• Die Welt
  • Cultuur
  • Door de of een duivel bezeten

Door de of een duivel bezeten

Die Welt | Berlijn | Mike Mariani | 10 januari 2019

Komt het door de belangstelling voor het occulte, het bovennatuurlijke, dat ook de vraag naar duiveluitdrijvingen enorm is gestegen? The Atlantic verdiepte zich in het Amerikaanse exorcisme en zag allerlei dwarsverbanden. Seksueel misbruik bijvoorbeeld, zou een belangrijke toegangspoort voor demonen zijn.

Het is maart 2016 en de 33-jarige Louisa, een vrouw met een verleden van alcoholmisbruik, heeft haar wekelijkse afspraak met haar verslavingsbegeleider in Tacoma, Washington.

Louisa is pas gescheiden van haar man, Steven. Als de begeleider naar haar huwelijk vraagt, zegt ze dat ze er nog niet aan toe is om daarover te praten. Hij dringt aan, maar weer reageert Louisa afwijzend. De sfeer wordt gespannen en Louisa begint te hyperventileren, het lijkt of ze een paniekaanval krijgt. De begeleider rent de gang door om Louisa’s therapeut, Amy Harp, te halen.

Samen brengen ze Louisa naar Harps kamer, omdat ze denken dat ze haar daar beter kunnen kalmeren. Maar als Louisa daar eenmaal zit, verandert haar gedrag. Normaal gesproken is ze een zachtaardige, open vrouw, maar nu begint ze te gillen en grote plukken van haar eigen haar uit te trekken. Ze gromt en kijkt woest om zich heen. Haar hoofd schokt en slaat in vreemde hoeken achterover. Ze mompelt onsamenhangende teksten over goed en kwaad, God en de duivel. En zegt tegen de hulpverleners dat niemand in deze kamer ‘Louisa’ kan redden.

In de ogen van Harp zweeft Louisa heen en weer tussen deze staat van razernij en haar normale zelf. Het ene moment grauwt ze en laat ze haar tanden zien, het volgende smeekt ze om hulp. ‘Alsof ze met zichzelf in gevecht was,’ zegt Harp later tegen mij.

Harp heeft nooit eerder zulk gedrag gezien en weet niet goed wat ze moet doen. Maar ze weet wel dat Louisa af en toe periodes meemaakt waarin ze het gevoel heeft dat er iets onbeschrijfelijk duisters over haar komt, en dat ze dan in de Bijbel gaat lezen om dat ellendige gevoel te verdrijven. ‘Je moet wat Bijbelteksten lezen,’ zegt Harp tegen haar. Nog steeds totaal buiten zichzelf pakt Louisa haar smartphone en zoekt passages uit de Bijbel op. Al lezend wordt ze rustiger. Het schokken van haar lichaam neemt af, haar geagiteerdheid ebt weg. Ze geeft over in een prullenbak en dan is ze weer zichzelf, een en al 
excuses, met natte ogen en een rood gezicht.

Harp is na afloop verbijsterd over wat ze heeft meegemaakt. Voor Louisa heeft het verstrekkende gevolgen: zij gaat op zoek naar antwoorden en daarbij verlaat ze uiteindelijk de moderne geneeskunde met haar beproefde behandeling van psychische problemen, en wendt ze zich tot de oudere, rituele geneeswijzen van het katholieke geloof.

Demonen

Het geloof in demonen – en het idee dat die bestaan om mensen lastig te vallen, in de war te brengen en te pijnigen – is al zo oud als religie zelf. In het oude Mesopotamië deden Babylonische priesters aan duiveluitdrijving door wassen beeldjes van duivels in een vuur te gooien. In de hindoeïstische Veda’s, die waarschijnlijk tussen 1500 en 500 voor het begin van onze jaartelling zijn geschreven, komen bovennatuurlijke wezens voor, die asura’s worden genoemd, maar tegenwoordig meestal als demonen worden gezien; deze dagen de goden uit en saboteren menselijke aangelegenheden. Ook voor de oude Grieken loerden aan de duistere randen van de mensenwereld duivelachtige schepsels.

Maar het geloof dat iemand van de duivel bezeten kan zijn, is niet alleen iets uit een verleden vol demiurgen en boze ogen, het is ook nu nog wijdverbreid in de Verenigde Staten. Uit enquêtes door Gallup en databedrijf YoGov blijkt dat ongeveer de helft van 
alle Amerikanen gelooft dat bezeten worden door 
de duivel bestaat. Het percentage dat in de duivel gelooft is nog groter, en zelfs toegenomen: volgens Gallup is dat percentage gestegen van 55 procent in 1990 naar 70 procent in 2007.

Misschien komt het daardoor dat de vraag naar duiveluitdrijvingen – het tegengif van de katholieke kerk tegen demonische bezetenheid – kennelijk ook toeneemt. De kerk houdt er geen officiële cijfers over bij, maar de exorcisten die voor dit artikel zijn geïnterviewd, bezweren dat ze elk jaar meer aanvragen krijgen.

