• GEO
  • Longreads
  • Dokter, moet ik me wel of niet laten vaccineren?

Dokter, moet ik me wel of niet laten vaccineren?

© ANP
GEO | Berlijn | Vivian Pasquet | 07 mei 2021

In haar diepgravend onderzoek naar de voors en tegens van het coronavaccin en gebaseerd op ervaringen uit het verleden, komt deze arts met verrassende antwoorden op de veelgestelde vraag. Waarom haar ‘ja’ het uiteindelijk wint van de twijfels.

Ik wil graag vertellen waarom ik me niet 100 procent zeker voel wanneer ik mij – uiteraard – laat inenten tegen het coronavirus. Maar ook waarom die 100 procent eigenlijk niet nodig is om toch tot een juiste beslissing te komen.

Wanneer ik in mijn geheugen graaf naar het moment dat ik voor het eerst echt het belang van een vaccinatie inzag, denk ik niet aan de colleges immunologie tijdens mijn studie medicijnen; niet aan de tijd dat ik zelf mensen inentte tegen hepatitis B of mazelen en ook niet aan de interviews die ik als journalist had met deskundigen van het Robert Kochinstituut of de Ständige Impfkommission [Stiko, vaste vaccinatiecommissie in Duitsland]. Dan zie ik een jonge man in een ziekenhuisbed in Delhi voor me. Dagenlang is hij onderweg geweest om vanuit zijn dorp de kliniek te bereiken. En daarbij had hij wel een heel bijzondere uitdaging te overwinnen: hij verplaatste zich op handen en voeten.

Door het poliovaccin is het virus in vrijwel elk land op aarde uitgeroeid

Een arts vraagt de patiënt de deken op te lichten. Ik zie misvormde voeten en een onderbeen dat grotesk omhoog steekt.* ‘Not vaccinated’, niet ingeënt, legt de arts mij uit. De jonge man kampt met de gevolgen van een poliovirus. Als jongen kreeg hij kinderverlamming. Eigenlijk hebben we al sinds 1955 een vaccin tegen polio. Dat heeft ervoor gezorgd dat India inmiddels het virus heeft uitgeroeid, zoals vrijwel elk ander land op aarde ook. Maar voor velen kwam dat succes te laat.

‘In Duitsland komt zoiets vast niet meer voor,’ zegt de arts later tegen mij. Maar zelf ziet hij nog elke dag ‘de relicten’ van de strijd tegen het virus.

Bij dit inkijkje in een wereld waar inentingen nog altijd geen vanzelfsprekendheid zijn, zou het niet blijven. Wanneer ik in afgelegen dorpen met medewerkers van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) op pad ben, wordt de deur geopend door mensen met gele gezichten of verminkte handen. En is het niet ongebruikelijk dat een kind aan een ziekte lijdt waartegen allang immuniteit mogelijk is.

Sindsdien koester ik mijn inentingspas als een kostbare trofee*. 

Zorgen om het vaccin

Maar toch. Wanneer vrienden, collega’s, familieleden me vragen ‘moet ik mij tegen corona laten inenten?’ valt een eenvoudig ‘ja’ me zwaar. Want achter die vraag gaat meestal een heel andere schuil: ‘Wat wanneer ik door zo’n vaccinatie ziek word?’ Hoewel ik beter geïnformeerd ben dan zij, maak ik me ook wel eens zorgen dat mijn partner, mijn moeder of ikzelf door een vaccin schade oplopen.

Misschien een allergische shock? Of een zeldzame bijwerking die pas maanden later aan het licht komt?

Cornelia Betsch zou wel plezier aan mij hebben beleefd, denk ik dan. Twee jaar geleden interviewde ik haar (‘Impfen! Oder etwa nicht?’, GEO nr. 03/2019). Betsch is hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Erfurt. Zij houdt zich bezig met het gedrag van antivaccers, maar nog veel belangrijker: met dat van mensen die alleen maar sceptisch zijn – mensen die geen samenzweringstheorieën aanhangen of virusontkenners zijn, maar zich gewoon zorgen maken. 

