Moeten we terroristen bij naam noemen?

The Jerusalem Post / The Independent / 360  | 12 april 2019 - 17:3412 apr - 17:34

Controverse | Jacinda Ardern, de premier van Nieuw-Zeeland, heeft gezworen nooit de naam in de mond te zullen nemen van de misdadiger die een slachting heeft aangericht in twee moskeeën. Haar beleid wekt lof, maar ook weerstand.

De recente aanslag in Nieuw-Zeeland heeft ons er weer eens van doordrongen dat terrorisme overal kan toeslaan. Een van de belangrijkste doelen van terroristen is angst zaaien. Ze imiteren andere aanslagen en proberen misschien zelfs vergeldingsacties uit te lokken, zodat ze hun ‘interculturele oorlog’ kunnen voortzetten. In dit soort gevallen wordt vaak gezegd dat we ‘slechts kunnen hopen’ dat de veiligheidsdiensten erin slagen nieuwe aanslagen te verijdelen. Maar we kunnen meer doen dan hopen, we kunnen hélpen, door te zorgen dat de moordenaar geen al te grote bekendheid krijgt.

Niet alleen bracht de Australische terrorist in de rechtbank van Nieuw-Zeeland de groet van de wit-nationalisten, ook had hij de namen van zijn ‘helden’ op zijn wapens geschreven, duidelijk in de hoop dat ooit zijn eigen naam zou prijken op het wapen van een toekomstige moordenaar, of dat hij als martelaar zou worden bijgeschreven in de geschiedenisboeken. Het lijdt geen twijfel dat enkele terroristische moordenaars van de laatste jaren – Christchurch, Orlando, Nice, Sydney en Manchester – zich hebben laten leiden door extremisten die een vergelijkbaar idee van raciale superioriteit aanhangen, of die delen in hun kwalijke kijk op bepaalde culturen en religies.

» Wat al deze terroristen bindt, is hun verlangen om in één klap uit te groeien tot een beroemdheid of een martelaar

We moeten zeer terughoudend zijn bij het gebruiken van hun naam en deze niet prijsgeven aan het grote publiek tenzij de veiligheidsdiensten akkoord gaan met openbaarmaking. Want wat al deze terroristen bindt, is hun verlangen om in één klap uit te groeien tot een beroemdheid of een martelaar. Religieuze extremisten of wit-nationalisten: het zijn allemaal einzelgängers die hunkeren naar roem en die deel willen uitmaken van ‘een club’, om redenen die maar weinigen van ons kunnen doorgronden. Hun verlangen naar roem komt niet voort uit religie, is niet ingegeven door een hoger doel. Hun zucht naar aandacht wordt enkel ingegeven door hun eigen opgeklopte ego.

Er is niets positiefs aan de aanslag in Christchurch, maar wat deze aanslag wel duidelijk heeft gemaakt, is dat niet de islam 
de vijand is, maar het kwaad. Dit zijn geen religieuze oorlogen, dit zijn oorlogen tussen goed en kwaad. Hier verschijnen geen superhelden op het toneel om ons te redden. Hier zijn alleen 
u en ik. IS heeft gezegd een ‘wij versus zij’-conflict te willen 
ontketenen tussen moslims en het Westen. De Christchurch-moordenaar wil hetzelfde.

Zwijgen is niet langer een optie. We hebben allemaal een rol te vervullen en we moeten allemaal onze stem verheffen, zodra 
we ergens extremistische haat de kop zien opsteken. Pas als we allemaal, op honderden verschillende manieren, stelling nemen tegen uitspraken waarin wordt gefoeterd op ‘alle moslims’ of 
‘alle joden’ of ‘alle christenen,’ kunnen we voorkomen dat we 
nog verder wegzakken in chaos.

Auteur: Andrew MacLeodhttps

The Independent | Verenigd Koninkrijk | dagblad | independent.co.uk

De kleinste Britse kwaliteitskrant, opgericht in 1986, onafhankelijk en pro-Europees. Verschijnt sinds 2016 uitsluitend nog online.

