Onze meest verrassende verhalen van 2018

The New York Times / 360  |  5 januari 2019 - 11:00 5 jan - 11:00

Ons nieuwe nummer verschijnt 10 januari. Tot die tijd publiceren we een selectie van de beste verhalen uit 2018 die een niet-alledaags of verborgen perspectief op de wereld laten zien. Deze verhalen krijg je van ons cadeau. We hopen dat je ze op jouw beurt cadeau wil geven door ze via social media te delen. Zo kunnen wij aan onze missie voldoen: een zo breed mogelijk perspectief uitdragen. Het liefst natuurlijk aan zo veel mogelijk lezers.

Populisme normaal vinden is gevaarlijk. Hysterie ook

Wat doe je als, zoals in Polen, een populistische partij democratisch aan de macht komt? Met passie je waarden verdedigen, schrijft Ivan Krastev, maar ook je gevoel voor verhoudingen bewaren.

» Lees dit artikel in onze Reader

De tv-film Burning Bush uit 2014 van de legendarische Poolse filmmaakster en Solidariteit-activiste Agnieszka Holland was een van de belangrijkste culturele evenementen van de laatste jaren in Midden-Europa. Het is een thriller die zich afspeelt in 1969, kort nadat de Tsjechische student Jan Palach zichzelf in brand heeft gestoken uit protest tegen de Sovjetbezetting van zijn land en om de aandacht te vestigen op de pogingen van de autoriteiten om het leven in Tsjecho-Slowakije daarna te ‘normaliseren’. Palach wilde met zijn daad een eind maken aan deze banalisering van het kwaad.

Drie jaar na het verschijnen van de film, in de middag van 19 oktober, stak de 54-jarige Piotr S., vader van twee kinderen, zichzelf in brand voor het Cultuurpaleis in Warschau, dat nog uit de Sovjettijd dateert. Het protest van S. was gericht tegen het beleid van de uiterst rechtse Poolse regeringspartij Recht en Rechtvaardigheid, die in zijn ogen een dodelijk gevaar vormde voor de democratie in Polen. In een pamflet dat hij voor zijn zelfmoord uitdeelde, was hij vastberaden: ‘Ik heb de vrijheid boven alles lief en daarom heb ik besloten mezelf op te offeren; ik hoop dat mijn dood het geweten van veel mensen wakker zal schudden.’

Ik weet niet of Piotr S. ooit Burning Bush heeft gezien, maar zijn daad was zeker een echo van het offer dat Jan Palach bijna een halve eeuw eerder had gebracht. De zelfverbranding van S. leidde in Polen tot verhitte discussies. Volgens sommigen was zijn zelfmoord eerder het gevolg van een depressie dan van de politiek. Anderen vreesden dat dit de aanzet was tot een golf van dergelijke zelfmoorden en vonden dat de media niet over deze choquerende daad moesten berichten. En dan waren er nog degenen, onder wie Agnieszka Holland zelf, die S. op het schild hieven als de ware opvolger van Palach, en zijn gebaar zagen als een wanhopige poging om de Polen de ernst van de huidige situatie duidelijk te maken. ‘Vuur vernietigt,’ zegt Holland, ‘maar het verlicht ook. Net als woede.’

Lastige vragen

Dit Poolse debat onderstreept de lastige vragen waarmee de tegenstanders van populistisch rechts zich geconfronteerd zien: wat is de beste manier om te strijden tegen een regering die je verafschuwt, maar die niemand heeft vermoord, slechts weinigen (of misschien wel niemand) gevangen heeft gezet en die op een legale manier aan de macht is gekomen – maar wel een bedreiging vormt voor de liberale democratie zoals wij die kennen? Waar trek je de grens tussen leven in een democratie waarin de partij die jij verschrikkelijk vindt de vrije verkiezingen heeft gewonnen, en leven in een dictatuur waarin de oppositie misschien nooit meer wordt toegestaan om te winnen? Is de ‘normalisatie’ van populisten de grootste bedreiging voor Europa, of moeten we ook de hysterie van hun tegenstanders vrezen? En kunnen de vormen van verzet die effectief waren tegenover de communistische en fascistische dictaturen ook effect hebben tegenover de democratisch gekozen, onliberale regeringen van vandaag?

