Kleine landen, grote (digitale) sprongen

Süddeutsche Zeitung | München  |  4 februari 2019 - 09:05 4 feb - 09:05

In IJsland, Estland en Servië is de relatie tussen staat en burger volledig gedigitaliseerd; Estland geldt zelfs als rolmodel in Europa wat betreft ‘e-government’. Dat is geen toeval: de drie premiers van de landen zitten geregeld met elkaar om de tafel.

» Lees dit artikel in de Reader

Natuurlijk zijn IJsland, Estland en Servië heel verschillende landen, in heel verschillende delen van Europa. Het eerste land ligt hoog in het noorden en heeft maar 340 duizend inwoners, van wie sommigen beweren dat ze op een eiland vol elfen en trollen wonen. Het tweede is met 1,3 miljoen inwoners iets kleiner dan München en was ooit een Sovjetrepubliek. En in het derde land hoef je niet heel oud te zijn om over de laatste 
oorlog te kunnen vertellen: nog maar twintig jaar geleden zetten NAVO-bommenwerpers hier koers naar Belgrado.

Drie landen, drie verschillende geschiedenissen, maar met één belangrijke overeenkomst: ze boeken veel vooruitgang op het gebied van digitalisering. Estland geldt al jaren 
als voorbeeldland op digitaal gebied, IJsland is eveneens hard op weg en 
Servië wil ook zo’n land worden. De redenen daarvoor zijn alleen wel weer heel divers.

Op een regenachtige novemberdag in Berlijn zitten de premiers annex ‘digitaliseerders’ gezamenlijk te lunchen in hotel Adlon. Ze kennen elkaar, ontmoeten elkaar regelmatig, noemen elkaar bij de voornaam: IJslands minister-president Katrín Jakobsdóttir, haar Estse collega Jüri Ratas en de Servische minister-president Ana Brnabic. Op een dergelijke bijeenkomst gaat het 
er in eerste instantie heel analoog aan toe: begroeting met een handdruk, 
uitwisseling van ervaringen, smalltalk.

MOGEN WE EVEN JE AANDACHT?
Dit artikel krijg je van 360 cadeau. We geloven dat internationale context leidt tot een beter begrip van de wereld om ons heen. Het biedt nieuwe invalshoeken op een werkelijkheid die overal anders is. Bovendien maken we relevante, originele en mooie verhalen graag toegankelijk voor een groot publiek. Deel dit artikel als onze missie je aan het hart gaat. Of, nog beter, sluit je aan bij 360 met een (proef / cadeau) – abonnement. Doneren kan ook als je niet genoeg tijd vindt om te lezen, maar 360 wil steunen in haar voortbestaan.
Bedankt

Jakobsdóttir is sinds een jaar premier van IJsland en heeft iets op poten gezet wat in Duitsland waarschijnlijk de ‘Jamaica-coalitie’ zou worden genoemd [de combinatie van partijkleuren van de Duitse CDU/CSU, de fDP en de Groenen is die van de Jamaicaanse vlag]. Zij, de Links-Groene, staat aan het hoofd van een groen-geel-zwarte coalitie. 
Ze is moeder van drie zonen en komt uit een land waar vrouwen volgens 
de statistieken zo’n beetje de beste 
promotiekansen ter wereld hebben.

Diverser

Jakobsdóttir heeft twee grote doelen. Ten eerste de afschaffing van de ongelijke betaling van vrouwen en mannen. Zo is er begin 2018 in IJsland een wet in werking getreden die werkgevers verplicht vrouwen voor gelijk werk een gelijk salaris te betalen. Maar haar belangrijkste doel is de digitalisering. IJsland is ‘een heel bijzonder land’, aldus Jakobsdóttir. ‘Trends verspreiden zich snel en dan kan het weleens gebeuren dat vrijwel iedereen in het land hetzelfde kerstcadeau krijgt. Rond de financiële crisis in 2008 was dat een IJslandse wollen trui, toen in de mode.’ Juist daarom zou ze graag willen ‘dat we in ons kleine land nog veel diverser worden’. In een land waar evenveel mensen wonen als in een middelgrote Duitse stad, is digitalisering sneller te realiseren dan bijvoorbeeld in Duitsland. 95 procent van de IJslandse bevolking heeft toegang tot internet en het aantal start-ups neemt razendsnel toe. De minister-president zelf gebruikt sociale media vooral als politicus; privé praat ze liever rechtstreeks met de mensen. Maar, zo vertelt ze, zonder Messenger zou ze haar man, die niet zo graag belt, waarschijnlijk niet hebben leren kennen.