Andrew MacLeod is een ud-medewerker van het Rode Kruis en de VN, verbleef in zes oorlogsgebieden en versloeg diverse natuurrampen over de halve wereld. Schreef ‘A Life Half Lived’ over zijn ervaringen.

JA

Stel dat we bij andere afschuwelijke misdrijven eenzelfde aanpak zouden hanteren. Stel dat we alle beelden van de Holocaust zouden verbannen en dat de naam Hitler nooit meer zou vallen. Zou het nazisme daarmee verdwijnen, of zou het feitelijk neerkomen op het ontkennen van de Holocaust?

Deze aanpak heeft iets merkwaardigs. Er zijn geen bewijzen dat we, eenvoudigweg door niet de naam van de terroristen in de mond te nemen en door geen beelden van de aanslagen te tonen, het terrorisme zullen weten terug te dringen en de slachtoffers meer eer bewijzen.

De aanpak van Nieuw-Zeeland heeft uiteindelijk misschien meer te maken met het overeind houden van het imago van het land dan met het bestrijden van het racisme en de haat die hebben geleid tot de terroristische aanslag in de twee moskeeën. 
Tegelijkertijd moeten we constateren dat de twee gruwelijkste aanslagen van extreem-rechts in de recente geschiedenis hebben plaatsgevonden in Nieuw-Zeeland en Noorwegen, 
twee landen die er prat op gaan dat ze progressiever zijn dan 
veel andere landen en dat ze veel minder hebben te kampen 
met racisme en wapengeweld.

» Onder het mom dat men wil voorkomen dat hij een heldenstatus krijgt worden alle sporen van hoe hij heeft kunnen radicaliseren 
verwijderd uit het publieke domein

In Nieuw-Zeeland leven nog veel vragen. Hoe is het mogelijk 
dat een man die voorafgaand aan de aanslag zeer actief was op sociale media, goeddeels buiten beeld heeft weten te blijven?

Zoals in dit soort gevallen gebruikelijk is, hebben socialemediaplatforms zijn accounts verwijderd. Dat is een makkelijke manier om ervoor te zorgen dat alle voetafdrukken worden uitgewist die hij heeft achtergelaten op weg naar zijn misdaad – vergelijkbaar met het verbieden van beeldmateriaal en het verzwijgen van de naam van de dader. Onder het mom dat men wil voorkomen dat hij een heldenstatus krijgt, of dat zijn daden navolging vinden, worden alle sporen van hoe hij heeft kunnen radicaliseren 
verwijderd uit het publieke domein.

Maar helpt dat ons om lessen te trekken uit deze misdaden? 
Is het niet zo dat een open samenleving beter in staat is extremisme te bestrijden als er meer over bekend is, als er meer kennis bestaat over de voortekenen, over de aanwijzingen dat iemand dreigt te ontsporen? Als we bijvoorbeeld de naam van de Nieuw-Zeelandse terrorist niet langer in de mond nemen, zijn we dan wel voldoende toegerust om adequaat te reageren als iemand online zegt: ‘Ik sta achter XXXXX’? Omdat we zijn naam niet meer kennen, zullen we geen idee hebben over wie diegene het heeft, en dus zullen we het niet registreren als haat. Als iemand zegt: 
‘Ik ben fan van Hitler’, is het dan niet beter om te kunnen uitleggen wat onze bezwaren tegen Hitler zijn, dan om domweg te moeten zeggen: ‘Wie?’

Auteur: Seth J. Frantzman

The Jerusalem Post | Israël | dagblad | oplage 55.000

In 1932 opgericht als The Palestine Post. Veranderde in 1989 van eigenaar en daarmee van koers: van vrijzinnig links tot meer godsdienstig en rechts-liberaal.

Seth J. Frantzman is een correspondent met een focus op de internationale coalitie tegen IS, 
en directeur en medeoprichter van onderzoeksplatform Middle East Center for Reporting and Analysis.

Plaats een reactie