‘Het is een emotie waar de wetenschap niet bij kan: de angst dat dit soort dingen waar zijn’

Pastoor Vincent Lampert, de officiële exorcist voor het aartsbisdom Indianapolis, vertelde begin oktober dat hij in 2018 per telefoon of e-mail al 1700 aanvragen voor exorcismes had ontvangen, meer dan hij ooit in een heel jaar heeft gekregen. Pastoor Gary Thomas, een priester over wiens opleiding tot exorcist in Rome in 2009 een boek is verschenen, The Rite, dat in 2011 is verfilmd, zegt dat hij minstens tien verzoeken per week krijgt. Verscheidene andere priesters vertellen dat hun werk als exorcist gemakkelijk hun gehele weekschema zou opslokken als ze niet werden ondersteund door kerkmedewerkers en vrijwilligers.

De kerk heeft nieuwe exorcisten opgeleid in Chicago, Rome en Manilla. Volgens Thomas waren er in 2011 in de VS minder dan vijftien erkende katholieke exorcisten. Nu zegt hij dat het er meer dan honderd zijn. Andere exorcisten die ik heb gesproken schatten het aantal tussen de zeventig en de honderd. (Ook hierover bestaan geen officiële cijfers en de meeste bisdommen houden de identiteit van hun officiële exorcist geheim, om ongewenste aandacht te vermijden.)

In oktober vorig jaar heeft de Amerikaanse katholieke bisschoppenconferentie het handboek waarin het ritueel van de uitdrijving beschreven staat, in 
het Engels laten vertalen: Exorcisms and Related Supplications. Het ritueel was al eens bijgesteld in 1998 en een paar jaar later opnieuw, maar dit is de eerste keer dat de instructies in het Engels zijn verschenen sinds dat ritueel in 1614 officieel werd vastgesteld. ‘Er is een heel nieuwe vraag naar een vorm van geestelijke dienstverlening die de kerk eigenlijk al terzijde had geschoven,’ zegt een exorcist van een bisdom in het midwesten.

De vraag die zich opdringt is: waarom? Of liever: waarom nu? Waarom wenden zo veel mensen zich in onze moderne tijd tot de kerk om hulp bij het verdrijven van onstoffelijke kwelgeesten uit hun lichaam? En wat zegt deze hernieuwde belangstelling over de metaforische demonen die de hedendaagse samenleving teisteren?

‘Het zwarte ding’

In 1921 verzamelde een Duitse psycholoog, Traugott Oesterreich, ooggetuigenverslagen van incidenten met ‘bezeten’ personen in zijn boek Die Besessenheit. Een verhaal dat telkens terugkomt, gaat over een jonge vrouw, Magdalene, uit het Duitse plaatsje Orlach. Magdalene komt uit een gezin van boerenpachters en is een ijverig kind, dat van zonsopkomst tot na zonsondergang altijd bezig is met ‘dorsen, hennep kloppen en maaien’. Aan het eind van de winter van 1831 begint Magdalene vreemde dingen te zien in de schuur waar ze de koeien verzorgt. Het jaar daarop wordt ze gekweld door stemmen, het gevoel dat ze fysiek wordt aangevallen en, volgens sommige getuigen, spontane ontbrandingen.

Die zomer klaagt Magdalene over een geest die ‘op haar is neergedaald, haar omlaagdrukt en probeert haar te smoren’. Al snel wordt ze totaal in bezit genomen door deze geest, die zij ‘het zwarte ding’ noemt; hij daalt neer en vervangt haar eigen ik door het zijne. ‘Midden in haar werk ziet ze hem dan in menselijke gedaante op zich af komen (een mannelijke gestalte in een lange jas, alsof hij uit een donkere wolk komt; ze kan zijn gezicht nooit duidelijk beschrijven),’ schrijft een tijdgenoot die haar van dichtbij heeft meegemaakt. ‘Dan ziet ze hem aankomen, altijd van links, en krijgt ze het gevoel dat een koude hand haar bij haar nek pakt, en zo treedt hij 
bij haar binnen.’

The Exorcist

Iemand die Magdalenes perioden van bezetenheid heeft meegemaakt, was op die momenten met stomheid geslagen. ‘De verandering van persoonlijkheid is absoluut wonderlijk,’ schrijft hij.

Het meisje verliest het bewustzijn, haar eigen ik verdwijnt, of liever, trekt zich terug om een nieuwe de ruimte te geven. Een andere geest heeft nu bezit genomen van haar organisme, van haar zintuigen, haar zenuwen en spieren, spreekt met deze keel, denkt met deze hersenzenuwen, en dat op zo’n krachtige manier dat de helft van het organisme als het ware verlamd is.

Oesterreichs voorbeelden vormden de belangrijkste inspiratiebron voor de roman The Exorcist uit 1971 van William Peter Blatty, waarvan in 1973 een horrorfilm onder dezelfde naam werd gemaakt – die tien Oscarnominaties kreeg en volgens velen de griezeligste film ooit is.

