• The New Yorker
  • Reader
  • Fatalisme is uit den boze

Fatalisme is uit den boze

The New Yorker | New York | Rachel Riederer | 03 oktober 2019

Het valt niet meer te ontkennen: watertekorten, natuurbranden, een stijgende zeespiegel en extreem weer staan voor ieders deur. Strijdbaarheid is de sleutel, beweren klimaatactivisten. Wanhoop en verlamming slaan pas toe als we denken dat er niets meer aan te doen is.

De onbewoonbare aarde, het nieuwe boek van David Wallace-Wells over de gevolgen van klimaatverandering voor de mens, begint met de zin: ‘Het is erger dan je denkt, veel erger.’ Steden waar de extreme hitte het asfalt doet smelten en spoorlijnen kromtrekken. Grote delen van de aarde die na vijf graden opwarming continu met droogte kampen. En als de zeespiegel maar zes meter stijgt – een optimistisch scenario – komen gebieden waar nu 375 miljoen mensen wonen onder water te staan. Sommige van zijn apocalyptische verhalen zijn geen toekomstvoorspellingen, maar komen uit het recente verleden: eind 2018 grepen de bosbranden in Californië zo snel om zich heen dat evacués ‘langs exploderende auto’s moesten rennen terwijl hun schoenen aan het smeltende asfalt bleven plakken’.

De grote lijnen van het door Wallace-Wells geschetste beeld kunnen geen verrassing zijn voor iedereen die een beetje heeft opgelet. We stevenen af op – of bevinden ons eigenlijk al in – een tijdperk van watertekorten, natuurbranden, een stijgende zeespiegel en extreem weer. Wanneer zou de stad waar ik woon onder water lopen? Waar moet ik dan gaan wonen? Waar moeten mijn toekomstige kinderen wonen? Moet ik wel kinderen willen?

Bosbrand nabij Paradise in Californië, november 2018. De brand bestreek een gebied van 45.000 hectare – zo’n 20.000 voetbalvelden – en was de dodelijkste bosbrand ooit in de Amerikaanse staat. © The Washington Post /  Getty Images
Bosbrand nabij Paradise in Californië, november 2018. De brand bestreek een gebied van 45.000 hectare – zo’n 20.000 voetbalvelden – en was de dodelijkste bosbrand ooit in de Amerikaanse staat. © The Washington Post / Getty Images

Maar Wallace-Wells benadrukt ook dat fatalisme uit den boze is. In een radio-interview op National Public Radio zei hij dat ‘elke honderdste graad opwarming verschil maakt’: we kunnen de opwarming niet volledig ongedaan maken, maar we hebben nog wel in de hand of het uitloopt op een toekomst die apocalyptisch is of ‘alleen maar beroerd’.

Enkele jaren geleden vroeg ik de klimaatactivist en schrijver Bill McKibben al eens hoe hij erin slaagde niet depressief te raken van al dat denken over de klimaatverandering. Hij zei dat strijdbaarheid de sleutel is. De wanhoop slaat pas toe als je denkt dat er niets meer aan te doen is. ‘Dit is de belangrijkste strijd in de geschiedenis van de mensheid, een strijd waarvan de uitkomst zal nagalmen op de geologische tijdsschaal, en die strijd moet nu worden geleverd,’ zei hij.

Mentale blokkades

In 2008 en 2009 zette de American Psychological Association (APA) een werkgroep op om de relatie tussen psychologie en klimaatverandering te onderzoeken. De uitkomst was dat mensen klimaatverandering wel belangrijk vonden, maar ‘geen gevoel van urgentie’ hadden. De werkgroep beschreef verschillende mentale blokkades die aan deze genoegzaamheid bijdroegen: onzekerheid over de ernst van de klimaatverandering, argwaan jegens de wetenschap en ontkenning van het menselijk aandeel in het probleem. Ondervraagden hadden de neiging de gevaren te bagatelliseren en te denken dat er nog genoeg tijd was om veranderingen door te voeren voordat de gevolgen echt merkbaar zouden worden.

