• Univision
  • Economie
  • Op weg naar 
een nieuw leven

Op weg naar 
een nieuw leven

Univision | David Adams | 18 februari 2017

In een Extended Stay-hotel in Miami vertelt een Cubaans echtpaar over hun odyssee van tien maanden door vier landen, op weg naar een nieuw leven in de Verenigde Staten.

De tranen stromen Regla Monte Rey (43) over de wangen, als ze terugdenkt aan de hachelijke tocht over de nachtelijke zee die zij en haar man met hun twee tienerzoons afgelopen zomer maakten naar een onbewoond eiland voor de kust van Puerto Rico. ‘Ik bad de hele tijd tot God, om ons te helpen, en ook tot alle orisha’s [Afro-Cubaanse religieuze geesten] die er maar zijn.’

Als wij Monte Rey, haar man German Correoso (59) en hun zoons Kevin (15) en Kendry (14) tegenkomen, zijn ze net aangekomen in Miami. Vandaar volgen we ze verder, tot ze zich uiteindelijk zullen vestigen in Lancaster, Pennsylvania. Hun verhaal is het verhaal van tienduizenden Cubaanse gezinnen die elk jaar van het communistisch bestuurde eiland vertrekken, om gebruik te maken van een zeer gulle immigratieregeling voor Cubanen in de Verenigde Staten op grond van de Cuban Adjustment Act uit 1966.

Er klinkt steeds meer kritiek op die wet, ook uit de hoek van Cubaanse ballingen die al veel langer in Miami wonen. Volgens hen maken economische migranten van het eiland er misbruik van. De afgelopen maanden is het aantal Cubanen dat naar de VS komt om een verblijfsvergunning aan te vragen explosief gestegen: mensen zijn bang dat die wet door de regering-Trump zal worden afgeschaft.

Volgens cijfers van de Amerikaanse douane hebben zich vorig jaar zo’n 54.000 Cubanen als migrant bij Amerikaanse grensposten gemeld. Dat is twee keer zoveel als in het jaar daarvoor. Daarnaast komen er jaarlijks nog zo’n 30.000 Cubanen via de officiële kanalen naar de VS, met een door de ambassade verstrekt visum voor gezinshereniging, via politiek asiel of dankzij het wereldwijde programma waarin visa worden verloot. In Cuba zelf veroorzaakt de wet ondertussen verscheurde families en een leegloop aan Cubaans talent, van artsen tot honkballers.

‘Ik mis mijn dochter en mijn kleinkinderen zo,’ zegt Monte Reys moeder, Caridad Guerrero (61), die tegenover het vroegere huis van Correoso en Monte Rey woont in Vieja Linda, een arbeiderswijk met straten vol gaten aan de zuidelijke rand van Havana. ‘Hun vertrek heeft mijn leven verwoest. Ik zou ze daar heel graag willen opzoeken, maar niet om er ook te gaan wonen. Ik ben gelukkig hier in Cuba.’

Verkeerde kant

Toen Correoso, Monte Rey en hun twee zoons in september vorig jaar Cuba verlieten en op weg gingen naar de Verenigde Staten, hadden ze geen vastomlijnd reisplan. De twee voormalige leerkrachten hadden het geld voor de reis bij elkaar gebracht met de verkoop van al hun bezittingen, waaronder hun huis en hun auto. Gewapend met hun paspoort, wat contant geld en een koppige vasthoudendheid, begonnen ze aan de eerste etappe van hun reis: per vliegtuig over de Caribische Zee – maar wel de verkeerde kant op. In plaats van naar het noorden te vliegen, naar Miami, dat nauwelijks 300 kilometer van Havana ligt, gingen ze 3000 kilometer naar het zuiden, naar Guyana, een tropisch landje aan de noordkust van Zuid-Amerika. Dat is een van de drie landen waarvoor Cubanen geen visum nodig hebben (de andere twee zijn Trinidad en Rusland). Meteen na aankomst in de hoofdstad Georgetown stapten ze in een bus voor een rit van veertien uur door de jungle, naar de grens met Brazilië, een kleine 400 kilometer verder naar het zuiden. Eenmaal over de grens namen ze een taxi naar de stad Boa Vista en vandaar weer een vliegtuig, nu naar de hoofdstad Brasilia.

