Het leger als scheidsrechter

La Nación / 360  | 18 December 2019 - 10:0018 Dec - 10:00

Het ziet ernaar uit dat in Latijns-Amerika een zorgbarende trend is teruggekeerd: het leger beslist of de president mag aanblijven – zoals Martín Vizcarra in Peru – of moet vertrekken – zoals Evo Morales in Bolivia. Komen de militairen weer aan de macht?

» Lees dit artikel in de Reader

De afgelopen maanden hebben de militairen in Zuid-Amerika een ander gezicht laten zien. Op dit moment is het leger de dijk die regeringen beschermt tegen een golf aan protesten of ze laat verzuipen. Er is in Peru, Ecuador, Chili en Bolivia een trend te zien die ons zorgen zou moeten baren. Eind september ontbond president Martín Vizcarra het Peruaanse parlement, omdat het voor de tweede keer het vertrouwen in zijn regering had opgezegd. Deze stap, hoewel gesteund door de publieke opinie en de legerleiding, is een gevaarlijke interpretatie van de Peruaanse grondwet, waar vooral de uitvoerende macht de vruchten van plukt.

Begin oktober kondigde president Lenín Moreno van Ecuador economische bezuinigingen aan, waaronder een aanzienlijke stijging van de
benzineprijzen. Meer dan tien dagen duurden de protesten en Moreno zag zich genoodzaakt het leger in te schakelen om de steeds gewelddadiger protesten de kop in te drukken. Uiteindelijk moest hij onderhandelen met de Confederatie van Inheemse Volkeren en zijn bezuinigingen ongedaan maken. 

Een aantal dagen later veroorzaakte een bescheiden verhoging van de prijs van de metrokaartjes in de Chileense hoofdstad Santiago een explosie van demonstraties die uiting gaven aan opgekropt ongenoegen bij de bevolking. President Sebastián Piñera stuurde de militairen de straat op, stelde de avondklok in en draaide de tariefverhoging terug, maar hij slaagde er niet in de gemoederen tot bedaren te brengen. Meer dan een miljoen mensen demonstreerden om zijn aftreden te eisen. Chili werd tot een paar weken geleden gezien als een toonbeeld van politieke stabiliteit, maar het land is nu volledig lamgelegd en treurt om zijn tientallen doden en gewonden. De politiek heeft nog maar weinig troeven in handen en onderzoekt nu de mogelijkheden van een grondwetswijziging.

MOGEN WE EVEN JE AANDACHT?
Dit artikel krijg je van 360 cadeau. We geloven dat internationale context leidt tot een beter begrip van de wereld om ons heen. Daarom zijn we blij als je dit artikel voor ons deelt. Nog blijer zijn we als je je bij ons aansluit: Probeer nu 5 nummers voor maar 15 euro. Duurt een paar minuten, stopt automatisch.
Bedankt

Autoritaire aspiraties

In al deze gevallen zorgde het optreden van het leger ervoor dat de oppositie – of die nu op straat of in het parlement van zich liet horen – de regering niet aan het wankelen bracht. De huidige Latijns-Amerikaanse politiek wordt niet ontwricht door militair ingrijpen, maar door sociale protesten – zoals destijds in 2001 in Argentinië of in 2003 in Bolivia – en door afzettingsprocedures, zoals in Brazilië in 2016 of Peru in 2018. Toch is het leger de belangrijkste bondgenoot van presidenten die niet willen inbinden vanwege protestdemonstraties of parlementaire oppositie. 

Wanneer regeringen worden beschermd door het leger, kan de oppositie concessies lospeuteren maar zal ze er zelden in slagen de president weg te krijgen. Tegenover geblindeerde tanks hebben spandoeken geen schijn van kans. Venezuela is het extreemste voorbeeld van dit probleem. Daar steunt het leger een regering die een steeds repressiever bewind voert. Zou het leger de Venezolaanse regering niet langer steunen, dan is de ont-knoping voorspelbaar. In de laatste uren van Abdalá Bucaram in Ecuador (1997) en Gonzalo Sánchez de Lozada in Bolivia (2003) tekende zich een soortgelijk patroon af. De legerleiding informeerde de president dat ze niet bij machte was het presidentieel paleis te beschermen; de enige optie voor de president was in ballingschap te gaan.

De Latijns-Amerikaanse regeringen die hiervan doordrongen zijn – met name de regeringen met autoritaire aspiraties – willen dat het leger aan hun kant staat. De militairen worden niet alleen ingezet bij sociale conflicten of om de veiligheid van de burgers te garanderen, maar moeten ook politieke kleur bekennen en loyaal zijn wanneer regeringen in de clinch liggen met de oppositie.