Tien jaar later lijkt deze manier van denken al iets uit een ver verleden. Maar twee door de werkgroep beschreven mechanismen die mensen ervan weerhouden om in actie te komen, spelen nog steeds een cruciale rol: de macht der gewoonte en een gevoel van machteloosheid. ‘Ingesleten gedragspatronen zijn bijzonder moeilijk te veranderen’, schreef de werkgroep. ‘Mensen denken dat wat zij zelf doen nooit veel kan uithalen, dus doen ze maar niets.’

29% van de respondenten van een onderzoek uit 2018 is verontrust als het gaat om klimaatverandering

Ook Wallace-Wells schrijft in zijn boek dat ‘we ons het beste [lijken] te voelen bij een houding die wordt gekenmerkt door machteloosheid’. Nu de ernst van het klimaatprobleem steeds minder wordt betwijfeld, maken ontkennende reacties plaats voor al even verlammende gevoelens van paniek, angst en berusting. We beginnen de enorme gevaren van de klimaatverandering inmiddels aan den lijve te ondervinden en, zoals een psycholoog het tegen mij uitdrukte, ‘dan belanden we op het terrein van de psychologie, of we het leuk vinden of niet.’

John Fraser is een klimaatpsycholoog die zich heeft verdiept in burn-out en trauma’s bij mensen die zich inzetten voor het milieu. ‘We moeten meer doen dan mensen alleen maar de stuipen op het lijf te jagen met gruwelverhalen,’ zegt hij. Reacties op de klimaatverandering worden vaak beschreven als een breed spectrum, variërend van ontkenning en verdringing aan de ene kant tot grote verontrusting aan de andere.

En onze verontrusting groeit. In een onderzoek van Yale en de George Mason-universiteit werden Amerikaanse reacties op de klimaatverandering in 2009 onderverdeeld in zes categorieën: verontrusting, bezorgdheid, bedachtzaamheid, verdringing, twijfel en ontkenning. In 2009 toonde 18 procent zich verontrust, in 2018 was dat aantal gestegen tot 29 procent.

“De eerste stap is het gevoel dat het probleem oplosbaar is”

Fraser vindt dat je mensen beter kunt stimuleren dan verontrusten en meet zich daarom een onverwoestbaar positieve en oplossingsgerichte houding aan. ‘We zijn erin geslaagd om binnen een paar jaar spoorlijnen door heel Amerika te leggen, en om binnen een paar jaar mensen op de maan te zetten,’ zegt hij. En er zijn volop ideeën voor ambitieuze klimaatoplossingen. Installaties die CO2 uit de lucht halen zijn onmogelijk duur, maar ze bestaan. Sommigen pleiten ervoor om kernenergie weer te stimuleren. Voorstanders van de Green New Deal pleiten tegen de winning en subsidiëring van fossiele brandstoffen en voor drastische uitbreiding van het openbaar vervoer.

Uit Silicon Valley komen ideeën die meer technologisch dan politiek zijn: woestijnen onder water zetten om er algen te kweken die CO2 opnemen. Of een elektrochemisch procedé waardoor gesteente CO2 gaat opnemen. Naar mogelijke oplossingen wijzen is volgens Fraser de beste manier om over milieuproblemen te praten. ‘We moeten de hoop aanjagen,’ zegt Fraser. ‘De eerste stap naar een gezonde reactie is het gevoel dat het probleem oplosbaar is.’

‘Is het goed om doodsbang te zijn? Nee,’ zegt hij, ‘want dan blokkeer je alleen maar.’

Gezonde reactie

Margaret Klein Salamon, die na haar opleiding als klinisch psycholoog een actiegroep voor klimaatbewustwording heeft opgericht, is het daar helemaal niet mee eens. Volgens haar werkt angst niet verlammend, maar is het een noodzakelijke emotie die mensen helpt gevaren te onderkennen en in actie te komen. En gezien de huidige toestand van de aarde is grote angst niet meer dan logisch. ‘Het is belangrijk om bang te zijn voor dodelijke bedreigingen. Dat is een gezonde reactie,’ zegt ze. Volgens haar moeten mensen eerst van de omvang van het probleem zijn doordrongen, voordat ze worden geprikkeld tot verantwoord gedrag en de mentale vruchten kunnen plukken van het ‘leven met klimaatwaarheid’.