De aantrekkingskracht van The Exorcist is misschien wel het vage maar onmiskenbare gevoel dat de film op ware gebeurtenissen is gebaseerd. Een katholieke exorcist die zich nog goed kan herinneren dat de film uitkwam, denkt dat het succes daarvan iets zegt over een onderhuids aspect van de Amerikaanse persoonlijkheid. ‘De film bevestigde iets wat diep verankerd ligt in de populaire fantasie,’ zegt de priester, die anoniem wil blijven om zijn identiteit als exorcist geheim te houden. ‘Het is een emotie waar de wetenschap niet bij kan en die heel irrationeel is, diep begraven onder medicijnen en psychologie: de 
enorme angst dat dit soort dingen waar zijn.’

Louisa’s problemen zijn al veel eerder begonnen, 
lang voor de winter van die afspraak met haar verslavingsbegeleider. In 2009, op haar 26ste, heeft ze 
midden in de nacht een ervaring die haar heel erg van streek brengt. Ze woont dan in Orlando met 
Steven, en ze is net in slaap gevallen. Kort daarvoor 
is ze bevallen van hun eerste kind, een zoon, die in het bed tussen zijn ouders in ligt. Op een bepaald moment in die nacht wordt ze wakker en merkt dat ze verlamd is. ‘Iets hield me in zijn greep,’ vertelt ze. ‘Ik kon niet bewegen, ik kon niet ademhalen en ik dacht dat ik doodging.’ Ze wil verschrikkelijk graag Steven wakker maken, maar haar lichaam reageert niet en blijft als vastgenageld op het matras liggen. Ze kan alleen haar ogen bewegen, en die schieten doodsbang heen en weer door de kamer.

Een pastoor voert een exorcismeritueel uit bij een parochiaan. – © Getty Images
Een pastoor voert een exorcismeritueel uit bij een parochiaan. – © Getty Images

Als Louisa dit aan vriendinnen en familieleden vertelt, doen de meesten het luchtig af. Sommigen denken dat het misschien nog een effect is van de zware bevalling die ze net heeft doorstaan (ze heeft een keizersnede gehad). Louisa besluit dat ze wel gelijk zullen hebben.

In het najaar van 2011 moet ze stage lopen voor haar bachelor vrouwenstudies aan Washington State University en ze kiest voor een project in Kathmandu, Nepal, bij een hulpverleningsorganisatie voor arme vrouwen en kinderen, aan het einde van haar stage belandt ze voor twee dagen in het ziekenhuis. Daarna overweegt ze om meteen naar huis terug te vliegen. Maar haar geboekte vlucht gaat pas over vier weken. Ze had de beroemde Annapurna Base Camp-trail willen lopen, maar nu voelt ze zich slap en niet op haar gemak in dit vreemde land. De andere stagiaires zijn al vertrokken uit het appartementencomplex waar ze logeert, en de straten in de stad zijn afgesloten vanwege politieke demonstraties.

De avond nadat ze uit het ziekenhuis is gekomen, doet Louisa de deur van haar appartement op slot, blokkeert het raam met een houten stok en gaat 
naar bed. Zoals zij het vertelt, wordt ze in het donker 
wakker en hoort ze naast zich iemand ademen. Het klinkt dichtbij, ze voelt de warme adem op haar nek en rechteroor. Niemand kan de kamer binnengekomen zijn, denkt ze, terwijl ze bewegingloos in haar slaapzak blijft liggen. Hoe is dit mogelijk?

Er komen gedachten aan kwade geesten in Louisa’s hoofd op. Haar oma, die indiaanse was en vroom katholiek, heeft haar daar altijd voor gewaarschuwd. Als Louisa ooit kwade geesten ontmoet, heeft haar oma tegen haar gezegd, dan moet ze proberen ze te negeren, want geesten teren juist op aandacht. Louise doet haar best om die raad op te volgen, maar het ademen houdt aan, een zwaar, ritmisch, raspend geluid. Dan, na een minuut misschien, voelt ze hoe een hand over haar sleutelbeen streelt.

Bij dat gevoel, dat ze tot op de dag van vandaag niet kan verklaren, springt Louisa uit haar slaapzak en rent de kamer door om het licht aan te doen. Ze vertelt dat ze op datzelfde moment hoort hoe een stel zwerfhonden woest begint te blaffen. Als het licht wordt, heeft Louisa haar spullen gepakt en loopt ze de paar kilometer naar de Amerikaanse ambassade in Kathmandu. Ze neemt de eerste de beste vlucht terug naar Orlando.

Hallucinaties

In 2013 overkomt Louisa nog iets dergelijks, vlak na de geboorte van haar tweede kind, een dochter. Deze ervaring lijkt meer op de eerste – ze wordt opeens wakker en merkt dat haar lichaam vastzit – maar nu komen daar nog een soort hallucinaties bij, zoals een reusachtige spin die ze haar slaapkamer in ziet kruipen. Louisa is er zo van ondersteboven dat ze drie dagen lang nauwelijks kan slapen of eten.

Ze is dan al onder behandeling bij een psychiater in Orlando. ‘Dit is al de derde keer dat het is gebeurd,’ vertelt Louisa haar. ‘Ben ik gek?’ De arts werpt haar een verbaasde blik toe, maar komt niet met een bevredigende verklaring. Dus wendt Louisa zich tot het internet.

