‘Er is maar één reddingsmiddel en dat is tegengif’

The Caravan / 360  |  2 December 2019 - 10:00 2 Dec - 10:00

Dokters in India voeren een slepend gevecht om de tienduizenden dodelijke slachtoffers die er jaarlijks door slangenbeten vallen terug te dringen. Maar er is een gebrek aan medisch personeel, tegengif en preventieve kennis bij de plattelandsbevolking.

» Lees dit artikel in de Reader

In 1969, in het dorpje Umbraj, in het district Poona in westelijk India, stond een achtjarige jongen die het concept ‘dood’ nog niet kon bevatten als aan de grond genageld bij de aanblik van een groep weeklagende mensen rondom een vrouw die zojuist aan een slangenbeet was gestorven. Het was zijn eerste kennismaking met het fenomeen van de slangenbeet, dat in India jaarlijks tienduizenden dodelijke slachtoffers maakt. Deze vroege kennismaking zou de verdere loop van zijn leven bepalen.

De jongen, Sadanand Raut, werd later arts. In 1992 richtte hij in de stad Junnar, in hetzelfde district, een kliniek met een eigen apotheek op. Op een dag in 1994 kreeg Raut te horen dat de achtjarige dochter van een landarbeider in het naburige plaatsje Narayangaon door een adder was gebeten.

Ze werd met spoed naar zijn kliniek gebracht, maar het was te laat. Van het ‘gouden uur’ – de eerste zestig minuten na een slangenbeet waarin behandeling baat kan hebben – waren bijna twintig minuten verstreken, en het meisje kon niet meer worden gered.

MOGEN WE EVEN JE AANDACHT?
Dit artikel krijg je van 360 cadeau. We geloven dat internationale context leidt tot een beter begrip van de wereld om ons heen. Daarom zijn we blij als je dit artikel voor ons deelt. Nog blijer zijn we als je je bij ons aansluit: Probeer nu 5 nummers voor maar 15 euro. Duurt een paar minuten, stopt automatisch.
Bedankt

Slangenbeetkliniek

‘Ik werd achtervolgd door dat incident,’ vertelt Raut. ‘Ik vroeg mezelf af: wat voor nut heeft mijn opleiding als ik als dokter, met al mijn kennis, dat arme kind niet kan redden?’ De dood van het meisje vormde de aanleiding om iets concreets te doen om de levens te redden van slachtoffers van slangenbeten. Raut wist er nauwelijks iets van af; de behandeling van slangenbeten behoorde niet tot het curriculum van de studie geneeskunde.

‘Ik begon me in te lezen over medicatie en preventie en breidde de kliniek uit,’ vervolgt hij. Door het ontbreken van geschikte medische voorzieningen in Junnar moesten slachtoffers in het verleden naar een ziekenhuis in het verder gelegen Poona worden gebracht. Daarmee verloren ze kostbare tijd. ‘In 2017 hebben we meer dan 160 slachtoffers in onze kliniek behandeld, van wie er niet één is gestorven,’ zegt Raut met onverholen trots. ‘In de afgelopen twintig jaar zijn hier meer dan vierduizend patiënten van een zekere dood gered. Vroeger was de bevolking afhankelijk van mantriks, gebedsgenezers, maar inmiddels hebben ze vertrouwen gekregen in ons medici,’ voegt hij eraan toe. ‘Soms krijgen we zelfs patiënten uit Poona doorgestuurd.’

India voert wereldwijd de ranglijst aan wat slangenbeten betreft. De Wereldgezondheidsorganisatie – die slangenbeten in 2017 toevoegde aan de lijst met verwaarloosde tropische ziektes – schat dat jaarlijks zo’n 2,8 miljoen Indiërs worden gebeten door een slang. Volgens een rapport van de Million Death Study, dat onderzoek doet naar gevallen van vroegtijdige dood in het land, vallen er ieder jaar bijna vijftigduizend doden door een slangenbeet. Maar het totale aantal ligt waarschijnlijk vele malen hoger omdat de meeste incidenten in afgelegen gebieden plaatsvinden en zodoende ongeregistreerd blijven.

Verschillende factoren hebben bijgedragen aan de gestage toename van slangenbeten in India. ‘Inmiddels wordt het hele jaar door landbouw bedreven, waar dat vroeger maar een paar maanden per jaar het geval was,’ zegt Raut. ‘Dit heeft slangen een schuilplaats gegeven. Daarbij is de populatie knaagdieren gegroeid, zodat er voor slangen geen gebrek is aan voedsel. En in rurale gebieden slapen Indiërs vaak op de grond, wat hen extra kwetsbaar maakt.’

