Afrikaanse kikkersprongen

Financial Times / 360  | 28 december 2018 - 10:2528 dec - 10:25

De snelle verspreiding van technologische ontwikkelingen heeft Afrikaanse landen de kans gegeven een sprong vooruit te maken. Maar daar is nog altijd deugdelijk bestuur voor nodig.

Kotiogo Ng’usilo kan zich nog levendig herinneren dat hij voor het eerst een auto zag. 
Het was in de jaren vijftig en Ng’usilo, een jager-verzamelaar van de Ogiek-stam in het Mau-woud in Kenia, dacht dat het een ‘bewegend huis’ was. Inmiddels 86 jaar oud probeert hij met het verzamelen van honing en het vangen van een klipdas hier en daar nog vast te houden aan zijn oude levensstijl, maar verder is hij meegegaan met de vaart der volkeren. Hij draagt westerse kleren, koopt voedsel op de markt en gebruikt, net als zijn jongere familieleden, een mobiele telefoon. Terwijl hij boven een kalebas heilig honingbier over vroeger vertelt, wordt hij continu onderbroken door getjirp, niet van vogels maar van telefoontjes met nieuws uit de stad.

De snelle opkomst van mobiele technologie in de derde wereld – met name in Afrika, dat bij Azië en Latijns-Amerika achterblijft in het dichten van de inkomenskloof met het Westen – heeft geleid tot de kikkersprongtheorie. Volgens deze theorie, zo staat geformuleerd in een studie van de Wereldbank, kunnen landen een ‘snelle economische groeisprong maken’ door technologische innovatie te omarmen.

» Lees dit artikel in onze Digitale editie # 151

Sommigen zien in de kracht van technologie een verbluffende potentie om problemen op te lossen die veel regeringen, vooral in Afrika, niet adequaat aanpakken: slechte gezondheidszorg, slechte scholen, een gebrekkig wegennetwerk, gebrekkige elektriciteitsvoorziening en een tekort aan banen. Afgelopen zomer riep Alibaba-oprichter Jack Ma nog een 
prijs van 10 miljoen dollar in het leven voor jonge Afrikaanse techondernemers die ‘de weg plaveien voor een betere toekomst’.

Technologie

De opkomst van mobiele en digitale technologie wordt gezien als de sleutel tot de kikkersprong. 
Volgens schattingen van de GSMA, de mondiale brancheorganisatie van de telecomsector, telden landen bezuiden de Sahara in 2017 in totaal 444 miljoen mobieletelefoongebruikers, een penetratiegraad van 44 procent, tegen een wereldwijd gemiddelde van 
66 procent. In Zuid-Afrika en Nigeria, waar 9 van de 10 inwoners een abonnement heeft, zijn mobieltjes net zo gewoon als in de VS, blijkt uit onderzoek van de Amerikaanse denktank Pew Research Center. 


MOGEN WE EVEN JE AANDACHT?
Dit artikel krijg je van 360 cadeau. We geloven dat internationale context leidt tot een beter begrip van de wereld om ons heen. Het biedt nieuwe invalshoeken op een werkelijkheid die overal anders is. Bovendien maken we relevante, originele en mooie verhalen graag toegankelijk voor een groot publiek. Deel dit artikel als onze missie je aan het hart gaat. Of, nog beter, sluit je aan bij 360 met een (proef / cadeau) – abonnement. Doneren kan ook als je niet genoeg tijd vindt om te lezen, maar 360 wil steunen in haar voortbestaan.
Bedankt

Met de prijsdaling van mobiele telefoons is de verwachting dat de kloof tussen het merendeel van de 50 Afrikaanse landen en de rest van de wereld geleidelijk zal worden gedicht. In Ethiopië produceert het Chinese bedrijf Transsion Holdings al toestellen die niet meer dan 10 dollar kosten. ‘Inmiddels is toegang tot mobiele telefoons bijna universeel,’ zegt de Zimbabweaanse neurowetenschapper Precious Lunga, oprichter van Baobab Circle, een techbedrijf dat kunstmatige intelligentie gebruikt om patiënten in Kenia en 
Zimbabwe consulten te geven. ‘Er zijn plekken waar geen stromend water is, maar waar je wel een video kunt 
streamen,’ zegt ze.

De verspreiding van smartphones, die een derde uitmaken van alle mobiele telefoons in Afrika, opent nieuwe perspectieven, jubelen techadepten. Een deel van de elite in bruisende steden als Lagos in Nigeria of Dar es Salaam in Tanzania, die beide tot de snelst groeiende steden ter wereld behoren, gebruikt taxiapps als Uber of Taxify en bestelt maaltijden en kleding online. In Ivoorkust heeft bankengroep Standard Chartered haar eerste louter digitale consumentenbank opgericht, als proef voor digitale diensten wereldwijd. Nog belangrijker voor de kikkersprongtheorie is de impact die mobiele technologie heeft op het platteland, waar zes van de tien Afrikanen leven. Op vrijwel het hele Afrikaanse continent voltrekt zich een revolutie op het vlak van financiële inclusie.