Veel andere Cubanen ondernemen daarvandaan de gevaarlijke reis over de Amazone naar Colombia en dan door het ondoordringbare Darién-oerwoud naar Panama, maar Correoso en Monte Rey gingen liever op zoek naar andere mogelijkheden.

‘In Centraal-Amerika wemelde het van de Cubanen die hetzelfde wilden als wij,’ vertelt Correoso. ‘Maar dat werd steeds moeilijker toen eerst Nicaragua en daarna Costa Rica en Panama hun grenzen voor Cubanen sloten.’

Het gezin bemachtigde een tijdelijke werkvergunning in Brazilië. De ouders werkten als bordenwasser in restaurants, de twee jongens gingen naar school. Maar in Brazilië blijven was voor hen geen optie. ‘We maakten ons grote zorgen over de veiligheid daar. Die was heel anders dan we in Cuba gewend waren,’ vertelt Monte Rey. In de negen maanden die volgden probeerden ze de volgende etappe van hun reis te regelen en uiteindelijk kozen ze voor een andere populaire smokkelaarsroute. Met hulp van vrienden en familie in de Verenigde Staten kochten ze in juli vliegtickets naar de Haïtiaanse hoofdstad Port-au-Prince. Daarvandaan namen ze een klein vliegtuig naar de tweede stad van Haïti, Cap-Haïtien, aan de noordkust, waar ze smokkelaars troffen die hen ’s nachts te voet de grens met de Dominicaanse Republiek over brachten.

In hun krappe kamer, die bijna geheel in beslag wordt genomen door twee tweepersoonsbedden, zijn Correoso en Monte Rey een en al dankbaarheid voor de hulp die ze hebben gekregen, en vol ongeduld om verder te gaan met hun leven

‘We liepen en liepen, door de bergen en twee rivieren, terwijl we ons de hele tijd verborgen hielden. Twee gidsen hielpen ons, het was een donkere, maanloze nacht,’ vertelt Correoso.

Ze bleven twaalf dagen in de Dominicaanse Republiek, onderweg naar het badplaatsje La Romana aan de zuidoostkust. Daar zijn smokkelaars met yolas, smalle bootjes met buitenboordmotoren, die migranten een overtocht bieden over de gevaarlijke Mona Passage, een drukke scheepvaartroute die de Dominicaanse Republiek scheidt van het Amerikaanse grondgebied van Puerto Rico. De familie wist dat de VS een natuurgebied op het eiland beheren en dat zij als Cubanen daar welkom zouden zijn.

Ze vertrokken bij het invallen van de schemering, zestien mensen in een krappe open boot, in rijen naast elkaar, zonder de beschutting van een dek of hut. De Mona Passage is berucht om haar woelige zee en sterke stromingen. Terwijl de kust achter hen uit het zicht verdween, begonnen de golven aan de boot te rukken, zodat die heftig schommelde. ‘Dat waren de moeilijkste en gevaarlijkste acht uur die ik ooit heb doorgemaakt,’ vertelt Correoso. ‘De golven werden steeds hoger en op een gegeven moment dachten we dat we het niet zouden halen. Ik dacht dat de boot zou zinken. Mijn jongste zoon naast me klampte zich aan de bank vast, ik sloeg mijn armen om hem en zijn moeder heen; onze andere zoon lieten we op de bodem van de boot zitten, tussen onze benen.’

Bij het krieken van de dag landden ze op het eiland Mona, op 26 juli. Uitgeput en opgelucht bleven ze op het strand zitten tot de zon opkwam, voor ze op zoek gingen naar de Amerikaanse kustwacht. Uren later, nadat ze te eten hadden gekregen, zaten ze aan boord van een Amerikaanse helikopter die hen naar San Juan vloog. De volgende halte: Miami.

