De lange reis naar de nacht

Spanje | Dossier | El Diario  |  4 May 2020 - 16:00 4 May - 16:00

Ik kijk niet langer op de klok, ik werp er alleen een blik op om te weten hoeveel stappen ik in de lange gang van mijn huis heb gezet, de gang waar Julieta Serrano in Dolor y Gloria Antonio Banderas verweet dat hij geen goede zoon was geweest en daarmee bedoelde ze mij.

» Lees dit artikel in de Reader

Tot nu toe weigerde ik te schrijven. Ik wilde mijn gevoelens de eerste paar dagen van mijn isolement niet vastleggen. Misschien omdat ik meteen merkte dat mijn situatie niet veel anders was dan normaal, ik ben eraan gewend om alleen te wonen en in een haast constante noodtoestand te verkeren, wat geen vrolijk stemmende constatering is. De eerste negen dagen weigerde ik om ook maar iets van een aantekening te maken. Maar vanochtend kwam er een bericht dat deed denken aan de kop uit een in zwarte humor gespecialiseerd tijdschrift: ‘IJspaleis omgebouwd tot provisorisch mortuarium’. Het lijkt wel een Italiaanse _giallo_-film, maar het gebeurt in Madrid, het is ‘Een van de Sinistere Nieuwsberichten van de Dag’.

Vandaag is mijn elfde dag in quarantaine, op 13 maart sloot ik mezelf op. Vanaf die datum richt ik mijn dag in om de nacht en de duisternis het hoofd te kunnen bieden, want ik leef als een wilde volgens het ritme van het daglicht dat via de ramen en het terras naar binnen schijnt. Het is nu lente, en de dagen zijn onmiskenbaar echte lentedagen! Het is een van de schitterende dagelijkse gewaarwordingen waarvan ik het bestaan was vergeten. Hoe het daglicht een geschakeerde ontdekkingsreis maakt naar de nacht. De lange reis naar de nacht, niet als iets angstaanjagends, maar als iets aangenaams (of daar houd ik me maar aan vast om de huiveringwekkende cijfers de rug toe te kunnen keren.)

Fictie
Ik kijk niet langer op de klok, ik werp er alleen een blik op om te weten hoeveel stappen ik in de lange gang van mijn huis heb gezet, de gang waar Julieta Serrano in Dolor y Gloria Antonio Banderas verweet dat hij geen goede zoon was geweest en daarmee bedoelde ze mij. De duisternis buiten geeft aan dat het avond wordt, maar wie zowel de dag als de nacht kent, heeft geen besef van tijd meer. Ik heb geen haast meer. Vandaag, 23 maart, voel ik dat de dagen langer worden.

BESTE LEZER
Mogen we even je aandacht?
We geloven dat internationale context leidt tot een beter begrip van de wereld om ons heen. En dat lijkt in deze tijd nog harder nodig dan anders. Daarom bieden we een deel van onze context gratis aan. Steun je onze missie? Deel dan dit artikel, en, nog beter: sluit je bij ons aan! Voor 30 euro ontvang je 3 maanden 360 thuis. Duurt enkele minuten, stopt automatisch.
Bedankt

Ik vind het fijn dat het langer licht is. Ik kan me er niet toe zetten om fictie te schrijven – alles op zijn tijd – maar er borrelen wel verschillende plotlijnen in me op, waarvan enkele zich in de privésfeer afspelen (ik ben er zeker van dat er een babyboom komt als dit alles voorbij is, maar ook dat veel relaties zullen stuklopen – de hel, dat zijn de anderen, zo zei Sartre –, er zullen stellen zijn die te maken krijgen met beide situaties, de scheiding en de komst van een nieuw kind in het gebroken gezin).

Het is nu makkelijker de werkelijkheid te beschouwen als fictie dan als een waargebeurd verhaal. De nieuwe virale en globale toestand waarin we terecht zijn gekomen heeft meer weg van een sciencefictionverhaal uit de jaren vijftig, de jaren van de Koude Oorlog, van horrorfilms met de lompst denkbare anticommunistenpropaganda. Amerikaanse B-films die door de bank genomen erg goed waren (vooral de films die zijn gebaseerd op romans van Richard Matheson, The Incredible Shrinking Man, I Am Legend, The Twilight Zone), ondanks de kwade bedoelingen van de producenten. Ik zou aan dit rijtje willen toevoegen: The Day the Earth Stood Still, Death on Arrival, Forbidden Planet, The Invasion of the Body Snatchers en elke andere sciencefictionfilm met buitenaardse wezens.

