• Alternet.org
  • Politiek
  • De taliban zijn terug,
 radicaler dan ooit

De taliban zijn terug,
 radicaler dan ooit

Alternet.org | New York | Viljay Prashad | 30 oktober 2016

Vijftien jaar na de Amerikaanse inval in Afghanistan zijn de taliban weer aan de macht. Dat moet niet worden gezien als bewijs van een inherente vorm van Afghaanse wreedheid, schrijft de Indiase marxist Vijay Prashad. ‘Dit vertoont de vingerafdrukken van het Westen en de Saoedi’s.’

Het is nu vijftien jaar geleden dat het Amerikaanse leger de aanval inzette op Afghanistan. Deze aanval was het openingssalvo van de wereldwijde strijd tegen terrorisme. De Amerikanen wisten met massale bombardementen de taliban en Al-Qaida te verjagen naar de bergen of naar de buurlanden – waaronder Pakistan. Een van de mensen die het strijdtoneel ontvluchtten was Osama bin Laden, die pas werd gedood in 2011 – tien jaar later. Wat Amerika met deze oorlog beoogde was eenvoudig: voorkomen dat Afghanistan Al-Qaida een veilig toevluchtsoord zou bieden, en de taliban verjagen zodat Afghanistan een democratie zou worden. Er werd ook gerept van meer vrijheid voor vrouwen en scholing voor de Afghaanse bevolking.

Anderhalf decennium later is de taliban weer aan de macht. De beweging maakt de dienst uit in grote delen van het platteland, en dreigt ook weer de overhand te krijgen in belangrijke stedelijke gebieden. Kunduz, in het noorden, is afwisselend in handen van de taliban en van het Afghaanse Nationale Leger. In de provincie Helmand, in het zuiden, waar de Amerikaanse troepenmacht is gestationeerd, dreigt de taliban de hoofdstad Lashkar Gah in te nemen. De taliban heeft al zes van de veertien districten van Helmand in handen. Met andere woorden: een groot deel van zuidelijk Afghanistan zit in de tang van de taliban.

Niet een van de Amerikaanse oorlogsdoelen is bereikt

Niet alleen is de taliban terug in grote delen van Afghanistan, inmiddels hebben nóg radicalere groeperingen bovendien IS-Khorasan geformeerd. Vlak bij de Pakistaans-Afghaanse grens – in Nangarhar – kan IS vrijwel straffeloos zijn gang gaan. Op 4 oktober 2016 kwam een Amerikaanse soldaat om het leven, die te voet op patrouille was, door een bom van IS. Hij was de derde Amerikaanse soldaat die in 2016 om het leven kwam. Aanvankelijk werkte IS samen met groeperingen van de taliban, maar later werden de banden verbroken. Het is een van de vele plekken in het grensgebied van Pakistan en Afghanistan waar de zwarte vlag wappert. Mijn vriend en collega, wijlen Saleem Shahzad, schreef dat al in 2008 ‘de ideologie van Al-Qaida zich zo diep had genesteld in de hoofden van de bewoners van de bergstreken, dat hun strategie zo duidelijk in alle bergen en alle rotsen en alle stenen van het gebied was geëtst, dat de aanvoerders van de strijders zich niet al te veel zorgen maakten over de krachtmeting met de sterkste legers ter wereld’. Het doet er weinig toe of de plaatselijke groepering is gelinkt aan Al-Qaida, aan het Haqqani-netwerk of aan Islamitische Staat – ze hebben allemaal hetzelfde streven.