MOGEN WE EVEN JE AANDACHT?
Dit artikel krijg je van 360 cadeau. We geloven dat internationale context leidt tot een beter begrip van de wereld om ons heen. Het biedt nieuwe invalshoeken op een werkelijkheid die overal anders is. Bovendien maken we relevante, originele en mooie verhalen graag toegankelijk voor een groot publiek. Deel dit artikel als onze missie je aan het hart gaat. Of, nog beter, sluit je aan bij 360 met een (proef / cadeau) – abonnement. Doneren kan ook als je niet genoeg tijd vindt om te lezen, maar 360 wil steunen in haar voortbestaan.
Bedankt

Helaas zijn er in de geschiedenis niet veel antwoorden op deze vraag te vinden. De herinneringen van degenen die de jaren dertig van de vorige eeuw overleefden – een heel goed voorbeeld is Kanttekeningen bij Hitler van Sebastian Haffner – waarschuwen voor het gevaar dat een dictatuur genormaliseerd raakt, zeker wanneer de nieuwe dictator door het volk is gekozen. Dat klinkt logisch. Maar er is ook een veelzeggend tegenvoorbeeld: in de jaren zeventig waren jonge linkse radicalen zo geobsedeerd door hun idee dat er geen grote verschillen bestonden tussen nazi-Duitsland en de naoorlogse Bondsrepubliek, dat ze totaal verkeerde keuzes maakten en soms uiteindelijk terroristen werden en vijanden van de democratie.

Wat kunnen we hieruit leren? Wie de grens wil trekken tussen democratie en dictatuur moet de passie en de bereidheid hebben om zijn waarden te verdedigen. Maar hij of zij moet ook gevoel voor verhoudingen bezitten.

Verzet tegen de huidige populistische regeringen is vooral moeilijk omdat de winst van deze populisten in de democratische politiek allereerst een overwinning is van intensiteit op consistentie. Het populisme gedijt wanneer de politiek meer over symbolen gaat dan over inhoud. De harde kern van de populistische kiezers – in Polen en elders – zal het haar leiders gemakkelijk vergeven als maatregelen mislukken of ze van koers veranderen. Maar die kiezers pikken het niet wanneer hun populistische kruisvaarders zich als ‘normale politici’ gaan gedragen. Daarom past het doen alsof we terug zijn in het Duitsland van de jaren dertig of in het Oost-Europa van de jaren zeventig paradoxaal genoeg prima in het straatje van de populisten.

Anders dan hun fascistische voorgangers streven de populisten van vandaag niet naar een verandering van de samenleving. Zij willen dat die wordt behouden en bevroren. Zij staan voor het verzet tegen de veranderingen in het moderne leven – technologische, economische en demografische – die gezien worden als een permanente revolutie. En de enige oplossing die ze te bieden hebben, is afbraak. Zo combineren de huidige populisten een revolutionaire intensiteit met een zeer magere ideologie.

Toen Piotr S. zichzelf in brand stak, wilde hij iets doen tegen de normalisatie van het huidige regime in Polen, een regime dat hij kennelijk bijna even gevaarlijk vond als het communistische regime dat eraan voorafging. Maar wat hij niet zag was dat de populisten van vandaag, anders dan de communisten uit de jaren zeventig, niet op zoek zijn naar normalisatie – ze zijn er bang voor. Na vele maanden van protesten in Polen is de steun voor de regering alleen maar toegenomen. De regeringspartij wil de samenleving juist diep gepolariseerd houden. Die verdeeldheid en die hoge inzet imiteren is niet de manier om de populisten te verslaan.

Auteur: Ivan Krastev
Vertaler: Annemie de Vries

Ivan Krastev is voorzitter van het Centre for Liberal Strategies in Sofia, permanent fellow op het Instituut voor Menswetenschappen in Wenen en columnist. Van zijn hand verscheen onlangs het boek After Europe.

The New York Times
Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402

De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.

Plaats een reactie