Al voor de uitbraak van de coronapandemie toonden gedragsexperimenten telkens weer aan dat mensen heel slecht zijn in het inschatten van risico’s

Tijdens de pandemie heeft Cornelia Betsch en haar team het ‘Cosmo-onderzoek’ opgezet. Daarin vraagt zij de Duitsers regelmatig: ‘Zou u zich laten inenten tegen het coronavirus? In februari 2021 antwoordde exact 65 procent daarop met ‘ja’.

Al voor de uitbraak van de coronapandemie concludeerde Cornelia Betsch bij haar gedragsexperimenten telkens weer dat mensen heel slecht zijn in het inschatten van risico’s. Onbezorgd rijden we op onze fiets door druk verkeer en onbekommerd eten we zaken die ingrediënten bevatten waarvan we de naam niet eens kunnen uitspreken – maar zijn we wel bang voor bijwerkingen van een vaccin die statistisch gezien maar één ding betekenen: een getal met heel veel nullen. Zo kreeg in 2008 0,0001 procent van de gevaccineerden met een erkende bijwerking te maken. 2008, dat is al best lang geleden, zou je dan kunnen tegenwerpen. En dat is ook zo: de overheid in Duitsland verschaft geen geregeld overzicht van alle negatieve bijwerkingen als gevolg van vaccins.

Dat we toch uitspraken kunnen doen over de veiligheid van een vaccin, heb ik diverse malen bij mijn journalistiek onderzoek zelf kunnen waarnemen. Je hoeft niet elke afzonderlijke stap van een vaccinontwikkelaar te doorgronden, niet iedere gang van moleculen in een lichaam of het volledige immuunsysteem tegen infectieziektes. Beter kunnen we ‘vaccineren’ als systeem proberen te begrijpen: wat zijn vaccins eigenlijk en hoe komen ze tot stand? Wie test ze en wie adviseert erover? Als er twijfel bij mij opkomt, houd ik mezelf dat voor.

Ik heb vaccinsceptici vaak over mijn reis naar India verteld. Over het feit dat mensen met een polio-infectie tot in de jaren zestig van de vorige eeuw in een ‘ijzeren long’ moesten liggen. Of dat zelfs in Duitsland mannen nog altijd onvruchtbaar worden doordat ze niet zijn ingeënt tegen de bof. Vaak betoog ik dat het geen ‘passieve’ beslissing is wanneer je vaccinatie van jezelf of van je kind achterwege laat omdat je altijd medeverantwoordelijk bent voor de gevolgen ervan. Momenteel hoor ik vaak: ‘Dat mag wel zo zijn voor andere vaccins maar de coronavaccins zijn veel te snel op de markt toegelaten. Dan kan er iets niet in orde zijn.’

Waarom kwamen coronavaccins zo snel op de markt?

Sars-CoV-2 heeft veel weg van andere cornoavirussen, zoals het mers-virus (dat al in 20212 voor het eerst bij een patiënt werd vastgesteld). De vaccinontwikkelaars konden dus teruggrijpen op ervaringen uit het mers-onderzoek.

Er was veel geld beschikbaar. Behalve verschillende stichtingen en organisaties ondersteunden overheden de vaccinproductie met een paar miljard euro.

Bedrijven bundelden hun arbeidskracht, lieten processen parallel in plaats van volgtijdelijk lopen.

Overheden werkten duidelijk sneller. Zo begon het Europese Medicijn Agentschap (EMA) al met haar onderzoek van mogelijke vaccins voordat alle onderzoeksresultaten er ingediend waren (rolling review).

Deze spoed heeft ook mij bang gemaakt en natuurlijk heb ik me afgevraagd of die vaccins veilig zijn. En ik heb antwoorden gevonden.

Vaccinonderzoek

In oktober 2020 reisde ik naar Brazilië voor een rapportage over het vaccinonderzoek van Biontech/Pfizer en AstraZeneca (‘Impfung für die Welt’, GEO nr. 02/2021). Daarbij stuitte ik op Sue Ann Costa Clemens. Zij is arts en hoogleraar kinderinfectieziektes. Ooit was ze medeorganisator van de campagnes voor het uitroeien van polie en van onderzoek naar vaccins tegen het rotavirus. De strijd tegen covid-19 beschouwt zij als ‘de grootste uitdaging van mijn leven’.

