Deeltijdwerken, een Nederlandse eigenaardigheid

Le Monde / 360  | 25 November 2019 - 11:0025 Nov - 11:00

Nederlandse vrouwen zijn Europees kampioen deeltijdwerken. Daar kijkt men in het buitenland vreemd van op. Le Monde bijvoorbeeld, noemt naast het fenomeen bakfietsmoeder, ‘die andere Nederlandse eigenaardigheid: het grote aantal vrouwen dat in deeltijd werkt.’

» Lees dit artikel in de Reader

Nietsvermoedende voetgangers schrikken zich steeds weer een hoedje. Twee keer per dag nemen fietsen in alle kleuren en maten met de regelmaat van de klok bezit van de Amsterdamse, Rotterdamse en Utrechtse straten. Sommige van deze tweewielers zijn voorzien van langwerpige bakken, waarin zich één, twee of drie jonge kinderen vastklampen, met achter hen op de trappers – meestal – hun moeders.

In de kranten zijn deze zogenaamde ‘bakfietsmoeders’ een prominent thema. Voor de een symboliseren zij de veryupping van de stadscentra, voor de ander die andere Nederlandse eigenaardigheid: het grote aantal vrouwen dat in deeltijd werkt.

In vergelijking met Parijs, Londen of Stockholm zijn de cijfers inderdaad vrij schokkend: begin 2019 werkte 75,5 procent van de Nederlandse vrouwen volgens Eurostat in deeltijd (bijna drie keer zoveel als de mannen met 27,5 procent). Ter vergelijking: slechts 28,5 procent van de Françaises (en 7,8 procent van de Franse mannen), 32,8 procent van de Zweedse vrouwen (13,6 procent van de mannen) en in de Eurozone als geheel 35,5 procent (9,4 procent van de mannen) werkte in deeltijd. Helemaal eigenaardig is het omdat bedrijven klagen dat ze door de lage werkloosheid – slechts 3,4 procent in juli volgens Eurostat – niet genoeg personeel kunnen vinden. Toch kiezen maar weinig van deze bedrijven ervoor om vrouwen meer voltijdbanen aan te bieden. ‘En dat is raar, want Nederland maakt zich als bijna geen ander Europees land sterk voor gelijke kansen,’ merkt Blandine Mollard van het European Institute for Gender Equality (EIGE) op. ‘Op veel terreinen, vooral de arbeidsmarkt, heeft Nederland een hardnekkige achterstand.’

Om te begrijpen hoe dat komt moeten we een paar decennia teruggaan. De gezonde arbeidsmarkt en de florerende economie (0,5 procent groei in het tweede trimester) in Nederland, hebben veel te danken aan het Akkoord van Wassenaar, dat in 1982 tussen de regering en de sociale partners werd gesloten. In die tijd zat de economie diep in het slop. ‘Om de concurrentiepositie te versterken, accepteerden de vakbonden loonmatiging en een groei van het aantal deeltijdbanen,’ legt econoom Paul de Beer van de Universiteit van Amsterdam uit. Binnen huishoudens werd de bevriezing van het salaris van de man vaak opgevangen met een deeltijdbaan van de vrouw. In die tijd zag men dat als een teken van emancipatie, zo konden ze immers werk en gezin beter combineren.

MOGEN WE EVEN JE AANDACHT?
Dit artikel krijg je van 360 cadeau. We geloven dat internationale context leidt tot een beter begrip van de wereld om ons heen. Daarom zijn we blij als je dit artikel voor ons deelt. Nog blijer zijn we als je je bij ons aansluit: Probeer nu 5 nummers voor maar 15 euro. Duurt een paar minuten, stopt automatisch.
Bedankt

Strikte taakverdeling

Tot dan toe hadden ze zich vooral met dat laatste beziggehouden. De meeste Nederlandse vrouwen maakten in vergelijking met Franse of Britse pas vrij laat hun entree op de arbeidsmarkt. ‘Dat was deels het gevolg van de protestantse traditie en de cultus van het gezin, die heel sterk is in Nederland sinds de zeventiende eeuw,’ vertelt historicus Christophe de Voogd. ‘Door onze neutraliteit in de Eerste Wereldoorlog hoefden vrouwen niet het werk over te nemen van de mannen die aan het front vochten, ze bleven gewoon thuis,’ aldus Esther de Jong, die werkt voor het Kennisinstituut voor Emancipatie en Vrouwengeschiedenis Atria. ‘Na 1945 bleef er een strikte taakverdeling bestaan: de man verdiende het geld om het gezin te onderhouden en de vrouw deed het huishouden.’ Vrouwelijke ambtenaren die gingen trouwen verloren bijvoorbeeld tot in 1957 automatisch hun baan.

