• Bellingcat
  • Magazine 200 – Oktober
  • Hongaarse hooligans zingen vals

Hongaarse hooligans zingen vals

© Bellingcat
Bellingcat | Wereldwijd | Michael Colborne | 30 september 2021

Supporters van het nationale elftal in Hongarije die beledigende anti-lgbt-spandoeken in hun bezit hadden, bleken nauwe banden te onderhouden met notoire extreemrechtse groeperingen.

Vóór de WK-kwalificatiewedstrijd op 2 september in Boedapest tegen Engeland zei de Hongaarse bondscoach dat hij achter de Engelse spelers stond die van plan waren om voor de aftrap te knielen als protest tegen racisme.

Toen hem werd gevraagd wat hij vond van eventuele racistische reacties van Hongaarse fans, zei bondscoach Marco Rossi: ‘Ik hoop erg dat die uitblijven, maar mochten ze er toch zijn, dan staan we helemaal aan hun kant, de kant van de Engelse spelers, bedoel ik.’

Een groot deel van de Hongaarse fans trok zich weinig van zijn woorden aan. Zodra de Engelse spelers voor de aftrap knielden, werden zij door Hongaarse fans onthaald op luid boegeroep. En toen Raheem Sterling de score opende voor de Engelsen werd hij bekogeld vanuit het vak van de Karpatische Brigade, een groep hardcoresupporters van het Hongaarse nationale elftal. Na de wedstrijd – die Engeland met 4-0 won – werd duidelijk dat een aantal van hen racistische apengeluiden richting zwarte Engelse spelers had gemaakt.

Ook de Engelse supporters maken zich geregeld schuldig aan zulk racistisch gedrag, bijvoorbeeld in juli 2021. Nadat hun team de WK-finale na strafschoppen van Italië had verloren, werden de Engelse spelers online massaal beledigd door eigen fans. Ook bij Engelse competitiewedstrijden worden spelers die knielen uit protest tegen racisme uitgejouwd. Vóór het WK weigerden de Britse premier Boris Johnson en de minister van Binnenlandse Zaken Priti Patel Engelse fans te veroordelen die hieraan mee hadden gedaan.

Maar de harde kern van de Hongaarse supporters maakte het nog veel bonter. De Europese voetbalorganisatie UEFA legde de Hongaarse voetbalbond een boete op van 100.000 euro en verplichtte het elftal om twee wedstrijden zonder publiek te spelen, vanwege anti-lgbt- en racistische uitlatingen van Hongaarse fans tijdens EK-wedstrijden in Boedapest en München.

De wedstrijd van 2 september tegen Engeland was een WK-kwalificatiewedstrijd en viel dus onder verantwoordelijkheid van de mondiale voetbal-organisatie FIFA. Bij de UEFA-straf werd deze daarom niet meegewogen.

Volgens de Hongaarse voetbalbond werden haar sporters vooral gestraft vanwege anti-lgbt-spreekkoren en -spandoeken. De uitspraak van de UEFA preciseert dit: het ging om een anti-lgbt-spandoek en spreekkoren tijdens de eerste wedstrijd in de poulefase tegen Portugal in Boedapest op 15 juni 2021, anti-lgbt-spreekkoren en een anti-BLM-spandoek tijdens de wedstrijd tegen Frankrijk in Boedapest op 19 juni 2021 en tot slot een anti-lgbt-spandoek en spreekkoren tijdens Hongarijes laatste wedstrijd tijdenshet toernooi tegen Duitsland op 23 juni in München.

Anti-lgbt-wetsvoorstel

De spreekkoren en de spandoeken volgden op het aannemen van een controversieel anti-lgbt-wetsvoorstel door het Hongaarse parlement, waarin de rechtse Fidesz-partij van premier Orbán de meerderheid heeft.

De wet verbiedt het om homoseksualiteit of transgenderisme te promoten en af te beelden onder minderjarigen. Hongaarse lgbt-ers voelen zich hierdoor gestigmatiseerd en vrezen voor hun toekomst.

Een formele band tussen Fidesz en de supportersgroepen die betrokken waren bij de racistische en homofobe incidenten is er niet. Prominente Hongaarse politici wimpelen kritiek op deze incidenten echter af, bagatelliseren ze en gingen er de afgelopen maanden soms zelfs achter staan.