Niet een van de Amerikaanse oorlogsdoelen is bereikt: Afghanistan is nog altijd een toevluchtsoord voor strijders en democratie lijkt een onhaalbaar ideaal in deze situatie. In Kaboel zijn zonder meer successen geboekt – de stad is gegroeid en de bevolking heeft toegang tot bepaalde diensten. Hier maakt Ashraf Ghani de dienst uit, de voormalig topman van de Wereldbank – hij bestudeert statistieken om een beleid te ontwikkelen dat niet verder rijkt dan de buitenwijken van de hoofdstad. Ghani weet dat veiligheid van het allergrootste belang is. Vlak nadat Ghani in 2014 aan de macht kwam zocht hij toenadering tot Pakistan – dat nog altijd steun biedt aan de taliban, zowel op militair terrein als op het gebied van de inlichtingendiensten. Hij wilde dat Pakistan een vredesovereenkomst zou sluiten met de taliban en andere militante groeperingen. De Afghaanse Quadrilaterale Coördinatie Groep – QCQ – die dit jaar in het leven is geroepen, bestaande uit Afghanistan, China, Pakistan en de Verenigde Staten, is bedoeld om druk uit te oefenen op de strijders teneinde hen aan de onderhandelingstafel te krijgen. Tot nog toe is daar weinig van gekomen. Ghani lijkt niet langer goede banden te onderhouden met Pakistan. Zijn troepen doen hun uiterste best maar ze spelen weinig meer klaar dan het eigen grondgebied behouden, of grondgebied terugveroveren dat de taliban had ingenomen. Niets wijst erop dat ze aan de winnende hand zouden zijn.

Een Afghaanse soldaat houdt de wacht bij het vliegveld van Kunduz, dat vorig jaar werd belegerd door de taliban. – © Omar Sobhani / Reuters
Een Afghaanse soldaat houdt de wacht bij het vliegveld van Kunduz, dat vorig jaar werd belegerd door de taliban. – © Omar Sobhani / Reuters

Amerika mag dan zijn grondtroepen hebben teruggetrokken, het blijft de taliban en andere militante groeperingen bestoken vanuit de lucht. Bij deze aanvallen – voornamelijk met drones – worden weliswaar leiders gedood, maar ze brengen de taliban geen echte schade toe. Toen de taliban in 2015 erkende dat hun leider – moellah Omar – twee jaar eerder was omgekomen, werd er meteen bij gezegd dat moellah Akhtar Mansour de nieuwe leider was. Op 21 mei 2016 werd Akhtar Mansour gedood door een Amerikaanse droneaanval in de Pakistaanse provincie Beloetsjistan. Zijn dood leek de taliban nauwelijks te deren. Hij werd vrijwel ogenblikkelijk vervangen door de islamitische geleerde moellah Haibatullah Akhundzada. Akhundzada’s naaste medewerkers zijn de zoon van moellah Omar, moellah Yaqoob, en Sirajuddin Haqqani, die aan het hoofd staat van het Haqqani-netwerk. Deze taliban kan niet op de knieën worden gedwongen door de leiders uit te schakelen.

Vredesbesprekingen met de taliban zitten er niet in. Militaire overwinningen in het hele land sterken hen in het idee dat ze nog veel grotere delen van het land kunnen innemen voordat ze aanschuiven bij de onderhandelingen. Ondertussen heeft president Ashraf Ghani een deal gesloten met een van de meest weerzinwekkende moedjahedienleiders – Gulbuddin Hekmatyar, die aan het hoofd staat van Hezb-e-Islami. Vele jaren geleden vertelde de Afghaanse communistenleider Anahita Ratebzad me dat Hekmatyar de gevaarlijkste is van alle moedjahedienleiders. Hij had naam gemaakt door zuur in het gezicht te gooien van studentes aan de universiteit van Kaboel. De Amerikanen roemden hem tijdens de jihad tegen de communistische regering, noemden hem een ‘strijder voor de vrijheid’. Het was destijds een stuitend schouwspel, en nu is het een bewijs van het totale mislukken van het Amerikaanse project en van Ghani’s op statistieken gebaseerde ‘good governance’. Hekmatyar is Pakistans handlanger in Kaboel.

