• RGP
  • Politiek
  • 1. Bondgenootschappen à la carte

1. Bondgenootschappen à la carte

RGP | Fjodor Loekjanov | 12 november 2018

NAVO, Comecon, Europese Unie, Warschaupact: het zijn straks begrippen uit het verleden. De allianties die vandaag de dag worden gesmeed, berusten niet meer op politieke ideologieën, maar op commerciële belangen.

‘Het anti-Sovjetcement dat ons tijdens de Koude Oorlog bij elkaar hield is allang verdwenen. Momenteel hebben we een liefdeloos huwelijk waarin de twee partijen onder hetzelfde dak blijven wonen zonder dat er nog sprake is van een werkelijke band.’ Zo beschreef Richard Haass, voorzitter van de Amerikaanse denktank Council on Foreign Relations en belangrijk beschouwer van de buitenlandse politiek van Amerika, in een recent artikel op de website van Project Syndicate de relatie tussen Turkije en de Verenigde Staten. Een beeld dat gemakkelijk valt te veralgemeniseren. De aard en het doel van bondgenootschappen, partnerschappen en belangengroeperingen zijn bepalend geworden voor de toekomst van het internationale systeem. Daaruit zullen de principes voortvloeien waarop het buitenlands beleid van grote mogendheden is gebaseerd.

In feite hebben de Verenigde Staten geen reden om te klagen over de nieuwe werkelijkheid waarin de wereld zich bevindt. Het is juist Washington dat destijds twijfels uitte over de aard van de bondgenootschappen die als gevolg van de Koude Oorlog waren ontstaan. Tijdens een gesprek met tv-presentator Larry King in december 2001 zei de toenmalige minister van Defensie Donald Rumsfeld: ‘Er bestaat niet maar één coalitie. Er zijn verschillende coalities. Landen doen wat ze kunnen. Landen helpen zoveel ze kunnen. En dat is de benadering die omarmd zal moeten worden. Ik zal u zeggen waarom: het ergste wat je kunt doen is een coalitie over een missie laten beslissen. Het is de missie die de coalitie moet bepalen.’

Rumsfeld sprak over de strijd tegen het terrorisme, een thema dat na 11 september 2001 alle andere issues van de Amerikaanse politieke agenda had gevaagd. Maar de commentatoren hadden zich onmiddellijk afgevraagd of het Pentagon niet van plan was de facto een eind te maken aan de relaties die werden bepaald door de NAVO en over te stappen op gelegenheidsbondgenootschappen. Hun ongerustheid was gegrond, want de minister van Defensie dacht inderdaad dat de tijd waarin men ‘als een verenigd front optrok’ voorbij was en dat de Verenigde Staten hun partners voortaan van geval tot geval zouden kiezen naargelang hun doelstellingen. De verdeeldheid die zich het jaar daarop in het Atlantisch bondgenootschap manifesteerde over de interventie in Irak (Frankrijk en Duitsland waren daar fel tegen gekant) hebben de door Rumsfeld geschetste tendens schijnbaar versterkt. Daarna verliep de inval in Irak zo rampzalig dat Rumsfeld moest aftreden en men weer van zijn ideeën over de relatie tussen de Verenigde Staten en hun bondgenoten is afgestapt.

Trans-Atlantische retoriek

George W. Bush heeft tijdens zijn tweede ambtsperiode de gebruikelijke trans-Atlantische retoriek, zoals gemeenschappelijke waarden, weer van stal gehaald, net als zijn opvolger Barack Obama. Toch is het zaadje dat Donald Rumsfeld had geplant ontkiemd, temeer omdat Washington steeds meer moeite had met de verdeling van de financiële lasten van de NAVO, die voor 75 procent door de Verenigde Staten werden gedragen. Onder Donald Trump, die niet de reputatie heeft zachtzinnig te werk te gaan, is het pas echt tot een uitbarsting gekomen: als bondgenoten hun steentje niet bijdragen, wat schiet je er dan mee op? Ook al kent de neiging om ‘in marmer gehouwen’ bondgenootschappen af te schaffen al een lange geschiedenis, ze is momenteel in een nieuw stadium beland. Rumsfeld bedoelde dat de Amerikanen weer de vrijheid moesten krijgen om de ‘menukaart’ te bestuderen en daarvan het gerecht te kiezen dat ze het liefste wilden. Maar wat Richard Haass beschrijft is de vrijheid om gerechten te kiezen die gisteren nog niet eens als garnituur werden beschouwd.

