Een betere methode om meisjes in Afrika langer te laten leren

The Economist  |  4 November 2013 - 11:10 4 Nov - 11:10

Ontwikkelingsorganisaties moeten zich richten op het gezinsinkomen.

In veel Afrikaanse landen bestaat een grote ongelijkheid tussen mannen en vrouwen. Onderwijs helpt om die kloof te verkleinen, maar juist in Afrika gaan minder meisjes naar school dan jongens. Op elke 100 jongens die naar school gaan, gaan slecht 82 meisjes naar school. Er zijn veel ontwikkelingsprojecten die zich richten op onderwijs voor meisjes, maar de ongelijkheid blijft.

Onderzoeker Martina Björkman-Nyqvist van de Stockholm School of Economics in Zweden heeft ontdekt dat in Oeganda het weer een belangrijke rol speelt voor de opleiding van meisjes. In droge periodes houden ouders hun dochters van school. Zij moeten werken omdat droogte minder inkomsten uit landbouw betekent. Jongens mogen wel naar school blijven gaan, omdat ouders weten dat onderwijs op de lange termijn meer oplevert. Meisjes worden dus gebruikt om de acute nood te lenigen.

Als ontwikkelingsorganisaties zich meer gaan richten op het verwerven en het behoud van een goed gezinsinkomen, verbeteren de onderwijskansen van meisjes aanzienlijk, aldus Björkman-Nyqvist. Ouders moeten gewezen worden op slecht weer-verzekeringen en gestimuleerd worden om te sparen zodat ze geld achter de hand hebben voor slechte tijden.

Op de langere termijn is dat goed voor de gehele economie. Uit ander onderzoek blijkt dat wanneer 1 procent meer meisjes een middelbare school-opleiding voltooit het gezinsinkomen met 0,3 procent per persoon stijgt.

(Kinderen rennen naar school in Kwa-Zulu Nata, Zuid-Afrika. Foto van Trevor Samson)

Plaats een reactie