» Het fijne van de lockdown is dat er geen verplichtingen meer zijn en dat de haast verdwijnt

Het kwaad kwam van buiten (communisten, vluchtelingen, buitenaardse wezens) en kon door de grofst gebekte populisten als argument worden gebruikt (overigens raad ik alle films die ik noem van harte aan, ze zijn nog steeds ontzettend goed). Overigens heeft Trump er door het virus het Chinese virus te noemen voor gezorgd dat wat we nu doormaken lijkt op een horrorfilm uit de jaren vijftig. Trump, nog zo’n megakwaal van onze tijd.

Planning
Ik besluit om het mezelf naar de zin te maken. Gewoonlijk improviseer ik, maar omdat het geen weekend is met dagen van eenzaamheid en afzondering, programmeer ik op verschillende tijden van de dag films, journaals en lectuur. Mijn huis is een instelling met mij als enige bewoner. De laatste paar dagen voeg ik daar ook gymnastiekoefeningen aan toe; in het begin was ik te veel uit het veld geslagen en bestond mijn enige lichaamsbeweging uit ijsberen door de gang, de gang van Julieta Serrano en Antonio Banderas in Dolor y Gloria.

Ik kies de middagfilm, Un flic van Melville, een veilige keuze, en vanavond verras ik mezelf met de keuze voor Goldfinger, een James Bond-film. In deze toestand (dat dacht ik tenminste) is de beste optie pure verstrooiing, puur escapisme. Als ik Goldfinger zie, verkneukel ik me over mijn keuze; hij, de film bedoel ik, heeft mij gekozen in plaats van omgekeerd. Ik heb Sean Connery ontmoet, we zaten ooit tijdens een etentje in Cannes naast elkaar en hij verraste me met zijn filmkennis, en nog meer met zijn belangstelling voor mijn werk, ik kon moeilijk geloven dat hij daar ook maar een greintje interesse in had. Hij woonde niet meer in Marbella, maar bleef een zwak houden voor Spanje. We sloten vriendschap
en wisselden telefoonnummers uit.

Ik was er absoluut zeker van dat het daarbij zou blijven. Maar een paar maanden later, ergens in 2001 of 2002, belde hij, hij had zojuist Hable con ella gezien. Ik ben geen fetisjist of mythomaan, maar hem te horen spreken over mijn film was overdonderend. En om zijn sonore stem te horen, de stem van een begenadigd acteur en aantrekkelijke man. Aan dat alles moest ik denken toen ik ’s avonds Goldfinger keek. In quarantaine, ’s avonds, Sean Connery en ik, met tijdsprongen en onderbrekingen. Tussen twee films door doe ik de tv aan en zie dat Lucia Bosè is weggevaagd door deze tornado waarvan we alleen de naam kennen. De eerste tranen van de dag wellen op, Lucia fascineerde me als actrice en als persoonlijkheid.

Ik herinner me haar in Cronaca di un amore van Antonioni, een vrouw van een onwaarschijnlijke schoonheid, uitzonderlijk voor die tijd, hoe ze liep, androgyn en dierlijk, een van de eigenschappen die haar zoon Miguel Bosè van haar heeft geërfd. Voor morgen programmeer ik de film van Antonioni.

Ik was een van de vele vrienden van Miguel die als een blok vielen voor de betovering van deze sterke vrouw die bestemd leek voor de eeuwigheid. Samen met Jeanne Moreau, Chavela Vargas, Pina Bausch en Lauren Bacall staat ze op de Olympus van de moderne, vrijgevochten, onafhankelijke vrouw, vele malen stoerder dan de mannen in hun omgeving. Excuses voor de opsomming van al die grote namen, maar ik had het voorrecht ze allemaal te kennen en met ze bevriend te zijn. Dat is het vervelende van thuis vastzitten, je bent een gemakkelijke prooi voor de weemoed.

Ik krijg Miguel te pakken, hij zit in Mexico-Stad, we praten een tijdje.
We hebben elkaar jaren niet gesproken en ondanks de verdrietige aanleiding bedank ik hem voor de witte orchideeën die hij de afgelopen drie decennia stuurde voor mijn verjaardag. Waar ik ook was – dat was bijna nooit in Madrid – kreeg ik elke 25ste september een pot met witte orchideeën die maanden stonden, samen met een kaartje van MB.

