Hervorming MBS valt niet mee

Financial Times | Londen  | 13 May 2019 - 10:0013 May - 10:00

Prins Mohammed bin Salman heeft ambitieuze hervormingsplannen voor de arbeidsmarkt van Saoedi-Arabië. Het is alleen de vraag of die zullen slagen.

» Lees dit artikel in de Reader

Fahad al-Shahrani neemt met een twinkeling in zijn ogen de telefoon op, als een gokker die weet dat de kaarten in zijn voordeel zijn geschud. De 27-jarige Saoedi heeft net enthousiast verteld dat de dynamiek van de Saoedische arbeidsmarkt verandert, nu kroonprins Mohammed bin Salman de leiding neemt bij wat alom wordt gezien als de agressiefste campagne om werkgelegenheid te creëren voor jonge Saoedi’s.

Shahrani had eerder al naar dertig bedrijven sollicitatiebrieven gestuurd, zonder antwoord te krijgen. Maar de afgelopen weken merkt hij dat hij in de belangstelling staat. ‘Voortdurend gaat mijn telefoon,’ zegt hij. En alsof het zo gepland is, gaat die nu weer: een parfumerie waar hij heeft gesolliciteerd, belt op om te laten weten dat hij een kans maakt.

MOGEN WE EVEN JE AANDACHT?
Dit artikel krijg je van 360 cadeau. We geloven dat internationale context leidt tot een beter begrip van de wereld om ons heen. Het biedt nieuwe invalshoeken op een werkelijkheid die overal anders is. Bovendien maken we relevante, originele en mooie verhalen graag toegankelijk voor een groot publiek. Deel dit artikel als onze missie je aan het hart gaat. Of, nog beter, sluit je aan bij 360 met een (proef / cadeau) – abonnement. Doneren kan ook als je niet genoeg tijd vindt om te lezen, maar 360 wil steunen in haar voortbestaan.
Bedankt

Dit speelt zich af in een horlogewinkel waar de jonge Saoedi nu een maand werkt. Nidhal Shaaban, de Syrische winkelmanager, kijkt stilletjes toe hoe zijn nieuwste werknemer alweer op jacht is naar een beter betaalde baan. Horlogewinkels behoren tot de twaalf retailsectoren – van opticiens tot outlets voor auto-onderdelen – die vallen onder het ‘Saoediseringsprogramma’ dat in november is gestart en ervoor moet zorgen dat het werknemersbestand van deze bedrijven voor minstens 70 procent uit Saoedi’s bestaat. De winkelchef weet dat het regeringsbeleid, in ieder geval voorlopig, in het voordeel werkt van Shahrani en zijn leeftijdgenoten.

Ondanks Shahrani’s optimisme zijn er reusachtige obstakels waarmee de regering in Riyad te maken krijgt bij haar pogingen een arbeidssysteem te reorganiseren dat tientallen jaren afhankelijk is geweest van miljoenen arbeidsmigranten uit de regio en Azië, die bereid zijn harder te werken voor minder geld. Van alle beloften van prins Mohammed bin Salman om de van olie afhankelijke economie te moderniseren en diversifiëren is deze volgens deskundigen de lastigste en riskantste. Wordt de belofte waargemaakt, dan zal Saoedi-Arabië minder afhankelijk zijn van buitenlandse arbeiders, die nu ongeveer 90 procent van alle banen in de particuliere sector in handen hebben, en zal het de gigantische jeugdwerkloosheid aanpakken in een land waar meer dan de helft van de bevolking jonger is dan 25. Komt de belofte niet uit, dan zal de werkloosheid in hoog tempo toenemen en mogelijk een bron van sociale instabiliteit worden in het land dat de meeste olie ter wereld exporteert.

Hervormingsplannen

‘Het scheppen van banen is de sleutel van de hervormingsplannen van prins Mohammed en van de welvaart en de stabiliteit van het land op de lange termijn,’ zegt John Sfakianakis, hoofdeconoom aan het in Riyad gevestigde Gulf Research Centre. ‘Uiteindelijk word je er door de mensen op beoordeeld of je in staat bent geweest voor werkgelegenheid en inkomen te zorgen.’

De voortekenen zijn niet gunstig. Zelfs nu meer Saoedi’s een baan hebben gevonden in de particuliere sector, is in de drie jaar sinds de kroonprins zijn ambitieuze hervormingsplan Vision 2030 heeft gelanceerd de werkloosheid onder de autochtone bevolking enorm gestegen: van 11,5 procent in de eerste drie maanden van 2016 tot 12,9 procent in juli vorig jaar, het hoogste ooit vastgestelde percentage. De jeugdwerkloosheid is bijna 40 procent en voor jonge vrouwen is die nog veel hoger.