Overal op aarde werken mensen als Sue Ann Costa Clemens, vaak zeven dagen per week. Zij doen iets dat beslissend is voor de strijd tegen Sars-CoV-2: zij organiseren al het klinische vaccinonderzoek. Bij Biontech bijvoorbeeld deden ongeveer veertigduizend mensen mee. Dat zijn er veel meer dan doorgaans bij vaccinonderzoek het geval is en dat is een belangrijke reden (naast andere; zie kader) waarom de zoektocht naar een vaccin zo snel resultaat opleverde. Want hoe groter de opzet van een onderzoek, hoe sneller zal blijken of een vaccin effectief is en veilig.

Daarvoor worden de proefpersonen opgedeeld in twee groepen: de ene groep krijgt het vaccin, de andere groep een placebo. Daarna moeten de onderzoekers wachten: in welke groep worden er meer mensen ziek? Bij covid-19 hoefden ze daarop veel korter te wachten dan bij andere ziektes. Eenvoudigweg omdat het virus in zo grote getale rondgaat. Voor het succes van een vaccinstudie kan dat een verschil uitmaken van enkele jaren.

Toen twee proefpersonen een ruggenmergontsteking kregen bleek dat een van hen al ziek was voor het onderzoek begon, de ander had een placebo gekregen

Voor het vaccin van de universiteit van Oxford (bij de productie van dit vaccin sloot AstraZeneca op een later moment aan) rekruteerde Costa Clemens in Brazilië binnen enkele weken tienduizend mensen. Duizenden mensen, dat zijn ook duizenden verhalen. Ieder heeft een andere leeftijd, lijdt wellicht aan een onderliggende ziekte of heeft last van allergieën. Het team van Costa Clemens legde elk verhaal vast, zocht naar oorzaken voor ook maar de geringste bijwerking.

Toen twee proefpersonen een ruggenmergontsteking kregen werd het onderzoek tijdelijk gestaakt – later bleek dat een van hen al ziek was voor het onderzoek begon, de ander had een placebo gekregen. Costa Clemens vertelt me dat ongeveer tweeduizend keer per dag in een van haar testcentra de telefoon overgaat, dat elke week buisjes met bloed naar Engeland worden gevlogen, waar ze volgens een standaardprocedé worden onderzocht. Als ik proefpersonen spreek, laten die mij op hun mobiele telefoon de vragen zien van de testcentra die wekelijks bij hen binnenkomen: ‘Heeft u last van nekpijn, hoofdpijn, koortsrillingen?’  

In Brazilië krijgen de cijfers voor mij een gezicht. Ik zie hoeveel mensen wereldwijd hard werken om ervoor te zorgen dat onze vaccins veilig zijn. En ik kom erachter dat het bij vaccinstudies niet zozeer gaat om een heel lange duur maar vooral om de omvang van het onderzoek.

Het risico om ernstig ziek te worden als gevolg van een virusbesmetting is veel groter dan de kans op bijwerkingen

Want anders dan bij gewone medicijnen komen bijwerkingen van vaccins meestal na enkele dagen of weken aan het licht en niet na jaren zoals antivaccers beweren. De term ‘langetermijnbijwerking’ wordt vaak verkeerd gebruikt; die term betekent immers niet dat een bijwerking pas na lange tijd zichtbaar wordt, maar dat hij langdurig (soms zelfs voor altijd) aanhoudt. Weliswaar kan late zichtbaarheid ook voorkomen, maar dat gebeurt hoogst zelden. Het risico om ernstig ziek te worden als gevolg van een virusbesmetting is veel groter.

Dat bijwerkingen niet ineens na jaren optreden komt ook door de wijze waarop vaccins werken: ze bootsen een besmetting na. Daarvoor worden bijvoorbeeld inactief gemaakte virusdeeltjes geïnjecteerd. Of, zoals bij van sommige nieuwe vaccins, de genetische code voor zo’n deeltje. Het lichaam produceert dat deeltje dan zelf. Het voordeel is dat het niet eerst geproduceerd hoeft te worden, wat in een pandemie veel tijd zou kosten.

