Nieuwe slavernij in Italiaanse haute couture

Europa | #173  |  6 February 2020 - 17:00 6 Feb - 17:00

In Melito ontdekte de Napolitaanse politie een ondergronds atelier waarin 43 werknemers opgesloten zaten. Volgens de ondergedoken journalist Roberto Saviano een wijdverbreide praktijk in het zuiden van Italië: grote merken die arbeidsomstandigheden aan hun laars lappen.

Dit artikel is een tip van De Correspondent en krijg je daarom van ons cadeau!

» Lees dit artikel in de Reader

Italië heeft haar hoge niveau in de mode te danken aan een traditie van slavenarbeid in schimmige industriezones die zeker vijftig jaar teruggaat. Zwart, en onder vaak onmenselijke omstandigheden, worden daar pakken, jurken, schoenen en riemen gemaakt: producten voor de haute couture. Dat is de realiteit in Italië. Hoe die realiteit er precies uitziet, ontdekte ik toen ik deze illegale ateliers van binnenuit bestudeerde. Elk gesprek hierover met vakbondsmensen of arbeiders werd steevast afgesloten met de verzuchting ‘Dat is de realiteit in Italië’! De Italiaanse realiteit, zo leerde ik, is dat iedereen ervan weet, de bewijzen voor het oprapen liggen en het desalniettemin niet openlijk gezegd mag worden. Wil iemand het aan de kaak stellen, dan gaan de bewijzen en de getuigen bij een rechtszaak in rook op. Erger nog, het schaadt vooral de mensen van wie misbruik wordt gemaakt.

De Italiaanse realiteit is dat de Napolitaanse politie in Melito achter een gepantserde deur, in een ruimte zonder ramen of wc’s, 43 illegale werknemers ontdekten. Politici heb je hier niet over gehoord en je hebt er vast en zeker ook geen commentaren over gelezen. De agenten waren bezig een naaiatelier te inspecteren en hadden daar onder de 35 werknemers al 14 zonder de vereiste papieren aangetroffen. Maar daar bleef het niet bij. Achter een kast vol huiden en instrumenten troffen zij een zware deur aan die toegang bood tot een ondergrondse ruimte. Nog het meest leek deze op kluizen waarin juweliers waardevolle spullen opbergen, of bedrijven goederen en contant geld. Maar toen de agenten de deur openden, merkten ze dat de ruimte vol zat met mensen: 43 illegale werknemers.

***MOGEN WE NOG EVEN JE AANDACHT?***
Dit artikel krijg je van 360 cadeau. We geloven dat internationale context leidt tot een beter begrip van de wereld om ons heen. Het biedt nieuwe invalshoeken op een werkelijkheid die overal anders is. Bovendien maken we relevante, originele en mooie verhalen graag toegankelijk voor een groot publiek. Deel dit artikel als onze missie je aan het hart gaat. Of, nog beter, sluit je aan bij 360. Bekijk hier de mogelijkheden.
Bedankt

Het bedrijf heet Moreno s.r.l. en vervaardigt, in een atelier op twintig minuten rijden van Napels, leer bestemd voor de haute couture. De geschatte waarde van de bij de operatie in beslag genomen machines en materialen was 2,5 miljoen euro.

Vind je het vreemd dat deze werknemers opgesloten zaten in een kluis? Had het bedrijf daar niet beter de veel duurdere huiden kunnen bewaren? Wel, de handelswaar die men voor de agenten wilde verstoppen, de werkelijk kostbare handel, waren de arbeiders en arbeidsters en hun vakmanschap, waardevoller dan welke huid ook. Onder de 43 arbeiders in de ondergrondse ruimte bevonden zich twee minderjarigen en een zwangere vrouw.

Vergif
Ik ben opgegroeid in een streek waar elke garage of kelder gebruikt werd als atelier voor de productie van overhemden, schoenen, jeans, jassen en complete trouwkostuums. Dit zwarte werk betekent brood op de plank voor duizenden families in Campania, maar ook in Puglia, en tegelijkertijd is het vergif. ‘Excellentie’ is de lovende term die vaak gebruikt wordt om de Italiaanse mode te kwalificeren.

‘Excellentie’ is ook de term die het werk van de arbeidsters en arbeiders van deze zwarte fabriekjes het beste beschrijft. Voor een hongerloon van hooguit 3 euro per uur ploeteren zij om catwalks over de hele wereld van kleding te voorzien. De reden dat de haute couture op deze ateliers leunt, en het werk niet in zijn geheel naar India, Roemenië of Bangladesh verplaatst, zoals met de gewone kledingindustrie allang is gebeurd, zit hem in die term: excellentie. Zulke hoge kwaliteit kun je niet leveren na een intensieve cursus van drie dagen zoals Indiase en Pakistaanse arbeiders krijgen. Een zoom of een zool kunnen maken is niet genoeg, je moet er zorg aan besteden en werk van een kwaliteit leveren die het product net even beter maakt. En het levert vrijwel niets op: om te blijven bestaan moet deze kwaliteit tegen spotprijzen worden geleverd. Wanneer je de Napolitaanse meisjes die in deze fabriekjes werken vraagt wat ze doen voor de kost, antwoorden ze: ‘Ik Chinees’.

Het onderhuidse racisme van dit antwoord wil niets anders zeggen dan dat hun salaris op het niveau ligt van dat in een Chinese fabriek. Hier sterft het idee dat talent, schoonheid en vakmanschap vormen van waardevast kapitaal zijn waarmee je een bestaan kunt opbouwen.