Salamons, zelf een kind van psychiaters, noemt therapie ‘een beetje een familiebedrijf’ en werkt aan een zelfhulpboek over het onderwerp, getiteld Transform Yourself with Climate Truth. Volgens haar is het niet zo gek dat mensen de waarheid over de klimaatcrisis niet aankunnen en allerlei afweermechanismen ontwikkelen. Ga maar na: wat wij nu nog een hittegolf noemen, is over twintig jaar waarschijnlijk de normale temperatuur.

In 2045 zullen meer dan 300.000 Amerikaanse woningen aan de zee ten prooi zijn gevallen. In 2100 zal alleen al in Amerika voor 1 biljoen dollar aan vastgoed verloren zijn gegaan. Hoe meer CO2 er in de lucht komt, hoe meer suiker en hoe minder andere voedingsstoffen er in gewassen zitten: in 2050 is groente een soort junkfood. En alles wat slecht is voor het klimaat, valt voor een groot deel samen met onze materialistische versie van een fijn leven: vlees, vliegreizen, airco. ‘Het hoort bij het menselijk bestaan dat we geregeld met tegenstrijdige belangen kampen.

In 2045 zullen meer dan 300.000 Amerikaanse huizen ten prooi zijn gevallen aan de zee

Daaruit ontstaan onze afweermechanismen,’ zegt Salamon. Ze houdt af en toe een telefonisch spreekuur waarop mensen kunnen inbellen om te praten over klimaatverandering en klimaatactivisme. Dan komen er allerlei emoties naar boven: schaamte en schuldgevoel, verdriet, paniek, machteloosheid en zelfs een soort ‘vrolijke vernielzucht’ bij mensen die boos zijn dat hun waarschuwingen zijn genegeerd. Salamon vindt het belangrijk dat we ook leren met de klimaatverandering om te gaan als een persoonlijk en emotioneel verschijnsel, niet alleen als wetenschappelijk fenomeen. Iedereen moet kunnen rouwen om zijn of haar toekomst, zegt ze, omdat die er anders zal uitzien dan we hadden gedacht. Met meer droogte en overbevolking, meer gevaar en minder luxe.

In oktober 2017 nam Wallace-Wells op de jaarlijkse conferentie van de Society of Environmental Journalists deel aan een paneldiscussie getiteld ‘Doem-denken: ethiek en doelmatigheid van de berichtgeving over doemscenario’s’. Daarin kwamen grofweg dezelfde twee keuzes aan bod: je lezers bang maken of hoop bieden. Wallace-Wells koos heel duidelijk voor het eerste en verwees daarbij naar iets wat de schrijver Ta-Nehisi Coates tegen hem had gezegd: ‘Dat mensen hoop nodig hebben, mag geen reden zijn om ze niet de waarheid te vertellen.’ Bovendien kan angst ook nuttig zijn, zei Wallace-Wells: de dreiging van gegarandeerde wederzijdse vernietiging dreef wereldleiders ertoe een eind te maken aan de Koude Oorlog, en uit angst voor kanker stoppen mensen met roken. ‘Het is iets te simplistisch om te denken dat alles wat eng is meteen ook verlammend werkt, en ik vind het ook een beetje betuttelend,’ zei hij.

Verzoenen

Ook in het panel zat de psycholoog en communicatiedeskundige Renee Lertzman, die het tijd vond om ‘korte metten te maken met de valse tegenstelling’ tussen vrees en hoop, of tussen waarheid en optimisme. Het probleem van de doemscenario’s is volgens haar niet per se dat ze beangstigend zijn, maar dat ze bijna als een film aan ons voorbijtrekken: we worden buiten de actie geplaatst en in de ‘politiek neutraliserende’ positie gemanoeuvreerd van ‘geprikkelde, opgehitste, bange toeschouwers’. In haar boek Environmental Melancholia schrijft ze dat onverwerkte rouwgevoelens over de ecologische verwoesting eraan bijdragen dat mensen niet in actie komen tegen de klimaatproblemen.