Het fijne van de lockdown is dat er geen verplichtingen meer zijn en dat de haast verdwijnt. Samen met de druk en de stress. Ik ben van nature gespannen en heb nog nooit zo weinig last gehad van stress als nu. Ik weet dat de werkelijkheid aan de andere kant van mijn ramen angstaanjagend en onzeker is, daarom verbaast het me dat ik niet bang ben, en ik klem me stevig vast aan dit nieuwe gevoel, het gevoel dat ik mijn angst en paranoia de baas kan worden. Ik denk niet aan de dood en de doden.

Mijn voornaamste bezigheid, die ook nieuw is want ik heb de onhebbelijke gewoonte om niet of nauwelijks te reageren op berichten, is iedereen te antwoorden die me schrijft om te informeren naar mij of naar mijn familie. Want voor het eerst is taal niet langer een banale conventie, maar hebben woorden betekenis. Ik neem het beantwoorden heel serieus en elke avond doe ik een rondje om te vragen hoe het gaat met mijn familie en met mijn vrienden.

» Abonneer u op onze nieuwsbrief en ontvang wekelijks onze selecie uit 943 kranten wereldwijd in uw inbox.

Als het donker is aan de andere kant van het raam zet ik Goldfinger op en raak opnieuw geboeid door de titelsong van Shirley Bassey en de verschijning van die andere Shirley, Shirley Eaton, de mooie actrice die een hoge prijs betaalde toen ze in de armen van Bond was gevallen. Haar goud geverfde lichaam, op bed, zonder een vrije porie om door te ademen, blijft voor mij een van de krachtigste beelden die het verlangen, de inhaligheid, de erotiek en de waanzin verbeelden van oppermachtige burgers wier ambitie het is om de wereld te vernietigen en alleen hun vazallen te laten overleven.

Vluchten
Ik moet stoppen met kijken want mijn zus Chus belt me om te zeggen dat ze een documentaire aan het kijken is op La 2, het tweede kanaal van de Spaanse staatstelevisie. Hij is al een tijdje bezig; ik zet mijn video op stop en ga naar La 2, naar de documentaire over Chavela Vargas van Daresha Kyi en Catherine Gund. Wat ik zie en hoor emotioneert me, ik moet huilen. Ik was er niet op bedacht, al heb ik de documentaire al een keer gezien. Maar het moment is anders, alles is anders dan wat ik tot nu toe heb meegemaakt, ik kan het niet goed met elkaar vergelijken. Ik weet alleen dat ik in quarantaine zit en tegelijkertijd wegvlucht, elke dag kijk ik minder naar het nieuws. Ik probeer mijn paniek en angst in het gareel te houden. De vlucht waarover ik het heb (door vermaak en afleiding te zoeken) is onderhoudend en allesbehalve saai. De documentaire over Chavela roept emoties op die ik niet kan en niet wil onderdrukken. Ik huil tot aan het laatste beeld. Ik word overvallen door herinneringen aan de avonden dat ik haar aankondigde in concertzaal Caracol of het Albéniz-theater (het eerste theater waar ze als zangeres het podium beklom, het verfoeide Mexicaanse machismo stond niet toe dat ze gekleed in broek en poncho in een theater optrad, want iemand die zo was uitgedost was geen echte vrouw).

Ik kondigde haar aan in het Olympia-theater in Parijs. Het kostte enige moeite, maar we slaagden erin het theater vol te krijgen. ’s Ochtends, bij de soundcheck, vroeg Chavela aan iemand van het personeel waar mevrouw Piaf altijd stond als ze daar optrad. En op die plek zong Chavela. Vanaf die avond, als deel van een ritueel waarin ik van Chavela mijn Piaf had gemaakt, begon ik mijn aankondigingen van Chavela met het kussen van de centimeters op het podium waar ze even later zou gaan staan.

Na de onderhoudende James Bond-film ben ik er niet klaar voor om nog een keer de stem van la Chamana [de Sjamaan] te horen, zingend of pratend, en evenmin om mezelf met haar ‘Vámonos’ te horen zingen, en zo veel momenten uit haar leven in Madrid en Mexico met haar te delen.