Door de opkomst van het deeltijdwerk steeg in Nederland het percentage vrouwen dat werkte van minder dan 40 procent in 1982 tot 75 procent nu. Het ligt daarmee hoger dan het gemiddelde van de eurozone (66 procent). ‘Maar gek genoeg is het ook het land waar vrouwen het minste aantal uren maken,’ vertelt Wieteke Graven van adviesbureau McKinsey, die een rapport schreef over het onderwerp. ‘Dat komt vooral doordat de instellingen in ons land het als het nieuwe normaal zijn gaan zien. Ze stimuleren hen niet om voltijds te gaan werken.’

De lestijden van de basisscholen maken het er niet gemakkelijker op: kinderen zijn al om drie uur vrij. En het systeem van de kinderopvang is er al evenmin op berekend; de kleintjes zitten er meestal maar twee à drie dagen per week. Deels ligt dat aan de prijs; kinderopvang slokt volgens de OESO 20 procent van het nettosalaris van de ouders op, tegen 10 procent in Frankrijk en 4 procent in Zweden. ‘Maar een andere reden is dat veel ouders de crèche als een soort kinderoppas zien, niet als een plek waar aan onderwijs en opvoeding wordt gedaan. Dus zijn ze huiverig om hun kinderen er de hele week achter te laten,’ vertelt Gjalt Jellesma, woordvoerder van de vereniging van crèche-ouders BOinK.

Nederlanders vinden het dan ook niet meer dan normaal als moeders toch zeker één à twee dagen per week (buiten het weekend) met de kinderen doorbrengen en bereid zijn om daar werktijd voor op te geven. Uit enquêtes blijkt dat hierover een consensus bestaat, ook onder vrouwen. ‘Nee, ik wilde absoluut niet voltijds werken,’ vertelt Geralyn Fernandez, moeder van twee zoons van vier en anderhalf, die vier dagen per week als secretaresse werkt bij een onderzoeksinstituut. ‘Ik wil graag zelf zo veel mogelijk voor mijn kinderen zorgen en bijdragen aan hun ontwikkeling.’

“20% Van het nettosalaris van Nederlandse ouders gaat op aan kinderopvang”

Carien Akkermans-Boesenach is leidinggevende bij een onroerendgoedfirma in Apeldoorn, een lommerrijke stad in het midden van het land.
Deze 34-jarige moeder van drie jonge kinderen ging na de geboorte van haar oudste in deeltijd werken. ‘Als ik voltijds werkte, zou ik erge last van schuldgevoelens krijgen,’ geeft ze toe, al zegt ze stellig dat haar echtgenoot een deel van het huishouden op zich neemt. ‘Het is gewoon veel fijner om vier dagen te werken. Als mijn kinderen ouder zijn zal ik die vrijheid waarschijnlijk niet willen missen.’ Veel vrouwen geven bovendien aan dat de hoge levensstandaard in Nederland, waar vrijwilligerswerk en vrije tijd even hoog aangeslagen worden als een carrière, hen in staat stelt om minder te werken: waarom zou je dat dan niet doen?

Zulke antwoorden verbazen socioloog Mara Yerkes van de Universiteit van Utrecht niets. ‘Het is hier de sociale norm dat vrouwen in deeltijd werken, het is het beeld dat mensen van een goede moeder hebben,’ legt ze uit. ‘Veel vrouwen gaan daarin mee zonder zich af te vragen wat dat voor hun carrière betekent.’

