• Mail & Guardian
  • Cultuur
  • De koning en 
het muziekfestival

De koning en 
het muziekfestival

In Swaziland, officieel het Koninkrijk eSwatini, regeert koning Mswati III met ijzeren hand. Wonderlijk genoeg vindt hier ook het hippieachtige muziekfestival Bushfire plaats, waarvan de waarden lijnrecht tegenover die van de vorst staan.

In eSwatini staat de tijd zo goed als stil. Het land dat voorheen bekendstond als Swaziland – en bij grensovergangen, op verkeersborden en op officiële briefhoofden nog steeds zo wordt aangegeven – is een van de conservatiefste van Afrika. Het is de laatste absolute monarchie van het continent, waar koning Mswati III de touwtjes strak in handen heeft. Wonderlijk genoeg vindt hier ook het hedonistische muziekfestival Bushfire plaats, waar bezoekers zich kunnen laven aan optredens van de beste muzikanten van Afrika – en een overvloed aan drugs. De waarden van dit hippieachtige festival staan lijnrecht tegenover die van het gesloten koninkrijk.

Hoofdacts op de afgelopen twaalfde editie waren de Nigeriaanse afropopster Yemi Alade en de Guinese koravirtuoos Sekou Kouyate. Maar Bushfire afficheert zich als meer dan alleen een muziekfestival. De nadrukkelijke oproep aan de bezoekers luidt: BRING YOUR FIRE! en het pr-praatje ronkt: ‘Je vuur is je energie, je spirit, je passie en je drive om een verschil te maken (…) het festival staat wereldwijd bekend om zijn visionaire en originele aanpak om de Swati’s bewust te maken van 
de noodzakelijke sociale verandering.’

Het lijdt geen twijfel dat sociale verandering in eSwatini hard nodig is. Zo leeft 63 procent van de 1,4 miljoen inwoners onder de armoedegrens. 
Het land heeft het hoogste aantal hiv-infecties per hoofd van de bevolking. Het maatschappelijke middenveld 
en de media zijn ernstig aan banden gelegd en oppositiepartijen zijn verboden. Vrouwen worden volgens Human Rights Watch gediscrimineerd en op homoseksualiteit staan zware straffen.

‘Het is goed voor het land, het is goed voor de investeringen. Het helpt de overheid bij het uitdragen van hun boodschap dat er niets mis is met 
Swaziland’

Op Bushfire, tegen de adembenemende achtergrond van het Mdzimba-gebergte, niets van dat al. Hier is 
sociale verandering mogelijk, al is het maar voor één weekend. Maar reikt de invloed van het festival verder dan de eigen kleine kring?

Op het parkeerterrein wordt druk gehandeld. ‘Honderd procent Swazi gold, speciaal voor u, meneer!’ roepen de zwarthandelaren om het hardst, doelend op de cannabissoort die wereldberoemd is geworden. Voor 7,5 dollar krijg je een tot vijf joints, afhankelijk van je accent. Deze ondernemers ruiken hun kans: het festival trekt hordes rijke toeristen. Zwaarbewapende politieagenten slaan de levendige drugshandel, die zich recht onder hun ogen voltrekt, zonder een spier te vertrekken gade. Dit valt onder de stilzwijgende afspraak tussen de regering en het festival. Horen, zien en zwijgen. Festivalgangers mogen ongestraft wetten overtreden; in ruil daarvoor doen ze niet moeilijk over het gebrek aan democratie. Niet dat de bezoekers de indruk wekken de barricaden te willen beklimmen. ‘Ik weet dat de koning veel vrouwen heeft en dat hij het land heeft herdoopt om zijn onafhankelijkheid te onderstrepen. Natuurlijk zou het goed zijn als er 
verkiezingen komen, maar de lokale 
tradities moeten bewaard blijven,’ zegt 
Julie Reul, uit Mozambique. Marshall Burogard, een Amerikaanse vrijwilliger in eSwatini, zegt dat hij erg moest wennen aan de manier waarop zijn gastland wordt geregeerd. Maar, voegt hij eraan toe, hij respecteert dat ‘de dingen hier nu eenmaal anders gaan’.

Bushfire oefent niet alleen een grote aantrekkingskracht uit op toeristen, maar ook op Swati’s uit de middenklasse en hoger. ‘Op voetbal en het festival na is hier werkelijk niets te beleven,’ zegt Bheki Makhubu, redacteur van The Nation en ’s lands scherpste politiek commentator. Hij bezoekt het festival ieder jaar. ‘Het is de enige keer dat ik me weer even als een jongere kan uitleven.’ Maar hij is zich maar al te bewust van de tegenstrijdigheden van het festival. ‘Om te begrijpen hoe dit werkt, moet je de Swazi-politiek een beetje begrijpen. Politieke vragen opwerpen betekent vrienden verliezen. De organisatoren willen de machthebbers juist niet tegen de haren strijken. De gedachte is: maak het niet politiek, het is alleen maar entertainment.’ In die zin verschilt Bushfire weinig van Swati’s die zonder morren hun leven leiden. Toch vindt er geleidelijk een verschuiving plaats in de relatie tussen het festival en de regering, nu Bushfire steeds groter en bekender wordt. eSwatini heeft Bushfire en zijn bezoekers met hun buitenlandse valuta nodig, terwijl het festival het prima zonder eSwatini kan stellen. ‘Laat ik het bot zeggen: nu blanken het festival hebben omarmd, is er geen houden meer aan. Het is goed voor het land, het is goed voor de investeringen. Het helpt de overheid bij het uitdragen van hun boodschap dat er niets mis is met 
Swaziland, want hier vindt iets plaats dat internationale faam heeft verworven. Zo werkt het,’ zegt Makhubu.


In het hart van het festivalterrein, afgeschermd van de muziekpodia en de eetstalletjes, bevindt zich de bring-your-fire-zone: een afgebakend veld, gewijd aan duurzaamheid, veilige seks, homorechten en genderkwesties. Bij het ‘Swati’s-aan-de-condooms’-stalletje, versierd met opgeblazen condooms, wordt gratis hiv-voorlichting gegeven. Het TransSwazi-kraampje, iets verderop, etaleert openlijk homo-emancipatie. ‘Dit is de enige plek in eSwatini waar homo’s zichzelf kunnen zijn,’ zegt Pinty Dludlu, die het kraampje bemant. ‘Het is een teken dat we 
afstevenen op een betere samenleving, waarin iedereen wordt geaccepteerd.’ Een opmerkelijk teken in een land waar de koning homoseksualiteit ooit als ‘satanisch’ omschreef.

Het festival als zodanig valt de regering of de monarchie weliswaar niet direct aan, maar door een platform te bieden aan andere zienswijzen speelt het een wellicht nog subversievere rol. En de regering kan er weinig tegen doen. Zolang het festival toeristendollars in het laatje brengt, mag Bushfire het vuur vrolijk blijven oprakelen.

Auteurs: Rumana Akoob, Simon Allison 
en Carl Collison
Vetaler: Tineke Funhoff

Openingsbeeld: © Bram Lammers / HH

Mail & Guardian
Zuid-Afrika | weekblad | oplage 41.000

Opgericht in 1985 als Weekly Mail en in 1990 vlot getrokken door The Guardian in Londen. Sinds 2002 eigendom van de Zimbabwaanse krantenuitgever Trevor Ncube. De duidelijk links georiënteerde krant ijvert voor een toleranter Zuid-Afrika.

Dit artikel van Rumana Akoob, Simon Allison 
en Carl Collison verscheen eerder in Mail & Guardian.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.