• Die Welt
  • Reader
  • Meester van 
de perfecte tijd

Meester van 
de perfecte tijd

Die Welt | Berlijn | Helge Timmerberg | 09 januari 2019

Meester Philippe Dufour, de Zwitser die wel de paus van de horlogerie wordt genoemd, maakt de meest exclusieve horloges ter wereld. De wachttijd is zes jaar en de prijzen lopen in de zes cijfers. Op een veiling in New York ging onlangs een Dufour voor 915.000 dollar over de toonbank.

Waar kom ik vandaan? Waar ga ik naartoe? En hoelang moet ik nog? Wat de eerste vraag betreft: ik kom uit Lausanne. Vraag twee: ik ga naar Le Rocheray. En drie: niet te lang, hoop ik. Het boemeltreintje heeft me in de luren gelegd. Het stopt alleen als je als reiziger op tijd op een knopje drukt. Dat wist ik niet. Tot mijn verbazing zag ik het station waar ik zijn moest voorbijzoeven. De enige andere passagier in de wagon heeft het me uitgelegd. Dus ik moest een station later uitstappen.

Station? Ietsje groter dan een hok voor twee sint-bernards, maar er is in geen velden of wegen een hond te zien. Ook geen taxi. Ik zou al blij zijn ergens een bemand voertuig te zien. Of bevrouwd. Hoe dan ook. En het is niet vlak voor of vlak na middernacht, maar 21.13 uur. Hier, in the middle of nowhere, gaan ze vroeg naar bed.

Mijn rolkoffertje is volgeplakt met stripfiguren. 
Spiderman & co. Die superkracht zou me goed van pas komen, maar niks hoor, ik moet te voet. En zoals gezegd, ik heb geen idee hoelang nog. Alleen de richting klopt: terug. Zo dicht mogelijk langs de rails, en omdat ik die vanaf de weg niet de hele tijd kan zien, evenwijdig aan de oever van het meer. Niet die van het Meer van Genève: dat zou mooi geweest zijn, want daar is de lente inmiddels begonnen. Hierboven is de temperatuur helaas nog winters. Hier en daar ligt sneeuw. En er brandt nergens licht.

Langs de weg liggen een paar huizen, maar die 
staan leeg of iedereen slaapt. Ik ben goed ter been, 
en beweging is op mijn leeftijd aanbevelenswaardig, maar toch doet het vreemd aan. De laatste keer dat me iets dergelijks overkwam was vijftig jaar geleden in Albanië. Bovendien ben ik bang voor loslopende honden. Weliswaar zie ik er geen en hoor ik ze ook niet, maar mijn angst wordt er niet minder door. Ach, bestond Spiderman maar echt. Een simpele waarheid stelt me gerust: ik ben niet in Albanië.

Waarom stond de wieg van de klokkenmakerij in de Vallée de Joux? Omdat waar de tijd stilstaat, ze er tijd voor hebben

Ik ben in Zwitserland, in de Vallée de Joux, een dal zo hoog, afgelegen en door bossen en bergen ingesloten dat voor de zesde eeuw geen levende ziel zich hier wilde vestigen. Half Europa was op dat moment al gedwongen beschaafd door de Romeinen, volkeren verhuisden van hot naar her, overal was het feest, alleen hier wilde niemand naartoe. Het verbaast me niets: zes maanden winter, de temperatuur in juli is gemiddeld 14 graden en het is erg winderig.

Alleen een langstrekkende kluizenaar zag het wel zitten. Een uitstekend klimaat voor ascese en een eenzaamheid die Gode zeer welgevallig was. Een paar monniken voegden zich bij hem en dat was het. Pas driehonderd jaar later kwamen de eerste boeren met hun vee. En nog steeds was het voor iedereen eenzaam genoeg. Eenzaam is slecht uitgedrukt. Het geeft de zaken niet goed weer. Laten we het stilte noemen. En de kracht van het duimendraaien.

