1. Afschuw en koelbloedigheid

Le Monde

| Parijs | Jérôme Fenoglio | 18 november 2015

In een hoofdredactioneel commentaar roept Jérôme Fenoglio, directeur van 
Le Monde, zijn lezers op waardig te reageren, en vooral zichzelf te blijven.

Frankrijk is in oorlog. In oorlog tegen een totalitaire, blinde, verschrikkelijk moordzuchtige vorm van terrorisme. Dat wisten we al sinds januari, toen de aanslagen op Charlie Hebdo en de Hyper Cacher in Parijs werden gepleegd. Ondanks het feit dat de Franse bevolking die elfde januari massaal haar stem verhief, en ondanks de solidariteit die toen door de leiders van alle democratieën op de wereld is betuigd, zijn de president van de Republiek, de minister-president en de leiding van de veiligheidsdiensten er onophoudelijk op blijven hameren: de dreiging is niet verdwenen. De vraag was niet óf er andere aanslagen in Frankrijk zouden worden gepleegd, maar wanneer.

Het werd dus de avond die Parijs en een van zijn voorsteden met bloed heeft bevlekt, vrijdag 13 november. En deze tragedie laat zien dat de terroristen die Frankrijk als doelwit hebben gekozen zich door niets laten weerhouden bij het zaaien van dood en verderf.

De balans van het bloedbad dat ze hebben aangericht – meer dan 128 doden, tot nu toe – is gruwelijk en ongeëvenaard in ons land. Ze hebben gedaan wat de politieleiding het allermeeste vreesde: diverse gelijktijdige aanslagen in de hoofdstad en zijn voorsteden gepleegd; in de directe omgeving van het Stade de France, waar tachtigduizend mensen de voetbalwedstrijd Frankrijk-Duitsland bijwoonden, in aanwezigheid van François Hollande; voor vier cafés of restaurants in het tiende en elfde arrondissement; en ten slotte zelfs in de zaal van Le Bataclan, waar meer dan duizend mensen een concert bijwoonden en in gijzeling werden gehouden totdat de ordetroepen ingrepen.


Voor de eerste keer in de Franse geschiedenis hebben enkele van deze terroristen niet geaarzeld zichzelf met hun gordels tot menselijke bommen te transformeren. Het was Frankrijk waar ze paniek en afschuw wilden zaaien. Het was Frankrijk dat ze kapot wilden maken.

Op deze dwaasheid bestaat slechts één reactie. We moeten de paniek beantwoorden met waardigheid. Het zaaien van dood en verderf met vastbeslotenheid. De radeloosheid met scherpzinnigheid. En de afschuw met ‘koelbloedigheid’, zoals de president van de Republiek midden in de nacht verklaarde. En we moeten ons bovenal eensgezind tonen in deze beproeving.

We moeten de paniek beantwoorden met waardigheid. Het zaaien van dood en verderf met vastbeslotenheid

Er zijn vragen te over. Die zijn legitiem, en ze moeten beantwoord worden. De eerste en meest prangende is die over de algehele veiligheid van het land: wordt die bedreigd, vooral nu over drie weken in Parijs de internationale klimaatconferentie zal plaatsvinden, waaraan tientallen regeringsleiders zullen deelnemen, terwijl er op datzelfde moment regionale verkiezingen zullen worden gehouden? De regering heeft de noodtoestand afgekondigd en de grenscontroles versterkt. Dat was nodig om ons teweer te stellen in deze oorlog waarin de ‘jihadisten’ ons willen verwikkelen. Zoals het in onze ogen ook nodig is 
om de klimaatconferentie en de verkiezingen te laten doorgaan. Als we die zouden uitstellen of afblazen zouden we toegeven aan de chantage van de terroristen.

De tweede vraag betreft de manier waarop het terrorisme op ons eigen grondgebied wordt bestreden. Is die opgewassen tegen de dreiging? Is die doeltreffend genoeg?

Veiligheid en vrijheid

Sinds twee jaar is Frankrijk, 
net als alle andere democratieën, onophoudelijk bezig de juridische en politionele middelen die ten dienste staan van de bestrijding van het jihad-terrorisme uit te breiden. Alle democratieën hebben daarbij hun best gedaan het evenwicht tussen veiligheid en vrijheid te bewaren. Het ontbreekt ons niet aan middelen, noch aan goede wil. De politie heeft de afgelopen weken diverse keren aanslagen op Frans grondgebied voorkomen. In de tragische nacht van 13 november pakte het helaas anders uit! Tegen dit soort agressie is helaas geen kruid gewassen, behalve door een politiestaat te worden of 
illusies te verkopen.