Dit ‘gestolde, onvolgroeide rouwproces’ werkt verlammend, schrijft ze. Lertzman vindt dat we over het klimaat moeten praten op een manier die mensen de ruimte geeft hun gevoelens te verwerken of althans onder ogen te zien. Alleen al door in het begin van het gesprek ruimte te laten voor een simpele verzuchting als ‘God, wat heftig’, zegt Lertzman, ‘maak je een heleboel energie vrij om te kunnen doorpakken naar een oplossingsgerichtere houding’. Het is een gangbare tactiek in de psychologie: eerst erkennen hoe moeilijk iets is, om er vervolgens dieper in te duiken. Het doet mij denken aan de tact van een goede arts die een nare boodschap moet brengen.

Er zijn volop ideeën voor ambitieuze klimaatoplossingen

Maar volgens Lertzman is het nog lastiger: omdat we zelf schuld dragen aan de klimaatcrisis, is het meer alsof je een nare diagnose te horen krijgt die het resultaat is van je eigen leef-gewoontes. Je krijgt niet alleen een sombere toekomst te verhapstukken, maar ook nog je eigen aandeel daarin. ‘We moeten ons ermee verzoenen dat onze manier van leven niet meer houdbaar is, en dat we zelf het roer moeten omgooien,’ zegt ze.

‘Wat heel goed werkt, is mensen het gevoel geven dat je ze uitnodigt en stimuleert om deel te nemen aan iets constructiefs, en ze een veilige sfeer bieden om te verwerken hoe ingrijpend het allemaal is,’ zegt Lertzman. Dat sluit aan bij Bill McKibbens advies dat activisme de enige remedie tegen klimaatangst is. Susan Clayton, hoogleraar sociale psychologie en milieustudies (en tien jaar geleden lid van de hierboven genoemde APA werkgroep over klimaatverandering), zegt ook zoiets: gezamenlijke inspanningen ten bate van het klimaat zijn volgens haar ook heilzaam voor de geest. ‘Het is net zoiets als bij de burgerrechtenbeweging,’ zegt ze. ‘Je samen ergens voor inzetten geeft kracht en bevestiging.’

Kinderachtig

In een indringend essay op de website Medium stelt Mary Annaïse Heglar, werkzaam bij de milieuorganisatie Natural Resources Defense Council, dat de klimaatbeweging nog veel van de burgerrechtenbeweging kan leren. Klimaatverandering mag dan misschien de eerste existentiële bedreiging vormen voor de hele mensheid, de Verenigde Staten vormen al eeuwenlang een existentiële bedreiging voor zwarte mensen. Over het doelbewuste geweld in de tijd van de segregatie schrijft ze: ‘Probeer te begrijpen hoe overweldigend en onontkoombaar dat toen moet hebben gevoeld. Besef dat er geen einde in zicht was. (…) Als zij kinderen op de wereld zetten, vreesden ze ook altijd voor hun toekomst.’

De bosbranden en overstromingen van ons veranderende klimaat zijn in de geschiedenis misschien nooit eerder voorgekomen, maar de dreiging van totale vernietiging wel: Wallace-Wells en Salamon noemen allebei het voorbeeld van hun voorouders, die de Holocaust hebben meegemaakt. Zo bezien is het niet alleen onhoudbaar maar ronduit kinderachtig om te vervallen in het soort stille klimaatontkenning waarbij je het fenomeen niet zozeer ontkent, als wel je kop ervoor in het zand steekt omdat het zo akelig is om over na te denken. Zoals Heglar schrijft: ‘Tegen zoiets vecht je niet omdat je denkt dat je kunt winnen. Je vecht omdat het moet.’