In de lange wintermaanden hadden de boeren niets te doen, tot in de zestiende eeuw eindelijk Franse hugenoten immigreerden, die hun lieten zien wat je kunt doen als de muren op je afkomen en het bij dertig, soms veertig graden onder nul niet echt de moeite loont een eindje te gaan wandelen.

Klokken

Op de vraag waarom de wieg van de klokkenmakerij in de Vallée de Joux stond, luidt het meest gangbare antwoord: waar de tijd stilstaat, hebben ze er tijd voor. Audemars Piguet, Breguet, Jaeger-LeCoultre, Meylan, Bulgari, tot voor kort zeiden deze namen me niets. Ik ben geen horlogefreak, ik heb niet eens een horloge, maar voor iedereen uit de branche en voor alle liefhebbers van deze gecompliceerde micro-universums en natuurlijk voor iedereen die altijd en overal wil of moet laten zien hoe rijk hij is (want waar en wanneer doe je je horloge af?) klinken deze namen als paukenslagen.

Allemaal wereldmerken, allemaal legendes. Ook de horloges van monsieur Philippe Dufour komen uit dit dal. En alleen vanwege hem sleep ik nu mijn Spidermanrolkoffertje achter me aan, tot er na een halfuur aan de donkere horizon een lichtje tevoorschijn komt dat niets anders kan zijn dan mijn hotel. Dat klopt. Het is 21.45 uur, en er zit nog iemand bij de receptie. Dat is in deze streek een mazzeltje. Maar het restaurant gaat net dicht. Dat is pech. Met succes bedel ik een beetje kaas, brood en rode wijn bij elkaar, waar ik 53 frank voor moet betalen. Welkom in Zwitserland: where bullshit walks and money talks.

Ik slaap nooit voor twee uur ’s nachts. Televisiekijken wil ik niet omdat ik de batterijen van mijn gehoorapparaten moet sparen omdat ik natuurlijk geen reserve heb meegenomen. Soms doe ik er tien dagen mee, soms twee weken, maar het probleem met die dingen is dat ze zonder waarschuwing de geest geven. Opeens is het afgelopen en hoor ik niets meer. Dat mag me morgen in elk geval niet overkomen: zonder gehoor bij monsieur Philippe Dufour.

Welkom in Zwitserland: where bullshit walks and money talks

Daarom doe ik mijn gehoorapparaten uit, laat de televisie uit en breng een paar heerlijke uren door 
op het balkon. Voor me ligt het Lac de Joux, een meer van negen kilometer lang en een kilometer breed dat bijna elke winter helemaal dichtvriest omdat het dal de kou vasthoudt. Maar inmiddels is het ijs verdwenen en kabbelen er kleine, fijne, betoverende golfjes. Het licht van de volle maan wordt er als zilvergoud in weerspiegeld. Ik wist niet dat de mengeling van die twee bestond. De besluiteloosheid van licht. In elk geval een kostbaar moment.

Zou je dat kunnen mislopen? Bestaan daar ook klokken voor? Als die ooit worden uitgevonden, dan hier, want in de Vallée de Joux hebben ze een horloge geconstrueerd met een maanfasekalender die gegarandeerd 1050 jaar meegaat. Het bestaat uit 2050 onderdelen en kost 300.000 euro. Een product van Breguet. En bij de buren Jaeger-LeCoultre creëerden ze een horloge met 26 verschillende functies, waarvan men zegt dat het het meest gecompliceerde horloge ter wereld is.

© Frank Zauritz
© Frank Zauritz

Klein, kleiner, kleinst

Bijna alles is hier uitgevonden en in principe ging het daarbij steeds maar om één ding: kleiner, steeds kleiner, tot het niet kleiner kon. Alles, van torenklok tot staande klok, van staand horloge tot zakhorloge, en ook het eerste echte polshorloge werd in de Vallée 
de Joux gefabriceerd. Steeds kleiner en steeds meer functies, zo gaat het hier al eeuwen. De laatste opzienbarende innovatie uit het dal is een polshorloge dat de tijd aangeeft met klokslagen, net als een kerkklok: elk heel uur, elk kwartier, zelfs elke minuut als je wilt.