Deze nieuwe rol van de militairen komt het duidelijkst naar voren in de huidige Boliviaanse crisis. Het vurige debat dat momenteel wordt gevoerd over de vraag of de val van Evo Morales een staatsgreep is, is een goed voorbeeld van onze gezonde afkeer van militair ingrijpen, maar leidt af van de ongemakkelijke vragen over de omstandigheden die deze catastrofe hebben veroorzaakt.

“Militaire inmenging is onaanvaardbaar omdat een democratie is gestoeld op vreedzame mechanismen”

Stembusfraude

Door in het debat de nadruk te leggen op de laatste uren van de regering-Morales zijn de twintig dagen die eraan voorafgingen uit het zicht verdwenen. De verkiezingen van 20 oktober kregen een nare bijsmaak, omdat de president ondanks zijn nederlaag bij het referendum in 2016 – waarin hij vroeg om een vierde ambtstermijn – zich toch kandideerde voor de presidentsverkiezingen, ook al verbood de grondwet dat. Toen uit de voorlopige uitslag bleek dat Morales de eerste ronde niet zou halen, werd het tellen van de stemmen stopgezet en riep de regering op 24 oktober de overwinning uit. Een aantal dagen later stelde de Organisatie van Amerikaanse Staten vast dat er stembusfraude was gepleegd. De officiële reactie van de regering was het uitschrijven van nieuwe verkiezingen, en dat wekte weinig vertrouwen. Het was duidelijk dat de president – net als in 2016 – niet bereid was akkoord te gaan met een stembusuitslag die niet in zijn voordeel zou uitpakken, en dat zijn toekomstplannen met Bolivia een autoritaire inslag hadden.

Militaire inmenging in de politiek is onaanvaardbaar omdat een democratie is gestoeld op vreedzame mechanismen – vrije en eerlijke verkiezingen – en als oogmerk heeft dat de regering gehoorzaamt aan de wil van het volk. Maar wat doe je als de machthebbers deze mechanismen niet erkennen?

De ideeën achter het maatschappelijk verzet zijn duidelijk: burgerbewegingen moeten de democratie verdedigen en elke vorm van geweld vermijden. Een van de belangrijkste doelstellingen van geweldloos verzet is de veiligheidstroepen zover te krijgen dat ze weigeren mee te werken aan onderdrukking en geen gehoor geven aan de wil van hun regering.

Burgerprotesten

De stembusfraude van 20 oktober in Bolivia ontketende weken van burgerprotesten, die de politie weigerde neer te slaan. Uiteindelijk sloot ze zich aan bij de demonstranten. Een aantal politieke leiders stelde zich gematigd op, terwijl andere (mogelijke winnaars) steeds radicaler werden in hun toespraken. Tegen 9 november escaleerde het geweld. Tegenstanders van het regime vielen de huizen van hoog-geplaatste ambtenaren binnen om hen tot aftreden te dwingen, terwijl aanhangers van de president het vuur openden op demonstranten die op weg waren naar La Paz.

Toen de generaals Morales’ aftreden eisten – wat deed denken aan de zwartste episoden in de geschiedenis van Latijns-Amerika – hadden ze weinig benijdenswaardige opties. Ze konden de burgerprotesten neerslaan en de president steunen bij het verankeren van een autoritair regime, ze konden het gewelddadige conflict op straat uit de hand laten lopen of ze konden hun steun aan de regering terugtrekken en de president ten
val brengen. Dat ze niet achter de schermen maar in het openbaar voor deze laatste optie hebben gekozen, gaat in tegen de ontwikkelingen van de laatste jaren in Latijns-Amerika.

Het besluit van het leger heeft de crisis in Bolivia niet bezworen. Een democratische oplossing is het evenmin. Dat vicepresident Álvaro García Linera is teruggetreden en dat de Movimiento al Socialismo (MAS) weigert het aftreden van zijn leider Evo Morales te erkennen, heeft de weg naar de macht vrijgemaakt voor de starste sector van de oppositie. De sociale veranderingen die Bolivia de afgelopen jaren heeft doorgemaakt zijn niet terug te draaien; de populairste partij MAS is nu buitenspel gezet en deinst er niet voor terug het politieke systeem te destabiliseren. Als de politiek er niet in slaagt het vertrouwen te herstellen en ze geen vrij en transparant verkiezingsproces kan garanderen, zal het geweld toenemen en zal het leger helaas uiteindelijk de scheidsrechter zijn in het Boliviaanse politieke proces.

Auteur: Aníbal Pérez-Liñán

La Nación
Argentinië | dagblad | oplage 165.000

Conservatieve, in 1870 door de toenmalige president opgerichte krant. Een van de meest gelezen dagbladen van het land, en het eerste dat ook digitaal nieuws aanbood.

Plaats een reactie

Een politiebarricade op 1 oktober in Lima. De Peruviaanse oppositie zegde eind september het vertrouwen op in president Vizcarra, die daarop het parlement ontbond en met steun van het leger aan de macht bleef. – © Manuel Medir / Getty Images