‘Slaapverlamming’ klinkt als een plausibele verklaring. Daarbij gaat iemand zo snel de remfase in en uit dat het lichaam het niet kan bijhouden; zo wordt hij of zij geestelijk al wakker, voordat het lichaam de slaap van zich af heeft kunnen schudden. Zo, net tegen volledig bewustzijn aan zwevend, kun je dan een gevoel van verlamming en hallucinaties ervaren.

Maar Louisa vindt dat dit geen verklaring is voor de hand op haar sleutelbeen, die ze heeft gevoeld terwijl ze klaarwakker was, dat weet ze zeker. Ze begint zich af te vragen of er soms iets is dat het op haar gemunt heeft. Verteerd door angst waadt ze steeds dieper de duistere wateren van het internet in en vindt uitgebreide beschrijvingen en YouTube-getuigenissen van mensen die beweren dat ze zijn meegesleurd naar de hel door een demon of iets anders kwaadaardigs. Ze verdiept zich in schilderijen en tekeningen van de hel – naakte lichamen die kronkelen als slangen terwijl ze worden verteerd door oranje vlammen. ‘Ik raakte bezeten van dit onderwerp,’ zegt ze nu.

‘Wanneer de populariteit van het christendom afneemt, zie je altijd een toenemende belangstelling voor het occulte’

De zondag na haar derde ervaring gaat Louisa, in de greep van deze nieuwe angsten, naar de mis in Saint James Cathedral in Orlando. Na de dienst vertelt ze haar ervaringen aan de priester, die haar meteen vraagt of ze zich ooit met occulte zaken heeft beziggehouden. Als ze vertelt dat ze een ouijabord heeft gebruikt na het overlijden van haar oma een paar jaar geleden, zegt hij dat ze dat bord weg moet doen, en ook alle andere dingen die opgevat kunnen worden als occult: tarotkaarten, amuletten, heidense symbolen, zelfs healingkristallen en geboortestenen. Al die dingen, zegt hij tegen haar, kunnen dienen als toegangspoort voor een demon.

Het zal sommige katholieken misschien verbazen om te horen hoe letterlijk de moderne kerk Satan en zijn leger demonen opvat. Veel mensen zien de duivel tegenwoordig als een metafoor voor de zonde, verleiding en het onoplosbare kwaad in de wereld, maar de paus wijst dat soort allegorische lezingen consequent van de hand.

In preken, interviews en soms in tweets heeft paus Franciscus verklaard dat Satan – die hij ook Beëlzebub, de Verleider en de Grote Draak heeft genoemd – een werkelijk bestaand wezen is, dat zich tot doel heeft gesteld mensen te bedriegen en te verlagen. Afgelopen april schreef de paus nog: ‘We moeten de duivel niet zien als een mythe, een metafoor, een symbool, een beeldspraak of een idee’ maar eerder als een ‘persoonlijk wezen dat ons belaagt’.

Demonische bezetenheid

Duiveluitdrijvingen komen ook in sommige protestantse en niet-confessionele kerken voor, maar de katholieke kerk heeft de meest strikt geformaliseerde en oudste traditie. In de opvatting van de kerk kent de invloed die demonen en hun leider, de duivel, op mensen kunnen hebben verschillende gradaties. Aan het ene eind van het spectrum ligt demonische druk – waarbij een demon druk op iemand uitoefent om het kwaad toe te laten. Aan het andere uiteinde ligt demonische bezetenheid – waarbij een of meer demonen bezit nemen van iemands lichaam en via die persoon spreken.

Katholieke priesters volgen een procedure die discernment (onderscheid) wordt genoemd om te bepalen of er bij iemand inderdaad sprake is van bezetenheid. Belangrijk onderdeel van die procedure is dat de 
persoon die om een duiveluitdrijving vraagt, een onderzoek moet ondergaan bij een professionele psychiater. De overgrote meerderheid van de gevallen eindigt daarmee, want veel mensen die beweren bezeten te zijn, blijken last te hebben van psychiatrische problemen zoals schizofrenie of een dissociatieve stoornis, of ze blijken kort ervoor gestopt te zijn met psychofarmaca.

Voor sommigen is het een teleurstelling als ze te horen krijgen dat ze niet door een demon bezeten zijn. Pastoor Vincent Lampert, de exorcist uit Indianapolis, herinnert zich nog een jongeman die bij hem kwam voor een duiveluitdrijving, maar te horen kreeg dat hij symptomen van schizofrenie had. ‘U kunt me wel vertellen dat ik schizofreen ben, maar 
u kunt me niet vertellen waarom,’ had de jongeman gezegd. ‘Als het iets demonisch is, weet ik in ieder geval waaróm ik zo ben.’

Als na het psychiatrisch onderzoek ook het daaropvolgende lichamelijk onderzoek geen reguliere verklaring voor iemands toestand oplevert, gaat de priester het geval serieuzer nemen. Dan kan hij gaan zoeken naar de klassieke tekenen van duivelse bezetenheid, zoals de kerk die ziet: dat iemand een taal kan spreken die hij nooit heeft geleerd; fysieke kracht die niet normaal is voor iemands leeftijd of toestand; toegang tot geheime kennis; een heftige afkeer van God en heilige objecten, zoals kruisbeelden en wijwater.