Naast het stimuleren van de Saoedisering in een steeds groter aantal sectoren heeft de overheid ook de heffingen verhoogd die bedrijven moeten betalen voor iedere buitenlandse arbeider: van 200 sar (ongeveer 48 euro) per maand tot 300 sar (72 euro) voor ondernemingen die meer Saoedi’s dan expats in dienst hebben, en tot 400 sar (96 euro) voor ondernemingen die minder Saoedi’s dan expats hebben. Riyad stelde in 2017 een heffing in voor expats van 100 sar (24 euro) per maand voor iedere persoon in hun huishouden; dat bedrag heeft het vorig jaar verdubbeld. Het doel is om het gat te dichten tussen de kosten van het in dienst nemen van een Saoedi en van een buitenlander – voorheen kregen Saoedi’s anderhalf tot drie keer zoveel betaald als expats.

Het zichtbaarste resultaat van de hervormingsplannen is dat in winkels en hamburgerrestaurants in de overal in de steden aanwezige overdekte winkelcentra Saoedi’s in de bediening werken of mobiele telefoons repareren, en auto-onderdelen of computers verkopen. Maar veel kleine en middelgrote bedrijven hebben vanwege de toegenomen arbeidskosten en de trage groei van de economie hun deuren moeten sluiten. ‘Als je de werkgelegenheid probeert te verbeteren, wat nu gebeurt, maar tegelijkertijd andere heffingen oplegt, zet je daarmee de bedrijven onder druk,’ aldus een Saoedische manager. ‘Je moet de bestaande bedrijven beschermen, maar sommige sluiten nu.’

Hij en anderen benadrukken wel dat de regering het juiste doet na jaren van inactiviteit en zelfgenoegzaamheid, terwijl de oliedollars binnenstroomden. Eerdere Saoediseringspogingen in de jaren negentig en begin deze eeuw waren krachteloos, met bedrijven die minimale inspanning leverden om aan hun quota te komen en klaagden over de arbeidsethos van autochtonen. De ruime sociale uitkeringen, die kunnen oplopen tot tweederde van het minimumloon in de particuliere sector, zetten de Saoedi’s er niet echt toe aan werk te gaan zoeken.

Tegenwoordig gaan ambtenaren van het ministerie van Werkgelegenheid bij winkels langs om te controleren of ze voldoen aan de quota. Bij overtreding volgt een boete van 20.000 sar (4800 euro). ‘Onze economie is sinds 1975 uit balans. Daarvoor hadden we normale cycli van alles, er waren niet meer dan honderdduizend buitenlanders,’ vertelt de manager. ‘Toen de olie-export explodeerde, ging alles alle kanten op, er was geen plan, er was geen strategie.’

Toch accepteert hij dat er in de voorzienbare toekomst geen daling in de werkloosheid te verwachten is. Het zal nog een uitdaging zijn om de werkloosheid op het huidige peil te houden.

Consequenties

De hervormingen hebben al dramatische consequenties voor veel van de tien miljoen buitenlandse arbeiders in het koninkrijk, dat 33 miljoen inwoners telt. In combinatie met de tegenslagen in de bouwsector en een zwakkere groei van de economie hebben de hervormingen voor een uittocht van expats gezorgd. Vorig jaar vertrokken er in het tweede en derde kwartaal meer dan 314.000 expats, waardoor het aantal dat sinds begin 2017 het land heeft verlaten op meer dan 1,4 miljoen komt.

Jarenlang is het koninkrijk een toevluchtsoord geweest voor werkzoekenden uit Arabische landen die geen olie exporteerden en Aziatische landen, die het leeuwendeel van de bouwvakkers en de dienstmeisjes leverden. Niemand verwacht dat Saoedi’s banen in deze sector zullen aannemen; buitenlanders zullen er in de meerderheid blijven.

Maar hoe meer Saoedi’s werkzaam zijn in de dienstensector, des te meer ze Arabieren uit buurlanden zoals Egypte en Jordanië zullen vervangen. Geld dat vanuit Saoedi-Arabië wordt overgemaakt, daalde van een hoogtepunt van 38,8 miljard dollar in 2015 tot 36 miljard dollar in 2017, volgens gegevens van de Wereldbank. ‘Alle buitenlanders maken zich zorgen. Als ik mijn baan kwijtraak, moet ik het land uit en aangezien ik Syriër ben, kan ik niet terug naar mijn land, omdat het daar oorlog is,’ legt Shaaban uit, die zijn vaderland in 2011 ontvluchtte. Hij vertelt dat hij sinds het begin van de veranderingen Jemenitische werknemers heeft moeten ontslaan om ze plaats te laten maken voor Saoedi’s. ‘Ik ken meer dan vijftig mensen die in het afgelopen jaar zijn vertrokken nadat ze werden vervangen door Saoedi’s. Ze moesten vertrekken.’

Voor de regering is het de vraag hoe ze de hervormingen verder kunnen doorvoeren zonder nog meer schade toe te brengen aan de particuliere sector, die al onder druk wordt gezet om Saoedi’s in dienst te nemen. De economie is in zwaar weer sinds in 2014 de olieprijzen kelderden en in 2017 een recessie optrad. Vorig jaar liet het bruto nationaal product weer een groei zien van 2,3 procent, maar het IMF voorspelt dat het opnieuw zal afzwakken, tot 1,8 procent in 2019.

