Afrika | Abiy Ahmed 
is geen populist

Foreign Policy / 360  | 18 januari 2019 - 13:0418 jan - 13:04

Tegenstanders van de kersverse Ethiopische minister-president Abiy Ahmed vrezen dat hij een Afrikaanse Erdogan is. Maar op grond van zijn retoriek en zijn beleid zou je eerder denken dat hij een liberaal-democraat is.

» Lees verder in de Reader

Toen Abiy Ahmed begin 2018 een gooi deed naar het leiderschap van het EPRDF, het Ethiopisch Volksrevolutionair Democratisch Front, stuitte hij op felle weerstand. Op dat moment had een groot deel van zijn thuisstaat Oromia, de grootste en dichtstbevolkte staat van Ethiopië, te kampen met een golf van demonstraties en stakingen, waardoor de economie vrijwel geheel tot stilstand was gekomen. In februari nam de toenmalige premier Hailemariam Desalegn ontslag en werd door de federale overheid de noodtoestand uitgeroepen. Abiy, die destijds net was benoemd tot voorzitter van de Oromo-vleugel van het EPRDF, een multi-etnische coalitie, schoof zichzelf naar voren. Hij was jong en geliefd bij de demonstranten, en hij schaarde zich achter veel van hun eisen, waaronder het vrijlaten van politiek gevangenen. Maar een deel van het EPRDF-establishment, geworteld in de etnische Tigray-vleugel, het Volksbevrijdingsfront van Tigray (TPLF) – zette hem en zijn collega Lemma Megersa uit Oromo weg als roekeloze populisten en verzette zich met hand en tand tegen zijn kandidatuur. Zonder succes.

MOGEN WE EVEN JE AANDACHT?
Dit artikel krijg je van 360 cadeau. We geloven dat internationale context leidt tot een beter begrip van de wereld om ons heen. Het biedt nieuwe invalshoeken op een werkelijkheid die overal anders is. Bovendien maken we relevante, originele en mooie verhalen graag toegankelijk voor een groot publiek. Deel dit artikel als onze missie je aan het hart gaat. Of, nog beter, sluit je aan bij 360 met een (proef / cadeau) – abonnement. Doneren kan ook als je niet genoeg tijd vindt om te lezen, maar 360 wil steunen in haar voortbestaan.
Bedankt

Abiymania
Vanaf dat moment staat het politieke landschap in Ethiopië op zijn kop. Eind maart werd Abiy, ondanks grote interne tegenstand, gekozen tot voorzitter van het EPRDF en daarmee werd hij de nieuwe premier van het land. Hij geniet internationaal een ongekende populariteit en heeft wereldwijd lof geoogst voor de snelle liberalisatie die hij heeft doorgevoerd in de landelijke politiek; voor zijn belofte om in 2020 de eerste vrije en eerlijke verkiezingen in Ethiopië te houden; en voor zijn inspanningen voor een open economie. Maar binnen Ethopië, ver van de euforie van wat wel ‘Abiymania’ wordt genoemd, is volop kritiek te horen. Een van de meest gehoorde – en soms ook zeer overtuigende – kritiekpunten is dat Abiy een populist is, te vergelijken met mensen als Recep Tayyip Erdogan in Turkije, Narendra Modi in India en de Amerikaanse president Donald Trump. Het is goed om even bij deze kritiek stil te staan; het is ook goed om je te realiseren dat de kritiek onterecht is. De redenatie is als volgt: Abiy mag dan lid zijn van het EPRDF, hij handelt meestal op eigen houtje en richt zich direct tot het volk, over de hoofden van zijn collega’s heen. Die zeggen dat hij de macht en de besluitvorming heeft gemonopoliseerd en dat dit ten koste is gegaan van zorgvuldige afwegingen en overleg, en dat hij een messianistisch imago heeft gecultiveerd door grootse gebeurtenissen in scene te zetten – zoals een massale bijeenkomst in juni, in de hoofdstad Addis Abeba – met behulp van staatsomroepers die een wit voetje willen halen.

Vaag begrip
In een reeks gesprekken hebben publieke figuren aan beide kanten van Ethiopiës politieke spectrum – zoals de wetenschapper en journalist Abiye Teklemariam en de invloedrijke Oromo-activist Jawar Mohammed – Abiy omschreven als een ‘liberale populist’. Journaliste Michela Wrong, die de Ethiopische politiek al langere tijd volgt, heeft geschreven dat de premier veel wegheeft van mensen als Trump en de Russische Vladimir Poetin, populisten die zich bedienen van ‘oorlogszuchtige retoriek en die zich beroepen op vaderlandslievendheid in hun pogingen zowel het binnenlandse politieke debat als institutionele processen te dwarsbomen, of er zelfs voorgoed mee af te rekenen’. Alemayehu Weldemariam, een Ethiopische jurist en bekende intellectueel die in de VS woont, heeft Abiy een ‘opportunistische populist’ genoemd, die ‘de macht naar zich toe wil trekken binnen een democratisch bestel’. Maar populisme is een bij uitstek vaag begrip. De Engelse term wordt tegenwoordig te pas en te onpas gebruikt om mensen te beledigen, zonder erg specifiek te zijn. In het Amhaars, de meest gesproken taal van Ethiopië, bestaat er geen direct equivalent van het woord. Overal ter wereld vinden we linkse populisten en rechtse populisten, neoliberale populisten en nationalistische populisten. In de Verenigde Staten hebben we Trump en in Venezuela had je Hugo Chávez. De meest succesvolle populist in Afrika is Michael Sata, zou je kunnen stellen – de voormalige president van Zambia, die tekeerging tegen Chinese immigranten en de etnische mobilisatie op het platteland aangreep om zichzelf neer te zetten als voorvechter van de arme mensen in de stad. Zelfs in dit allegaartje is Abiy niet op zijn plaats.
Populisme is in beginsel een manier van politiek bedrijven waarin ‘het volk’ – een denkbeeldige, morele monoliet – wordt opgezet tegen een vijand, meestal ‘de elite’ of, in het nationalistische populisme, de immigranten. Het is een vorm van wij/zij-denken, gericht op het zaaien van verdeeldheid, en wars van pluriformiteit. Volgens Jan-Werner Müller, een hoogleraar van Princeton University, die geregeld stukken schrijft voor Foreign Policy, is het een specifieke vorm van identiteitspolitiek die wordt gekenmerkt door aanvallen op democratische instellingen, uit naam van ‘het volk’. Om die reden vertegenwoordigt het populisme expliciet de belangen van 
de meerderheid en heeft het lak aan 
de rechten van minderheden. Abiy 
past niet in deze mal.