Cubaanse migranten in Costa Rica in 2015. Het land sloot onlangs de grenzen voor Cubanen. – © Getty
Cubaanse migranten in Costa Rica in 2015. Het land sloot onlangs de grenzen voor Cubanen. – © Getty

Wij ontmoeten Correoso, Monte Rey en de jongens drie weken na hun aankomst in Miami, in een hotel in de buurt van het vliegveld, waar ze zijn ondergebracht in het kader van een federaal programma voor Cubaanse migranten, dat onder leiding staat van kerkelijke hulporganisaties. Ze zijn in afwachting van een bericht over hun uiteindelijke verhuizing naar Lancaster in Pennsylvania, waar ze met hulp van de Church World Service, een protestantse hulporganisatie voor immigranten en vluchtelingen, een nieuwe plek hopen te vinden. Ze krijgen hulp bij het invullen van immigratieformulieren, waaronder een aanvraag voor een permanente verblijfsvergunning – de beroemde green card – en voor sociale voorzieningen, zoals een uitkering van drie maanden voor huisvesting en voeding. Het hotel zit vol Cubanen, sommigen zijn verbrand door de zon na hun reis over zee op een zelfgebouwd vlot naar de kust van Florida. In hun krappe kamer, die bijna geheel in beslag wordt genomen door twee tweepersoonsbedden, zijn Correoso en Monte Rey een en al dankbaarheid voor de hulp die ze hebben gekregen, en vol ongeduld om verder te gaan met hun leven.

‘Het was een geweldige verrassing om te merken hoeveel hulp Cubanen hier krijgen,’ zegt Monte Rey.

Waarom zijn ze aan dit riskante avontuur begonnen? ‘De levensomstandigheden in Cuba zijn niet gemakkelijk en het werd steeds moeilijker voor ons,’ vertelt Correoso.

Monte Rey gaf wiskunde en Correoso biologie, voordat ze een paar jaar geleden hun baan van 25 dollar per maand opgaven en op zoek gingen naar beter betaald werk. ‘We wilden iets gaan doen dat ons wat meer armslag zou geven. Dus stopten we met het onderwijs,’ vertelt Correoso. Hij vond eerst een baan als inspecteur bij het ministerie van Arbeid en Sociale Zekerheid, werkte daarna als directeur logistiek bij de cargoterminal op de luchthaven van Havana, en uiteindelijk als bestuurder van landbouwmarkten in zijn eigen provincie.

‘Een baan krijgen is niet zo moeilijk in Cuba; wat moeilijk is, is een baan krijgen die je iets oplevert. Soms voel je je een vreemdeling in je eigen land, omdat je allerlei dingen niet kunt doen die anderen zich wel kunnen veroorloven, zoals uit eten gaan in een goed restaurant of in een hotel logeren.’ Zijn vrouw voegt daaraan toe: ‘Zo is het in Cuba. Ik denk niet dat veel mensen nu om politieke redenen weggaan. Cubanen houden zich nauwelijks met politiek bezig.’ Toch zeggen ze allebei dat politiek wel een rol heeft gespeeld in hun besluit.

‘Misschien vluchten we voor een systeem waar we niet achter staan. Want als we één ding zeker weten, is het wel dat we geen communisten willen zijn, dat we het rare socialisme dat we daar hadden niet meer willen,’ zegt Correoso. Het tijdstip van hun vertrek had ook alles met politiek te maken, want de angst was groot dat de Cuban Adjustment Act binnenkort zou worden herroepen. ‘Veel Cubanen die naar de Verenigde Staten migreren, vrezen het ergste voor die wet,’ vertelt Monte Rey.

‘Iedereen beseft dat die weleens kan verdwijnen, want we hebben geen idee wat de regering-Trump gaat doen. We zien ook wel dat die wet niet eeuwig blijft bestaan.’