Slechts een klein aantal verzoeken om duiveluitdrijving komt door de onderzoeksfase heen. De geïnterviewde katholieke exorcisten – allemaal met meer dan tien jaar ervaring in die functie – hebben elk maar met een handvol gevallen te maken gehad die beoordeeld zijn als echte bezetenheid. ‘De kerk wil heel voorzichtig te werk gaan en sceptisch blijven bij het onderzoek naar mogelijke gevallen van demonische bezetenheid,’ zegt Lampert. Zoals hij het formuleert, behandelt de kerk exorcisme ‘als een kernwapen’ – een tegenmaatregel die je wel in je arsenaal moet hebben, maar die alleen gebruikt mag worden als er geen enkele andere oplossing te vinden is.

Gehoorzamen

Aan het begin van het ritueel besprenkelt de exorcist, die meestal door een aantal mensen wordt geholpen, de bezeten persoon met wijwater. De exorcist slaat een kruis en knielt neer om de Litanie van alle Heiligen op te zeggen, gevolgd door verschillende schriftlezingen. Dan spreekt hij de demon of demonen aan, en stelt hij de basisregels vast waaraan die moeten voldoen: ze moeten zich bekend maken wanneer ze geroepen worden, hun naam geven wanneer hun gevraagd wordt te zeggen wie ze zijn en weggaan wanneer ze weggestuurd worden. Omdat de exorcist bekleed is met het volledige gezag van God en Jezus Christus, zo zegt de katholieke leer, moeten de demonen wel gehoorzamen.

Op het hoogtepunt van het ritueel, soms na een uur of langer, spreekt de exorcist de duivel zelf aan: ‘Ik verban u, onreine geest, tegelijk met alle satanische kracht van de vijand, elke verschijning uit de hel en al uw metgezellen.’ De sessie eindigt meestal met een gebed en een plan voor het vervolg. Voor de weinige mensen die in de ogen van de kerk werkelijk bezeten zijn, moeten misschien wel zes of meer uitdrijvingsrituelen plaatsvinden, voordat de priester zeker weet dat de demonen geheel verdreven zijn.

Volgens de katholieke leer gebruiken demonen toegangspoorten om iemand in bezit te nemen – iets waar de priester in Orlando Louisa ook voor waarschuwde. Dit kunnen bijvoorbeeld gewone zonden zijn of een familievloek waarbij geweld of onrecht dat is begaan door de ene generatie, zich manifesteert in latere generaties. Maar de priesters die ik 
heb gesproken, noemden telkens weer twee heel specifieke toegangspoorten.

Bijna elke katholieke exorcist die ik spreek, noemt een verleden van mishandeling, en dan met name seksueel misbruik, als belangrijke toegangspoort voor demonen. Pastoor Thomas zegt dat zeker 80 procent van de mensen die bij hem komen voor een duiveluitdrijving, te maken heeft gehad met seksueel misbruik. Volgens deze priesters is seksueel misbruik zo traumatisch dat het een soort ‘zielwond’ veroorzaakt, zoals Thomas het noemt, die iemand kwetsbaarder maakt voor demonen.

 Een duivel wordt uitgedreven door een kruisbeeld dat op het voorhoofd van de bezetene wordt gedrukt. – © Getty Images
Een duivel wordt uitgedreven door een kruisbeeld dat op het voorhoofd van de bezetene wordt gedrukt. – © Getty Images

Voor de duidelijkheid: de exorcisten zeggen niet dat seksueel misbruik mensen zo ernstig kwelt dat ze gaan geloven dat ze bezeten zijn; ze beweren alleen dat misbruik de omstandigheden kan scheppen waardoor demonische bezetenheid een kans krijgt. Maar vanuit een seculier standpunt bekeken kan het verband met seksueel misbruik gedeeltelijk verklaren waarom iemand ervan overtuigd raakt dat hij of zij wordt bedreigd door iets onheilspellends en overweldigends.

Zelf vind ik dat verband met seksueel misbruik nogal sinister, gezien de schandalen in de kerk die zo veel opschudding hebben veroorzaakt. Maar het lijkt geen antwoord op de vraag naar de terugkeer van de duiveluitdrijving: waarom nu? Er zijn geen tekenen dat kindermisbruik is toegenomen. De tweede toegangspoort – belangstelling voor het occulte – kan op zijn minst gedeeltelijk een verklaring bieden.

Veel exorcisten die ik heb geïnterviewd, zeggen te geloven dat demonische bezetenheid tegenwoordig vaker voorkomt – en zij noemen als belangrijkste oorzaak daarvoor de herleving van occulte zaken als magie, waarzeggerij, hekserij en pogingen om contact te leggen met de doden. Volgens het katholieke geloof betreedt iemand die zich bezighoudt met het occulte, gebieden van het spirituele rijk waar demonische krachten kunnen huizen. ‘Die praktijken 
worden het hulpmiddel dat de demon binnen laat komen,’ zegt Thomas.