Voor Orbán en zijn medestanders is voetbal meer dan een spelletje. Fidesz heeft in de ogen van veel Hongaren het voetbal ‘gekoloniseerd’ en gebruikt zowel het nationale elftal als de topclubs om aan de macht te blijven. Aan Fidesz gelieerde zakenlui bezaten dit seizoen 11 van de 12 clubs in de hoogste Hongaarse divisie. In de loop van het afgelopen decennium werden minstens 25 stadions gebouwd, dankzij belastingvoordelen voor bouwbedrijven – vaak gelieerd aan Fidesz – die schenkingen doen aan sportteams.

Orbán en veel van zijn collega’s vertonen zich in de media graag met tienduizenden brullende Hongaren op de achtergrond. Een artikel uit juni 2021 van het politieke weekblad HVG merkte op dat Fidesz-politici ‘meer foto’s posten van de toeschouwers bij wedstrijden van het nationale elftal dan van de wedstrijden zelf’.

Hongaarse hooligans: wij zijn misschien ‘fanatici’, maar geen racisten

Toen supporters bij een vriendschappelijke interland vlak voor het EK knielende Ierse voetballers uitjouwden, nam Orbán het voor de supporters op. En alhoewel de Hongaarse minister van Buitenlandse Zaken Péter Szijjártó toegaf dat er tijdens de wedstrijd tegen Engeland racistische incidenten hadden plaatsgevonden, suggereerde hij dat de ophef erover overdreven was. Wel bekritiseerde hij Engelse supporters die bij een eerdere wedstrijd het volkslied van de tegenstander met boegeroep hadden overstemd.

Orbán ging zelfs zo ver te suggereren dat de voetbalfans die de knielende Ierse voetballers uitjouwden waren uitgelokt. Op CNN zei hij: ‘Hun reacties zijn niet altijd even verfijnd, maar we moeten begrip hebben voor hun motieven… Ik sta aan de kant van de supporters.’

Toen de UEFA het verbood om tijden de wedstrijd tussen Hongarije en Duitsland op het EK de Allianz Arena in München te verlichten in de kleuren van de regenboogvlag, juichte Szijjártó de beslissing toe en noemde hij het plan ‘een politieke provocatie van Hongarije’.

Ondanks een ellenlange lijst van antisemitische, anti-zwarte, anti-Roma en homofobe incidenten houden prominente Hongaarse hooligans vol dat zij misschien ‘fanatici’ zijn, maar nog geen racisten. Toch wordt de supporterscultuur in en om veel Hongaarse voetbalstadia gedomineerd door extreemrechtse groepen – al maken zij maar een minderheid van de fans uit.

De Hongaarse keeper Péter Gulácsi sprak zich zelfs uit vóór lgbt-rechten en het homohuwelijk

Normaal gesproken richten deze extremistische supporters zich op hun rivaliteit met andere clubs, die soms uiterst gewelddadige vormen aanneemt. Maar zodra het nationale elftal speelt, zetten zij hun verschillen opzij en sluiten veel van hen zich aan bij de Karpatische Brigade, een in 2009 opgerichte groep hardcoresupporters van het nationale elftal met een lange geschiedenis van racistische, antisemitische en anti-lgbt-retoriek.

Deze Karpatische Brigade waarschuwde de supporters op haar Facebook-pagina bijvoorbeeld om, voordat zij naar Duitsland gingen, tattoos ‘die niet in overeenstemming zijn met lokale wetten’ te bedekken. Waarschijnlijk wordt gedoeld op een artikel uit het Duitse Wetboek van Strafrecht dat extremistische symbolen verbiedt, helemaal als die met neonazi’s geassocieerd zijn.

Zeker niet alle bij de Karpatische Brigade aangesloten supporters zijn neonazi’s, en lang niet alle Hongaarse fans deden mee met het boegeroep tegen Engelse en Ierse knielende spelers. Eerder dit jaar sprak de Hongaarse keeper Péter Gulácsi, die voor de Duitse club RB Leipzig speelt, zich zelfs uit vóór lgbt-rechten en het homohuwelijk.

Toch bleek uit een opensourceonderzoek van Bellingcat dat sommige supporters van het nationale elftal die vóór het EK beledigende anti-lgbt-spandoeken in hun bezit hadden en deze later in de stadions toonden, nauwe banden hebben met notoire extreemrechtse- en neonazigroeperingen.

