Zuid-Afrika met modder bekogeld

Mail & Guardian / 360  | 17 October 2019 - 10:0017 Oct - 10:00

Zuid-Afrika heeft weinig Afrikaanse vrienden over. Simon Alison geeft drie redenen waarom het land zo veel aanzien heeft verloren.

» Lees dit artikel in de Reader

Mijn eerste grote nieuwsverhaal als buitenlandcorrespondent was de Arabische Lente in Egypte. Ik kwam aan op het Tahrirplein in Caïro in de vroege ochtend van 2 februari 2011, inmiddels bekend als ‘de dag dat het tij keerde’: de dag dat de tot dan toe vredige protesten op geweld uitliepen, toen het plein door pro-regeringstuig werd belegerd. Toen de schemer inviel, vlogen de molotovcocktails over de tijdelijke frontlinies en ik besloot dat de grond mij te heet onder de voeten werd.

Ik glipte weg door een smal steegje en vond goddank een taxi. Maar er wachtte nog een hindernis: de controleposten van de politie, opgeworpen als fuik voor vluchtende demonstranten. Dit was geen goede tijd om journalist te zijn. Diezelfde nacht werd een verslaggever in zijn gezicht geslagen en een ander in zijn been gestoken door aanhangers van het regime. Een aantal journalisten was door de politie in de boeien geslagen. Ik was bang.

We hielden stil voor een controlepost. Ik werd een aantal minuten ondervraagd, en de vragen werden al snel vijandelijk. Een agent pakte mijn camera, keek door de foto’s en wilde weten waarom ik een spion was. Toen vroeg hij me naar mijn paspoort. ‘Ganoob Afrika!’ zei hij, op slag een stuk vriendelijker. Zuid-Afrika! ‘Bafana Bafana. Nelson Mandela.’ Op zijn gezicht verscheen een detonerende, brede grijns. ‘Hosni Mubarak en Nelson Mandela zijn dikke maatjes! Zuid-Afrika is onze vriend.’ En met die woorden gaf hij me mijn camera en paspoort terug en liet hij ons door.

Affiniteit

Die dag heeft mijn Zuid-Afrikanerschap me behoed voor een lange opsluiting in een Egyptische gevangenis – en mogelijk erger. Ook bij mijn verdere reizen door het continent werkte mijn nationaliteit telkens in mijn voordeel. Iedereen was Zuid-Afrika goedgezind. Het werd gezien als baken van welvaart en goed bestuur. Sterker nog, Afrikanen uit alle hoeken van het continent voelden een diepe affiniteit met het land en velen hadden de strijd tegen apartheid in het klein of in het groot gesteund. Het succes van Zuid-Afrika was ook het succes van Afrika. Maar allengs begon dat positieve beeld te kantelen, toen de andere Afrikaanse landen wat beter bekend met ons raakten en inmiddels worden Zuid-Afrikanen een stuk argwanender en vijandiger ontvangen.

Daar zijn drie hoofdredenen voor.

Ten eerste hebben Zuid-Afrikaanse multinationals rücksichtslos nieuwe markten veroverd en in een aantal gevallen met hun financiële overmacht lokale bedrijven weggevaagd. Enerzijds brachten ze hiermee supermarkten, mobieletelefoonbedrijven en banken naar landen die daarom zaten te springen, anderzijds eindigden alle winsten op de al florerende beurs in Johannesburg. Dat de directie en het middenkader van deze bedrijven overwegend wit waren, en nog altijd zijn, is ook niemand ontgaan.

Nepotisme

Ten tweede is er de verschuiving in het Zuid-Afrikaanse buitenlandse beleid: van Nelson Mandela’s mensenrechtenretoriek en Thabo Mbeki’s veelgeroemde toespraak ‘I am an African’ naar Jacob Zuma’s schadelijke strijd om zijn ex-vrouw, Nkosazana Dlamini-Zuma, aan het hoofd te stellen van de bestuurscommissie van de Afrikaanse Unie. Voor buitenstaanders deed het niet ter zake dat Dlamini-Zuma een hooggekwalificeerd politica was: haar benoeming werd opgevat als schaamteloos nepotisme, tot stand gekomen door het omkopen van armere Afrikaanse landen.

Zuid-Afrika was niet langer wegbereider van de Afrikaanse renaissance, het land had zich ontpopt als gewetenloze supermacht die de middelvinger opstak naar de rest van het continent. Zuma kreeg wat hij wilde, maar ten koste van het Zuid-Afrikaanse aanzien: we hielden er weinig Afrikaanse vrienden aan over.

Xenofobie

En ten derde – veruit de belangrijkste reden – zijn er nog de herhaalde uitbarstingen van extreem geweld tegen Afrikanen die in Zuid-Afrika wonen. Als ik tegenwoordig in Nigeria, Ethiopië, Malawi of Somalië in een taxi stap, luidt de eerste vraag: ‘Waar kom je vandaan?’ Steevast gevolgd door: ‘Waarom hebben jullie een hekel aan ons?’

Het nieuws van aanvallen op buitenlanders in Zuid-Afrika verspreidt zich als een lopend vuurtje langs migrantenroutes, nog voor het op enige nieuwssite verschijnt. Telkens wanneer een Zimbabwaan in het centrum van Johannesburg wordt aangevallen of een door een Somaliër gerunde winkel in Tembisa wordt geplunderd, of wanneer een hoge regeringsfunctionaris klaagt over ‘buitenlandse criminelen’ die de banen van Zuid-Afrikanen inpikken, spoelt de schokgolf tot over de landsgrenzen – door WhatsAppgroepen, sociale media en internationale telefoongesprekken – en laat misschien wel blijvende sporen achter.

“Iedereen was Zuid-Afrika goedgezind”

Deze drie factoren komen pijnlijk duidelijk samen in de huidige crisis. Er worden buitenlanders vermoord en aangevallen in de provincie Gauteng. Uit wraak worden in Nigeria Shoprite-supermarkten aangevallen, die als symbool worden gezien van alles wat verkeerd is aan de Zuid-Afrikaanse tentakels in het continent. Afrikaanse regeringen – doorgaans nogal traag in de veroordeling van verkiezingsfraude of mensenrechtenschendingen van hun buitenlandse tegenhangers – hebben ferme kritiek geuit op Zuid-Afrika, en de nieuwe voorzitter van de bestuurscommissie van de Afrikaanse Unie, Moussa Faki Mahamat, heeft het land op de vingers getikt.

Niet al te lang geleden was Zuid-Afrika geliefd door de rest van Afrika. Nu worden we met modder bekogeld – en we kunnen alleen onszelf erop aankijken.

Auteur: Simon Allison

Mail & Guardian
Zuid-Afrika | weekblad | oplage 41.000

Opgericht in 1985 als Weekly Mail en in 1990 vlot getrokken door The Guardian in Londen. Sinds 2002 eigendom van de Zimbabwaanse krantenuitgever Trevor Ncube. De duidelijk linksgeoriënteerde krant ijvert voor een toleranter Zuid-Afrika.

Plaats een reactie

De Zuid-Afrikaanse president Cyril Ramaphosa (rechts) en Nkosazana Dlamini-Zuma, de ex-vrouw van Jacob Zuma. – © Felix Dlangamandla / Getty