Eendrachtige protest jonge betogers Hongkong

Shunpo Monthly / 360  | 12 September 2019 - 16:0012 Sep - 16:00

Sinds de teruggave aan China heeft Hongkong al heel wat vreedzame bewegingen gekend. Deze keer staat solidariteit voorop bij een generatie die strijdt voor de vrijheid.

» Lees dit artikel in de Reader

Het aantal betogers is voor het bestuur van Hongkong lange tijd een barometer voor de publieke opinie geweest, waarop het zijn beleid kon afstemmen; het gebeurde maar zelden dat er geen rekening mee werd gehouden. Zodoende hebben de massale betoging van 1 juli 2003, tegen een nieuwe antisubversiewet (vijfhonderdduizend deelnemers), en die van 2012, tegen de invoering van patriottistische lessen in het onderwijs-programma, ertoe geleid dat de autoriteiten op hun voornemen terugkwamen. Het merendeel van de bewoners van Hongkong was altijd voorstander van een ‘vreedzame, redelijke en geweldloze’ manier van demonstreren om haar eisen kracht bij te zetten en het bestuur tot inkeer te dwingen.

Deze consensus heeft voortgeduurd tot de ‘paraplubeweging’ van 2014. Hoewel Benny Tai, Chan Kin-man en Chu Yiu-ming, de drie grote mannen van de Occupy Central-beweging, hadden opgeroepen tot burgerlijke ongehoorzaamheid, droegen ze er zorg voor dat het protest geweldloos zou blijven. Maar toen het Nationaal Volkscongres, het parlement van China, het ‘wettelijk kader van 31 augustus’ publiceerde dat voorzag in een ‘algemeen kiesrecht’ waarbij de kandidaten voor sleutelposities in het bestuur van Hongkong zouden worden aangewezen door Beijing, trad er een scheuring op tussen de radicale factie en de voorstanders van een ‘vreedzame, redelijke en geweldloze’ koers, die de beweging de doodsteek toebracht.

MOGEN WE EVEN JE AANDACHT?
Dit artikel krijg je van 360 cadeau. We geloven dat internationale context leidt tot een beter begrip van de wereld om ons heen. Daarom zijn we blij als je dit artikel voor ons deelt. Nog blijer zijn we als je je bij ons aansluit: Probeer nu 5 nummers voor maar 15 euro. Duurt een paar minuten, stopt automatisch.
Bedankt

Een enquête uit 2015 onder aanhangers van de paraplubeweging tussen de 18 en 24 jaar wees uit dat 20 procent van hen aan een min of meer ernstige vorm van depressie leed. De afgelopen jaren zijn de sociale bewegingen in Hongkong in een dip geraakt en heeft zich van de jeugd een gevoel van onmacht meester gemaakt. Maar tegen alle verwachtingen in zijn de jongeren toch in het geweer gekomen tegen de wet die uitlevering aan China mogelijk maakt en hebben ze daarbij lering getrokken uit het verleden.

Na de golf van protesten tegen de uitleveringswet afgelopen juni en juli heeft Billy moeite met de onverschillige houding van het bestuur tegenover de burgers. ‘Hun houding is onacceptabel; ze kijken op de mensen neer!’

Ten tijde van de – mislukte – paraplubeweging had Billy, destijds nog middelbare scholier, niet helemaal begrepen wat er aan de hand was, maar constateerde hij desondanks het gebrek aan solidariteit en de verwarring bij de ‘grote tribunen’, enerzijds de voorstanders van een vreedzame beweging en anderzijds de radicale facties. Deze keer is hij blij dat het merendeel van de mensen, ook al zaten er wat ‘heethoofden’ bij, hetzelfde doel voor ogen had en dat het niet tot een interne breuk kwam.

Hij noemt zichzelf ‘vreedzaam, redelijk en geweldloos’ en heeft nog niet veel ervaring met sociale bewegingen. Op 12 juni nam hij voor het eerst deel aan een protestmars naar de Legislative Council (LegCo), het parlement van Hongkong. Hij had alleen een mondkapje voor en toen er om hem heen steeds meer traangasgranaten begonnen te vallen raakte hij volledig in paniek en heeft een grote hoeveelheid gas ingeademd: ‘Het rook een beetje naar azijn, ik had moeite met ademhalen.’

“Ik wil niet dat Hongkong net zo wordt als de Volksrepubliek China”

Hij heeft gezien hoe betogers bewusteloos in elkaar zakten en hoe agenten een jongeman die een brandje in een vuilnisbak bluste desondanks met pepperspray te lijf gingen. Al liggen de gebeurtenissen al enige tijd achter hem, Billy heeft nog altijd moeite om zijn verontwaardiging de baas te blijven: ‘Als je meer dan honderd traangasgranaten gebruikt tegen maar vijf heethoofden, kun je dan nog van een elitebrigade spreken? Heeft de politie haar macht niet misbruikt? Daar heeft het bestuur nog altijd geen onderzoek naar gedaan.’