Harry Potter

De afgelopen jaren hebben journalisten en academici verslag gedaan van de hernieuwde belangstelling voor magie, astrologie en hekserij, met name onder millennials. ‘Het occulte is een vervanging voor God,’ zegt Thomas. ‘Mensen willen snelle bevrediging, en het occulte gaat helemaal over macht en kennis.’ Eén exorcist wees naar Harry Potter. De boeken en films ‘hebben bij Amerikanen het idee weggenomen dat alle magie duisterheid is’, zei hij.

Na mijn gesprekken met de priesters en het lezen van talloze artikelen, ga ik me afvragen of die twee trends, geloof in het occulte en de stijgende vraag naar katholieke uitdrijvingen, misschien dezelfde onderliggende oorzaak hebben. Zo veel maatschappelijke kwalen lijken duister en bedreigend en iets waar je als mens niets aan kunt veranderen: de drugsepidemie, het verdwijnen van banen in de industrie, de armoede in gemeenschappen, die vervreemding en angst in de hand werkt. Misschien zijn mensen door deze crises gaan geloven dat er andere, bovennatuurlijke krachten in het spel zijn.

Maar als ik deze theorie te berde breng tegenover godsdiensthistorici, komen zij met andere verklaringen. Enkele noemen de invloed van paus Franciscus, en ook die van paus Johannes Paulus de Tweede, die hernieuwde aandacht heeft gevestigd op het exorcismeritueel, toen hij dat in 1998 liet aanpassen.

Maar meer historici beschrijven hoe in periodes waarin 
de invloed van georganiseerde religies kleiner wordt, mensen telkens weer via het occulte op zoek gaan naar geestelijke vervulling. ‘Wanneer de populariteit van het orthodoxe christendom afneemt,’ zegt Yale-historicus Carlos Eire, die gespecialiseerd is in de vroegmoderne periode, ‘zie je altijd een toenemende belangstelling voor het occulte en het demonische.’ Volgens hem zien we nu een ‘honger naar contact met het bovennatuurlijke’.

Adam Jortner, deskundige op het gebied van Amerikaanse religieuze geschiedenis aan de Auburn University, is het daarmee eens. ‘Wanneer de invloed van de grote institutionele kerken kleiner wordt, gaan mensen zelf op zoek naar antwoorden.’ En tegelijk met die opleving van magisch denken, voegt hij eraan toe, wordt de Amerikaanse cultuur bedolven onder de films, tv-series en andere media over 
demonen en demonische bezetenheid.

De huidige bereidheid om te geloven in paranormale zaken is kennelijk begonnen als antwoord op de secularisering, heeft zich vervolgens door de hele cultuur verspreid, om uiteindelijk weer aan te kloppen bij de kerk – in de vorm van mensen die via het meest mystieke ritueel in het katholieke geloof gered willen worden van demonen.

Verwerpingsgebeden

Op een zachte, regenachtige ochtend eind maart heb ik een afspraak voor een ontmoeting met Louisa bij Saint Stephen the Martyr, een katholieke kerk in Renton, Washington. Het is Palmzondag en de parochianen beginnen al lang voor de mis van half 10 de kerk binnen te druppelen. Ik vind een plekje op een van de achterste kerkbanken en wacht op Louisa.

Halverwege de dienst voel ik een hand op mijn schouder. Het is Louisa. Ze was te laat en zit nu naar de mis te luisteren vanuit de hal, met haar derde kind, een dochtertje van een jaar.

Een paar minuten later glip ik mijn bank uit en ga bij hen zitten. Louisa duwt de baby heen en weer in haar wandelwagentje terwijl ze haar ogen strak op het altaar gevestigd houdt. Ze vertelt me dat de katholieke kerken waar ze als kind vroeger kwam altijd een bron van rust voor haar zijn geweest – de Bijbellezingen, de rituelen en stille gebeden hebben haar altijd weten te kalmeren. Dit is niet de kerk waar ze meestal komt, maar ze kent de priester, pastoor Ed White, goed.

Sinds de ervaring met haar verslavingsbegeleider in 2016 weet ze zeker dat ze wordt achtervolgd door een demon en daarom is ze op zoek gegaan naar een katholieke exorcist. Een vrouw die ze online had leren kennen, heeft haar aangeraden om contact op te nemen met White. Hij is niet de officiële exorcist voor het aartsbisdom Seattle, maar hij heeft ervaring met ‘bevrijdingsbediening’ – mensen helpen om verschillende soorten spirituele problemen 
te overwinnen door middel van gebed.

Als iemand een identiteit aanneemt die zichzelf een demon noemt, wie kan dan bewijzen dat dat niet waar is?

In zijn eerste sessie met Louisa, begin 2017, vraagt White haar eerst om te vertellen over de problemen die ze ervaart. Dan gaat hij een paar minuten weg, 
en als hij terugkomt heeft hij de paarse sjaal om die priesters dragen bij de biecht en bij duiveluitdrijvingen. Daarmee krijgt de sessie het meer gestructureerde karakter van een christelijk ritueel.

