Kunnen Groenlands smeltende poolkappen voor onafhankelijkheid zorgen?

Forreign Affairs / 360  | 15 August 2019 - 10:0015 Aug - 10:00

Groenland streeft naar onafhankelijkheid van Denemarken maar ontvangt nog jaarlijks 500 miljoen dollar – de helft van de overheidsbegroting – van de voormalige kolonisator. De verkoop van smeltwater moet ervoor zorgen dat Groenland zijn eigen boontjes kan doppen.

Dit artikel verschijnt volgende week in print in #164 en bieden wij je nu al aan als voorproefje

In 2018 begon Thomas Vildersboll zijn bedrijf Inland Ice, waarmee hij zoet water bottelt dat is gesmolten van de enorme hoeveelheid ijs dat het grootste deel van Groenland bedekt. In ruil voor een exploitatievergunning betaalt Inland Ice de Groenlandse overheid accijns voor elke liter smeltwater dat het opvangt. Vildersboll verkoopt zijn water in chic vormgegeven flesjes, bedoeld om op tafel te zetten bij een exquis diner, als goede wijn. Het bedrijf beroemt zich erop dat het ijs dat voor dit product wordt gebruikt ‘meer dan 100.000 jaar vastgevroren heeft gezeten – zonder enig contact met de aardlagen en al lang voordat de eerste mens voet binnen de Poolcirkel zette, is gevormd.’ Daarom, aldus het promotiemateriaal, behoort het water van Inland Ice tot ‘een uitzonderlijk zeldzame categorie: het is het zuiverste onbewerkte water op aarde – en heeft een smaak die al even uniek is.’

Inland Ice hoeft zich geen zorgen te maken over de aanvoer van dit water, want het stroomt zo omlaag uit het binnenland van het eiland. Een adviseur van de Groenlandse overheid vertelde me dat zij het water zag als een onuitputtelijke bron, anders dan een olievoorraad die uiteindelijk uitgeput raakt of de visstand die zorgvuldig moet worden beheerd.

MOGEN WE EVEN JE AANDACHT?
Dit artikel krijg je van 360 cadeau. We geloven dat internationale context leidt tot een beter begrip van de wereld om ons heen. Daarom zijn we blij als je dit artikel voor ons deelt. Nog blijer zijn we als je je bij ons aansluit: Probeer nu 5 nummers voor maar 15 euro. Stopt automatisch.
Bedankt

De Groenlandse ijskap heeft een oppervlakte van zo’n 2400 bij 1100 kilometer. Op zijn dikste punt is hij bijna 3 kilometer dik. De ijsplaat verliest 250 gigaton water per jaar, genoeg om zo’n 100 miljoen zwembaden van olympische afmetingen te vullen. Maar zelfs in dat verbijsterende tempo, zal er tot in de verre toekomst water uit blijven stromen.

Het huidige smelten van het ijs toont de verbijsterende kracht en snelheid van de klimaatverandering. Maar voor de overheid van Groenland en ondernemers zoals Vildersboll is het een kans om goede zaken te doen. Flessenwater is een groeiende mondiale industrie en Groenland gaat ervan uit dat die trend doorzet. Daarom nodigt het andere bedrijven uit om mee te dingen naar waterrechten. De overheid is zelfs bezig het ouderwetse handelsbeleid te hervormen en begint hier en daar te tornen aan een economisch systeem dat Groenland financieel afhankelijk heeft gehouden van de vroegere kolonisator en huidige leenheer Denemarken. De kans blijft klein dat flessenwater de revolutie is die onafhankelijkheid brengt voor het grootste eiland ter wereld. Maar de verkoop van smeltwater heeft er wel aan bijgedragen dat Groenland zich meer openstelt voor de buitenwereld, nu het financieel haalbare wegen naar onafhankelijkheid zoekt.

Koloniale heerschappij

Denemarken heeft vanaf 1721 tot aan de Tweede Wereldoorlog de koloniale heerschappij gehad over Groenland en zijn oorspronkelijke bevolking. Het gebruikte het eiland voor de jacht op walvissen en robben, de handel met de Inuit en om het christendom te verspreiden. Nadat Nazi-Duitsland in 1940 Denemarken had bezet, bouwden de Verenigde Staten militaire installaties op Groenland om dat tegen de Duitsers te verdedigen, en aan het eind van de oorlog boden ze zelfs aan om het eiland van Denemarken te kopen, voor 100 miljoen dollar in goud. Denemarken sloeg dat aanbod af en in 1953 werd de kolonie een officiële provincie land met eigen afgevaardigden in het Deense parlement. In de loop van de decennia daarna droeg Denemarken geleidelijk aan steeds meer macht aan Groenland over. Nu is het eiland een autonoom, grotendeels zichzelf besturend landsdeel van het Koninkrijk Denemarken. Maar Kopenhagen bepaalt nog steeds de buitenlandse politiek en het defensiebeleid en, heel belangrijk, maakt jaarlijks een subsidie van zo’n 500 miljoen dollar aan Groenland over.

