Ierland dwingt Johnson op z’n knieën

The Spectator / 360  |  9 October 2019 - 10:00 9 Oct - 10:00

De weigering van de Ierse regering om bilaterale grensonderhandelingen aan te gaan is geen vorm van rancuneuze anglofobie. Het is rationale politiek, schrijft Fintan O’Toole.

» Lees dit artikel in de Reader

Toen ik naar Boris Johnson in Dublin keek, waar hij Taoiseach [premier van Ierland] Leo Varadkar kwam vragen hem uit de nesten te helpen, viel me opnieuw op hoe desoriënterend de brexit is. De betrekkingen tussen Engeland en Ierland zijn volledig op hun kop gezet. Voor het eerst sinds Henry II in 1171 Ierland binnenviel, heeft Ierland meer macht dan Engeland. Ierland was altijd het zwakke broertje: kleiner, armer, minder invloedrijk in de wijde wereld. De meeste brexiteers vertrouwden, als ze überhaupt al aan de Ierse kant van hun plannen hadden gedacht, op een eeuwige waarheid: Dublin zou gewoon naar de pijpen van Londen moeten dansen. Dat kun je ze moeilijk kwalijk nemen, want een achthonderd jaar oude manier van denken zet je niet zomaar overboord.

Maar de lichaamstaal in Dublin was verbijsterend: Varadkar zelfverzekerd en vlot, Johnson nerveus en schutterig, met maar één onbedoeld grapje – ‘Dertig jaar, ik bedoel dertig dagen, moet genoeg zijn als we ons verstand gebruiken.’ De reden is eenvoudig: Ierland maakt deel uit van een blok van 27 landen dat groter en machtiger is dan Engeland. De brexiteers zijn woedend over de Ierse vastbeslotenheid om in de EU te blijven en beschouwen de hardnekkige weigering van de Ierse regering om bilaterale grensonderhandelingen aan te gaan als een vorm van rancuneuze anglofobie.

Terwijl het in werkelijkheid alleen maar rationele politiek is: waarom zou je een krachtige positie prijsgeven om je weer als vanouds te laten koeioneren door een grote broer? Toch is de verandering duizelingwekkend. Niemand van ons is eraan gewend. De geijkte routine van een neerbuigende houding aan de ene kant en een geprikkelde, defensieve aan de andere werkt niet meer. Johnsons zichtbare ongemak in Dublin, waaruit bleek dat hij niet kon kiezen tussen minzame kameraadschappelijkheid of nors op zijn strepen staan, sprak boekdelen.

MOGEN WE EVEN JE AANDACHT?
Dit artikel krijg je van 360 cadeau. We geloven dat internationale context leidt tot een beter begrip van de wereld om ons heen. Daarom zijn we blij als je dit artikel voor ons deelt. Nog blijer zijn we als je je bij ons aansluit: Probeer nu 5 nummers voor maar 15 euro. Duurt een paar minuten, stopt automatisch.
Bedankt

“Waarom zou je een krachtige positie prijsgeven om je weer te laten koeioneren door een grote broer?”

Zoals de dwaze angst over de nationale identiteit in Ierland is bezworen, heeft hij in Engeland de kop opgestoken. En lijkt Johnson niet sprekend op een Ier? Althans op het Ierse prototype in de Britse literatuur, de avonturier die zich op een immorele manier het hart van de Britse samenleving weet binnen te wurmen?

Johnson heeft natuurlijk een Eton- en Oxford-achtergrond, maar hij bezit die merkwaardige insider-outsidermentaliteit van iemand die wanhopig bij bepaalde kringen wil horen, maar die kringen tegelijkertijd minacht. Hij doet denken aan het soort Ierse opportunist waarvan het in de Britse literatuur wemelt, met als recentste voorbeeld de  Patrick Melrose-romans van Edward St Aubyn, waarin de moeder het landgoed overdraagt aan de charmante, cynische Seamus. Of aan de roman The Luck of Barry Lyndon van Thackeray, die door Stanley Kubrick onnavolgbaar is verfilmd.

Johnsons opkomst en ondergang mag dan een staaltje van slechte politiek zijn, op een dag zal er ongetwijfeld een even schitterende film van worden gemaakt. Jammer dat zijn rol niet meer kan worden gespeeld door een van de grootste Ierse boeven, Peter O’Toole of Richard Harris.