IJsland, het land dat ooit vooral leefde van visvangst, aluminium en toerisme, is met zijn hete bronnen en geisers een bijzonder soort mijn geworden: in grote serverparken in het zuiden van het land worden nieuwe bitcoins gedolven. IJsland geldt als het eldorado van de miners: het land is van zichzelf al koel, wat het eenvoudiger maakt om de computercentra te koelen. Daarbij komt nog een overvloed aan goedkope stroom uit duurzame energie.

In de wereld van Ana Brnabic gaat het om heel andere dingen: de Servische minister-president is net begonnen met het digitaliseren van haar land. 
Ze zegt: ‘Servië behoorde niet tot de winnaars van de Derde Industriële Revolutie, dus we moeten ervoor vechten om tot de winnaars van de Vierde Revolutie te behoren.’

Servië? Ja, Servië. ‘U zult het wellicht merkwaardig vinden,’ zegt de minister-president uit Belgrado. 100 miljoen euro investeert het land in infrastructuren en start-ups. ‘Kleinere landen zoals wij kunnen efficiënter te werk gaan dan andere,’ zegt ze. Voordat Brnabic de politiek in ging, was ze onder andere werkzaam in het bedrijfsleven. Dat helpt haar nu om dit land, dat decennialang leefde van staal, mijnbouw en zijn staatsbedrijven, te moderniseren. Het is een grote sprong voor een land waar de ruïnes van de bombardementen van 1999 nog midden in de hoofdstad te zien zijn.

Tijgersprong

De premier van Estland, Jüri Ratas, staat al daar waar anderen nog naartoe willen. Hij heeft zijn land compleet gedigitaliseerd. Op veel terreinen heeft Estland met zijn 1,3 miljoen inwoners een voortrekkersrol gespeeld. Het begon ermee dat de Russen vertrokken en Estland alleen achterbleef. De roebel weg, het Russische bankenstelsel weg – algauw werd er via de computer betaald in plaats van met cheques en omslachtige formulieren.

De nieuwe digitale orde van het kleine Estland is dus nauw verbonden met de ineenstorting van een oud, groot rijk. Eerst werd begin jaren negentig het onlinebankieren voor iedereen geïntroduceerd, vervolgens waren in de tweede helft van de jaren negentig de scholen en het overheidsapparaat aan de beurt. De Esten noemden dat project Tiigrihüpe, ‘tijgersprong’.

Wat betreft ‘e-government’ is Estland tegenwoordig het rolmodel in Europa: elke burger van het land heeft sinds 2002 zogezegd een digitale identiteit, een gebruikersprofiel van overheidswege met alle belangrijke gegevens. Via dat account kan er veel worden geregeld in relatie tot instanties en dienstverleners, van de belastingaangifte tot en met het digitale patiëntendossier. Wie orgaandonor wil worden, kan dat met één muisklik bevestigen. Wie dat niet wil, hoeft niet in actie te komen. Al met al, zeggen deskundigen, kunnen Esten tegenwoordig 99 procent van alle openbare dienstverlening vanuit hun woonkamer bereiken.

Maar dit voormalige deel van het 
Sovjetrijk heeft ook te kampen met cyberaanvallen. Hoe groot dat gevaar is, ondervonden de Esten in 2007, 
toen het land slachtoffer werd van een omvangrijke aanval. Dat is sindsdien niet meer gestopt, zegt Ratas, maar 
de afweer is vernuftiger geworden. ‘Ik denk dat er elke seconde een cyberaanval op Estland plaatsvindt.’ Dat zou natuurlijk een reden voor de bevolking kunnen zijn de klok terug te willen draaien naar de tijd dat het openbare leven nog niet door computers werd georganiseerd, maar dat is niet het geval. De burgers hebben vertrouwen in het systeem, zegt de premier. Maar: ‘We moeten ons voorbereiden op nepnieuws en op wat vanuit het Oosten onze kant op komt,’ waarschuwt Ratas. Daarom beschermen de Esten zich met back-ups en uitgekiende veiligheidssystemen, waaruit maar blijkt dat wie een land volledig digitaliseert, nooit klaar is en in deze tijden pas aan het begin staat. In de komende jaren gaat het erom het systeem steeds veiliger 
te maken.