Lokale ondernemingen

De situatie is verslechterd door overheidsmaatregelen die het broze investeringsklimaat bedierven. De campagne van prins Mohammed tegen corruptie in november 2017, waarbij meer dan driehonderd prinsen, zakenlieden en voormalige ambtenaren werden opgepakt, veroorzaakte een schokgolf door het koninkrijk. De wereldwijde woede die ontstond na de moord op de journalist Jamal Khashoggi schrikt de buitenlandse belangstelling nog verder af, op een moment dat het koninkrijk naarstig op zoek is naar buitenlandse steun voor de megaprojecten van de kroonprins.

In januari lanceerde de regering een tienjarenplan van 450 miljard dollar dat zich concentreert op mijnbouw, industrie, logistiek en energie, in de hoop zo in 2030 1,6 miljoen banen te hebben gecreëerd. Maar dat zal, als zoveel van de plannen van prins Mohammed, afhangen van het feit of het koninkrijk grote investeerders weet aan te trekken.

Volgens sommige bedrijven besteedt de regering in de nasleep van de moord op Khashoggi meer aandacht aan lokale ondernemingen. In februari keurde koning Salman een plan van 3 miljard dollar goed om de expatheffingen voor bedrijven te verlichten, in een poging de groei te stimuleren. En de regering zal enkele bedrijven de heffingen van 2018 kwijtschelden of terugbetalen als die al zijn betaald, op voorwaarde dat ze vooruitgang boeken bij het in dienst nemen van Saoedi’s. Maar prins Mohammed zal zijn Saoediseringscampagne niet matigen.

“Nu heerst er een beter arbeidsethos onder de Saoedi’s”

Het is voor het koninkrijk een race tegen de klok. Een rapport uit 2015 van consultancybureau McKinsey, dat de regering adviseert, schat dat tot 2030 ongeveer 4,5 miljoen Saoedi’s van de werkgerechtigde leeftijd de arbeidsmarkt zullen betreden, waarmee de huidige autochtone beroepsbevolking bijna verdubbelt tot tien miljoen. Om die totale instroom aan te kunnen moeten er drie keer zoveel Saoedi-banen worden gecreëerd als tijdens de oliehausse van 2003-2013, staat in het rapport.

Het creëren van banen houdt al geen gelijke tred meer met de ongeveer vierhonderdduizend jonge Saoedi’s die jaarlijks de arbeidsmarkt betreden, van wie ruim tweeduizend universitair geschoold zijn. Econoom Sfakianakis schat dat om het beoogde werkloosheidspercentage van 10,5 procent in 2022 te halen, de economie maandelijks ongeveer dertigduizend banen moet creëren; tot nu toe ging het om vierduizend à zesduizend banen per maand. In het uiterst conservatieve land betekent de verlichting van enkele sociale restricties voor vrouwen, zoals het opheffen van het verbod om auto te rijden, dat er nog meer mensen op zoek zullen gaan naar werk.

Een belangrijke test zal zijn of Saoedische autochtonen – vaak bekritiseerd om hun afhankelijkheid van sociale uitkeringen – net zo productief zullen zijn als degenen die ze vervangen.

Arbeidsethos

Op zijn telefoon bekijkt Shahrani zijn arbeidsgeschiedenis op een website van de overheid en ziet dat hij in de negen jaar na zijn IT-opleiding slechts 27 maanden een baan heeft gehad. Bij de douane nam hij ontslag omdat de reis naar zijn werk te lang was; zijn baan achter de kassa bij een supermarkt gaf hij op omdat hij de werkdagen te lang en vermoeiend vond. In de horlogewinkel verdient hij 3000 sar (ongeveer 720 euro) per maand, maar hij neemt ontslag zodra hij een baan heeft gevonden die beter betaalt. De kritiek dat Saoedi’s een slecht arbeidsethos hebben, noemt hij ‘een vooroordeel’.

Tegenover de winkel is Afrah Hilal (23) net begonnen een parfumkraampje te runnen, 24 uur nadat ze bij haar vorige werkgever is weggegaan. ‘Ik werd ’s morgens ontslagen, kwam ’s avonds hier en ging de volgende ochtend aan het werk,’ vertelt ze. ‘Sommige bedrijven namen vroeger liever geen Saoedi’s aan, maar dat is veranderd en arbeiders zijn ook serieuzer,’ voegt ze eraan toe. ‘Voorheen bleven ze nooit lang, hooguit twee of drie maanden, ze verdienden wat geld, kochten iets en vertrokken weer. Maar nu heerst er een beter arbeidsethos.’

Anderen zijn daar minder van overtuigd. ‘De jongeren zijn niet bereid te werken. Sociale en culturele veranderingen gaan niet zo snel,’ zegt de Saoedische manager. ‘Hervormen valt niet mee. Het is geen gemakkelijke klus.’

Auteur: Andrew England en Ahmed Al Omran

Financial Times
Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 448.000

Gezaghebbende krant voor de Londense City en de rest van de zakenwereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld. Heeft ook drie Europese, een Amerikaanse en een Aziatische editie.

Plaats een reactie