Kenia was in 2007 voortrekker met de lancering van M-Pesa, de mobiele betaaldienst van telefoonbedrijf Safaricom. Tientallen miljoenen mensen die voordien zonder bankrekening door het leven gingen, zoals Ng’usilo, kunnen nu met een paar vingerbewegingen geld naar familieleden overmaken of inkopen doen. De doorbraak van mobiel geld, dat volgens de GSMA inmiddels door ongeveer 690 miljoen mensen wordt gebruikt, van wie de helft Afrikaans is, vormt de 
ruggengraat voor tal van andere diensten. In steden en middelgrote plaatsen kunnen kleine ondernemingen online adverteren en mobiele betalingen ontvangen.

Op het platteland is er een snelle groei van pay-as-you-go-zonnestroom waarbij klanten met mobiel geld voor luttele bedragen als 50 cent per dag elektriciteit kunnen kopen. De panelen worden op afstand gedeactiveerd wanneer de betaling stopt. In het dorp Sahabevava in het noordoosten van Madagascar, op een paar uur rijden van de dichtstbijzijnde stad en ver verwijderd van het dichtstbijzijnde elektriciteitsnetwerk, woont boerin Lydia Soa. Ze is de trotse bezitter van een zonnepaneel, dat genoeg stroom opwekt om haar huis mee te kunnen verlichten – handig voor wanneer de kinderen huiswerk maken – een boombox te laten werken en, natuurlijk, om haar mobiele telefoon op te laden.

Afrika is goed voor 16 procent van de wereldbevolking maar heeft slechts 2,8 procent van de mondiale capaciteit voor stroomopwekking. Slechts 37 procent van de Afrikanen ten zuiden van de Sahara heeft 
toegang tot elektriciteit, wat betekent dat zo’n 600 miljoen mensen zonder stroom leven. Maar in 2017, bleek uit een brancherapport, hadden 73 miljoen huishoudens bezuiden de Sahara al toegang tot zonne-energie. Deze snelle toename, die ervoor gezorgd heeft dat afgelegen delen van Afrika in één klap van geen stroom naar groene stroom zijn gegaan, is een schoolvoorbeeld van de kikkersprongtheorie.

Als technologie over grenzen, het bankwezen en elektriciteitsnetwerken kan ‘springen’, zeggen enthousiastelingen, dan zal ze zeker een weerslag hebben op alle industrieën én alle levensterreinen. Keun Lee, hoogleraar economie aan de Nationale Universiteit van Seoul, heeft bestudeerd hoe technologische ontwikkelingen vooruitgang kunnen 
aanzwengelen. ‘Bij de opkomst van een nieuwe technologie of paradigma begint iedereen op hetzelfde punt; laatkomers lopen niet achter,’ zegt hij. ‘Voorlopers zijn de laatsten die op nieuwe technologieën overstappen,’ voegt hij eraan toe.

Lee, die de regering van Rwanda adviseert over haar ambities om van 
het kleine centraal-Afrikaanse land een digitale hub te maken, zegt dat technologische verschuivingen landen als India, Brazilië en een aantal Afrikaanse economieën de kans geven een sprong vooruit te maken. ‘Afrikaanse landen, waar men voorheen voor verlichting op kerosinelampen was aangewezen, kunnen in één keer overgaan op zonne-energie, zonder de tussenstap van een traditioneel elektriciteitsnet.’

Weinigen zullen betwisten dat landen in Afrika en elders door gebruikmaking van technologieën die in het Westen zijn ontwikkeld of van eigen innovaties, zoals mobiel geld, het ontwikkelings-proces kunnen bekorten. Groot-Brittannië deed er 150 jaar over om, via een industriële revolutie die draaide om water, wind en stoomkracht, van een landbouweconomie tot een geavanceerde economie uit te groeien. Japan deed er korter over, en landen als Singapore, Taiwan, Zuid-Korea en China maakten de sprong naar de positie van een 
land van midden- en hoge inkomens in een paar generaties.

Fonkelnieuwe apps

De kikkersprongadepten zijn in hun definitie van technologie geneigd om te focussen op de digitale revolutie en de transformerende kracht van ‘fonkelnieuwe apps’, zoals Lunga van Baobab Circle het uitdrukt. Robert Gordon, econoom aan de Northwestern University in Chicago, zegt echter dat de grootste productiviteitsgroei niet zozeer te danken is aan het internet 
of mobiele telefoons maar aan technologieën die we nu als vanzelfsprekend beschouwen: sanitaire voorzieningen, wegen en stoomkracht.

Als Gordon gelijk heeft, dan zou Afrika door die ontwikkelingen over te slaan en direct aan te haken bij wat men in 2016 op het World Economic Forum in Rwanda ‘de vierde industriële revolutie’ noemde, de belangrijkste productiviteitsstijging mislopen – en dus ook economische groei. Inderdaad kunnen de groeicijfers van Afrika, omgerekend per hoofd van de bevolking, zelden worden uitgedrukt in bedragen van twee cijfers voor de komma, zoals wel het geval is in Noordoost-Azië, waar de levensstandaard omhoog is geschoten.