Turkije is daarvan een goed voorbeeld. Recep Tayyip Erdogan gedraagt zich alsof de NAVO niet meer bestaat. De diepgaande meningsverschillen die Turkije heeft met zijn Europese bondgenoten en met Amerika zijn systematisch geworden. Het politieke model van Turkije beantwoordt niet langer, zelfs niet formeel, aan de criteria van moderne democratieën die voorwaarden zijn om tot een westers bondgenootschap te behoren. Het gevolg is dat Turkije vervangende partners zoekt, zoals Rusland, Iran en China, en overweegt zich aan te sluiten bij de Shanghai-samenwerkingsorganisatie [een veiligheidspact uit 2001 tussen Rusland, China, Kazachstan, Kirgizië, Oezbekistan en, sinds 2017, India en Pakistan] en de BRIC-landen [Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika, oftewel 40 procent van de wereldbevolking]. Het politieke model van ‘diversificatie’ dat Erdogan in het leven wil roepen, wordt momenteel zwaar op de proef gesteld. Turkije maakt een ernstige economische en financiële crisis door die het gevolg is van de sancties van Amerika. Op zoek naar steun heeft Turkije zich daarom tot Rusland en China gewend, verklaarde tegenstanders van Amerika, zoals Rusland tot voor kort ook een tegenstander van Turkije was. Duitsland heeft de internationale gemeenschap opgeroepen Turkije financieel te steunen, omdat Berlijn in het geval van een economische crisis een migratiegolf vreest. Duitsland is zelf bijna in een openlijke economische oorlog verwikkeld met de VS, zijn belangrijkste bondgenoot. En ga zo maar door.

De presidenten Erdogan, Rouhani en Poetin houden een persconferentie na de drielandentop tussen Turkije, Iran en Rusland in Teheran, 7 september 2018. © Getty Images
De presidenten Erdogan, Rouhani en Poetin houden een persconferentie na de drielandentop tussen Turkije, Iran en Rusland in Teheran, 7 september 2018. © Getty Images

Het anti-Sovjetcement waarover Richard Haass schreef, had een sterk bindende werking. Het was niet alleen bedoeld om het hoofd te bieden aan een gemeenschappelijke militaire dreiging. De wereld was in ideologische en strategische blokken verdeeld, in twee systemen waarbinnen onenigheden tussen bondgenoten werden opgelost met een zekere doeltreffendheid, ook wel minnelijke schikking genoemd. De dreiging van buitenaf was te groot om de eenheid te laten verstoren door onderlinge conflicten.

‘Er bestaat niet maar één coalitie. Er zijn verschillende coalities. Die benadering moet omarmd worden’

Toen het oude systeem verdween, kwamen er al gauw weer belangenconflicten aan de oppervlakte, vaak op zuiver economische gronden. Toen de globalisering in volle gang was, onder auspiciën van de Verenigde Staten, had vrijwel iedereen daar baat bij – niet in dezelfde mate, maar voldoende om meningsverschillen op een beschaafde manier op te lossen. Momenteel, nu een steeds groter aantal inwoners van westerse mogendheden niet langer genoegen neemt met de verdeling van de rijkdom, nu de ‘wereld zonder grenzen’ steeds gevaarlijker lijkt, worden de principes voor economische samenwerking opnieuw geëvalueerd.

De slogan ‘America First’ is daar een perfect voorbeeld van. Het gaat in de eerste plaats om de economie, maar alles houdt ermee verband. De drastische sancties die aan concurrenten worden opgelegd (in sommige gevallen politieke bondgenoten), of om preciezer te zijn de nieuwe voorwaarden die hun voor een partnerschap worden opgelegd, verstoren het beeld van een evenwichtig bondgenootschap dat is gebaseerd op gemeenschappelijke waarden.

Stormram

Trump speelt op dit nieuwe toneel de rol van stormram. Zijn opvolger, wie het ook zal zijn, zal alle fouten op zijn lompe voorganger kunnen afschuiven en de Europeanen kunnen verleiden met zijn verfijnde manieren. In wezen echter vindt de basale benadering van Trump veel weerklank in Amerikaanse politieke kringen: onze bondgenoten dienen geen voorrechten te genieten die alleen maar bestaan bij de gratie van door ons verstrekte garanties. Maar deze overwegend economische benadering tast de fundamenten van de NAVO aan.

Het lot van de gaspijpleiding Nord Stream 2, waardoor Russisch gas via de Oostzee naar Europa zal worden gepompt en waarover momenteel gesteggeld wordt, zal aan de ene kant de toekomst van de trans-Atlantische gemeenschap bepalen, en aan de andere kant de relatie EU-Rusland. Tijdens een persconferentie in Helsinki, na afloop van zijn ontmoeting met Poetin, verklaarde Trump: ‘Wat die gaspijpleiding betreft, daar gaan we mee concurreren.