Ik weet nog dat ik haar in 2007 met kerstmis vanuit Tanger belde, de weinige woorden die uit haar mond kwamen en de manier waarop ze articuleerde, baarden me zorgen. Een van de vele kwaliteiten van Chavela was haar schitterende uitspraak van het Spaans, uit haar mond kwamen alleen complete woorden, nooit sneuvelde er een letter. Over de telefoon kon ze alleen maar zeggen ‘ik hou veel van je’ en ‘de tijd verstrijkt’. Ik was ongerust en twee weken later arriveerde ik in La Monina, een dorp in Tepoztlán, waar een jeugdvriendin haar in huis had genomen. Ik was op het ergste voorbereid, ik wist dat ze drie dagen eerder was opgenomen in het ziekenhuis. Maar toen ze hoorde dat ik haar zou komen opzoeken eiste ze dat ze de avond ervoor ontslagen zou worden uit het ziekenhuis. Chavela duldde geen tegenspraak, en daar was ze, ze ontving ons in haar huisje in Tepoztlán, stralend en glanzend als een kerstster en haar stem klonk als vanouds, ze praatte aan één stuk door gedurende de drie uur dat we bij haar op bezoek waren.

» ‘Ik ben niet bang voor de dood, Pedro, wij sjamanen sterven niet, wij transcenderen’

’s Avonds vertrokken we en zij bleef alleen achter, alleen in quarantaine. Een inheemse vrouw verzorgde haar tot 5 uur ’s middags. Vanaf dat moment was ze alleen, tot de volgende dag, Chavela stond niet toe dat er iemand werd ingehuurd om ’s nachts bij haar te blijven. Mijn moeder was net zo in de jaren voor haar dood, om de een of andere onbegrijpelijke reden worden sterke vrouwen gierig en irrationeel, je kunt hun niet aan het verstand peuteren dat de nachten lang zijn, onder meer omdat zij dat zelf maar al te goed weten, maar ze hebben een bovenmenselijk incasseringsvermogen.

We spraken over ziekte en over de dood, en zoals het een goede sjamaan betaamt zei ze: ‘Ik ben niet bang voor de dood, Pedro, wij sjamanen sterven niet, wij transcenderen.’ Ik twijfelde er geen moment aan dat ze gelijk had. Ook zei ze: ‘Ik ben rustig.’ En ze vervolgde: ‘Op een nacht hou ik ermee op, langzaam, alleen, en ik zal er plezier aan beleven.’

De volgende dag lag ze niet meer in bed, ze had zin ons mee uit eten te nemen. Chavela was een expert in wederopstandingen. Volledig hersteld liet ze ons met veel genoegen een aantal plekken in Tepoztlán zien. Ze begon bij de Chachiptl-heuvel, recht tegenover de finca waar ze woonde (John Sturges heeft daar The Magnificent Seven opgenomen). Volgens een legende zal de heuvel zijn achter rotsen en struiken verscholen poorten openen wanneer de eerstvolgende apocalyps zich aandient, en alleen wie erin slaagt naar binnen te gaan zal gered worden, zo vertelde Chavela. Ik keek haar aan en was voor de zoveelste keer verrast. Zij was zich aan het voorbereiden op de komst van de apocalyps en ik kan alleen maar denken aan de apocalyps waar wij ons momenteel in bevinden.

Het licht
Met mijn wangen nog nat van het huilen haal ik diep adem alvorens terug te schakelen naar James Bond, maar ik reken buiten televisieomroep La 2, die vanavond onverbiddelijk is. Na de documentaire over Chavela zenden ze nog een documentaire uit, ook met het woord ‘licht’ in de titel: La luz de Antonio. Antonio is een schilder uit La Mancha en het licht in zijn ogen is zijn vrouw María Moreno, een realistische schilderes die altijd in de schaduw is gebleven van Antonio en de groep belangrijke schilders van de generatie realistische schilders uit de jaren vijftig. Ik beveel de documentaire van harte aan en ook La 2 vanwege de sublieme programmering.

María Moreno is een paar weken geleden gestorven, ik herinner me haar als een engelachtige persoonlijkheid, het tegenovergestelde van Chavela, haar schilderkunst ademt een aangename, fijne, mysterieuze sfeer, heel anders dan die van Antonio López, hoewel ze, een paar passen achter hem, dezelfde onderwerpen schilderde. De documentaire gaat ook over haar werk als gelegenheidsproducente van de film El sol del membrillo van Victor Erice, nog een film – misschien wel de beste – over het mirakel van het natuurlijke licht, zoals dat valt op de voorwerpen die onze wereld vormen. Het licht, altijd weer het licht in de lange reis naar de nacht, altijd weer anders tijdens de verschillende jaargetijden.