Bill Gates zegt dat de voornaamste technologieën die in Afrika levens 
veranderen in het verleden zijn ontwikkeld en nu pas in de verste uithoeken van de wereld doordringen. ‘Ik heb het over technologie in de vorm van een injectie door de plaatselijke arts, of een pil die dorpelingen kunnen slikken of een zaadje dat ze kunnen planten,’ zegt hij. Gates, wiens Bill & Melinda Gates Foundation miljarden dollars bijdraagt aan het bevorderen van zulke ontwikkelingen, zegt dat het relatieve gemak van de verspreiding landen in staat stelt om sneller op de rest van de wereld in te lopen, vooral op het gebied van de volksgezondheid. ‘Wat vaccineren betreft zijn we aardig op weg om alle kinderen op de hele wereld te bereiken.’

Solutionism

Sommige claims van de kikkersprongadepten zwemen naar ‘solutionism’: het idee dat technologie zelfs de lastigste problemen kan oplossen. Volgens sceptici toont Afrika net zo goed de beperkingen 
van technische oplossingen bij de afwezigheid van fatsoenlijk bestuur en een basisinfrastructuur. 
Ontwikkelingen op gebied van landbouw en volks-gezondheid laten zowel het potentieel als de tekortkomingen van technologie zien. Neem de landbouw, waarin meer dan de helft van de volwassen bevolking van Afrika werkzaam is.

In heel Afrika probeert men het probleem van de lage productiviteit door middel van technologische oplossingen te lijf te gaan. In Ghana stuurt CocoaLink cacaoboeren via sms praktische informatie en de actuele marktprijzen. In Kenia gebruikt de onlinemarktplaats Twiga Foods technologie om duizenden groothandelaren een directe afzetmarkt te bieden en boeren een transparante markt te garanderen. Volgens Twiga-topman Grant Brooke biedt de mobiele technologie boeren meer zekerheid, waardoor ze hun opbrengst kunnen verhogen. Maar fonkelende apps kunnen niet de waarheid verdoezelen. Afrikaanse boeren zijn bleven steken in de 19de eeuw.

Het merendeel van de boerderijen heeft geen irrigatie, geen gesubsidieerde zaden of kunstmest, geen toegang tot de markt en onzekere eigendomsrechten. Boeren nemen niet 
de moeite gewassen te verbouwen die, bij gebrek aan een koelsysteem, gaan rotten voordat ze de consument bereiken. Slechts 44 procent van de rurale bevolking in Kenia en 32 procent van de Ethiopiërs woont op twee kilometer afstand van een weg die het hele jaar begaanbaar is, een gegeven dat de 
Ethiopische oud-premier Meles Zenawi zwaarder vond wegen dan het bbp om te bepalen hoe zijn land ervoor stond.

Of neem de medische zorgvoorziening. In heel Afrika proberen technologen een fundamenteel 
probleem op te lossen: het gebrek aan goede, betaalbare gezondheidszorg. Babyl Health Rwanda, de dochteronderneming van Babylon, een Britse maker van een dokter-in-je-zakapp, biedt dorpelingen die op grote afstand van een kliniek wonen onlineconsulten. ‘Technologie kan wel degelijk een gat vullen,’ zegt Lunga, die met haar Baobab Circle teleconsulten biedt aan diabetespatiënten en mensen met bloeddrukproblemen.

‘Er zijn te weinig artsen, er zijn te weinig verpleegsters,’ zegt ze. ‘Met behulp van kunstmatige intelligentie kun je dat probleem in één klap verhelpen.’ Maar net als bij de landbouw lijken deze vernieuwingen in de gezondheidszorg eerder lapmiddelen voor een falend systeem. Veel Afrikaanse regeringen zijn te arm, te slecht georganiseerd of te druk bezig met het vullen van eigen zakken om 
de bevolking fatsoenlijke gezondheidszorg te leveren. De enige kikkersprongen op zorggebied zijn die van rijke Afrikanen die voor een behandeling uitwijken naar het buitenland en hun eigen gebrekkige zorgvoorziening laten voor wat het is.

‘Niemand kan beweren dat goede technologie een substituut is voor goed bestuur,’ zegt Bill Gates. ‘Ik maak me geen illusie dat je geholpen bent met een gratis computer als je malaria hebt, of als er geen leraren of zelfs geen klaslokalen zijn.’ Calestous Juma, de vorig jaar overleden hoogleraar internationale ontwikkeling aan de Harvard Kennedy School, geloofde heilig in de kracht van technologie om levens in Afrika te veranderen, maar hij waarschuwde voor de valse voorstelling 
van zaken dat Afrika met één grote sprong in de diensteneconomie zou kunnen belanden zonder eerst een industriële basis te leggen. ‘Geen kikkersprong kan op tegen slecht leiderschap.’

Auteur: David Pilling

Financial Times
Verenigd Koninkrijk | dagblad | 
oplage 448.000

Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld.

Plaats een reactie