Het resultaat is voor elk procedé gelijk: wanneer ons immuunsysteem de vermeende indringer identificeert, maakt het antistoffen aan. Als een gevaccineerde later besmet raakt, zal zijn lichaam het virus herkennen en kan het zich effectiever tegen de indringer verweren.

Alle vaccins hebben één ding gemeen: het lichaam breekt ze binnen enkele dagen af. Ze blijven dus niet in het lichaam; ze worden ook niet langdurig toegediend en dus hopen ze zich niet op. Bijwerkingen komen dus meestal al in de testfase van het vaccin aan het licht en kunnen worden geanalyseerd. Zo kwam ook een zeldzame bijwerking van het BioNtech-vaccin aan het licht: een aangezichtsverlamming (deze treedt na circa 37 dagen op en gaat vanzelf weer weg). Vier testpersonen hadden hiermee te kampen. Maar of die verlammingen ook echt een gevolg waren van de vaccinatie is niet duidelijk.

Veel vaker dan zulke uitschieters kwam een onschuldige bijwerking aan het licht: 80 procent van alle gevaccineerden maakte melding van pijn op de injectieplek. Bepaalde heel zelden optredende bijwerkingen vallen pas op nadat miljoenen mensen zijn ingeënt. Zoals een allergische reactie op een bestanddeel van de entstof van BioNtech: het ging in de VS om elf op een miljoen gevaccineerden; niemand van hen overleed.

Meldsysteem

De meeste landen hebben daarom een speciaal meldsysteem zodat er ook na toelating van een vaccin niets aan de aandacht ontsnapt. In Duitsland kan iedereen die een bijwerking vermoedt dat melden bij het Paul-Ehrlich-Institut [In Nederland: bijwerkingencentrum Lareb]; artsen en farmaceutische bedrijven zie hiertoe zelfs verplicht.

Alle meldingen, ook de meest buitenissige, worden ingevoerd in een databank. Wetenschappers onderzoeken vervolgens of het gemelde symptoom mogelijk verband houdt met de vaccinatie. Ze bestuderen medische dossiers, spreken met artsen en betrokkenen, informeren naar hun medische voorgeschiedenis en woonomstandigheden. Vaak stuiten ze bij hun zoektocht op een genetisch defect of een zwak hart, op ongelukken en natuurlijke doodsoorzaken, kortom op heel andere oorzaken voor ziekte of dood.

Het ‘passieve meldingssysteem’ heeft een zwak punt: wat niet wordt gemeld, komt ook niet in de statistieken

Dit ‘passieve meldingssysteem’ van het Paul-Ehrlich-Institut heeft een zwak punt: wat niet wordt gemeld, komt ook niet in de statistieken. Daarom hoorde ik vaak van antivaccers dat niet alles boven water komt. Maar zij vertelden er niet bij dat het Duitse meldsysteem verbonden is met meldsystemen van over de gehele wereld.

Deze digitale koppeling is het eigenlijke kernstuk van onze vaccinveiligheid: zelfs als in eigen land incidenten niet gemeld worden, wordt dat door meldingen uit andere landen gecompenseerd. Mocht een vaccin echt schadelijk zijn, dan zou dit zijn opgevallen bij de bijwerkingencentra. Zij verzamelen immers gegevens van tig miljoenen mensen uit de hele wereld.

Nu in coronatijd wordt de controle op schadelijke bijwerkingen nog grootscheepser aangepakt. Zo vraagt het Paul-Ehrlich-Institut aan gevaccineerden om via een smartphone-app te laten weten hoe het hun vergaan is. Op de internetsite van het instituut kan iedereen de laatste veiligheidsrapporten nalezen (www.pei.de, vervolgens klikken op ‘Arzneimittelsicherheit’ en ‘Pharmakovigilanz’). Elke dag is er telefonisch overleg met het Europese Medicijnen Agentschap om opvallende zaken te bespreken.

