Modern Europa heeft nieuw elan nodig

Der Spiegel/Presseurop  |  4 September 2012 - 07:31 4 Sep - 07:31

Een slechte financiële situatie, gedestabiliseerde samenlevingen, een verzwakt gemeenschappelijk project; de EU heeft met nogal wat tegenslagen te maken. Nu iedereen weer terug is van vakantie, staan de leiders en de Europese burgers een aantal belangrijke momenten te wachten. Der Spiegel hield een vraaggesprek met de Franse intellectueel André Glucksmann over wat de kansen zijn dat de EU een nieuw elan vindt.

SPIEGEL: Meneer Glucksmann, maakt u zich, als anti-totalitair denker die intellectueel en existentieel is gevormd door de ervaringen van de twintigste eeuw, opnieuw zorgen over de toekomst van Europa?

Glucksmann: Ik heb nooit geloofd dat alle gevaren na het einde van het fascisme en het communisme geweken zouden zijn. De geschiedenis komt niet tot stilstand. Europa is er na het verdwijnen van het IJzeren Gordijn niet zomaar uitgestapt, ook al leek dit verlangen zo nu en dan de kop op te steken. Democratieën negeren of vergeten de tragische dimensie van de geschiedenis graag. Zo bezien zeg ik: ja, de huidige ontwikkelingen zijn buitengewoon verontrustend.

De Europese Gemeenschap is na haar begin bijna zestig jaar geleden vrijwel voortdurend van de ene crisis naar de andere gestruikeld. Tegenslagen horen er nu eenmaal bij.

De Europese moderne tijd wordt gekenmerkt door een bepaald soort crisisbewustzijn. Daaruit kan de algemene conclusie worden getrokken dat Europa geen staat is – geen gemeenschap in nationale zin die organisch samengroeit. Europa kan ook niet goed vergeleken worden met de Griekse stadstaten uit de oudheid, die ondanks hun tegenstellingen en rivaliteiten een culturele eenheid vormden.

Ook de landen van Europa worden ook verbonden door een gemeenschappelijke cultuur. Bestaat er zoiets als een Europese geest?

De Europese landen lijken niet op elkaar, en daarom laten zij zich niet zo makkelijk samensmelten. Wat hen verbindt, is niet zozeer een gemeenschap, maar een maatschappijmodel. Er bestaat een Europese beschaving, een westerse manier van denken.

Waardoor wordt die gekarakteriseerd?

Sinds de Grieken, van Socrates tot Plato en Aristoteles, kent de westerse filosofie twee fundamentele beginselen: de mens is niet de maat van alle dingen, en hij is niet immuun voor mislukkingen en het kwaad. Niettemin draagt hij verantwoordelijkheid voor zichzelf, en voor wat hij doet en laat. Het avontuur van de mensheid is een ononderbroken menselijke schepping, waarin God niet voorkomt.

Feilbaarheid en vrijheid dus – maar volstaan deze grondslagen van de Europese intellectuele geschiedenis dan niet voor de vorming van een duurzame politieke unie?

Europa is nooit een nationale eenheid geweest, ook niet in de christelijke middeleeuwen. Het christendom is altijd verdeeld gebleven in rooms-katholieken, orthodox-katholieken en later protestanten. Een Europese federale staat, een Europese confederatie is een verafgelegen doel, dat bevriest in de abstractie van de term. Daarom vind ik het een verkeerd doel.

Lees het volledige interview uit Der Spiegel in een Nederlandse vertaling op de site van Presseurop.




(Illustratie van Beppe Giacobbe)

Plaats een reactie