In Erices meesterwerk zien we Antonio López in zijn studio, hij veegt de vloer en zet een doek klaar waarop hij zijn nieuwe werk zal maken. Het is een schitterend ritueel. Antonio loopt de eenvoudige patio van zijn huis op met een glas wijn in zijn hand, en we zien hoe hij in vervoering de gele vrucht van een kweeperenboom bekijkt, een iel, uiterst nederig boompje, dat eruitziet alsof het elk moment uit elkaar kan vallen. De kweeperen, intens geel, worden omgeven door donkergroene bladeren. Het is ochtend, Antonio loopt om de boom heen en kijkt gebiologeerd en deemoedig naar de ruwe schil van de kweeperen. En hij vat het plan op om ze te schilderen, al weet hij dat hij het beeld dat hij nu ziet onmogelijk kan overbrengen op het doek, want de vrucht leeft en zal elke dag veranderen en ook het licht zal niet hetzelfde blijven. De film gaat over het gevecht dat de kunstenaar levert om het licht te vangen dat de zon op de kweepeer werpt, een op voorhand verloren strijd.

In 1992 werd de film vertoond op het filmfestival in Cannes, een middelmatige editie, ik zat in de jury. De film werd volkomen terecht bekroond met de juryprijs. Ik moest bijna ruziemaken met Gérard Depardieu, de voorzitter van de jury, want hij vond de film maar niks en zei dat het een documentaire was. Gelukkig was de rest van de jury het met mij eens.

Het is heel laat als ik La 2 uitzet, maar wat geeft het, tijdens de lockdown is de tijd niet lineair maar circulair en ik wil James Bond niet teleurstellen, ik wilde niet gaan slapen voordat Sean Connery de plannen van de dikke, machiavellistische Goldfinger in duigen had laten vallen en ons allemaal had gered.  

Pedro Almodóvar

‘Als je mijn leven wilt begrijpen,’ zei Almodóvar altijd voordat hij aan Dolor y gloria –  zijn 21ste film – begon, moet je naar de personages in mijn films kijken, zij vormen de rode draad in mijn leven.’ 

Nee, nooit zou hij een autobiografie schrijven, en hij verzocht de filmpers met klem geen biopic, ook geen ongeautoriseerde. Was hij toen al van plan Antonio Banderas zijn alter ego te laten spelen in ‘Pijn en glorie’?

Almodóvar groeide op in de nieuwe naoorlogse Spaanse democratie. Met alle hervonden vrijheden, na de dictatuur van generaal Franco, ontwikkelde de toen al hemelbestormende Almodóvar zich tot een van de meest spraakmakende regisseurs van Spanje. Herkenbaar aan zijn rapid-fire-dialogen en uitvergroot melodrama. De eerste helft van zijn loopbaan maakte hij extraverte films waar het leven vanaf spat. Hij won twee keer de Oscar voor beste buitenlandse film, voor Todo sobre mi madre (1999) en Hable con ella (2002). En hij kreeg het edele stempel een ‘vrouwenregisseur’ te zijn. Niet zo verbazend voor een jongen die in zijn jeugd omringd werd door vrouwen wier onafgebroken gesprekken hij volgde, over wat dan ook. Later refereerde hij aan die jaren in de Spaanse provincie La Mancha als een dankbare poel van herinneringen, en een makkelijke stap van de werkelijkheid naar fictie. Zijn recentere films zijn beschouwender en intiemer. Maar zijn liefde voor stijl en kennis van de cinema zijn gebleven.

eldiario.es
Spanje | website | eldiario.es 
eldiario.es is een Spaans online nieuwsplatform dat in 2012 is opgericht door journalisten van de krant Público nadat de papieren uitgave gestopt werd. De redactielijn is links-progressief, gericht op een jong, academisch opgeleid publiek.

» Abonneer u op onze nieuwsbrief en ontvang wekelijks onze selecie uit 943 kranten wereldwijd in uw inbox.

Plaats een reactie

Pedro Almodóvar tijdens een interview met het persbureau EFE in Los Angeles, februari 2020. © Armando Arorizo / EFE