Dit alles is geworteld in de reusachtige historische ironie van de brexit: Engeland dat doet alsof het Ierland is, een onderdrukt landje dat de ketenen van koloniale slavernij verbreekt. En ik raak bepaald van de leg als ik op de deur van het Brusselse kantoor van Nigel Farage, vlak onder zijn naam, een portret zie van zijn held, de negentiende-eeuwse Ierse nationalistische leider Charles Stewart Parnell. Als het Engelse nationalisme Parnell voor zich wil opeisen, zou het natuurlijk alleen maar eerlijk zijn om Ierland een Engelse held in ruil te geven. James Tyrone beweert in Eugene O’Neills toneelstuk Lange dagreis naar de nacht dat Shakespeare een Ierse katholiek was. Ik kan niet voor al mijn landgenoten spreken, maar als Shakespeares geboorteplaats niet Stratford-upon-Avon heette maar Stratford-upon-Liffey, zou ik daar maar al te graag willen wonen.

The Times heeft een fraai verhaal opgediept over de Engelsman Billy Hampton die in zijn testament 1,5 miljoen pond overmaakte aan Sinn Féin, omdat hij woedend was op de Britse regering. Daarvóór had hij zijn eigen penis afgesneden, aldus het artikel. Twee dingen lijken opmerkelijk. Het verhaal staat pas op pagina 20, en terecht omdat het helemaal onderaan de lijst bizarre politieke ontwikkelingen prijkt, ver na de capriolen van Westminster. Daarbij komt dat je penis afsnijden en al je geld schenken aan de meest anglofobe partij die je je kunt voorstellen hooguit de op een na extreemste vorm van zelfbeschadiging is in de Engelse politiek, ruim na een harde brexit.

Het ergste wat je kan overkomen als je boeken signeert, is als je naast een superster wordt gezet. Mijn eigen bescheiden werkje werd tijdens het FT Magazine -festival in Londen weggespoeld door de maalstroom van mensen met een veel betere smaak, die in de rij stonden voor Robert Harris. Ik troost mezelf met de gedachte dat er naar Harris vast geen hond is vernoemd: een bijzonder aardige dame stuurde me een foto van haar nieuwe mopshondpup, die ze Fintan O’Toole had genoemd. Het kan erger: als het een Engelse bulldog was geweest, zou het door elkaar halen van Engeland en Ierland pas echt uit de hand zijn gelopen.

Auteur: Fintan O’Toole

Fintan O’Toole is columnist bij The Irish Times.

Uitvalsbasis

Het Britse weekblad New Statesman herinnert eraan dat Ierland in de loop van de geschiedenis diverse malen als uitvalsbasis heeft gefungeerd voor tegenstanders van Engeland. Zoals de door de paus gesteunde Spaanse en Italiaanse huurlingen die in 1601 de troepen van het ‘revolutionaire Frankrijk’ steunden.

‘Maar geen van deze bondgenootschappen heeft de Ierse zaak een steek verder geholpen’, aldus het Londense blad, ook al geloofden de nationalisten in de zestiende eeuw ‘dat het ongeluk van de Engelsen het geluk van de Ieren was’.

Vanaf het begin van de brexit-crisis, waarin Londen de underdog was, heeft Dublin dit principe ter harte genomen. ‘Voor het eerst sinds het in 1922 onafhankelijk werd van Engeland heeft Ierland zich ferm aan de kant van de Europese Unie geschaard en niet aan die van Londen’, constateert de New Statesman. ‘Kortom, Ierland zal opnieuw als uitvalsbasis voor de Europeanen dienen om Engeland aan te vallen; preciezer gezegd, het wordt gebruikt door de mensen in Brussel die als enig doel hebben de brexit ongedaan te maken.’

Het probleem is alleen dat als het gekibbel over de grens tussen Noord-Ierland (VK) en de Ierse Republiek (EU) doorgaat, Dublin bij een harde brexit klem dreigt te raken en douaneposten zal moeten installeren langs een grens die iedereen het liefst openhoudt. ‘In dat geval zal de economische schade nog veel erger zijn voor Ierland dan voor het Verenigd Koninkrijk’, besluit het blad.

The Spectator
Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 77.000

Springplank voor aspirant-parlementariërs. Opgericht in 1828 en nog altijd het kompas voor intellectuelen en conservatieve leiders. Sterke analyses, scherp van toon.

Plaats een reactie