Op safari in de Flevopolder

360 Magazine/The New Yorker  |  7 januari 2018 - 08:30 7 jan - 08:30

Wolven in Nederland, oerrunderen in Spanje, historische steppen in Rusland: wat verloren ging, kan worden teruggetoverd. Rewilding Europe, heet dat. Elizabeth Kolbert van The New Yorker kwam naar het oude continent om dat met eigen ogen te bekijken. Ze begon haar rondreis in onze Oostvaardersplassen en zag wat wij niet zien.

Flevoland, dat min of meer midden in Nederland ligt, op een half uur rijden van Amsterdam, is de jongste provincie van het land, zowel in bestuurlijke als in letterlijke zin. Flevoland lag het grootste deel van de afgelopen millennia op de bodem van een inham van de Noordzee. In de jaren dertig van de vorige eeuw is die inham door een immens dammenstelsel omgetoverd tot een zoetwatermeer, en in de jaren vijftig van de vorige eeuw is Flevoland dankzij een minstens zo immens droogleggingsproject verrezen uit het slib van de voormalige zeebodem. Op het wapen dat is ontworpen toen Flevoland officieel een provincie werd, prijkt een dier met de kop van een leeuw en de staart van een zeemeermin.
De grond in Flevoland behoort tot de vruchtbaarste gronden van heel Europa: de lange, smalle akkers staan vol aardappels, suikerbieten en gerst. In twee uithoeken van de provincie ligt een stad die helemaal vanaf de grond 
is opgebouwd: Almere in het westen 
en Lelystad in het oosten. Daartussenin ligt een wildernis die ook uit de aarde is opgetrokken, en zo doet het geheel denken aan het scheppingsverhaal. (…)

Gratis voor 360 abonnees


Plaats een reactie