Ik weet niet zeker of de belangen van Duitsland daarmee het best zijn gediend, maar dat moeten ze zelf maar beslissen. Wij verkopen ook vloeibaar gas, we moeten concurreren met die gaspijpleiding en dat zullen we doen ook, ook al hebben ze enkele voordelen. Ik heb Angela Merkel flink de waarheid gezegd over deze kwestie.’ Helderder kon het niet worden verwoord, zonder dat er gewezen werd op de gevaren van de afhankelijkheid van één leverancier, de energieveiligheid van Europa, de toekomst van de Oekraïne et cetera.

We stevenen af op een impasse, vergelijkbaar met de situatie met Iran. De Europese Unie heeft het opzeggen door de VS van het nucleaire akkoord met Iran scherp veroordeeld en verklaard vastbesloten te zijn haar verplichtingen na te komen.
Maar de grote ondernemingen beginnen zich al uit Iran terug te trekken vanwege hun afhankelijkheid van de Amerikaanse markt. In het geval van de Nord Stream 2 is de situatie hetzelfde. Alle partners van het project aan Europese zijde zijn multinationals met grote belangen in de Verenigde Staten.

De VS kan zijn bondgenoten 
laten capituleren, maar dat zal 
de alliantie er niet sterker op 
maken

Schijn van daadkracht

Zaken zijn zaken, maar de politieke kant van de zaak is verbazingwekkender. Duitsland, de grootste partner van de VS in Europa, wordt openlijk onder politieke druk gezet om af te zien van een project waaraan het veel belang hecht, vooral in economisch opzicht. Bulgarije heeft vier jaar geleden hetzelfde meegemaakt toen de regering daar na een bezoek aan Sofia van een delegatie Amerikaanse senatoren onder leiding van John McCain aankondigde zich terug te trekken uit het gaspijpleidingproject South Stream. Maar Bulgarije is een klein en erg afhankelijk land, terwijl er in het huidige geval druk wordt uitgeoefend op een van de politieke en economische leiders van de EU.

Wat doe je in zo’n geval? Dat is de vraag. De schuchtere verklaringen over het versterken van de Europese strategische autonomie, bepleit door Emmanuel Macron, of de aankondiging van de oprichting van alternatieve organisaties zoals een Europese pendant van het netwerk Swift, op aandringen van de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Heiko Maas, lijken voorlopig alleen nog maar boodschappen die bij de Europese kiezer de schijn van daadkracht moeten wekken.
De Verenigde Staten beschikken over de middelen om hun bondgenoten te laten capituleren, maar dat zal de alliantie er niet sterker op maken. Het idee dat je alleen maar op jezelf kunt rekenen is al een wezenlijk onderdeel van de Europese retoriek.

De NAVO, en in bredere zin de trans-Atlantische gemeenschap, is destijds als overwinnaar uit de Koude Oorlog gekomen en lange tijd als een voorbeeldig blok gepresenteerd, dat model zou moeten staan voor de oprichting van andere bondgenootschappen. Als daar al een kloof in is ontstaan, terwijl het bestaat uit historisch en cultureel homogene landen, dan kun je je nog moeilijker voorstellen dat landen met een uiteenlopendere bagage stabielere bondgenootschappen zullen kunnen vormen.

Het vredesproces Astana [een samenwerkingsverband van Rusland, Turkije en Iran dat bedoeld is om een uitweg te vinden uit het Syrische conflict] is een voorbeeld van een nieuw soort partnerschap dat vrijwel op het ideologische erfgoed van Rumsfeld is gebaseerd: namelijk niet op sinds lang bestaande gemeenschappelijke waarden en overeenkomstige belangen, maar op de noodzaak om een concreet probleem op te lossen. We hoeven niet de illusie te koesteren dat er sympathie en vertrouwen heersen tussen Turkije, Rusland en Iran, maar ze delen de overtuiging dat zonder hun interactie de situatie in Syrië nog erger zou zijn voor iedereen. Een basis die solide is gebleken.

Ander voorbeeld: de Russisch-Chinese relaties. Nogal moeilijk te definiëren. Zeker is dat het niet om een bondgenootschap gaat: de twee partijen zijn te zeer aan hun vrijheid gehecht om zichzelf beperkingen op te leggen ter wille van een bondgenoot. Het is ook geen exclusieve relatie: Rusland en vooral China zou niet willen dat hun toenadering ten koste van andere verplichtingen zou gaan. Het is een partnerschap dat op een subtiele mengeling van relaties op verschillende gebieden berust, zonder een overeenkomstige kijk op waarden. Maar de logica van de ontwikkeling van de twee staten leidt ertoe dat ze hun acties steeds meer coördineren met het oog op hun belangen. Het gaat alleen maar om belangen, om pure berekening, en niet om sentimenten.

