#147 | Spermaconcurrentie bestaat niet

Aeon / 360  | 13 oktober 2018 - 10:2613 okt - 10:26

Weer een mythe doorgeprikt. De eicel is geen passieve, afwachtende partij die in een gigantische marathon de snelste, fitste spermatozoïde beloont met een bevruchting. Sterker nog, zaadcellen zwemmen niet eens het hele traject zelf.

Voordat de wetenschap enig inzicht kreeg 
in de menselijke voortplanting, werd ervan uitgegaan dat nieuw leven spontaan ontstond, uit niet-levend materiaal. Daar kwam halverwege de zeventiende eeuw een klein beetje verandering in, toen het natuurvorsers (maar net) lukte om met het blote oog het vrouwelijke ovum, oftewel de eicel, te zien. Zij concludeerden dat alle leven al in aanleg aanwezig was sinds het moment van de goddelijke schepping; één persoon bestond binnen in 
de ander, in de eitjes van een vrouw, zoals de bekende Russische matroesjkapoppen. Deze kijk op de voortplanting, die ‘preformatie’ werd genoemd, paste goed in het straatje van de heersende klasse. ‘Door afstammelingen binnen in elkaar te plaatsen’, schrijft de Portugese ontwikkelingsbioloog en schrijfster Clara Pinto-Correia in haar boek The Ovary of Eve (‘Eva’s eierstok’, 1997), ‘kon het idee van de preformatie fungeren als een “politiek correcte” antidemocratische doctrine die impliciet het dynastieke stelsel legitimeerde – en natuurlijk hoorden de vooraanstaande natuurvorsers van de Wetenschappelijke Revolutie niet tot de dienende klasse’.

Je zou verwachten dat de voortschrijdende wetenschap, kijkend door haar heldere biologische lens, 
zou afrekenen met die matroesjkatheorie. Maar dat gebeurde helemaal niet – integendeel: toen de microscoop de onderzoekers uiteindelijk in staat 
stelde om niet alleen eicellen te zien maar ook zaadcellen, ging de preformatietheorie over in een nieuwe, zelfs nog patriarchalere politieke arrogantie. 
Nu gingen filosofen en enkele voortplantingsonderzoekers de eicel enkel zien als een passieve ontvanger, die lag af te wachten tot een krachtige spermatozoïde de boel op gang kwam brengen. En die spermatozoïde? Die bevatte in haar kopje een piepklein voorgevormd menselijk wezentje – een ‘homunculus’ om precies te zijn. De Nederlandse wis- en natuurkundige Nicolaas Hartsoeker, uitvinder van de schroefmicroscoop, beschreef die homunculus toen hij in 1695 voor het eerst een zaadcel in beeld kreeg. 
Hartsoeker zág niet werkelijk een homunculus in het kopje van de spermatozoïde, zo gaf hij indertijd toe, maar hij overtuigde zichzelf ervan dat die er wel was.

Krachtigere microscopen hebben de homunculus uiteindelijk naar de vuilnisbelt van de geschiedenis verwezen, maar in bepaalde opzichten is er weinig veranderd. Het meest opvallend leeft de erfenis van de homunculus voort in het hardnekkige idee van 
de eicel als de passieve partij bij de bevruchting, die afwacht tot de actieve spermatozoïde door een 
storm aan hindernissen heen weet te zwemmen, om het leven voort te zetten. Het is begrijpelijk – maar 
ongelukkig – dat een lekenpubliek deze onjuiste, seksistische paradigma’s en metaforen overneemt. Maar biologen en natuurkundigen maken zich er ook schuldig aan.

» Lees verder

» Lees verder op Blendle (gratis voor leden)

Gratis voor 360 abonnees


Plaats een reactie