het terrein van het overbevolkte vluchtelingenkamp Moria op het Griekse eiland Lesbos. © AP Photo / Aggelos Barai / HH