Duizend dingen doorgemaakt

De afgelopen twee jaar onder president Obama hebben er grote verschuivingen plaatsgevonden in het Amerikaanse Cubabeleid, zoals het herstel van de diplomatieke betrekkingen, maar volgens Correoso is er op straat in Cuba weinig veranderd. ‘Mensen verliezen de moed, ze zien hoe de tijd verstrijkt, er wordt niets opgelost en sommige problemen worden alleen maar nijpender.’ Nog steeds zijn er allerlei meningsverschillen tussen Cuba en de Verenigde Staten die onoverbrugbaar lijken,’ zegt hij, in een verwijzing naar het Amerikaanse economische embargo en de aanspraken van beide landen op hetzelfde grondgebied, zoals de Amerikaanse marinebasis in Guantánamo. ‘Wij gewone Cubanen zijn in dit conflict meegesleurd, we hebben het gevoel dat we in de val zitten.’

Eind augustus hebben ze nog een keer hun spullen ingepakt, voor de verhuizing naar hun nieuwe thuis in Pennsylvania. Als ze er aankomen, krijgen ze een envelop met geld, de huissleutel en een kaart waarop belangrijke plekken staan aangegeven, zoals de plaatselijke supermarkt.

‘Zo heerlijk,’ zegt Monte Rey. ‘Ik heb het zo gemist om zelf te kunnen koken. Het enige wat hier nu nog ontbreekt is een dominospel, om het nog Cubaanser te maken.’ Voor hun eerste maaltijd maakt Monte Rey rijst met bonen, Correoso roostert varkensvlees – traditioneel Cubaanse kost.

De jongens verheugen zich op hun nieuwe school – en op de winter. ‘Ik heb nog nooit sneeuw gezien. Het lijkt me fantastisch om sneeuw aan te raken,’ zegt Kendry. ‘Ik heb nog zo veel te leren,’ voegt hij eraan toe. ‘Later zal ik mijn kinderen vertellen over alles wat ik heb doorgemaakt. En op een dag ga ik naar Cuba en dan vertel ik iedereen daar, al mijn vrienden: ‘Ik heb duizend dingen doorgemaakt om te komen waar ik nu ben.’

Terug in Havana vertelt Monte Reys moeder, Caridad Guerrero, hoe leeg haar leven is nu ze weg zijn. Haar dochter heeft geheimgehouden dat ze wilden gaan emigreren en vertelde het haar pas toen ze al in Brazilië zaten, per telefoon. Guerrero kon tijdens dat telefoontje nauwelijks een woord uitbrengen tegen haar dochter. ‘Mijn keel werd dichtgeknepen en ik hing op,’ vertelt ze, in de schommelstoel op haar veranda.

Als bescherming van het huis heeft ze een kleine smeedijzeren presse-papier in de vorm van een pijl en boog bij de drempel van haar voordeur gezet. Het is een symbool van de Afro-Cubaanse god Ochosi. Het beeldje is van Monte Rey geweest en moet ook haar beschermen. Haar naam staat op het velletje papier dat eronder ligt. Moeder en dochter zijn allebei ingewijd als heiligen in de Santería-religie van Cuba.

In een glazen vitrine tegen een muur in de tuin staat de manshoge menselijke figuur van Sint Lazarus, die gezien wordt als een helende god [Babalú-Ayé, in de Cubaanse Yoruba-religie]. Buiten in het park spelen kinderen op kapotte, roestige schommels, terwijl anderen zich op straat van de heuvel omlaag storten op chivichanas, zelfgemaakte houten skateboards. Straatverkopers prijzen luidkeels hun waren aan. ‘Hay papas [Er zijn aardappelen],’ roept een man. Twee andere mannen zijn verdiept in een partijtje schaak in de schaduw van een palmboom, met het schaakbord wiebelend op hun knieën. Een gezin maakt een pan vers varkensvlees klaar op een houtvuur aan de kant van de weg.

Op de plaatselijke markt denkt men met genegenheid terug aan Correoso. ‘German is een goed mens,’ zegt Humberto Martinez (46). ‘Het leven is niet gemakkelijk en we wensen hem het beste toe.’ Gema Mora (33) herinnert zich haar vroegere buren nog goed. ‘Ze verdienen het om te zijn waar ze nu zijn,’ zegt ze. ‘Ze waren de beste kameraden die ik me kon wensen.’ Correoso en Monte Rey zijn de peetouders van haar vijfjarige dochter Leancy. Het meisje lacht als ze hun namen hoort. ‘Wanneer komt het vliegtuig mij ook ophalen?’ vraagt ze.