En niet vergeten: in de Vallée de Joux praat men niet over digitale horloges. Piepkleine hamertjes moeten het doen. Dat noemen ze hier ‘volledige minutenrepetitie’. Op de Uhrenmesse in Bazel werd het raffinement van het micromechanisme alom geprezen en de maker werd gelauwerd als een van de besten 
in zijn vakgebied.

Sommige mensen zeggen dat hij de beste is, maar ook de eigenzinnigste, omdat hij niet steeds méér horloges wil produceren en verkopen, maar steeds perfectere. Daarom werkt hij alleen. Hij kan gewoon geen medewerker vinden die aan zijn eisen voldoet. Tien keer heeft hij het geprobeerd en een opvolger opgeleid en elke keer verdeed hij zijn tijd. Bij hem is elk horloge dan ook een meesterwerk van zijn meesterhand. Je moet er zes jaar op wachten. En mag jezelf gelukkig prijzen als je er een kunt krijgen.

Of precies het horloge dat je graag wilt hebben. Zonder reclame-, pr- en marketingstrategie is er voor zijn horloges meer vraag dan hij kan honoreren. In principe wordt er van alle modellen slechts een gelimiteerd aantal geproduceerd, wat tot een aanzienlijke waardestijging op de markt voor tweedehandshorloges leidt. Op een veiling bij Phillips in New York ging onlangs een ‘Duality’ voor 915.000 dollar over de toonbank. Zoals gezegd, monsieur Philippe Dufour 
is een legende en ik verheug me op onze ontmoeting.

De horloges brengen genoeg op

De zon, eindelijk de zon, maakt me wakker en begeleidt me als ik op weg ga naar de koning van de horlogemakers. Ik kom langs melkbussen, koeien, 
boerderijen, hekken en een wilde gemsbok die vrij rondloopt. De mensen die ik tegenkom, groeten me beleefd. Ontspannen mensen, vrijwel zonder zorgen om het bestaan. De horloges brengen genoeg op.

Verspreid rond het meer wonen 6500 Zwitsers, maar in de 40 ateliers zijn 7000 vaklui nodig. De overige komen uit Frankrijk. Meer arbeidsplaatsen dan inwoners, waar zie je dat nog? Samen realiseren ze een omzet van meer dan 2 miljard Zwitserse frank (zo’n 1,8 miljoen euro) per jaar. Daarmee hoort de Vallée de Joux tot de vijf economisch meest succesvolle regio’s van het toch al florerende Zwitserland. Goddank lijkt de horloge-industrie niet op zware industrie. Je merkt er haast niets van. Wat ik zie, ik zei het al, is melk in koeien en kannen, omgeven door bossen en weiden.

Zestigduizend stukjes

Tegenover een zuivelfabriek moet ik zijn. De deur van zijn werkplaats gaat open. ‘Bonjour, monsieur Dufour.’ ‘Kijk eens aan, monsieur Helge Timmerberg.’ Het klinkt Franser dan je het schrijft. Hij legt de klemtoon op de laatste lettergreep van mijn achternaam en rekt de e’s tamelijk lang uit, met mijn voornaam doet hij hetzelfde en hij verzwakt bovendien de g tot een j en slikt de h op een of andere manier in. Dat bevalt me wel. En ook de vrolijkheid waarmee hij dat doet bevalt me. Net als de hartelijkheid. En de werkplaats bevalt me nog meer.

Het is erger dan ik dacht. Erger in de zin van beter, maar ook in de zin van: help! Ik bedoel: over zestig vierkante meter liggen zestigduizend stukjes horlogemakerstovenarij verspreid, en dat kan ik niet aan. Daarom brengt monsieur Philippe Dufour me naar zijn keukentje, waar we aan een tafel gaan zitten die vol ligt met chocoladereepjes. De kleinste die er zijn, maar daar wel een hele berg van. En hij heeft koffiegezet.