Halverwege De onbewoonbare aarde geeft Wallace-Wells de ‘moedige lezer’ een schouderklopje dat die zijn boek nog niet heeft weggelegd, ondanks de opsomming van ‘genoeg gruwelen om paniek te zaaien, ook bij de meest optimistische personen’. Zelf had ik een heftige fysieke reactie op het boek: mijn hart begon te bonzen toen ik las welke rampen ons allemaal te wachten staan. De tranen sprongen me in de ogen toen ik zijn tijdlijnen naast die van mijn eigen leven legde, of van mijn eventuele kinderen. Maar al lezend begon het na enkele dagen wel te wennen. Ik kon het steeds beter zuiver verstandelijk lezen, zonder dat meteen mijn vecht-of-vluchtreactie opspeelde. Dat gaf gek genoeg een gevoel van kracht.

Een Rode Kruis-evacuatiecentrum nabij de Kerk van de Nazarener in het Californische Oroville op 13 november 2018, tijdens massale bosbranden in de Amerikaanse staat. © Getty
Een Rode Kruis-evacuatiecentrum nabij de Kerk van de Nazarener in het Californische Oroville op 13 november 2018, tijdens massale bosbranden in de Amerikaanse staat. © Getty

Wallace-Wells schrijft dat de afgelopen eeuw van fossielebrandstofwinning en industrieel kapitalisme een manier van leven mogelijk heeft gemaakt waarvan ik de vruchten pluk. Dat dankzij dit systeem ‘miljarden mensen zich nu tot de middenklasse kunnen rekenen’. Toch is dat systeem toe aan radicale herziening. Moderne mensen hebben de neiging, schrijft hij, om menselijke systemen onaantastbaarder te wanen dan natuurlijke systemen: ‘Daarom komt het idee om het kapitalisme zo te verbouwen dat het uit de grond halen van fossiele brandstof niet meer loont, ons onhaalbaarder voor dan het idee om zwavel de lucht in te blazen, zodat we een rode hemel krijgen en de planeet een paar graden afkoelt.’ En daarom lijkt het misschien makkelijker, schrijft hij, om overal ter wereld fabrieken neer te zetten die CO2 uit de lucht moeten halen dan om gewoon een eind te maken aan de subsidiëring van fossiele brandstof.

Dat zijn de conflicterende waarheden die we met elkaar moeten verzoenen: dat een leefbare wereld onverenigbaar is met het gebruik van fossiele brandstof, en dat we de wereld waarin wij leven aan fossiele brandstof te danken hebben.

Het is een hele klus om onze economie te laten afkicken van fossiele energie, maar het is nodig. Het wordt moeilijk, maar niet zo moeilijk als het wordt om het hele scala aan rampen te overleven dat ons te wachten staat als we het niet doen. Dat is wat mij betreft de grote kracht van de manier waarop Wallace-Wells zijn verhaal brengt. We moeten zorgen dat we straks niet om de teloorgang van ons leefbaar klimaat rouwen, maar om het verlies van een eeuw lang argeloos autorijden en onbekommerd ontbossen, van de jaren van onbeperkt vlees eten en goedkoop vliegen en de gigantisch economische groei die daardoor mogelijk werd.

Hervorming van de fossiele economie zal een groot offer vergen, maar dat zinkt in het niet bij de offers die het alternatief met zich meebrengt. Het zal op allerlei hindernissen stuiten: de moeizaamheid van collectieve actie, wetenschappelijke onzekerheid, technologische uitdagingen, politieke mobilisatie en tal van andere problemen. Maar als je het niet doet, word je stapelgek.

Auteur: Rachel Riederer

Rachel Riederer is redacteur van The New Yorker en schrijft voornamelijk over klimaatverandering, milieu en natuur.

The New Yorker
Verenigde Staten | weekblad | oplage 1.043.000

Sinds 1925 hét New Yorkse tijdschrift. Is met zijn parels van reportages, scherpe politieke analyses, fictie en essayistiek, en brede belangstelling voor cultuur favoriet onder liefhebbers van het journalistieke ambacht in binnen- en buitenland.

Dit artikel van Rachel Riederer verscheen eerder in The New Yorker.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 heeft 1000 nieuwe leden nodig

Deze maand bieden wij daarom een deel van onze artikelen gratis aan. Zo kunt u vast kennismaken met ons aanbod. Leden blijven toegang houden tot onze maandelijkse digitale editie en het archief.