Billy besefte toen pas hoe belangrijk het was een reactie van het bestuur af te dwingen op het moment dat het wetsvoorstel voor de tweede keer aan het parlement zou worden voorgelegd [het debat is uiteindelijk uitgesteld]. ‘Als die protesten er niet waren geweest zou de tekst waarschijnlijk vandaag nog worden goedgekeurd dankzij de “royalistische” [pro-Peking] partijen.’

Terwijl hij op adem kwam in een zijstraatje kreeg de uitgeputte Billy een telefoontje van thuis dat hij moest terugkomen. Sindsdien is de kwestie veelvuldig reden voor discussies met zijn ouders. Ook al betreurt hij het dat de ouderen de jongeren niet begrijpen en alleen maar bang zijn dat hun reputatie van ‘onruststoker’ hun later zal opbreken, windt Billy er geen doekjes om: ‘Ik vind het echt jammer als mensen alleen maar aan hun eigen toekomst denken. Ik wil geen zinloos leven leiden dat alleen maar in het teken staat van werken en geld verdienen. Ik wil voor de volgende generatie vrijheid en democratie.’

Nul-komma-nul

Half juni benadrukte Chan Kin-por, voorzitter van de financiële commissie van de LegCo, dat als het wetsvoorstel zou worden aangenomen jaarlijks hooguit tweehonderd inwoners van Hongkong het risico zouden lopen om uitgeleverd te worden, oftewel ‘nul komma nul’; hij ging zelfs zover te zeggen dat de jonge betogers bezig waren ‘hun eigen glazen in te gooien’. Billy is het daar helemaal niet mee eens; hij denkt dat het aannemen van zo’n wet een precedent zou scheppen dat het bestuur vervolgens zou aangrijpen om voor toekomstige generaties de individuele vrijheid nog verder in te perken; hij hoopt maar dat de komende generaties niet zullen lijden onder de politieke onverschilligheid van het bestuur en dat het bestuur er achteraf geen spijt van krijgt: ‘Ik wil niet dat Hongkong net zo wordt als de Volksrepubliek China.’

Gary Tang Kin-yat, lector aan de sociologische faculteit van de Hang Seng-universiteit in Hongkong, merkt ironisch op dat het volkomen normaal is dat sociale bewegingen keer op keer bot vangen bij een dictatoriale macht; ware dat niet zo, dan hadden we allang een democratie. Maar als het bestuur blijft weigeren rekening te houden met de wil van de bevolking zijn er volgens hem in de toekomst steeds meer extreme vormen van protest te verwachten. ‘In 2014 was de bezetting van Harcourt Road een grote gebeurtenis, terwijl die nu onbeduidend wordt geacht.’ Hij voorziet dat gebeurtenissen die een escalatie veroorzaken, zoals de bezetting van straten en de inval in de LegCo op 1 juli jongstleden, schering en inslag zullen worden: ‘Het blijft nooit bij één keer!’

Als je het geheel van ‘geweldsuitbarstingen’ van afgelopen juni overziet, moet je constateren dat de betogers herhaaldelijk hebben opgeroepen om ‘zich niet tegen elkaar te laten opzetten maar solidair te blijven’. Elke keer waande je je toeschouwer bij een voetbalwedstrijd waarvan de eerste helft werd gedomineerd door de ‘redelijke en geweldloze pacifisten’, die werden gesteund door de publieke opinie waarvan ze de eisen tot uitdrukking brachten, en de tweede door de ‘radicalen’, die tot de aanval overgingen middels het omsingelen van overheidsgebouwen. ‘Maar waar de twee partijen eerst de indruk wekten tegenover elkaar te staan, treden ze nu eendrachtig op,’ zegt Gary Tang. Of de ‘radicalen’ hun strijd kunnen voortzetten hangt af van de steun van de bevolking. Een belangrijke indicator om die te peilen is het aantal deelnemers aan de be-togingen. Als de betogers niet op algemene goedkeuring kunnen rekenen, zouden ze opnieuw aan zichzelf kunnen gaan twijfelen. Maar als het bestuur niet zijn best doet om de wonden te helen en zijn fouten niet erkent, met name de hervorming van de IPCC, de onafhankelijke commissie die klachten over de politie onderzoekt, ‘dan zou het me niets verbazen als nieuwe extreme vormen van protest de kop opsteken’, aldus Gary Tang.

Auteur: Chen Wang-fung

Shunpo Monthly
Hongkong | maandblad | monthly.hkej.com/monthly

Het maandblad Shunpo (Hong Kong Economic Journal), dat verschijnt sinds 1977, publiceert vooral lange reportages en onderzoeksartikelen over economische onderwerpen, maar ook over politieke, culturele en maatschappelijke kwesties.

Plaats een reactie

Demonstranten in Hongkong dragen ooglapjes uit solidariteit met een mededemonstrant die zijn oog is verloren door een rubberkogel. © Kin Cheung / AP Photo