En kiezen zij er toch voor om er een voltijds professioneel leven op na te houden, dan worden ze op de school van hun kinderen onherroepelijk geconfronteerd met de sociale normen en opmerkingen van andere moeders. ‘Daar kon ik soms moeilijk mee omgaan, je moet sterk in je schoenen staan,’ herinnert Josephine van der Vossen, moeder van twee dochters, zich. Zij richtte zestien jaar geleden Partners At Work op, een headhuntersbedrijf dat vrouwen aanmoedigt om op banen in de financiële sector te solliciteren. ‘Ze hebben rolmodellen nodig. Bedrijven zijn erg veeleisend; die mentaliteit verander je niet een-twee-drie.’

In deeltijd werken blijkt een serieuze hindernis te zijn als je hogerop wilt komen. Volgens Eurostat is maar 26 procent van de Nederlandse managers vrouw, terwijl het gemiddelde in de Europese Unie op 34,2 procent ligt. In Frankrijk is dat 34,7 en in Zweden 39,1 procent. De reden is duidelijk: het zijn vrijwel altijd voltijdbanen. ‘Maar nog meer zorgen maak ik me om de laagopgeleiden. In 2018 had maar 13,8 procent van hen een volledige baan en dat percentage is sinds 2003 aan het afnemen (het was 18,1 procent),’ vertelt econoom Barbara Baarsma van de Rabobank, die een studie over het onderwerp schreef. Ook onder middelbaar opgeleiden zie je deze afname, daar ging het omlaag van 25,3 procent naar 20,8 procent.

“45% minder pensioen bouwen Nederlandse vrouwen op”

Zoals te verwachten valt heeft dit aanzienlijke financiële consequenties. Het uurloon van Nederlandse vrouwen ligt 16 procent onder dat van de
mannen, in lijn met het Europese gemiddelde, maar kijk je naar het maandsalaris dan is het verschil 21 procent. Dat resulteert in 45 procent lagere pensioenen dan die van mannen. En gaan ze scheiden, dan zien ze hun koopkracht opnieuw dalen met maar liefst 25 procent, terwijl dat van hun echtgenoten maar 0,2 procent daalt. ‘Met andere woorden: bijna 2 miljoen Nederlandse vrouwen zijn niet economisch onafhankelijk, oftewel ongeveer de helft,’ aldus Graven.

De bijdrage van Nederlandse vrouwen aan het bruto binnenlands product (bbp) is daardoor lager dan dat van Oost-Europese (33 procent tegenover 38 procent). De oorzaak van het verschil is het grote aantal deeltijdbanen. ‘Als ze net zoveel zouden gaan werken als in de landen om ons heen, dan zou ons bbp op termijn met 100 miljard toenemen en het gebrek aan arbeidskrachten zou grotendeels opgelost zijn,’ verwacht Graven. ‘Daarvoor is dan wel eerst een diepgaande hervorming van onze instituties nodig, en ook van onze opvattingen.’ Maar als Nederlandse vrouwen niet zo nodig hoeven, waarom moeten ze dan eigenlijk meer gaan werken?

‘Omwille van hun economische onafhankelijkheid en omdat bedrijven met meer vrouwen aan de top een betere weerspiegeling vormen van de samenleving als geheel,’ antwoordt Puck Bossert, voorzitter van de vereniging van zakenvrouwen BPW. Voordat zij een eigen bedrijf begon, maakte ze carrière als personeelsmanager van grote industriële conglomeraten.

Overal waar ze kwam zette ze sociale programma’s op om de carrières van vrouwen een stimulans te geven. ‘Je hoeft ze maar een beetje aan te moedigen om ze te laten inzien dat het kan,’ zegt ze beslist, maar voegt daaraan toe dat er ook voor mannen nog veel moet veranderen. Zij krijgen vanaf volgend jaar in plaats van vijf dagen betaald vaderschapsverlof voortaan zes weken. Het lijkt misschien niet veel, hijgen de bakfietsmoeders, maar het betekent een kleine revolutie…

Auteur: Marie Charrel

Le Monde
Frankrijk | dagblad | oplage 345.000

In 1944 opgericht op initiatief van
De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan zijn onafhankelijkheid. Om recht te doen aan de naam ‘De wereld’ houdt Le Monde een groot netwerk van correspondenten in stand.

» Abonneer u op onze nieuwsbrief: wekelijks berichten uit de buitenlandse pers in uw inbox.

Plaats een reactie