De reis van Regla, German en hun kinderen. – © Courrier International
De reis van Regla, German en hun kinderen. – © Courrier International

Guerrero denkt met weemoed terug aan de momenten dat ze van haar werk in een café thuiskwam en iets te eten klaarmaakte voor Kevin en Kendry als die uit school kwamen. Dan keken de jongens naar tekenfilms op tv tot hun ouders thuiskwamen. Na hun vertrek was ze dodelijk ongerust, want ze had al te veel verhalen gehoord van op zee verdwenen of te lang van elkaar gescheiden families. Twee keer is ze in het ziekenhuis beland als gevolg van stress en haar diabetes. Ze heeft een duidelijke mening over illegale emigratie. ‘Ik zou willen dat mensen niet op die manier vertrokken. Waarom nemen ze dat risico?’ vraagt ze in haar schommelstoel, met de hond van haar buren op schoot. ‘Het belangrijkste is dat ze leven.’ Over hun toekomst maakt ze zich niet al te veel zorgen. ‘Het zijn intelligente, goed opgeleide mensen. Ze zijn allebei leraar, dus ik denk dat ze hun draai wel zullen vinden.’

Ze hoopt dat ze ooit bij hen op bezoek kan gaan, maar beseft dat het niet makkelijk zal zijn om een visum te krijgen, vanwege het risico dat zij ook een beroep zal doen op de speciale regeling voor Cubanen. ‘Ik hoop dat ze ons ouderen ooit zullen laten komen en gaan, zodat iedereen die dat wil op familiebezoek kan gaan. Ik zou heel graag mijn kleinkinderen willen zien, dan kan ik op de dag dat ik doodga tenminste zeggen dat ik ze nog één keer heb gezien.’

Ook al beklaagt ze zich over haar lot, over het leven in Cuba heeft ze weinig klachten. ‘Het is hier niet zo slecht,’ zegt ze, en ze merkt op dat ze niet hoeft te betalen voor haar diabeteszorg. Van haar salaris van 16 dollar per maand blijft weinig over nadat ze de rekening voor water en elektra heeft betaald. Maar ze heeft niet veel nodig. ‘Als je in dit land niet te eten hebt, komt dat omdat je niet werkt. Er is hier werk genoeg voor mensen die hun best doen. Er zijn veel ergere plekken. Kijk naar wat er gebeurt in Brazilië en Venezuela,’ zegt ze, doelend op het geweld, de politieke onrust en beschuldigingen van corruptie in die landen.

Ondanks alles zeggen Correoso en Monte Rey dat Cuba altijd hun thuis zal blijven. ‘We houden erg veel van ons land en we zullen Cuba nooit vergeten. We hebben ook nooit gezegd dat we niet terug zullen komen,’ zegt Correoso. ‘We willen Cubanen blijven, we willen dat onze kinderen Cubanen zijn. We willen tot onze dood Cubaans blijven. Hij zwijgt even en schraapt zijn keel. ‘Als het ooit beter wordt in Cuba en er dingen veranderen, gaan we met alle plezier terug naar ons vaderland.’

Epiloog

Correoso en Monte Rey werken in Lancaster nu allebei parttime voor een onlinekledingwinkel. Beiden hebben een sollicitatie lopen voor een fulltimebaan. Ze hebben geen overheidsuitkering meer en betalen nu zelf hun huur. En ze hebben een auto gekocht, een tweedehands Mitsubishi. Afgelopen weekend was het in Lancaster twaalf graden onder nul. De jongens zijn nu vijftien en zestien en hebben voor het eerst in hun leven sneeuw gezien.

Met dank aan Ana Maria Rodriguez in Lancaster en Pablo Cozzaglio in Havana.

Auteur: David Adams
Vertaler: Annemie de Vries

Univisión
VS | univision.com/noticias

Spaanstalige website, gericht op de latinogemeenschap in de VS. Met veel aandacht voor onderwerpen als immigratie, Latijns-Amerika en Mexico.

Dit artikel van David Adams verscheen eerder in Univision.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.