Zo ontdekte het instituut bij het AstraZeneca-vaccin een toename in het aantal gevallen van hersenadertrombose. En hoewel het maar heel weinig mensen betrof (in Duitsland ongeveer vier op een miljoen gevaccineerden) stopten diverse landen met dit vaccin, ook al is het risico om ernstig ziek te worden door het virus veel groter dan het oplopen van zo’n trombose.

Illusory truth effect

Van dat alles ben ik op de hoogte en toch ben ik soms bang voor de vaccinatie. Dat komt ook door een boek dat ik al jaren voor corona heb gelezen. Het heet Impfen Pro und Contra. In circa vijfhonderd bladzijden moedigt de schrijver, een kinderarts, de lezers aan om zelf goed na te denken over al dan niet vaccineren. Diezelfde vraag steekt ook tijdens de coronapandemie telkens weer de kop op.

Het betekent dat mensen niet de adviezen van de Stiko volgen maar zich een eigen mening vormen. In het boek las ik over ‘positieve effecten’ van mazelen of dat het risico op een tetanusinfectie bij ongevaccineerden ook verminderd kan worden met behulp van desinfecteringsmiddelen. Ik las dat vaccins tot auto-immuunziektes, blindheid en soms zelf de dood kunnen leiden. Maar dat betekende natuurlijk niet dat mensen zich niet zouden moeten laten inenten, voegde de auteur er niet helemaal logisch aan toe. Hij wilde alleen informatie geven.

‘Ik vertel jullie wat er mis kan gaan, maar jullie moeten zelf beslissen’ heeft een rampzalig effect

Het team van hoogleraar psychologie Cornelia Betsch toonde ooit het rampzalige effect aan van zulk ongefilterd ‘ik vertel jullie wat er mis kan gaan, maar jullie moeten zelf beslissen’. Het voerde een experiment uit waarbij de wetenschappers hun proefpersonen eerst voorlichtten over het risico op bijwerkingen van een (fictieve) vaccinatie. Vervolgens vroegen ze de deelnemers verhalen over incidentele gevallen van zware bijwerkingen op een internetforum te lezen. Na bezoek aan dit forum schatten de proefpersonen het risico op bijwerkingen veel te hoog in, hoewel ze door het eerste deel van het experiment beter hadden kunnen weten.

Om ons onzeker te maken is het psychologisch gezien dus voldoende als we maar één keer lezen wat er allemaal mis kan gaan. Ongeacht of dat later onzin, allang weerlegd of hoogst sporadisch blijkt te zijn: het risico heeft zich in ons geheugen vastgezet. En elke keer dat we zo’n nepbericht weer horen, denken we – ook al gebeurt dat onbewust – ‘dat kan niet helemaal onzin zijn, dat heb ik immers al eens eerder ergens gelezen’.

In de psychologie wordt dit fenomeen dat ik sinds het lezen van het boek ook bij mijzelf constateerde, illusory truth effect genoemd. Bij de coronapandemie beslist dit effect mede over de vraag of mensen zich al dan niet laten inenten. Want hoewel er tegenwoordig een overvloed aan informatie beschikbaar is over functioneren en veiligheid van coronavaccins komt die informatie voor sommigen te laat omdat zij al voor de crisis sceptisch stonden tegenover vaccineren. Tientallen jaren werd er veel te weinig gedaan om desinformatie tegen te gaan met informatiecampagnes. Zo circuleren tijdens de coronacrisis angsten die zo oud zijn als het fenomeen vaccin zelf. Een daarvan: vaccinatie maakt vrouwen onvruchtbaar. Tegenstanders van vaccineren beweerden dat al bij polio of de mazelenvaccins. Maar waar is het niet.

Destijds toen ik het boek las, wist ik niet hoe gemakkelijk ik ook zelf gemanipuleerd kon worden. Na lezing ervan overwoog ik zelfs tegen mijn leidinggevenden te zeggen dat ik geen artikel over vaccins kon schrijven omdat ik geen marionet van de farmaceutische industrie wilde zijn.