Ik heb over Tibetaanse lama’s gehoord die aan iemands voorhoofd kunnen zien wat voor leven hij heeft geleid. Het hele scala. Zijn goede en zijn slechte daden, zijn twijfels, waar hij in gelooft, elke misdaad, elke verovering in de liefde. Dat kan ik niet. Ik kan alleen een beetje zien of iemands gezicht geluk uitstraalt. Of iemands rimpels veroorzaakt zijn door lachen of door zorgen. En of hij van het leven geniet of dat hij er een rommeltje van maakt. Naast me zit een man die niet alleen alles van het leven weet, maar er ook iets van weet te maken. Hij heeft alles goed gedaan.

Het ambacht had het door de uitvinding van het kwartshorloge zwaar te verduren, net als kranten en boeken tegenwoordig van het internet te lijden hebben

Monsieur Philippe Dufour werd bijna zeventig jaar geleden in de Vallée de Joux geboren als zoon van een klokkenmaker wiens vader ook al klokkenmaker was, en wat moest hij als klokkenmakerszoon en -kleinzoon tegelijk anders dan zelf ook klokkenmaker worden. We weten inmiddels dat genen niet alleen biologische, maar ook intellectuele en emotionele informatie doorgeven aan de kinderen en kleinkinderen, en in de familie Dufour hebben die behalve een vaste hand en een goed oog ook de liefde voor horloges en een passie voor precisie geërfd.

Zijn leerjaren bracht hij bij Jaeger-LeCoultre door, 
hij slaagde met vlag en wimpel voor al zijn examens, men ontdekte zijn potentieel en stuurde het talent voor zijn verdere opleiding naar meesters in de grote wijde wereld. Frankfurt, Londen, de Maagdeneilanden.

‘Hoelang bent u in de Caraïben gebleven?’
‘Twee jaar.’

‘Hoe oud was u toen?’
‘Vijfentwintig.’

Moet ik monsieur Philippe Dufour vragen wat hij in de Caraïben nog meer heeft gedaan dan horloges maken? Ik laat het zitten. Ik heb ook twee jaar in de Caraïben gewoond en weet wel zeker dat de vrolijkheid die zo karakteristiek voor hem is niet in de laatste plaats samenhangt met zijn herinneringen aan die tijd. Daarom is hij ook zo tevreden. Hij heeft het allemaal gezien. Zij hebben hem gezien.

Dat is voldoende. Terug in de Vallée de Joux heeft hij nog een paar jaar bij Audemars Piguet gewerkt, maar zelfs 
een talent als hij was daar alleen met een deeltje van het grote geheel bezig en de dag dat in monsieur Phillippe Dufour het verlangen naar het hele horloge ontwaakte, was niet ver meer. Net als het verlangen er zijn eigen naam op te zetten.
Hij had geen slechter moment kunnen kiezen om de stap naar zelfstandigheid te zetten. Het ambacht had het door de uitvinding van het kwartshorloge zwaar te verduren, net als kranten en boeken tegenwoordig van het internet te lijden hebben.

Hij had geen slechter moment kunnen kiezen om de stap naar zelfstandigheid te zetten. Het ambacht had het door de uitvinding van het kwartshorloge zwaar te verduren, net als kranten en boeken tegenwoordig van het internet te lijden hebben. Tweederde van de arbeidsplaatsen verdween. Maar daar bekommerde monsieur Philippe Dufour zich niet om. Hij dacht anticyclisch, kocht voor een appel en een ei machines en gereedschap van mensen die het hadden opgegeven en bouwde zijn ding-dong-ding: het ‘répétition minutes à Grande et Petite sonnerie’-mechanisme, eerst als zakhorloge, als een soort proeve van bekwaamheid.

Daar had hij vijf jaar voor nodig. In de twee jaar daarna stopte hij al zijn energie in een polshorloge, waarmee hij in één klap wereldberoemd en veelgevraagd werd. Monsieur Philippe Dufour heeft er ook een verklaring voor.