Nabije toekomst

Het analyseren van de verschillende vormen van interactie is niet alleen een speculatieve exercitie. De actuele gebeurtenissen zullen de bondgenootschapskaart drastisch veranderen. 
De beslissingen over de Nord Stream 2; de tussentijdse verkiezingen in de 
Verenigde Staten in de context van een verwoede politieke strijd om het verzet tegen Trump te testen (niet zozeer tegen zijn persoonlijkheid als wel 
zijn beleid, dat openlijk op handel is gericht); de laatste fase van het gewapende conflict in Syrië; de spanningen rond Idlib, het laatste Syrische bolwerk in handen van de rebellen, die alleen kunnen worden opgelost door een duidelijke herdefinitie van de aanwezige krachten; de ontwikkeling van een nieuwe boodschap aan het adres van de wereld door China; de herdefinitie van het politieke en partijenlandschap van Europa, in de eerste plaats veroorzaakt door de migrantencrisis; de onzekere positie van Groot-Brittannië na de Brexit… Deze kwesties spelen niet in een verre toekomst, maar ergens in de komende maanden.

De nieuwe aard van de politieke 
partnerschappen ligt vooral gevoelig voor Rusland, dat zich in de voorhoede van deze veranderingen bevindt. Sinds de pijnlijke val van het Oostblok en de Sovjet-Unie gelooft Rusland niet echt meer in bondgenootschappen, ook al heeft het land zich lange tijd ingezet voor het herstel van de organisaties 
die onder zijn vlag opereerden.

De tijd heeft echter laten zien dat het creëren van multilaterale structuren om je prestige te behouden of gemeenschappelijke waarden te fabriceren, naar 
het voorbeeld van VS en NAVO, geen garantie is voor succes. En wat de onder druk bezegelde partnerschappen betreft met degenen die afhankelijk zijn van de baas (politiek of economisch), die leiden tot wankele 
constructies waarbij de ‘kleintjes’ voortdurend op zoek zijn naar een andere oplossing.

De massale vlucht van vroegere politieke en militaire bondgenoten naar het kamp van de vroegere vijand heeft grote woede bij Rusland gewekt, maar de Russische kijk op dingen heeft zich ontwikkeld. De politicoloog Sergei Karaganov heeft dat mooi verwoord aan de hand van de hypothese dat de val van het Sovjetblok ‘Rusland onschatbare geostrategische voordelen heeft opgeleverd. Het verlies van onbetrouwbare en kostbare bondgenoten aan West-Europa heeft Rusland van een enorme last verlost. Het hoeft niet langer de republieken van de voormalige Unie te subsidiëren, waar de levensstandaard hoger was in de Sovjettijd en waarvan de inwoners inmiddels vaak naar Rusland emigreren om werk te vinden.’

Het idee dat Rusland geen bondgenoten zou hebben, blijft rondzingen. Zelfs in Rusland zelf, maar dat is vooral een kwestie van onverschilligheid. Want op het moment dat de multilaterale organisaties en bondgenootschappen vrijwel overal vleugellam zijn, lijkt Rusland zich ‘psychologisch’ beter te gedragen dan andere landen. Een ongebruikelijke en oncomfortabele situatie voor de welvarendste spelers op het internationale toneel. Rusland is bereid relaties aan te knopen om direct overeenkomstige belangen te dienen en concrete problemen op te lossen zonder te pretenderen bondgenootschappen ‘voor het leven, tot de dood ons scheidt’ te sluiten. Dat is in de huidige wereld een voordeel.

Auteur: Fjodor Loekjanov

Fjodor Loekijanov (51), een Russische journalist en politicoloog, werkte jarenlang als buitenlandspecialist voor Russische kranten voordat hij in 2002 het blad Rossia v Globalnoï Politiké oprichtte. Hij is tevens voorzitter of bestuurslid van een aantal Russische denktanks en stichtingen op het gebied van de buitenlandse politiek.

Rossia v Globalnoï Politiké
Rusland | kwartaalblad | globalaffairs.ru

In november 2002 opgericht door Fjodor Loekjanov, een Russische journalist en politicoloog die jarenlang werkte als buitenlandspecialist voor Russische kranten. Hij richtte het blad op om de Russische politieke en economische elite te laten meepraten op het wereldtoneel. De Engelse versie heet Russia in Global Affairs.

Dit artikel van Fjodor Loekjanov verscheen eerder in RGP.
Recent verschenen
Een remedie tegen navelstaren?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief.
Onze nieuwsbrief wordt wekelijks verzonden.
inschrijven

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

En ontvang wekelijks het beste uit de internationale pers in uw mailbox.