Goethes angst voor bankbiljetten nog steeds actueel

Irish Times/Presseurop  | 17 December 2012 - 06:2117 Dec - 06:21

Met zijn beroemdste werk, Faust, illustreert Goethe zijn vrees voor de rampzalige uitwerkingen die papiergeld kan hebben. Dit standpunt, beweert de Berlijncorrespondent van de Irish Times, is nog steeds van invloed op Duitslands huidige houding ten opzichte van geldschulden en de eurozonecrisis.

Iedereen die moeite heeft de Duitse houding ten opzichte van geld en schulden in de eurozonecrisis te begrijpen, moet in Frankfurt zijn.

Duitslands financiële hoofdstad is niet alleen de standplaats van twee centrale banken, de Bundesbank en de Europese Centrale bank, maar ook van een geel, barok gebouw in de schaduw van de ECB-toren.

Hier werd Duitslands literaire genie Johann Wolfgang Goethe in 1749 geboren. In het Goethe Haus, dat nu een museum is, wordt een fascinerende expositie gehouden: Goethe en Geld (Goethe und das Geld). De expositie legt uit op welke manier de maatschappelijke houding tegenover geld van invloed was op Goethes schrijven en hoe dat op zijn beurt weer de Duitse houding ten opzichte van geld vormde.

Goethe werd geboren met een gouden lepel in de mond. Zijn familie beheerde een florerend bedrijf en er werden wat gunstige huwelijken gesloten. Hoewel hij bevriend was met een aantal bankiersfamilies – hij trouwde bijna met een dame uit die kringen – zorgden door banken verergerde verliezen na de Napoleonistische oorlogen ervoor dat de schrijver het bankwezen zijn leven lang bleef wantrouwen.

Goethe gaf 15% van zijn inkomen uit aan wijn

De huishoudboekjes van de schrijver laten zien dat hij niet bepaaldeen voorbeeld was van Duitse zuinigheid. Vaak gaf hij meer dan 15 procent van inkomen uit aan wijn. Regelmatig ontving hij financiële steun van zijn moeder en werkgevers. Zoals de museumcuratoren opmerken, verdedigde Goethe zijn verkwistende levensstijl als “cruciaal voor de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid”.

Hij werd strikter toen hij in 1784 de eerste minister van Financiën van het hertogdom Saksen-Weimar werd, rond wat nu de oostelijke deelstaat Thüringen is.

Deze ervaring vormde zijn denkwijze en droeg bij aan het ontstaan van zijn literaire meesterstuk, Faust, dat nu verplicht leesvoer is op Duitse scholen. Het verhaal draait om het beruchte “duivelse pact” tussen de titelheld en de duivel Mephistopheles. De duivel belooft hem elk van zijn wensen te vervullen. Maar als Faust ooit het eeuwige leven wenst, dan krijgt Mefisto zijn ziel.

Het tweede deel van Faust, dat postuum gepubliceerd werd, opent aan het failliete hof van een hedonistische keizer. De schatbewaarder meldt dat de “schatkist nog steeds leeg is”, evenals de keizerlijke voorraadkelders, met dank aan de regelmatige banketten.

Goethes waarschuwingen zijn weer relevant

De overtuigende Mephistopheles verschijnt en stelt voor papier om te zetten in geld. De zwaar in de schulden zittende keizer is geïntrigeerd: “Ik ben ziek en moe over het hoe en wanneer/We hebben geen geld, dus maak het maar.” De door de keizer getekende bankbiljetten geven de aanzet tot een consumptiegolf waarbij “de halve wereld geobsedeerd lijkt door lekker eten/en de andere helft loopt te pronken met zijn nieuwe kleren.”

Lees het volledige artikel uit de Irish Times in een Nederlandse vertaling op de site van Presseurop.



Plaats een reactie