Spirituele discipline

‘In deze tijd heeft niemand meer een horloge nodig om te weten hoe laat het is. Maar het is het enige sieraad dat een man kan dragen.’ Mannensieraden hebben geen glitters nodig. Mannensieraden vragen niet om parels. Mannensieraden moeten een intrinsieke waarde hebben. In dit horloge, dat ieder uur ding en ieder kwartier ding-dong zegt, zitten naast 2000 werkuren van het hoogste niveau 420 onderdelen in een kast met een doorsnee van 41 millimeter en een hoogte van 12 millimeter, en elk onderdeeltje, elk stukje, radertje, schroefje, veertje en hamertje is door monsieur Philippe Dufour zelf met de hand getekend, uitgesneden, gevijld, gepolijst en gemonteerd tot een perfect werkend mechanisme dat een halve eeuwigheid blijft tikken.

Een hele eeuwigheid wil hij niet zeggen, omdat hij, een afstammeling van hugenoten, bescheiden is. Zij verafschuwden blasfemie en verhieven vlijt en de onvoorwaardelijke wil tot precisie tot het toonbeeld van spirituele discipline. Horloges zijn zijn religie. En wie zegt dat religie goedkoop is: zijn eersteling ging voor 700.000 Zwitserse frank (ruim 600.000 euro) van de hand in Singapore. Monsieur Philippe Dufours ogen lichten 
op als hij het vertelt.

‘Aan de telefoon zeiden ze: “Kom hierheen, en als we tot overeenstemming komen, betalen we uw reiskosten ook. Zo niet dan moet u uw vlucht en hotel zelf betalen.” Dat vond ik eerlijk, maar het viel me niet makkelijk. Niemand had de in totaal zeven jaar ontwikkelingstijd die dit horloge me had gekost gefinancierd. En toen ik daar was, wilden ze meteen korting krijgen. Toen heb ik met mijn vuist op tafel geslagen. Hoezo korting, dit horloge is het enige dat er is. En als u er nog een wilt, heb ik daar weer een paar jaar voor nodig. Plus een voorschot. Ze braken de onderhandelingen af, maar kwamen er de volgende dag op terug. Niet om mij te vermurwen, maar om te voorkomen dat iemand daar gezichtsverlies leed.

Bij de Chinezen heb ik een hele hoop geleerd. Zij waren niet zelf de kopers, ze onderhandelden namens een sultan. De volgende dag zeiden ze dat de sultan akkoord ging met mijn prijs en dat hij er nog drie wilde bestellen. In witgoud, roségoud en platinagoud maar liefst! Dat was een goede dag.’ Monsieur Phillippe Dufour schudt van het lachen. Hij grijpt gewoon iedere gelegenheid om te lachen aan. De loep op zijn voorhoofd schudt mee. Die zet hij bijna nooit af. ‘Het is mijn derde oog,’ zegt hij, en opeens moet ik aan mijn vriendin denken.

Zij mediteert iedere dag een uur, vier concentratieoefeningen van ieder een kwartier. Met haar ogen dicht. Als ik haar vertelde over een horloge dat elk kwartier ding-dong doet, zou ze er meteen een willen hebben, zodat ze niet meer op de klok hoeft te kijken om op het juiste moment van meditatietechniek te wisselen. ‘Helaas moet ik uw vriendin teleurstellen,’ zegt monsieur Philippe Dufour, ‘dat horloge maak ik allang niet meer.’

De grote samoerai van de horlogemakers heeft zijn leven gewijd aan de strijd tegen het compromis

‘Goddank,’ zeg ik. Ik kan niet eens het goedkoopste model betalen. De ‘Simplicity’ heeft geen klokslagen en kan behalve de basisfuncties niets speciaals, maar het is waarschijnlijk het mooiste horloge ter wereld in de prijsklasse van 20.000 tot 50.000 Zwitserse frank (ongeveer 44.513 euro). Ook de productie van 
dit horloge is gelimiteerd, maar wel tot een groter aantal. Tweehonderd en niet meer. En die zijn allang weg. Desondanks vragen er elke week nog drie tot vier mensen naar.