Cyberveiligheid

Dat is ook waarom Katrín Jakobsdóttir zich zorgen maakt over haar kleine land. ‘We moeten de cyberveiligheid vergroten en ons kunnen verdedigen,’ zegt ze. Juist de gedigitaliseerde gezondheidszorg in IJsland is een kans en een risico tegelijk: ‘Wie wil, kan de ziekenhuizen van ons land lamleggen, dat is riskant.’ Hoe meer er digitaal wordt gedaan, des te meer er in veiligheid moet worden geïnvesteerd.

Van crises weet Jakobsdóttir alles. Toen ze carrière maakte in de politiek, stond haar land op zijn kop. De IJslanders voerden een publiek debat over hun bankiers, die enorm hadden misgegokt in de aanloop naar de financiële crisis. Door de crisis werd een heel land in zijn bestaan bedreigd: de drie grootste banken waren omgevallen – ‘een van onze wereldrecords,’ zegt Jakobsdóttir. Toen een staatsbankroet dreigde, werd besloten tot nationalisering van de financiële sector. Het geldwezen en de visserij zouden er altijd zijn, maar digitalisering en nieuwe start-ups moesten het land vernieuwen. Daarbij gaat het niet alleen om snelle internetverbindingen en data, maar ook en vooral om de relatie tussen burger en overheid. Wat betekent dat allemaal voor de inwoners, voor de staat en voor de hele samenleving?

Dichter bij de EU

Voor Ana Brnabic is digitalisering een manier om het land dichter bij de EU te brengen. Een voorbeeld: aanbestedingen in de bouwsector. ‘De procedure bij bouwvergunningen is altijd een van de meest corrupte geweest,’ zegt de Servische premier. ‘Door die procedure digitaal te laten verlopen, waarbij bieders hun plannen moeten uploaden, komt daarin verandering.’ In IJsland, zegt Jakobsdóttir, doen de meeste mensen en bedrijven hun belastingaangifte inmiddels digitaal. ‘De relatie tussen de mensen en de belastingdienst is daardoor beter geworden, ook omdat de service is verbeterd.’

Niet overal stellen burgers hun digitale gegevens graag ter beschikking; zo maken in Duitsland privacybeschermers een groot voorbehoud. Daar waar de relatie tussen burger en autoriteiten wordt gedigitaliseerd, zijn vooral transparantie en vertrouwen nodig. ‘We moeten de burgers op digitaal gebied net zo beschermen als we dat 
op straat doen,’ zegt de Estse premier. Hij heeft van dit gezelschap het langst ervaring met e-government en weet ook dat zaken soms verkeerd kunnen lopen. Zoals afgelopen jaar, toen over een veiligheidslek bij de elektronische paspoorten, de e-id’s van het land, werd geschreven: als de helft van de inwoners bang moet zijn voor identiteitsdiefstal, dan is er niet alleen veel technische inzet nodig, maar moet ook een hoop werk worden verzet om vertrouwen te kweken. ‘Als burger moet 
ik er zeker van kunnen zijn dat mijn gegevens niet op straat komen te liggen,’ zegt Ratas. ‘Daarom kan elke burger online controleren of zijn gegevens zijn bekeken en door wie.’

Drie landen, drie manieren en een zeer interessante ontwikkeling. Jakobsdóttir zegt: ‘Vroeger lagen persoonlijke papieren en documenten in overheidskantoren en praktijkruimten. Ik geloof niet dat dat veiliger was.’

Auteur: Thomas Fromm

Süddeutsche Zeitung
Duitsland | dagblad | oplage 445.000

Opgericht in 1945. De intellectuele, liberale krant van links Duitsland. Samen met de FAZ een van de belangrijkste dagbladen van het land. De SZ staat bekend om de drie-eenheid tolerantie, onafhankelijkheid en waakzaamheid.

Plaats een reactie