Niemand doet iets om Assad te stoppen

Revista 22/Presseurop  | 17 februari 2012 - 13:3317 feb - 13:33

Wat moeten we ondernemen tegen de bloedbaden in Syrië? Die vraag dringt zich steeds sterker op, maar het Westen, met Europa voorop, lijkt machteloos en besluiteloos.

Is er sinds de interventie in Libië soms iets veranderd in de voorwaarden? Deze vraag wordt gesteld in het Roemeense weekblad Revista 22.

Op de operatietafel van een ziekenhuis in Homs, de Syrische stad die door de legereenheden van president Assad wordt belegerd, ligt een jongetje van twee jaar. Hij is dood. Het huis waar hij met zijn ouders woonden werd getroffen door een granaat van de regeringstroepen. “Waar wacht de VN nog op? Tot alle kinderen en vrouwen van de stad zijn overleden?” Het zijn schokkende beelden met commentaar van Danny Abdul Dayem, een Brit van Syrische afkomst die actie voert tegen Assad, op video vastgelegd en verspreid via YouTube.

“Overal op straat liggen lijken en lichaamsdelen verspreid. Waarom helpt niemand ons? Waar blijft de menselijkheid in de wereld? En waar in hemelsnaam blijft de VN?”, vraagt hij wanhopig De regeringstroepen van de Syrische president Bashar al-Assad drukken nu al 11 maanden op bijzonder efficiënte wijze demonstraties van burgers de kop in. Er zijn al meer dan vijfduizend burgerslachtoffers gevallen. Toch hebben Rusland en China onlangs nog een resolutie van de VN-Veiligheidsraad tegengehouden, waarin een onmiddellijk staken van de gewelddadigheden werd geëist.

De internationale publieke opinie lijkt steeds meer verdeeld te raken in twee kampen. Enerzijds zijn er de voorstanders van een internationale interventie volgens de Verklaring over verantwoordelijkheid om te beschermen (‘responsability to protect’, R2P), die de algemene vergadering van de VN in 2005 aannam. Deze verklaring geeft de internationale gemeenschap het recht om op vreedzame wijze of met militaire middelen te interveniëren als de regering van een staat onder het mom van nationale soevereiniteit misdaden tegen de menselijkheid begaat. In het geval van Syrië betekent dit dat de Arabische Liga en Turkije met steun van de NAVO een bufferzone zou kunnen vormen die bevrijd blijft van regeringstroepen, om de opstandelingen te beschermen.

Daar staat een groep behoudende mensen tegenover. Zij voeren aan dat Syrië niet Libië is en dat de lokale omstandigheden die het succes van de NAVO-operaties in Libië mogelijk hebben gemaakt, in Syrië ontbreken. De Syrische oppositie is veel zwakker en meer gefragmenteerd. Er zijn geen strikte ‘grenzen’ tussen de twee kampen die zouden kunnen worden beveiligd door de luchtmacht, zoals dat in Benghazi is gebeurd. Het feit dat de executies in Syrië zich voltrekken in dichtbevolkte, stedelijke gebieden, maakt de zaak nog ingewikkelder.

Lees het volledige artikel uit Revista 22 op de site van Presseurop.

(Tekening van Giacomo Cardelli/Cartoon Movement)

Plaats een reactie

Niemand doet iets om Assad te stoppen (Revista 22/Presseurop)