Cherry picking

Nu weet ik dat de schrijver zich niet alleen onderscheidt door foutieve verbanden of bronnen die allang achterhaald zijn maar vooral ook door een methodiek die wordt aangeduid als cherry picking: uit een grote hoeveelheid wetenschappelijke publicaties pikt hij vooral datgene wat in zijn straatje past. Cherry pickers negeren resultaten die op gespannen voet staan met hun eigen opvattingen. Zij miskennen dat één enkele publicatie niet de waarheid kan vertegenwoordigen. Alleen een totaaloverzicht van het gehele veld kan dat: hoeveel onderzoekers sluiten zich bij die ene opvatting aan? Zijn er tegenargumenten? Heeft de auteur in een latere publicatie zijn eerdere conclusies wellicht gerectificeerd?

Ik zeg dat omdat daarbuiten ook tijdens corona veel ‘experts’ rondlopen. Mensen, soms gepromoveerd, die hun persoonlijke opvatting als wetenschap verkopen en ons zo besmetten met hun twijfels. Vaak spelen zulke ‘experts’ met onze angst. Zij verlangen bij een vaccin 100 procent zekerheid. Een voorwaarde die aan geen ander geneesmiddel zou worden gesteld omdat medicijnen zonder bijwerkingen nu eenmaal niet bestaan.

Als ik mezelf nu op twijfels betrap, denk ik altijd aan wat ik heb geleerd over mijn psyche. En dat een juiste beslissing geen 100 procent zekerheid vereist maar vooral correcte informatie en competente adviseurs. Als journalist raadpleeg ik daarom deskundigen. De afgelopen jaren heb ik meer dan eens het Robert Kochinstituut bezocht of met leden van de Stiko gesproken. Deze vaste vaccinatiecommissie brengt regelmatig vaccinatieaanbevelingen uit. Zo heeft iedereen de kans zich te laten helpen bij zijn of haar beslissing.

Stiko

Mij verbaast het dat vaccinsceptici zo zelden echt willen weten hoe de Stiko tot zulke aanbevelingen komt – terwijl hun methodiek toch tot de beste ter wereld behoort.

Op dit moment kent het gremium achttien leden, zoals experts voor volksgezondheid, virologen en epidemiologen. Zij worden benoemd door het ministerie van Volksgezondheid, voor hun werk ontvangen zij geen geld. Om de onafhankelijkheid van de commissie te waarborgen moet ieder lid een vragenlijst van negentien pagina’s invullen met betrekking tot mogelijke belangenconflicten. Is er sprake van betaalde lezingen? Van onderzoek in opdracht van de farmaceutische industrie? Al naar gelang de antwoorden mag het lid aan besprekingen en stemming over het betreffende vaccin niet deelnemen. Gedurende elke zitting staan er daarom altijd weer leden op om de zaal te verlaten.

Sinds 2011 werkt de Stiko volgens een ‘standaardprocedure’ (sop). In dit document is de besluitvorming tot in de kleinste details geregeld. In wezen legt het de fases vast van het werkproces, de vragen en de doelen. Deze worden door een team uit de afdeling ‘vaccinpreventie’ van het Robert Kochinstituut systematisch afgewerkt. Pas nadat een vaccin op basis van de criteria van de sop is doorgelicht, komen de achttien Stiko-leden bijeen voor een besluit.

Op het eerste gezicht lijken de standaardvragen van de sop duidelijk: om welk virus gaat het? Welke ziekte veroorzaakt het? Wat is het beoogde effect van een vaccinatie? Maar kijken we heel precies dan blijkt hoe complex een aanbeveling is. Het gaat dan om haardeffecten en leeftijdsverschuivingen; om immunogeniteitstudies en seroprevalenties. Om de vraag hoelang een vaccin werkzaam is en of het alleen een infectie of ook het doorgeven van een besmetting voorkomt. Kern van de sop is een systematisch literatuuronderzoek. Daartoe lopen de medewerkers niet alleen klinische onderzoeksresultaten na maar ook de vakliteratuur die over de vaccins of het coronavirus zelf is verschenen. In tegenstelling tot de cherry pickers zorgen zij voor een overzicht van alle belangrijke publicaties en voorzien die van een oordeel over het belang ervan. Daarbij werken altijd twee collega’s parallel aan elkaar, zonder op de hoogte te zijn van elkaars conclusies.