De derde vraag gaat over de buitenlandse politiek van Frankrijk en zijn militaire interventies, zowel in Afrika als het Midden-Oosten: zijn die de oorzaak van deze moordspiraal en moeten ze worden heroverwogen? Het is logisch dat Frankrijk het doelwit is, want we staan in de voorste linies in de strijd tegen het jihadisme.

Die voltrekt zich op diverse fronten, om te beginnen in Sub-Saharaans Afrika, waar Frankrijk samen met andere landen heeft geprobeerd te voorkomen dat een immens stuk woestijn volledig in handen van criminele netwerken viel. Het is vrijwel zeker dat we de hoofdstad van Mali, Bamako, begin 2013 voor een islamistische aanslag hebben behoed. Zonder ingrijpen van de Franse luchtmacht had de stad dezelfde rol kunnen vervullen die Kaboel, de hoofdstad van Afghanistan, tot aan 2001 voor Al-Qaida vervulde: als een belangrijk logistiek steunpunt voor terroristische operaties overal op de wereld.

Op verzoek van de regering in Bagdad neemt Parijs, samen met een vijftigtal andere landen, deel aan de (voornamelijk in de lucht gevoerde) oorlog tegen ‘Islamitische Staat’, die inmiddels een flink deel van het Iraakse grondgebied in handen heeft. De afschuw over de praktijken van deze barbaarse organisatie volstaat niet om de interventie van deze internationale coalitie te verklaren. Ook hier speelt de verdediging van de strategische belangen van 
Europa, en dus ook van Frankrijk, een rol. Dankzij de olievelden die IS inmiddels in handen heeft kan deze organisatie acties tegen het Westen 
ondernemen, dat haar terroristische cellen voortdurend aan de schandpaal nagelt. De Europese actie in Irak kan daarom worden beschouwd als een vorm van zelfverdediging.

Sinds het begin van deze herfst voert Frankrijk ook luchtinterventies uit in Syrië. De officiële verklaring voor de aanvallen op trainingskampen van Islamitische Staat is dat we onszelf moeten verdedigen. Vandaar dat islamistische commando’s de afgelopen maanden herhaaldelijk hebben geprobeerd toe te slaan op Frans grondgebied, en dat ze hun operaties in Syrië hebben voorbereid.

Ware aard van de vijand

Door de strijd die Parijs tegen het jihadisme voert maakt Frankrijk 
zich kwetsbaar. Maar we moeten de volgorde van de gebeurtenissen niet omdraaien. De Franse overheid is in oorlog met het gewapende islamisme omdat dat laatste Frankrijk uitdrukkelijk als een van zijn doelwitten heeft bestempeld. Je moet wel blind of doof zijn om de bedoelingen van Islamitische Staat, Al-Qaida en andere islamistische bewegingen niet te lezen of te verstaan: zij roepen op om een ‘heilige oorlog’ in Europa te voeren, om de ‘ongelovigen’, de ‘Joden’ en de ‘kruisvaarders’ te doden. Dat is geen retoriek. We moeten het ‘programma’ van het islamisme, deze ziekelijke uitwas van de islam, letterlijk nemen.

Wie kan met zekerheid zeggen dat nietsdoen immuniteit garandeert? Hier raken we aan de ware aard van de vijand die bestreden moet worden. In dit begin van de eenentwintigste eeuw heeft het religieus fanatisme, in de vorm van het islamisme, de grote totalitaire bewegingen van de twintigste eeuw vervangen. Zoals Le Monde al dikwijls heeft uitgelegd is het islamisme, door zijn volstrekte radicalisme, een vorm van totalitarisme, een dwaze belofte om alle aspecten van het menselijk leven te regelen in naam van een godsdienst die zich als enige bron van verlossing opwerpt.

Deze ‘partij van de zuiveren’, om de uitdrukking van de grote Franse politicoloog Pierre Hassner te citeren, richt zich in de eerste plaats tegen de democratieën. Ze bestrijdt ons evenzeer om wat we zijn als om wat we doen of niet doen. Onszelf blijven is een eerste vereiste voor succes in de oorlog die tegen dit fanatisme moet worden gevoerd.

Auteur: Jérôme Fenoglio
Vertaler: Tess Visser

Le Monde
Frankrijk, dagblad, oplage 345.000
In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan zijn onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders). Om recht te doen aan de titel ‘De wereld’ houdt Le Monde een groot netwerk van correspondenten in stand.

Dit artikel van Jérôme Fenoglio verscheen eerder in Le Monde.
Recent verschenen