Priyanka Kadam, de oprichter van de Snakebite Healing and Education Society, somt drie problemen op die de pogingen om het aantal doden door slangenbeten terug te dringen bemoeilijken. Er is ten eerste een tekort aan medisch personeel dat in de behandeling van slangenbeten is opgeleid.

Ten tweede hebben veel gezondheidsklinieken geen levensondersteunende apparatuur, antiserum of andere noodzakelijke medicijnen. En ten derde geldt er voor slangenbeten geen meldingsplicht, zodat er een schreeuwend gebrek is aan data omdat het aantal gevallen en het aantal doden in de meeste deelstaten onbekend is.

Antiserum

Nishigandha Naik, directeur van het in Mumbai gevestigde Haffkine Institute, een van ’s lands oudste biomedische onderzoeksinstituten, vertelt dat er talloze soorten slangengif zijn, die per regio verschillen, terwijl voor de productie van antiserum alleen het gif wordt verzameld van the big four, de vier slangen die de meeste slachtoffers veroorzaken: de gewone krait, de brilslang, de Russells adder en de zaagschubadder. Om die reden varieert de werkzaamheid van het tegengif. Het Haffkine Institute pleit voor de oprichting van een Nationaal Centrum voor Gifonderzoek.

‘Een landelijk expertisecentrum waar niet alleen onderzoek wordt gedaan naar de diverse soorten slangengif uit verschillende regio’s, maar ook naar het gif van schorpioenen en andere giftige dieren.’ Een ander probleem, vertelt Naik, is dat biofarmaceutische bedrijven als Sanofi en het Serum Institute zijn gestopt met de productie van antiserum omdat die niet winstgevend zou zijn. Het Haffkine Institute en de Irula Snake Catchers Industrial Cooperative Society zijn de enige twee instellingen die slangengif leveren aan de producenten van antiserum, en naast vier particuliere bedrijven is Haffkine de enige overheidsinstelling die tegengif produceert.

Cruciaal voor de aanpak van het gifslangenprobleem is het in kaart brengen van bijtincidenten. José Louies van het Indian Snakebite Initiative heeft hiervoor een app ontwikkeld: Indian Snakes. ‘Het doel van de app is de verspreiding van de belangrijkste vier gifslangen inzichtelijk te maken,’ legt hij uit. ‘Voor ons pilotproject hebben we ons beperkt tot the big four, maar sinds kort richten we ons ook op andere giftige slangen.

“‘Er is maar één reddingsmiddel, en dat is tegengif, toegediend door een arts’”

Op deze manier verzamelen we waardevolle informatie over verschillende slangensoorten, verandering in verspreiding, habitatvoorkeuren et cetera.’ Het initiatief heeft meer dan achthonderd vrijwilligers door het hele land die slangen vangen en bewustwordingsworkshops geven over de behandeling van een slangenbeet.

Volgens Romulus Whitaker, oprichter van reptielenzoo en herpetologisch onderzoekscentrum MCBT in zuidelijk India, moet de focus liggen op preventie. ‘Er is maar één reddingsmiddel, en dat is tegengif, toegediend door een arts,’ zegt Whitaker. ‘Er moet betere voorlichting komen op het platteland. We moeten mensen leren hoe je slangen kunt vermijden bij het werk op het land, hoe je ze uit huis kunt weren door ervoor te zorgen dat er geen knaagdieren rondlopen en ’s nachts het licht te laten branden en onder een muskietennet te slapen, om een paar preventieve maatregelen te noemen.’

Raut is het ermee eens dat preventie cruciaal is. ‘Plus, we moeten mensen op het platteland leren hoe ze de noodzakelijke eerste hulp kunnen bieden,’ zegt hij. Het kost immers tijd om slachtoffers naar een medische kliniek te brengen. ‘Als dorpelingen goed op de hoogte zijn van wat ze bij een slangenbeet moeten doen, dan zou dat al een hele stap zijn in het terugdringen van het aantal sterfgevallen.’

Auteur: Vikas Prakash Joshi

The Caravan
India | maandblad | oplage 40.000

The Caravan werd in 1940 opgericht als India’s eerste tijdschrift. Het tijdschrift is nadrukkelijk niet gericht op het nieuws van de dag, maar beroept zich juist op grondig onderzoek en verhalende artikelen van vaak lokaal populaire auteurs.

» Abonneer u op onze nieuwsbrief: wekelijks berichten uit de buitenlandse pers in uw inbox.

Plaats een reactie

Een waarschuwingsbord aan de oever van het Karanji-meer nabij Mysore. Jaarlijks worden er zo’n 2,8 miljoen Indiërs gebeten door een slang. – © Ajith Sivasankaran / Alamy Stock