Deeltijdwerken, een Nederlandse eigenaardigheid

Le Monde / 360  | 26 September 2019 - 10:0026 Sep - 10:00

Nederlandse vrouwen zijn Europees kampioen deeltijdwerken. Daar kijkt men in het buitenland vreemd van op. Le Monde bijvoorbeeld, noemt naast het fenomeen bakfietsmoeder, ‘die andere Nederlandse eigenaardigheid: het grote aantal vrouwen dat in deeltijd werkt.’

Nietsvermoedende voetgangers schrikken zich steeds weer een hoedje. Twee keer per dag nemen fietsen in alle kleuren en maten met de regelmaat van de klok bezit van de Amsterdamse, Rotterdamse en Utrechtse straten. Sommige van deze tweewielers zijn voorzien van langwerpige bakken, waarin zich één, twee of drie jonge kinderen vastklampen, met achter hen op de trappers – meestal – hun moeders.

In de kranten zijn deze zogenaamde ‘bakfietsmoeders’ een prominent thema. Voor de een symboliseren zij de veryupping van de stadscentra, voor de ander die andere Nederlandse eigenaardigheid: het grote aantal vrouwen dat in deeltijd werkt.

In vergelijking met Parijs, Londen of Stockholm zijn de cijfers inderdaad vrij schokkend: begin 2019 werkte 75,5 procent van de Nederlandse vrouwen volgens Eurostat in deeltijd (bijna drie keer zoveel als de mannen met 27,5 procent). Ter vergelijking: slechts 28,5 procent van de Françaises (en 7,8 procent van de Franse mannen), 32,8 procent van de Zweedse vrouwen (13,6 procent van de mannen) en in de Eurozone als geheel 35,5 procent (9,4 procent van de mannen) werkte in deeltijd. Helemaal eigenaardig is het omdat bedrijven klagen dat ze door de lage werkloosheid – slechts 3,4 procent in juli volgens Eurostat – niet genoeg personeel kunnen vinden. Toch kiezen maar weinig van deze bedrijven ervoor om vrouwen meer voltijdbanen aan te bieden. ‘En dat is raar, want Nederland maakt zich als bijna geen ander Europees land sterk voor gelijke kansen,’ merkt Blandine Mollard van het European Institute for Gender Equality (EIGE) op. ‘Op veel terreinen, vooral de arbeidsmarkt, heeft Nederland een hardnekkige achterstand.’

Om te begrijpen hoe dat komt moeten we een paar decennia teruggaan. De gezonde arbeidsmarkt en de florerende economie (0,5 procent groei in het tweede trimester) in Nederland, hebben veel te danken aan het Akkoord van Wassenaar, dat in 1982 tussen de regering en de sociale partners werd gesloten. In die tijd zat de economie diep in het slop. ‘Om de concurrentiepositie te versterken, accepteerden de vakbonden loonmatiging en een groei van het aantal deeltijdbanen,’ legt econoom Paul de Beer van de Universiteit van Amsterdam uit. Binnen huishoudens werd de bevriezing van het salaris van de man vaak opgevangen met een deeltijdbaan van de vrouw. In die tijd zag men dat als een teken van emancipatie, zo konden ze immers werk en gezin beter combineren.

» Lees verder in de Reader / op Blendle

Plaats een reactie