Die subsidie is een twistpunt, zowel in Kopenhagen als in Nuuk, de kustplaats met zo’n 18.000 inwoners die als de hoofdstad van Groenland fungeert. In Denemarken zien sommigen deze financiële steun als een vorm van herstelbetalingen voor koloniale misstanden in het verleden, waaronder de vernietiging van de inheemse manier van leven; anderen zien de jaarlijkse betaling als een onredelijk hoge kostenpost om geopolitieke invloed in het Noordpoolgebied te behouden. Voorlopig dekt de subsidie meer dan de helft van alle overheidsuitgaven in Groenland. Als zodanig is het geld onmisbaar voor de publieke sector van het eiland.

Ook zijn overal subtielere sporen terug te vinden van de Deense overheersing. Tot de invoering van het zelfbestuur in 1979 had de Koninklijke Groenlandse Handelsmaatschappij, een Deens staatsbedrijf, een strikt monopolie op de handel naar en van het eiland. Dat monopolie werd lange tijd beschouwd als een voorbeeld van het ‘welwillende’ kolonialisme van Denemarken, dat ogenschijnlijk de traditionele Groenlandse manier van leven beschermde tegen de zogenaamd corrumperende invloeden van buiten die met een vrijere handel mee zouden komen. Tegenwoordig is het vroegere koloniale bedrijf opgesplitst in verscheidene opvolgers onder Groenlands beheer. Maar dankzij geografische kenmerken konden oude onderdelen van het vroegere monopolie blijven bestaan.

Groenlands reddingslijn

Groenland is vijftig keer zo groot als Denemarken, maar 80 procent van het oppervlak is bedekt met ijs. De 56.000 inwoners van het eiland kunnen alleen in nederzettingen aan de kust wonen, die geen van alle met wegen verbonden zijn. Scheepvaart is dus van levensbelang voor het bestaan van de meeste Groenlanders. De Royal Arctic Line (RAL), een van de opvolgers van het koloniale handelsmodel, noemt zich niet voor niet ‘Groenlands reddingslijn’. Het vrachtbedrijf is volledig eigendom van de overheid van Groenland en profiteert, net als zijn koloniale voorganger, van een exclusieve concessie om alle vracht naar, van en binnen Groenland te vervoeren. De enige verbinding die de RAL met het vasteland van Europa heeft is echter die naar Aalborg, Denemarken, en dat maakt het verschepen naar en vanaf Groenland te duur voor de meeste buiten Denemarken gevestigde bedrijven. En dus is het niet zo vreemd dat 63 procent van alle geïmporteerde artikelen in Groenland nog steeds uit Denemarken komt.

De effecten van deze vreemde regeling zijn over heel Groenland zichtbaar, niet alleen in de hoge prijzen van de geïmporteerde goederen, maar ook in de producten zelf. Naast lappen muskusos en rendier verkopen supermarkten hier biologisch-vegetarische vleesballetjes uit Scandinavië. In Ilulissat, een stad met 4.413 inwoners en een populaire toeristenbestemming zo’n 230 kilometer ten noorden van de Poolcirkel, staat in veel tuinen een trampoline, net zoals in de tuinen van Kopenhagen. Faxe Kondi, een Deense limonade, kom je in Groenland zelfs nog meer tegen dan in Denemarken, waar het meer concurrentie heeft van Pepsi en Coca-Cola.

Zoete drankjes hebben de bittere nasmaak van het kolonialisme niet verdreven en ook hebben de Groenlanders niet werkelijk het gevoel gegeven dat ze bij Denemarken horen. In een recente enquête door de universiteiten van Groenland en Kopenhagen zei 67,7 procent van de Groenlanders graag binnen twintig jaar onafhankelijk van Denemarken te willen zijn. Om dat te bereiken zal het eiland zonder de steun van Kopenhagen zijn overheidsbudget moeten financieren. ‘We willen af van de bloksubsidie, want we willen onafhankelijkheid,’ zei de Groenlandse premier Kim Kielsen in 2018 tegen The Economist. Sinds de invoering van het zelfbestuur veertig jaar geleden, heeft de overheid veel verschillende mogelijke wegen naar financiële onafhankelijkheid bepaald. De meeste, waaronder oliewinning en mijnbouwprojecten, hebben nog geen succes opgeleverd – ook niet nadat werd besloten dat olietransport buiten het monopolie van de RAL op het vrachtvoer mocht vallen. Dat is omdat olie grotendeels op een bereikbare diepte in de zeebodem ligt en Groenland slechts bepekte mens- en verwerkingscapaciteit heeft voor de winning van uranium en zeldzame aardmineralen, laat staan om de mogelijke milieugevolgen daarvan aan te kunnen.