Ik heb besloten meer waarde te hechten aan een hele batterij wetenschappers dan aan mijn eigen angsten

Voordat de achttien Stiko-leden in december 2020 met de eerste coronavaccinatieadviezen kwamen, gaven medische vakgenootschappen feedback op de uitkomsten van de onderzoeksteams; werd er bediscussieerd met welke waarschijnlijkheid bij welke medische voorgeschiedenis gevreesd zou moeten worden voor een ernstig ziekteverloop; werden zeldzame zware bijeffecten geanalyseerd en op hun betekenis getoetst; berekende een computerprogramma welke effecten vaccinatie van bepaalde groepen zou hebben op de verspreiding van het virus. En werd er tenslotte ook nog overlegd met ethici over de vraag of de aanbevelingen moreel verantwoord waren.

En omdat dit allemaal zo snel moest, analyseert het Robert Kochinstituut ook nu nog elke dag nieuw onderzoek en komen Stiko-teams diverse keren per maand bijeen om hun aanbevelingen aan te passen aan de laatste inzichten.

Ik denk niet dat de stiko onfeilbaar is. Het is een beetje zoals ook verder in het leven: als ik een huis binnenga hoef ik niet eerst de constructietekeningen te zien. Ik heb besloten meer waarde te hechten aan een hele batterij wetenschappers dan aan mijn eigen angsten.

Bezoekverbod

En er is nog iets dat mij ertoe bewogen heeft me snel te laten inenten. Ongeveer een jaar geleden stond ik in de hal van een ziekenhuis in Bonn en hoopte ik dat de Italiaanse patiënt Elisa Ferrara (niet haar echte naam) niet in eenzaamheid zou hoeven sterven. Het was april 2020, Duitsland verkeerde in zijn eerste lockdown en ik bracht vier weken door in het Academisch Ziekenhuis van Bonn voor een rapportage over de strijd tegen het nieuwe coronavirus (‘Den Feind im Nacken’, GEO nr. 08/2020).

Het was bijna middernacht toen de artsen voor haar ziekenhuiskamer bijeen kwamen om haar situatie te bespreken. Door de deur zag ik Ferrara in bed liggen. De artsen zeiden te verwachten dat zij nog diezelfde nacht zou overlijden. Om haar familie te bereiken was het te laat. Die zat vast in Italië omdat er immers geen vluchten gingen. In hun plaats waakte een verpleegkundige aan haar bed.

En nooit zal ik de blik vergeten van een chef-arts in Bonn die elke dag telefoneerde met de echtgenoot van een ernstig zieke bejaardenverzorgster. Hij wist dat zijn stem ten tijde van het bezoekverbod het enige was dat deze man psychisch nog op de been hield.

Als ik nu hoor zeggen dat het virus toch eigenlijk wel meevalt, denk ik ook aan al die verpleegkundigen die dag in dag uit uren doorbrengen in de kamers van coronapatiënten

Als ik nu hoor zeggen dat het virus toch eigenlijk wel meevalt, denk ik ook aan al die verpleegkundigen die dag in dag uit uren doorbrengen in de kamers van deze patiënten en na afloop van hun dienst soms door vrienden worden gemeden uit angst voor besmetting. Of aan de arts die mij vertelde dat zijn dochtertje vaak ’s ochtends op zijn buik gaat liggen en weigert daar weer af te gaan – om te voorkomen dat haar vader weer naar het ziekenhuis gaat.

Misschien is de reden voor mijn vaccinatiebesluit dus veel simpeler dan al die gesprekken met deskundigen, het begrijpen van biologische mechanismes of mijn zelfbesef als verlicht persoon. Ik wil al die mensen mijn respect betonen. Zij verdienen dat.

*Als een vrouw tijdens haar zwangerschap besmet raakt met het waterpokkenvirus kan dit bij het kind in een sporadisch geval leiden tot misvorming van de handen.

Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.