Deze modearbeidsters bezitten dit kapitaal, maar om het te behouden, moeten ze werken tegen een steeds lager loon en onder steeds slechtere omstandigheden. Deze traditie van kleermakerij thuis of in kleine ateliers gaat ver terug. Al in de jaren zeventig was er geen schoen, pantalon of rok die niet mede dankzij thuiswerk tot stand was gekomen: fabrieken stuurden stoffen naar vrouwen (soms ook naar mannen) die er thuis tegen een maandelijkse vergoeding kleren van maakten. Dit systeem bestaat nog steeds. De uitbesteding van werk is vooral handig voor fabrieken die hun producten zonder al te ingewikkelde machinerie in fases kunnen fabriceren. Uit dit type thuiswerk, dat de sociologe Tania Toffanin toepasselijk ‘onzichtbare fabrieken’ noemde, zijn de ateliers voortgekomen. Het probleem met het thuiswerk was, dat er toch vaak machines voor nodig waren die je niet zomaar bij mensen thuis kon neerzetten. Daarom bevinden zich naast de ateliers, vooral op het platteland, vaak slaapgelegenheden, al net zo illegaal. Bovendien vertrouwt de mode, die de snel wisselende smaak van het publiek moet volgen, graag op menselijk kapitaal dat altijd inzetbaar is en geen financiële eisen stelt.

Nieuwe slavernij
Deze Italiaanse slavenarbeid is geen thema in het nationalistisch getinte publieke debat, want het spreekt ideologische stokpaardjes tegen. Er blijkt namelijk uit dat niet alleen door illegale immigratie de arbeid in Italië steeds goedkoper wordt en er een nieuwe slavernij ontstaat. Al meer dan vijftig jaar lang wordt in veel streken in Zuid-Italië (maar ook in de Veneto) vakbekwaam personeel systematische uitgebuit. En de hele mode-industrie doet daaraan mee. En ondanks artikelen, reportages, onthullingen en vakbondswerk is het niet gelukt om die situatie te veranderen. Voor de werk-nemers in de kluis in Melito komen andere in de plaats, opgesloten in andere kelders. Je vraagt je misschien af waarom de ateliers deze mensen niet officieel in dienst nemen? Mensen officieel in dienst nemen betekent minimumsalarissen uitbetalen en rekening houden met arbeidstijden, vakanties en arbeidsvoorwaarden.

Ateliers zouden zichzelf zo uit de markt prijzen en de chefs zouden hun inkomsten verliezen. En als de werknemers wel officieel in dienst worden genomen is het vaak fictief: de arbeiders krijgen weliswaar een redelijk loon uitbetaald, maar moeten de helft afstaan aan hun chef. Of er wordt een truc gebruikt, waarbij bedrijven het werk regulariseren met een ‘open thuiscontract’. De werknemer krijgt per afgeleverd product betaald en niet voor de tijd die het kost om het te vervaardigen. Uiteindelijk komt het loon dan uit op ongeveer 1 euro per uur.

Wanneer situaties als die in Melito aan het licht komen, komt meestal alleen de naam van het producerende bedrijf in de publiciteit en blijven de namen van de merken die de opdracht gaven geheim. Waarom wordt de haute couture niet ook aangeklaagd in de processen tegen deze ateliers? Heel simpel: de haute couture heeft er officieel niets mee van doen. Er bestaat een mechanisme om de verantwoordelijkheid af te schuiven: ze besteden het werk uit aan bedrijven die vervolgens onderaannemers in dienst nemen, en die nemen weer onderonderaannemers aan. Maar veel merken in de haute couture weten heel goed – al zijn ze juridisch niet aansprakelijk – dat de hoge kwaliteit van hun producten te danken is aan afschuwelijke arbeidsomstandigheden en continue uitbuiting. Alleen zij kunnen de keuzes maken waardoor deze situatie echt verandert. Het populisme zwijgt, want dat is het makkelijkste. Hervormers zijn bang om de fabrieken te verliezen en daarmee de salarissen, en de stemmen. Oftewel: dat is de realiteit in Italië. De woorden van zanger Fabrizio De André zijn ook op de haute couture perfect van toepassing: hoezeer je ook denkt dat je vrijuit gaat, je blijft er voor altijd bij betrokken.

Roberto Saviano

De Napolitaanse journalist en schrijver Roberto Saviano is beroemd geworden door zijn boek uit 2006: Gomorra, dat de greep van de Camorra (de Napolitaanse maffia) op de regio Campania aan de kaak stelt. Sindsdien moet hij dag en nacht door de politie beschermd worden, maar blijft hij schrijven over de maffia en over armoede in het zuiden van Italië.

La Repubblica
Italië | dagblad | oplage 252.000

Sinds 1976 de krant voor de intellectuele en zakelijke elite van Italië, staat politiek dicht bij de Democratische Partij (PD). Uitte met name gedurende Berlusconi’s laatste ambtsperiode steeds meer kritiek op de regering.

» Lees verder in de Reader

» Abonneer u op onze nieuwsbrief: wekelijks berichten uit de buitenlandse pers in uw inbox.

Plaats een reactie

Chinese arbeiders in een in beslag genomen illegale textielfabriek in Prato, in de buurt van Florence. © Fabrizio Giovannozzi / AP Photo