De economische crisis verrijkt onze woordenschat

International Herald Tribune/Presseurop  | 28 July 2013 - 10:1528 Jul - 10:15

Terwijl de eurocrisis grote delen van Europa verarmt, brengt het gekleurde neologismen voort waardoor ingewikkelde economische principles nu deel uitmaken van ons dagelijks taalgebruik.

De eurocrisis heeft de Portugezen een nieuw woord opgeleverd, “grandolar”, hetgeen betekent ‘een minister onderwerpen aan een gezongen protest door middel van een revolutionair lied’. Inmiddels zijn we drie jaar van bezuinigingen verder en nu ‘grandolaren’ zelfs Portugese kinderen hun ouders als ze niet onder de douche willen.

Italianen volgen het renteverschil tussen Duitse en Italiaanse obligaties tegenwoordig met een passie die ooit voorbehouden was aan voetbal. Daarbij schermen ze met woorden als ‘spreaddite’, dat door het Italiaanse dagblad La Repubblica spottend werd gedefinieerd als ‘de verheviging van de pijn als gevolg van het grote renteverschil.’

Ook in Griekenland levert de crisis uitdrukkingen op waarmee gesprekken op kantoor, in cafés en in de metro worden doorspekt. Het gaat dan vooral om het ironische gebruik van uitdrukkingen of slogans van politieke leiders, zoals de uitspraak uit 2009 van de toenmalige premier Giorgios Andrea Papandreou dat er geld was, terwijl dat er duidelijk niet was. “Laat maar, ik haal het wel”, zei een Griek die zijn verjaardag vierde in een Atheense taverna onlangs tegen zijn vrienden toen ze naar hun portemonnee grepen. “Want hé, er is geld. Weten jullie nog?”

Crisisjargon

De langdurige economische crisis in Europa is uitgemond in recordaantallen werklozen en heftige protesten, maar er zijn ook subtielere manieren om de effecten te meten. In elk land heeft de crisis namelijk een geheel eigen taal voortgebracht. De ooit zo exotisch klinkende financiële termen zijn gemeengoed geworden en is er een jargon ontstaan waarin de zwarte humor tot uitdrukking komt die velen gebruiken om het hoofd te bieden aan hun aanhoudende problemen.

Crisisjargon wordt zelfs omarmd door topfiguren uit de regering en maatschappelijke kringen. Zo beloofde de Spaanse minister van Financiën, Cristóbal Montoro, in een poging om de bezorgdheid weg te nemen dat Spanje, net als Griekenland, een internationale financiële reddingsoperatie zou moeten ondergaan, nerveuze Spanjaarden vorig jaar nog dat ‘los hombres de negro’, oftewel de ‘men in black’, niet zouden komen. Hij doelde daarmee op de functionarissen van de Europese Unie.

In Spanje zijn er blijkbaar zoveel taalveranderingen dat de Spaanse Koninklijke Academie, hoedster van de Spaanse taal, afgelopen juni de laatste hand legde aan een geactualiseerd woordenboek, waarbij 200 woorden werden toegevoegd of een nieuwe betekenis kregen. Waaronder de verontrustende term ‘prima de riesgo’ (risicopremie) met als voorbeeldzin: “De risicopremie van onze staatsschuld steeg met enkele punten.”

Veel Spanjaarden, die tot voor het uitbreken van de financiële crisis in 2008 nog nooit van dergelijke termen hadden gehoord, bezigen ze nu zo regelmatig dat ze net zo makkelijk opduiken in een gesprek met een taxichauffeur als tijdens het televisiejournaal. Waar het taal betreft, is er het woord ‘poukou’, dat de Grieken gebruiken voor de periode van voor de crisis, en er is het heden.

Lees het volledige artikel uit de International Herald Tribune in een Nederlandse vertaling op de site van Presseurop.




(Crisis als werkwoord. Streetart van Rallito-X)

Plaats een reactie

De economische crisis verrijkt onze woordenschat (International Herald Tribune/Presseurop)