Verzoening
En wel om drie redenen. Op de eerste plaats praat hij niet als een populist. Abiys leuzen vinden gretig aftrek, maar hij is allesbehalve een donderpredikant. Zijn toespraken zijn geen opzwepende politieke tirades; het zijn eerder preken, misschien niet zo verwonderlijk gezien zijn achtergrond als overtuigd aanhanger van de pinksterbeweging. Hij fulmineert niet tegen de ‘elites’ en ook richt hij zijn pijlen niet op de doorsnee-Tigrinya, ondanks zijn voortdurende politieke aanvaringen met het TPLF.
En wat misschien nog wel belangrijker is: in tegenstelling tot veel populisten van vandaag de dag, die de technologie van de nieuwe media gebruiken om hun aanhang te bereiken – met als meest prominente voorbeelden Trump en Modi – heeft Abiy niet eens een eigen Twitteraccount.
Als Abiy al een toverwoord heeft, dan is het medemer, een Amhaars woord dat je zou kunnen vertalen met ‘eenheid’, of ‘bijeenbrengen’. Het verwijst naar verzoening, niet naar tweespalt.
We zien dan ook pogingen om bruggen te slaan tussen verschillende kampen, bijvoorbeeld door te proberen een einde te maken aan het schisma dat 
al vele decennia bestaat binnen de Ethiopische Orthodoxe kerk, of door het weer toelaten van verbannen 
dissidenten uit alle hoeken van het politieke spectrum, zoals de Ginbot 7-groepering – die zich sterk maakt voor democratie en was gebrandmerkt als een terroristische groepering tot Abiy aan de macht kwam – en het Oromo Bevrijdingsfront. Beide groeperingen hebben in september grote bijeenkomsten georganiseerd in de hoofdstad. Abiy heeft gezegd dat men ervoor moet waken politieke tegenstanders neer te zetten als verraders of aartsvijanden, wat in ieder geval sinds het einde van de jaren zeventig van de vorige eeuw gebruikelijk was binnen de Ethiopische politiek.
‘De democratie meer ruimte geven betekent dat het niet langer noodzakelijk is om naar de wapens te grijpen vanwege ideologische verschillen,’ zei hij op een persconferentie in augustus. ‘Het is niet goed om mensen aan te vallen omdat ze er andere ideeën op nahouden.’

Wars van identiteitspolitiek
In die zin is Abiy al helemaal ‘de minst populistische leider die we ooit hebben gehad’, zegt Mekonnen Firew Ayano, een Ethiopische jurist die is verbonden aan Harvard. Abiy vormt dan ook een schril contrast met zijn twee voorgangers Meles Zenawi, die het land heeft geleid van 1991 tot aan zijn dood in 2012, en Mengistu Haile Mariam, die aan het hoofd stond van een militaire dictatuur tijdens een groot deel van de jaren zeventig en tachtig. Meles gaf 
leiding aan een EPRDF dat zichzelf beschouwde als de stem van de plattelandsbevolking en die tegenstanders verdacht probeerde te maken door ze 
af te schilderen als ‘bekrompen nationalisten’ (als ze zich achter etnische partijen als het Oromo Bevrijdingsfront schaarden) of ‘chauvinisten’ (als ze voorstander waren van een terugkeer naar de eenheidsstaat van weleer). Mengistu op zijn beurt trok van leer tegen ‘het pachtstelsel’ en het ‘imperialisme’, en dat alles in naam van een socialistische revolutie.
Abiy is ook wars van identiteitspolitiek. Als eerste leider in de moderne geschiedenis van Ethiopië die zich openlijk afficheert als Oromo, is Abiy, net als Lemma, uitgegroeid tot een boegbeeld van een politieke beweging die stoelt op een politiek van etniciteit. Oromo’s hebben zich lang genegeerd gevoeld binnen de landelijke politiek en Abiy had beloofd hier een einde aan te maken. En hij heeft zijn belofte gestand gedaan: de Oromo’s nemen een vooraanstaande plek in binnen de federale overheid.

Auteur: Tom Gardner

Foreign Policy
Verenigde Staten | tweemaandelijks 
tijdschrift | oplage 106.000
Wetenschappelijk tijdschrift, opgericht in 1970 om het ‘debat te stimuleren over belangrijke kwesties van de Amerikaanse buitenlandse politiek’. Sinds 2008 eigendom van The Washington Post.

Plaats een reactie