Bij een bevrijdingsbediening vraagt White de persoon die hij helpt vaak om de kwade geest te verwerpen. Maar als hij Louisa een stuk papier geeft met de tekst van verwerpingsgebeden die ze moet opzeggen, verstijft ze. Ze doet wel haar uiterste best om de tekst die voor haar ligt op te lezen, maar begint te kreunen en dan te kokhalzen. Even later uit ze alleen nog maar onduidelijke keelklanken.

Louisa’s bovenlichaam begint te stuiptrekken en haar hals wordt in onnatuurlijke bochten gewrongen. Het leek of ze heftige pijnen leed, vertelt White later. ‘Ik had niet de indruk dat dit vrijwillig was, of opzettelijk,’ zegt hij. Op een bepaald moment, terwijl hij hardop bidt, barst ze uit in hysterisch gelach.

Na die eerste sessie overweegt White om de discernmentprocedure voor een duiveluitdrijving te starten. Hij nodigt Louisa uit voor een tweede sessie, die gemakkelijker verloopt. De twee praten en bidden samen en Louisa kan de verwerpingsgebeden nu zonder problemen oplezen. ‘Omdat ik vooruitgang zag,’ zegt White later tegen mij, ‘vroeg ik me af of ze wel een exorcist nodig had.’ Omdat Louisa kennelijk goed op de gebeden reageert, besluit White dat er in haar geval sprake is van demonische onderdrukking, niet van bezetenheid. Ze heeft geen duiveluitdrijving nodig.

Nachtmerries

Na de mis heb ik een afspraak bij Louisa thuis in Tacoma, een met hout betimmerd huis met twee verdiepingen, tien minuten van de baai van Puget. Daar vertelt ze me over haar leven en de kwellingen die ze heeft doorstaan.

Louisa’s ouders zijn op haar derde jaar gescheiden. Haar moeder is hertrouwd en met Louisa en haar oudere broer in Fife gaan wonen, een stadje iets ten oosten van Tacoma. Louisa’s kindertijd en puberteit worden getekend door mishandeling: ze is geregeld misbruikt door een familielid, en daaraan heeft ze een posttraumatische stressstoornis overgehouden. Ze heeft er nog steeds nachtmerries over. ‘Dan is het alsof ik daar weer ben, dertig jaar geleden. En dan word ik wakker, en denk ik: alles is goed met me. Ik ben daar niet.’ Maar de dromen zijn doortrokken van het gevoel van hulpeloosheid en angst dat ze in haar kindertijd ook zo vaak had, en dat zij vergelijkt met ‘bijna in de hel zijn’.

Terwijl we zitten te praten, valt de baby tevreden in slaap in de holte van Louisa’s arm. Met haar andere hand bet Louisa haar ogen. Nog steeds zijn er prikkels, zoals bepaalde soorten muziek en etenswaren, die haar tot een storm van woede en wanhoop kunnen drijven. ‘Soms, als ik langs een winkel loop waar ze jarenzestigmuziek draaien, The Beach Boys of zo, dan gaat het mis,’ vertelt ze. Ook in de kant-en-klare maaltijden van Hamburger Helper is voorgoed een overblijfsel van het misbruik in haar jeugd blijven hangen: ze denkt dat haar misbruiker kort voor of na zo’n verkrachting zo’n maaltijd opwarmde.

Sommige misbruikte kinderen ondergaan zulke afschuwelijke ervaringen dat ze zichzelf, bij wijze van overlevingsmechanisme, dwingen om als het ware uit hun lichaam te treden. Bij het volwassen worden ontwikkelt dit extreme psychologische mechanisme zich tot een stoornis die op allerlei manieren tot uiting kan komen. ‘Dissociatieve stoornissen komen heel vaak voor na verschillende soorten mishandeling in de kindertijd,’ zegt Roberto Lewis-Fernández, hoogleraar psychiatrie aan de Columbia University, die onderzoek doet naar dissociatie. In sommige landen, waaronder Amerika, komt het extra vaak voor dat mensen met een dissociatieve stoornis in hun jeugd zijn mishandeld 
of seksueel misbruikt, volgens Lewis-Fernández.

Verscheidene psychiaters met wie ik het over Louisa’s geval heb gehad, menen dat sommige vormen van een dissociatieve stoornis – of dat nu een dissociatieve identiteitsstoornis is of een ondersoort die verbonden is met PTSS – een aannemelijke klinische verklaring kunnen zijn voor wat haar overkomt. Maar Amy Harp, Louisa’s therapeut, is daar minder zeker van. ‘Ik zie veel trauma’s, en die uiten zich op veel verschillende manieren,’ zegt ze. Maar wat er met Louisa gebeurt is ‘het extreemste dat ik ooit heb gezien’. Uiteindelijk vindt ze Louisa’s aanvallen moeilijk in een hokje te plaatsen.