De afgelopen jaren heeft de regering haar hoop gevestigd op de rijke watervoorraden van het land. De overheid in Nuuk heeft de zuiverheid van het water getest en bepaald wat de best plekken zijn om dat water in grote hoeveelheden te winnen. Op basis van chemische, natuurkundige en microbiologische analyses noemt het ministerie van Industrie, Energie en Onderzoek de Groenlandse ijskap ‘het meest ongerepte zoetwaterreservoir van het noordelijk halfrond.’ Plaatselijke bewoners wisten dit al – Groenlanders drinken al eeuwenlang smeltwater – en bezoekende backpackers krijgen te horen dat ze het water overal kunnen drinken, zolang het maar stroomt. In een internationale brochure voor mogelijk geïnteresseerde waterbedrijven leunt een vrouw over het boord van een boot terwijl ze een plastic flesje in een beek houdt. Grote hoeveelheden water opvangen voor commercieel gebruik is wel iets gecompliceerder, maar ook daarbij heeft het water weinig verdere bewerking nodig voordat het de wereldmarkt kan bestormen.

Gewapend met glanzende brochures zijn overheidsvertegenwoordigers de aardbol over gereisd om bedrijven over te halen mee te dingen naar de vijf beschikbare vergunningen. Hun verhaal is dat drinkwater van goede kwaliteit schaars wordt en dat ‘zuiver smeltwater van de Groenlandse ijskap de oplossing biedt.’ Een eigen flessenwaterindustrie zal zeker schade aan het milieu met zich meebrengen, gezien de mogelijke CO2-uitstoot van schepen die van en naar het afgelegen Groenland varen en het feit dat het meeste flessenwater verpakt wordt in op oliebasis gefabriceerd plastic. Maar begrijpelijkerwijs zet de Groenlandse regering toch door. In mei leidde een team van het ministerie een groep internationale bezoekers rond langs de plekken waar het water opgevangen zou moeten worden.

Of het project inderdaad genoeg geld zal opleveren aan vergunningen en belastingen om het gat in de overheidsbegroting te helpen dichten, moeten we nog afwachten. Op een van de vijf locaties in het huidige biedingsproces stroomt jaarlijks gemiddeld 4,16 gigaton smeltwater weg – veel meer dan een bedrijf als Thomas Vildersbolls Inland Ice, dat juist reclame maakt met de exclusiviteit van zijn product, ooit zal kunnen opvangen. De regering zal moeten uitkijken naar bedrijven die bereid zijn om een goedkoper massaproduct te maken.

Een aantal veranderingen in de wetgeving, bedoeld om buitenlandse bedrijven aan te trekken, hebben het optimisme van de regering vergroot. In april hebben de autoriteiten goedkeuring gehecht aan een samenwerkingsovereenkomst tussen de RAL en de IJslandse scheepvaartmaatschappij Eimskip. De overeenkomst houdt in dat de twee bedrijven vaartuigen kunnen delen en dat er scheepvaartroutes komen die Groenland verbinden met IJsland en indirect met nieuwe internationale markten. Belangrijker nog: eerder dit jaar heeft de regering een wet in werking gesteld waardoor bedrijven met een vergunning om smeltwater op te vangen buiten het RAL-monopolie op de handel over zee vallen – een cruciale stap om de export van water te bevorderen.

Grote veranderingen

De evolutie van het scheepvaartmonopolie is maar een van de grote veranderingen op dit enorme eiland. In november 2018 heeft het Groenlandse parlement vóór de door de overheid gefinancierde uitbreiding gestemd van de luchthavens in Nuuk en Ilulissat, die geen van beide een landingsbaan hebben die lang genoeg is voor trans-Atlantische vluchten. De regering heeft ook belangstelling getoond voor een vertegenwoordigend agentschap in China dat daar in 2020 gevestigd zou moeten worden en in mei hebben de Verenigde Staten aangekondigd binnenkort in Nuuk een permanent diplomatieke missie te willen openen.

Groenlands liefde voor gebotteld smeltwater maakt deel uit van zijn groeiende inspanning om verder te reiken dan Denemarken en contact te leggen met de rest van de wereld. Groenland blijft ver weg, vanaf zo’n beetje overal ter wereld. Maar binnenkort zouden consumenten wel eens kleine beetjes ervan in de schappen van de supermarkt kunnen tegenkomen. En wie weet is er daarna ook wel een onafhankelijk Groenland.

Auteur: Matthew Birkhold
Vertaler Annemie de Vries

Foreign Affairs
VS | tweemaandelijks tijdschrift | oplage 110.000
Handboek voor ieder die de bewegingen op het wereldtoneel wil begrijpen. In deze pagina’s ontstaan meestal de contouren voor het Amerikaanse buitenlandse beleid.

Plaats een reactie