Linkse krachten

Amerika heeft dit jaar alleen al zevenhonderd luchtaanvallen uitgevoerd – allemaal ter ondersteuning van het Afghaanse leger. Amerika heeft bijna driehonderd droneaanvallen uitgevoerd in Pakistan, gericht tegen de top van de taliban en Al-Qaida. De aanval waarbij moellah Mansour om het leven kwam was in Beloetsjistan, buiten de aanvalszone die in 2010 is overeengekomen tussen Amerika en Pakistan. Dit is niet de enige indicatie dat de betrekkingen tussen Amerika en Pakistan onder druk staan. Amerika heeft Pakistan onomwonden laten weten dat men niet moet rekenen op F-16’s of militaire steun zonder dat aan strikte voorwaarden is voldaan. In de National Defense Authorization Act van 2016 staat letterlijk dat Pakistan de taliban in Noord-Waziristan moet blijven bestoken, het Haqqani-netwerk moet ondermijnen en moet voorkomen dat Pakistaanse militanten Afghanistan binnendringen.

Het is ijdele hoop dat een overeenkomst tussen Afghanistan en Pakistan afdoende is om dit probleem op te lossen. Tientallen jaren geleden heeft het Westen de handen ineengeslagen met mensen als Hekmatyar, teneinde de linkse groeperingen in Afghanistan te dwarsbomen. Vandaag de dag is er weinig meer over van die linkse groeperingen. Ze zijn van de kaart geveegd – verbannen of vermoord – en de herinnering eraan is volledig weggevaagd. De middelen waarover Afghanistan beschikt om een einde te maken aan de nachtmerrie van de laatste jaren zijn ernstig verminderd door een totale afwezigheid van linkse krachten. De sociale krachten die zijn losgemaakt door het Westen, Saoedi-Arabië en Pakistan hebben de Afghaanse samenleving verscheurd. Deze sociale omwenteling – met de moedjahedien als culminatie van het Afghaanse patriottisme – heeft niet alleen ongekende investeringen geëist, maar ook veel tijd. Momenteel is er geen beweging die tegengas kan geven. Er gloort misschien een heel kleine kans op vrede in Afghanistan, maar denk vooral niet dat er op lange termijn sprake kan zijn van stabiliteit en vooruitgang. Toen Links aan het bewind was, werd zeventig procent van de banen in het onderwijs vervuld door vrouwen, en bestond het ambtenarenapparaat voor vijftig procent uit vrouwen. Veel mensen zullen ervan opkijken dat destijds veertig procent van de artsen in Afghanistan vrouw was. Het Westen heeft deze positieve ontwikkeling eigenhandig gedwarsboomd. Dat het Westen Afghanistan heeft teruggezet in de tijd, onder het mom van vrouwenrechten, is ronduit stuitend. Dat Hekmatyar weer in Kaboel zit en dat de taliban overal in het land weer in opkomst is, moet niet worden gezien als bewijs van een of andere inherente vorm van Afghaanse wreedheid. De sociale morbiditeit van de Afghaanse samenleving vertoont de vingerafdrukken van het Westen en de Saoedi’s. Dat er geen eenvoudige oplossingen zijn is niet de schuld van Afghanistan. Iemand als Anahita Ratebzad, de Afghaanse communiste, had een visioen van hoe de samenleving eruit zou kunnen zien. Als zij nog had geleefd, zou ze opnieuw hebben gehuild van woede om haar land – na vijftien jaar van een wereldwijde strijd tegen het terrorisme.

Auteur: Vijay Prashad
Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

Vijay Prashad is hoogleraar International Studies aan Trinity College in Hartford, Connecticut. Hij schreef achttien boeken, waaronder Arab Spring, Libyan Winter, The Poorer Nations: A Possible History of the Global South en The Death of a Nation and the Future of the Arab Revolution. Hij schrijft iedere woensdag een column op AlterNet.

Alternet
VS | www.alternet.org

Voormalig Mother Jones- redacteur Don Hazen biedt alternatieve journalistiek. 
1,5 miljoen bezoekers klikken op artikelen en reprints.

Dit artikel van Viljay Prashad verscheen eerder in Alternet.org.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.