‘LMBT? Nein Danke’

In de poulefasewedstrijd van het EK 2020 tegen Duitsland, die op 23 juni in München werd gespeeld, ontrolden Hongaarse supporters een spandoek met de tekst ‘LMBT? Nein Danke’ (LMBT is de Hongaarse afkorting voor lgbt). Erbij stond een grove, met de hand geschilderde afbeelding.

Het spandoek was die avond in München niet voor het eerst te zien. Al eerder die middag, zeker acht uur voor de wedstrijd, werd er een foto van gepost op een Telegram-kanaal van neonazi-hooligans van de club Budapest Honvéd FC, vaak afgekort als Kispest.

Het is geen geheim dat Légió Hungária, een aan de extreemrechtse partij Mi Hazánk gelieerde paramilitaire beweging, en extreemrechtse voetbalsupporters relaties met elkaar onderhouden. Légió Hungária plaatst geregeld berichten van extreemrechtse voetbalsupporters die hun bijeenkomsten bezoeken.

‘De gemeenschap van voetbalfans in Hongarije is erg nationalistisch en daar zijn we trots op’

Toen Bellingcat Légió Hungária om commentaar vroeg, wilde de organisatie Bellingcats vragen over hun relatie met de Karpatische Brigade niet beantwoorden. ‘De gemeenschap van voetbalfans in Hongarije is erg nationalistisch en daar zijn we trots op,’ vertelt een zegspersoon van Légió Hungária per e-mail. ‘Légió Hungária is solidair met alle voetbalsupportersgroepen die zichzelf rechts noemen.’

Légió Hungária liet Bellingcat bovendien weten dat het wenste dat alle landen ter wereld supporters hadden zoals de Hongaren – fans die tegen zogenaamde deviantsi zijn. Die fans maken van Hongarije, in hun woorden, een ‘baken’, waar deze ‘afwijkingen’ nooit wortel zullen schieten.

Na ons verzoek om commentaar te hebben ingewilligd, beklaagde Légió Hungária zich op haar Telegram-kanaal over de journalist van Bellingcat en zijn berichtgeving over de groep. ‘Als iemand zich niet eerlijk tegen ons gedraagt, dan proberen wij diegene als het even kan met gelijke munt terug te betalen.’

De acties van een minderheid van de Hongaarse voetbalfans stellen natuurlijk niet alle supporters van het nationale elftal in een kwaad daglicht, laat staan Hongarije als land. Maar de weigering van de Hongaarse regering om deze supporters, na de straf van de UEFA, af te vallen, is typerend voor hoe Orbán en zijn medestanders met internationale kritiek omgaan. De premier en zijn collega’s kloppen zichzelf op de borst over een vermeende Hongaarse wedergeboorte, die in zou gaan tegen een algehele, smorende ‘politieke correctheid’.

‘Voetbalsupporters hebben een belangrijk aandeel gehad in de opkomst van populistische, onliberale regeringen’

Het eerder genoemde commentaar van Péter Szijjártó is een goed voorbeeld van dit herwonnen Hongaarse zelfgevoel. In een Facebookbericht beklaagde hij zich over het slechte gedrag van Engelse fans jegens Italiaanse supporters tijdens de EK-finale. Szijjártó gaf weliswaar toe dat er racistische incidenten hadden plaatsgevonden tijdens de wedstrijd tegen Engeland, maar beklaagde zich over de ‘dubbele maatstaven’ die werden gehanteerd – geheel in lijn met eerdere reacties vanuit Boedapest op internationale kritiek.

Misschien bestaan er tussen de Hongaarse machthebbers en de marginale extreemrechtse groeperingen geen formele banden. Maar de weigering van politici om de acties van een kleine groep ‘fanatici’ te veroordelen, roept hoe dan ook vragen op. Weten ze wel hoe extreem de supporters zijn die deze spandoeken omhooghielden? En als ze het weten, maakt het ze dan iets uit? Voetbalsupporters hebben immers, volgens de Britse schrijver James Montague, ‘een belangrijk aandeel [gehad] in de opkomst van populistische, onliberale regeringen, vooral in Oost-Europa en op de Balkan’.

Volgens Montague, die een boek publiceerde over subculturen van voetbalsupporters, zijn hooligans door hun extreme standpunten heel lang outsiders bleven. Maar nu in landen als Hongarije, Servië en Polen de kleur van de regering is veranderd, ‘zijn deze gezichtspunten opeens niet meer zo radicaal. Veel politici beseften dat ze dit sentiment konden gebruiken.’

Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

360 is jarig en trakteert!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en krijg 3 maanden gratis toegang tot 360 online.