Die stuurt hij allemaal een afwijzend antwoord, maar ze blijven hem op zijn zenuwen werken en vragen in een volgende e-mail om zijn rekeningnummer. Ik kan het bevestigen. Op internet vond ik op een horlogeblog onder de titel ‘Wat heb ik fout gedaan?’ de volgende wanhopige bijdrage: ‘Ik heb voor mijn vrouw een “Patek Phillippe 4506” gekocht en zojuist een “Panerai 351” besteld. En ik wil graag een Phillippe Dufour. Ik heb hem geschreven hoe dol ik op de “Simplicity” ben 
en dat ik er ook graag wat meer voor wil betalen, maar mevrouw Dufour heeft me gemaild dat ze me bedankt voor mijn belangstelling maar dat het horloge niet meer te koop is.

Toen heb ik nog een mail gestuurd en uitgelegd dat ik het aan mijn schoonvader cadeau wil doen, die al vijftien jaar verliefd is op de “Simplicity”. Geen antwoord. Ten slotte heb ik in een derde e-mail naar zijn rekeningnummer gevraagd om hem wat milder te stemmen met een behoorlijk voorschot. Maar geen reactie. Wat kan ik nog meer doen?’

Ongekunsteldheid

Er is niets wat hij kan doen, want zo werkt het bij monsieur Philippe Dufour niet. Ik heb trouwens op datzelfde moment een ‘Simplicity’ in mijn hand, de zijne, die hij voor zichzelf heeft gemaakt. Serienummer 00. Zijn schoonheid is zijn ongekunsteldheid. Platina kast, saffierglas, drie dauphinewijzers en een eenvoudige wijzerplaat. Hoe langer ik ernaar kijk, hoe beter ik begrijp waarom hij van de ‘Simplicity’ alleen al in Japan 120 exemplaren heeft verkocht, want de schitterende eenvoud in combinatie met de luisterrijke perfectie wordt daar ‘zen’ genoemd.

In Japan staat Monsieur Phillippe Dufour dus in hoog aanzien. Hij wordt er geëerd als de grote samoerai van de horlogemakers, die zijn leven heeft gewijd aan de strijd tegen het compromis. Dat inspireert mij weer tot een intieme vraag.

‘Wat ziet u als u uw ogen dichtdoet?’
‘Tandwieltjes,’ zegt de zenmeester.

Inmiddels ben ik wel aan de werkplaats toe, maar ik wil eerst nog even buiten een sigaretje roken. Dat hoeft niet, want hij rookt zelf ook. Omdat rook goed is voor de horloges, zoals hij zegt. Hij rookt pijp. Overal liggen pijpen, apart of bij elkaar in mandjes. En overal staan kaasstolpen met uurwerken of onderdelen van uurwerken eronder en soms iets wat eruitziet als een hoopje stof maar schroefjes blijken te zijn. Op tafels liggen vijltjes, freesjes, zaagjes en wat al niet, allerlei doosjes met van alles erin, puntig miniatuurgereedschap in champagnekurken geprikt, rondslingerende loepen.

Negentig procent van de onderdelen wordt door monsieur Dufour eigenhandig gemaakt, en als ik me een vergelijking mag permitteren: ik zeg vaak dat schrijven net is als koffiezetten. Bovenaan zit een groot waterreservoir dat tot de rand toe is gevuld met woordjes, onderaan komt er espresso uit. Dat heet poëzie. Bij monsieur Phillippe Dufour verdicht een container vol fijnmechaniek en speciaal gereedschap zich op enig moment tot een horloge. Maar hoelang nog? Deze zomer wordt hij 70. Voor het eerst kijkt hij me een beetje droevig aan, misschien omdat hij geen opvolger heeft gevonden om zijn kennis aan door te geven.
‘Iedere keer als een van ons met pensioen gaat,’ zegt hij, ‘wordt er een bladzijde uit het Grote Boek van de horlogemakerij gescheurd.’

Auteur: Helge Timmerberg

Die Welt
Duitsland | dagblad | oplage 202.000
Profileert zich als conservatief. Op economisch gebied zeer uitgebreid, tevens aandacht voor toerisme en de huizenmarkt. 
In 1946 door de Britten in Hamburg opgericht.

Dit artikel van Helge Timmerberg verscheen eerder in Die Welt.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.