Maar de dromen zijn doortrokken van het gevoel van hulpeloosheid en angst dat ze in haar kindertijd ook zo vaak had, en dat zij vergelijkt met ‘bijna in de hel zijn

Volgens Jeffrey Lieberman, voorzitter van de vakgroep psychiatrie op de Columbia University, zou, 
als je onderzoek deed onder de mensen die een duiveluitdrijving willen, een grote meerderheid waarschijnlijk last blijken te hebben van een bekende 
psychiatrische stoornis, en een dissociatieve identiteitsstoornis zou ‘boven aan die lijst’ staan. Maar Lieberman erkent ook de mogelijkheid dat een klein percentage van deze gevallen wel degelijk spiritueel van aard kan zijn. In de loop van zijn carrière heeft hij wel een paar gevallen gezien die ‘niet te verklaren waren vanuit de normale menselijke fysiologie of natuurwetten’.

De meest recente uitgave van het diagnostische handboek de DSM-5 lijkt deze nog steeds raadselachtige dimensie van abnormale psychologie te erkennen: het boek noemt een subtype van dissociatieve identiteitsstoornis ‘de bezeten vorm’ en merkt op 
dat ‘de meeste gevallen van bezetenheid over de hele wereld een geaccepteerd deel vormen van specifieke spirituele praktijken – of het nu gaat om trances, sjamanistische rituelen of in tongen spreken. De DSM-5 zegt niet dat bezetenheid een wetenschappelijk te verifiëren verschijnsel is, maar erkent wel dat veel mensen over de hele wereld hun abnormale geestelijke ervaringen en gedragingen in een spiritueel raamwerk plaatsen.

Lewis-Fernández, die in de commissie zat die deze aanpassing deed, legt me uit dat de westerse psychiatrie lang geen ruimte heeft geboden aan wijdverbreide spirituele tradities. Er zijn ‘samenlevingen waar het bovennatuurlijke bij het dagelijks leven hoort,’ zegt hij. ‘Eigenlijk zijn het de westerse samenlevingen die een scherpe grens trekken tussen ervaringen die worden toegeschreven aan het spirituele of bovennatuurlijke, en de materiële wereld van alledag.’

Verdiep je lang genoeg in deze spirituele en psychiatrische raamwerken en die grenzen beginnen te vervagen. Als iemand een identiteit aanneemt die zichzelf een demon noemt en de ziel van die persoon wil afpakken, wie kan dan bewijzen dat dat niet waar is? De psychiatrie heeft ons alleen maar modellen gegeven waarmee we deze symptomen kunnen begrijpen, een nieuwe culturele context die de oude moet vervangen.

Geen enkele laboratoriumtest kan de vinger leggen op een medische bron van dit soort geestelijke verwondingen. In zekere zin is er niet zo veel verschil tussen de wazige schaduw-ikken die in een zogenaamde dissociatieve toestand naar boven komen en de demonen die katholieke exorcisten denken uit te drijven: allebei zijn het onstoffelijke krachten waarvan onduidelijk is waar ze vandaan komen en wat hun bedoeling is, die een bestaande persoonlijkheid verscheuren en die nooit hard te maken zijn.

Geloof en psychologie

Louisa is nooit gediagnosticeerd met een dissociatieve identiteitsstoornis. En ze heeft altijd een onwankelbaar geloof in de katholieke kerk gehad. Als ik bij haar ben, zegt ze dat ze binnenkort een nieuwe afspraak met pastoor White wil maken. Ze heeft het er ook over dat ze misschien weer contact wil zoeken met Amy Harp, bij wie ze sinds het jaar daarvoor niet meer is geweest, maar met wie ze kennelijk een sterke vertrouwensband had. Ik weet niet welk pad naar genezing ze zal nemen, als er al zo’n pad voor haar bestaat. Het lijkt erop dat ze twijfelt tussen de weg van het geloof en de weg van de psychologie, dat ze onzeker met één been op elk van deze paden staat, die parallel aan elkaar lopen en nooit bij elkaar komen.

Ongeveer een maand na mijn bezoek aan haar huis krijg ik een telefoontje van Steven, die me vertelt dat Louisa net weer een incident heeft meegemaakt. Eerst denkt hij nog dat ze een epileptische aanval heeft – het is dan al een aantal jaren geleden dat hij zo’n dissociatieve aanval van haar heeft gezien – en hij overweegt om een ambulance te bellen. Maar ook deze keer wordt Louisa voor zijn ogen overgenomen door een andere identiteit, die in de derde persoon over haar spreekt en haar met de dood bedreigt. De aanval duurt maar een paar minuten, maar Steven is er ondersteboven van. ‘Als je het ziet gebeuren, is het alsof het eeuwig duurt,’ zegt hij tegen mij.

Wat Louisa ook teistert, het is nog niet klaar met haar. Als ik haar de volgende dag een berichtje stuur om te vragen hoe het met haar gaat, antwoordt ze dat ze haar best doet om overeind te blijven. Vanochtend, vertelt ze, heeft ze een nieuwe afspraak gemaakt met pastoor White.

Auteur: Mike Mariani

The Atlantic
Verenigde Staten | maandblad | oplage 430.000
In 1857 opgericht door een grote groep schrijvers, onder wie Harriet Beecher Stowe en Ralph Waldo Emerson. Staat bekend als intellectueel podium voor de betere schrijvers van het moment. Naast journalistiek ook ruimte voor poëzie en illustratie.

Dit artikel van Mike Mariani verscheen eerder in Die Welt.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.