‘Wij staan niet meer toe dat onze dochters vertrekken’

Kompas / 360  | 11 November 2019 - 10:0011 Nov - 10:00

Vrouwen op Timor beginnen met de verkoop van zelfgeweven producten om de armoede te bestrijden en te voorkomen dat hun naasten al dan niet vrijwillig naar het buitenland vertrekken.

» Lees dit artikel in de Reader

Om de woonplaats van een groep weefsters te bereiken moet je een steile weg vol stenen volgen. Zij zijn de oprichters van de Grote familie van Indonesische vrouwelijke arbeidsmigranten [waarvan het Indonesische acroniem Kabar Bumi, ‘Wereldnieuws’, luidt]. Ze wonen in het dorp Tuppan in het district Batu Putih in het zuiden van de provincie Centraal-Timor. Deze vrouwen proberen te voorkomen dat hun traditionele manier van weven ten onder gaat.

‘Wij staan niet meer toe dat onze dochters naar Maleisië vertrekken,’ legt Fransina uit, een van de vier vrouwen uit Tuppan die onverschrokken door blijven weven. Alle vier zijn ze voor­malige arbeidsmigranten die als huishoudelijke hulp in Maleisië hebben gewerkt. Het tragische lot van Yufrinda Selan, een pubermeisje uit hun dorp, heeft hun de ogen geopend. Acht maanden nadat Yufrinda illegaal naar Maleisië was vertrokken om te werken, kwam ze terug. Dood.

Ze was een van de 46 vrouwelijke arbeidsmigranten van Timor die in 2016 dood terugkeerden. Sindsdien is het aantal van hen dat omkwam in het buitenland alleen nog maar toegeno­men. In 2017 zijn er 62 gerepatrieerd, en in 2018 105. Tussen januari en juli 2019 zijn er al 61 stoffelijke overschotten gerepatrieerd. Vrijwel alle omgekomen vrouwelijke arbeidsmigranten waren illegaal.

MOGEN WE EVEN JE AANDACHT?
Dit artikel krijg je van 360 cadeau. We geloven dat internationale context leidt tot een beter begrip van de wereld om ons heen. Daarom zijn we blij als je dit artikel voor ons deelt. Nog blijer zijn we als je je bij ons aansluit: Probeer nu 5 nummers voor maar 15 euro. Duurt een paar minuten, stopt automatisch.
Bedankt

Yuliana, de moeder van Yufrinda, vertelt dat ze niet wist dat haar dochter naar Maleisië was vertrokken. De week ervoor was het zestienjarige meisje gestopt met haar schoolopleiding omdat ze haar ouders niet langer tot last wilde zijn. Een van de redenen voor haar beslissing waren de vervoerskosten naar haar middelbare school, die ver van hun dorp lag.

Haar vader, Metusalak Selan, verdiende een schamel loon van minder dan honderd euro per maand als bouw­vakker. Hij bevestigt dat zijn dochter onder valse voorwendselen is verleid om naar het buitenland te gaan.

Omdat hij dacht dat zijn dochter was weggelopen naar Kupang, de regionale hoofdstad van Timor, liet Metusalak zijn werk voor wat het was om haar te gaan zoeken. Acht maanden later, op 11 juli 2016, kwam Yufrinda levenloos terug. Op de door de Maleisische overheid verstrekte overlijdensakte stond dat ze was gestorven door ophanging. Haar lichaam kon worden gerepatrieerd dankzij een gemeen­schap­­pelijk hulpnetwerk van de evangelische en katholieke kerken van Timor. Dit netwerk heeft de zaak ook voor de rechter gebracht. Volgens Metusalak zijn er vijftien mensen veroordeeld tot een gevangenisstraf en het betalen van een ‘schadeloosstelling’ van 195 miljoen roepia (12.300 euro) wegens mensenhandel.

Volgens pastor Emmy Sahertian, lid van het hulpnetwerk, zijn in het officiële aantal gerepatrieerde doden niet al degenen inbegrepen die in het geheim naar Timor zijn teruggebracht, zonder officiële procedure. ‘En dan heb ik het nog niet over de arbeidsmigranten die nooit naar Timor terugkeren omdat ze op hun buitenlandse werkplek zijn begraven, met name in de buurt van de Maleisische palmolieplantages.’

De protestantse Emmy en de katholieke zuster Laurentina hebben in 2016 de handen ineengeslagen om de mensen­handel te bestrijden. Zuster Laurentina legt uit dat deze clandestiene arbeidsmigranten vaak naar het buitenland worden gestuurd door naasten, zoals familie of buren. Als de familie erbij betrokken is, kom je er volgens haar heel moeilijk achter wat er werkelijk is gebeurd. ‘Als we hen gaan opzoeken, zeggen ze dat alles goed gaat. Pas als we een paar dagen bij hen blijven, krijgen we het echte verhaal te horen,’ zegt zuster Laurentina.

‘Om deze reden zijn we op het idee gekomen Metusalak aan te moedigen om zich in te zetten voor een verandering van de situatie. Om de mensen in zijn dorp zodanig te mobiliseren dat ze genoeg geld verdienen om hun dochters niet meer naar het buiten­land te hoeven sturen,’ legt Emmy uit.

Armoede

Als organisator van Kabar Bumi vindt Metusalak heel wat beren op zijn weg. Zo heeft hij de verkoopprijs moeten verhogen van de producten die door de vrouwen van de groep worden geweven. Voor één geweven product is materiaal ter waarde van minstens 50.000 roepia (3,15 euro) nodig. Het maken ervan kost een tot twee weken. Op de markt levert het hooguit 60.000 roepia op. Als er klanten naar het dorp komen, kunnen de producten wel 100.000 roepia opbrengen. Maar er komen maar weinig mensen.

En in het dorp zijn de middelen beperkt. Ook als je daar woont, heb je geld nodig om de school van de kinderen te betalen en rijst te kopen, die tussen de 10.000 en 20.000 roepia (0,80 euro) per kilo kost. Als het droge jaargetijde aanbreekt, kan er geen mais meer worden verbouwd vanwege het gebrek aan water. Zelfs groenten groeien niet meer. Voor hun eten zijn de dorpelingen dan volledig afhankelijk van de rijst die ze op de markt kopen met het geld van de palmsuiker die ze zelf produceren en verkopen voor 10.000 roepia per kilo.

Arman Tanono, advocaat en activist tegen de mensenhandel, constateert dat deze laatste heel moeilijk uit te roeien is op Timor. Alle pogingen daartoe stuiten op sociaaleconomische problemen. Met een armoedepercen­tage van 20 procent is Timor de op drie na armste regio van Indonesië, vlak achter twee provincies van Papoea-Nieuw-Guinea.

Kompas
Indonesië | dagblad | oplage 450.000

Opgericht in 1965 als reactie op de communistische pers. Geschreven in het Indonesisch. Kompas is de grootste landelijke krant met achtergrondverhalen over de door Java vaak ‘vergeten’ andere eilanden.

Plaats een reactie

Vrouwen op Oost-Timor weven sjaals op traditionele wijze. – © Getty